archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 15
28 juni 2018
Nummer 18 verschijnt op
30 augustus 2018
Bezigheden > Recht en onrecht delen printen terug
De politierechter in actie Dik Kruithof

1516BZ Zitting1Mijn gebroken enkel zorgde ervoor dat ik voor het eerst langer dan één dag in een ziekenhuis verbleef en zorgde ook voor mijn eerste persoonlijke ervaring met de rechtspraak in Nederland.
Op vrijdag 26 mei diende de strafzaak tegen de verdachte bij de politierechter in Leeuwarden.

Wij werden – als slachtoffers – goed voorbereid op deze zitting door: slachtofferhulp, de toegewezen advocaat en de Officier van Justitie. Met de laatstgenoemde hadden mijn vrouw en ik twee dagen voor de zitting een voorgesprek van ruim een uur. Onze eigen advocaat werd ‘toegewezen’, omdat twee rechtszaken gevoegd werden: de strafzaak en de gevraagde schadevergoeding. Slachtofferhulp biedt bijstand en begeleiding aan mensen die zoiets overkomt, belangrijk werk. Ze helpen bijvoorbeeld bij het opstellen van de verklaring die je als slachtoffer kunt uitspreken, of laten uitspreken, in de rechtszaal. De Officier van Justitie geeft uitleg over de gang van zaken in de rechtbank, waarschuwt dat je niet mag reageren op mogelijk onjuiste uitspraken van de dader en peilt je mening over de mogelijke eis. De maximale strafeis was in dit geval al bepaald door de keuze van de officier om de zaak voor de politierechter te brengen. Die kan namelijk niet verder gaan dan één jaar gevangenisstraf. Voor ons was belangrijker dat de dader 'behandeld' zou worden (voor zijn alcoholgebruik) dan dat hij lang opgesloten zou worden.  

De behandeling van de zaak begon met een indringend gesprek tussen de (vrouwelijke) rechter en de verdachte over zijn misdragingen. Meervoud, want er was namelijk nog een zaak toegevoegd: een burgermansarrest wegens openbare dronkenschap in een supermarkt, waar hij zich verzet had tegen de politieagenten die hem kwamen ophalen. In de supermarkt wilde hij vijf biertjes afrekenen, terwijl duidelijk was dat hij al aardig wat op had.

Tegen de rechter zei de verdachte dat hij geen alcohol op had toen hij mij van achter neer trapte. Daarom had hij een alcoholtest geweigerd na zijn aanhouding. Zijn eerste verhaal was dat hij van mij een schouderduw had1516BZ Zitting2 gehad en het toen passend vond om iets terug te doen. De rechter vond dat hij veel te ver was gegaan met zo'n trap van achteren tegen ‘een heer van respectabele leeftijd'. Zij bracht ook rapporten op tafel waaraan hij niet voldoende had meegewerkt, onder meer een rapport van de reclassering waaruit bleek dat hij geen spijt had. Zijn moeder had gezegd dat 'alcohol zijn probleem was'. Hij leek het er niet echt mee eens te zijn.
Toen hij ook nog ondervraagd werd door de Officier van Justitie gaf hij, enigszins aarzelend, toe dat hij zich mogelijk vergist had en die schouderduw wel van iemand anders geweest was. En … even aarzelend en half in mijn richting kijkend kwam er nu toch nog een soort spijtbetuiging.

In mijn slachtofferverklaring ben ik alleen ingegaan op de gevolgen van de trap die ik gekregen had: het zes weken stil liggen, het drie maanden niet kunnen doen wat je anders wel doet en de gevolgen voor mijn vrouw die ineens volledig mantelzorger werd.  

De eis van de officier was één jaar gevangenisstraf voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar zonder alcohol en een intensief traject van controle en begeleiding.
Mijn letselschadeadvocaat vroeg vergoeding van materiële kosten en een flink bedrag aan immateriële schadevergoeding. Er is in Nederland een beweging gaande om de schadevergoeding wat omhoog te krijgen en ik had ermee ingestemd om daaraan mee te doen.

De advocaat van verdachte vroeg vrijspraak omdat het niet opzettelijk was en vond de gevraagde schadevergoeding te hoog.

De Rechter veroordeelde verdachte tot acht maanden onvoorwaardelijk en vier maanden voorwaardelijk, met de zware voorwaarden die de Officier had gevraagd. De materiële schadevergoeding werd toegewezen en de immateriële niet ontvankelijk verklaard. Dat zou dus via een aparte civiele procedure moeten.
Tegen het vonnis is geen hoger beroep aangetekend.

--------
Het plaatje is van Han Busstra, de foto van de schrijver.


© 2018 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Recht en onrecht" -
Bezigheden > Recht en onrecht
De politierechter in actie Dik Kruithof
1516BZ Zitting1Mijn gebroken enkel zorgde ervoor dat ik voor het eerst langer dan één dag in een ziekenhuis verbleef en zorgde ook voor mijn eerste persoonlijke ervaring met de rechtspraak in Nederland.
Op vrijdag 26 mei diende de strafzaak tegen de verdachte bij de politierechter in Leeuwarden.

Wij werden – als slachtoffers – goed voorbereid op deze zitting door: slachtofferhulp, de toegewezen advocaat en de Officier van Justitie. Met de laatstgenoemde hadden mijn vrouw en ik twee dagen voor de zitting een voorgesprek van ruim een uur. Onze eigen advocaat werd ‘toegewezen’, omdat twee rechtszaken gevoegd werden: de strafzaak en de gevraagde schadevergoeding. Slachtofferhulp biedt bijstand en begeleiding aan mensen die zoiets overkomt, belangrijk werk. Ze helpen bijvoorbeeld bij het opstellen van de verklaring die je als slachtoffer kunt uitspreken, of laten uitspreken, in de rechtszaal. De Officier van Justitie geeft uitleg over de gang van zaken in de rechtbank, waarschuwt dat je niet mag reageren op mogelijk onjuiste uitspraken van de dader en peilt je mening over de mogelijke eis. De maximale strafeis was in dit geval al bepaald door de keuze van de officier om de zaak voor de politierechter te brengen. Die kan namelijk niet verder gaan dan één jaar gevangenisstraf. Voor ons was belangrijker dat de dader 'behandeld' zou worden (voor zijn alcoholgebruik) dan dat hij lang opgesloten zou worden.  

De behandeling van de zaak begon met een indringend gesprek tussen de (vrouwelijke) rechter en de verdachte over zijn misdragingen. Meervoud, want er was namelijk nog een zaak toegevoegd: een burgermansarrest wegens openbare dronkenschap in een supermarkt, waar hij zich verzet had tegen de politieagenten die hem kwamen ophalen. In de supermarkt wilde hij vijf biertjes afrekenen, terwijl duidelijk was dat hij al aardig wat op had.

Tegen de rechter zei de verdachte dat hij geen alcohol op had toen hij mij van achter neer trapte. Daarom had hij een alcoholtest geweigerd na zijn aanhouding. Zijn eerste verhaal was dat hij van mij een schouderduw had1516BZ Zitting2 gehad en het toen passend vond om iets terug te doen. De rechter vond dat hij veel te ver was gegaan met zo'n trap van achteren tegen ‘een heer van respectabele leeftijd'. Zij bracht ook rapporten op tafel waaraan hij niet voldoende had meegewerkt, onder meer een rapport van de reclassering waaruit bleek dat hij geen spijt had. Zijn moeder had gezegd dat 'alcohol zijn probleem was'. Hij leek het er niet echt mee eens te zijn.
Toen hij ook nog ondervraagd werd door de Officier van Justitie gaf hij, enigszins aarzelend, toe dat hij zich mogelijk vergist had en die schouderduw wel van iemand anders geweest was. En … even aarzelend en half in mijn richting kijkend kwam er nu toch nog een soort spijtbetuiging.

In mijn slachtofferverklaring ben ik alleen ingegaan op de gevolgen van de trap die ik gekregen had: het zes weken stil liggen, het drie maanden niet kunnen doen wat je anders wel doet en de gevolgen voor mijn vrouw die ineens volledig mantelzorger werd.  

De eis van de officier was één jaar gevangenisstraf voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar zonder alcohol en een intensief traject van controle en begeleiding.
Mijn letselschadeadvocaat vroeg vergoeding van materiële kosten en een flink bedrag aan immateriële schadevergoeding. Er is in Nederland een beweging gaande om de schadevergoeding wat omhoog te krijgen en ik had ermee ingestemd om daaraan mee te doen.

De advocaat van verdachte vroeg vrijspraak omdat het niet opzettelijk was en vond de gevraagde schadevergoeding te hoog.

De Rechter veroordeelde verdachte tot acht maanden onvoorwaardelijk en vier maanden voorwaardelijk, met de zware voorwaarden die de Officier had gevraagd. De materiële schadevergoeding werd toegewezen en de immateriële niet ontvankelijk verklaard. Dat zou dus via een aparte civiele procedure moeten.
Tegen het vonnis is geen hoger beroep aangetekend.

--------
Het plaatje is van Han Busstra, de foto van de schrijver.
© 2018 Dik Kruithof
powered by CJ2