archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 16
8 november 2018
Nummer 4 verschijnt op
29 november 2018
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Wat heeft 1968 ons nou echt gebracht? Paul Bordewijk

1514BS Das KapitalMei is herdenkingsmaand. Het begint al met de Dag van de Arbeid, waarop oorspronkelijk werd herdacht hoe in 1886 de staking bij de McCormick fabrieken in Chicago op bloedige wijze werd neer geslagen.

Op 4 mei is het Dodenherdenking, maar de officiële omschrijving van wie we dan herdenken, die die dag op de Dam wordt voorgelezen, is uiterst warrig. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat we dan ook de gesneuvelde militairen herdenken die na de oorlog hebben geprobeerd de indonesische opstand neer te slaan, maar het is onduidelijk of dat ook geldt voor hun slachtoffers en voor de stateloze Anne Frank. Op 5 mei vieren we onze bevrijding.

Op 6 mei werd Pim Fortuyn door zijn aanhangers herdacht. Op 9 mei viert Rusland de overwinning in de Tweede Wereldoorlog en bij ons is het dan Europadag. En een dag later was het dit jaar Hemelvaartsdag, waarop we zouden moeten herdenken dat Jezus Christus ten hemel is gevaren, maar wat in de praktijk niet meer is dan een vrije dag op gemene kosten. In Duitsland is het dan gelijk ook maar Vaderdag.

Dit jaar is er ook nog veel aandacht voor de évenements in Parijs van vijftig jaar geleden, toen er een nieuwe Franse revolutie plaatsvond. Het was ongetwijfeld een spectaculaire periode, maar het heeft heel weinig opgeleverd. Het was vooral een romantisch verlangen naar een revolutie waarbij arbeiders en studenten schouder aan schouder streden voor een betere maatschappij. Marx was de grote inspiratiebron. ‘Ah, c’est la révolution’, riep de Trotskistische Belg Ernest Mandel enthousiast toen zijn eigen auto in vlammen opging. Wat eerst een drama was, herhaalde zich als klucht.

Maar alle mensen die ‘voor de revolutie’ waren, hadden geen idee waar die toe zou moeten leiden. Eigenlijk gold dat ook voor het streven naar ‘maatschappijhervorming’ waar Den Uyl zich daarna aan conformeerde. Dat bleek wel uit de bloedeloze ‘hervormingsvoorstellen’ waar de PvdA tijdens het kabinet Den Uyl voor streed: vermogensaanwasdeling, het voorzitterschap van de ondernemingsraad, de grondpolitiek en de wet op de investeringsrekening. Gaap, gaap, gaap.

De ‘revolutie’ van 1968 heeft nergens geleid tot een betekenisvolle verandering in de economische orde. In Nederland leek de Wet Universitaire Bestuurshervorming er nog het meest op, om studenten tegemoet te komen die speelden dat zij arbeiders waren. Ze ‘frameden’ hun docenten als hun werkgevers, een ontwikkeling die vooral linkse hoogleraren in verwarring bracht. De wet, die eerst de PvdA niet ver genoeg ging, is later op voorstel van PvdA-minister Ritzen weer ingetrokken. De bemoeiing van het bedrijfsleven met het universitaire onderzoek, die door de revolutionairen van mei 1968 verondersteld werd, is er daarna pas echt gekomen.

In plaats van de marxistische revolutie kwam er tien jaar later een contrarevolutie, toen het neoliberale paradigma ging overheersen. Sinds de verkiezingsoverwinning van Margaret Thatcher in 1979 zien we in de hele Westerse wereld het afstoten van overheidstaken, afbraak van de verzorgingsstaat en toenemende ongelijkheid. Daardoor is er nu veel meer reden voor een revolutie dan in 1968. Maar die komt er niet, omdat het sentiment uit de jaren zestig ontbreekt.

Wie het goed heeft, beschouwt dat als zijn eigen verdienste. En degenen die aan het kortste eind trekken zijn niet in staat een alternatief te formuleren en wantrouwen linkse partijen. Links is solidair met vluchtelingen, maar niet met TROS-kijkers en Frans Bauer fans. Dat zijn deplorables, zoals Hillary Clinton het zo treffend formuleerde. Roel van Duyn had het in 1965 al bij de oprichting van Provo over het klootjesvolk.

Het uitblijven van de Marxistische revolutie wil niet zeggen dat er zich geen ingrijpende veranderingen hebben voorgedaan die hun wortels vinden in de opstandigheid van de jaren zestig. Toen vond de seksuele revolutie plaats, maar die was toch meer geïnspireerd door de komst van de pil dan door het marxisme. Er kwam een tweede feministische golf en homoseksualiteit werd na verloop van tijd algemeen geaccepteerd.

Met de rapporten van de Club van Rome kwam er meer aandacht voor het milieu, met  opvallend genoeg vooral bezorgdheid over het opraken van fossiele brandstoffen, terwijl nu het klimaat juist bedreigd wordt door de CO2 die ontstaat bij de verbranding van een overmaat aan fossiele brandstoffen. Maar de ontheiliging van de auto begon in die tijd, en die leidde ook tot een andere opvatting over stadsvernieuwing.

Het was allemaal niet niets, maar het had weinig te maken met de Marxistische retoriek van mei 1968.

------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2018 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Wat heeft 1968 ons nou echt gebracht? Paul Bordewijk
1514BS Das KapitalMei is herdenkingsmaand. Het begint al met de Dag van de Arbeid, waarop oorspronkelijk werd herdacht hoe in 1886 de staking bij de McCormick fabrieken in Chicago op bloedige wijze werd neer geslagen.

Op 4 mei is het Dodenherdenking, maar de officiële omschrijving van wie we dan herdenken, die die dag op de Dam wordt voorgelezen, is uiterst warrig. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat we dan ook de gesneuvelde militairen herdenken die na de oorlog hebben geprobeerd de indonesische opstand neer te slaan, maar het is onduidelijk of dat ook geldt voor hun slachtoffers en voor de stateloze Anne Frank. Op 5 mei vieren we onze bevrijding.

Op 6 mei werd Pim Fortuyn door zijn aanhangers herdacht. Op 9 mei viert Rusland de overwinning in de Tweede Wereldoorlog en bij ons is het dan Europadag. En een dag later was het dit jaar Hemelvaartsdag, waarop we zouden moeten herdenken dat Jezus Christus ten hemel is gevaren, maar wat in de praktijk niet meer is dan een vrije dag op gemene kosten. In Duitsland is het dan gelijk ook maar Vaderdag.

Dit jaar is er ook nog veel aandacht voor de évenements in Parijs van vijftig jaar geleden, toen er een nieuwe Franse revolutie plaatsvond. Het was ongetwijfeld een spectaculaire periode, maar het heeft heel weinig opgeleverd. Het was vooral een romantisch verlangen naar een revolutie waarbij arbeiders en studenten schouder aan schouder streden voor een betere maatschappij. Marx was de grote inspiratiebron. ‘Ah, c’est la révolution’, riep de Trotskistische Belg Ernest Mandel enthousiast toen zijn eigen auto in vlammen opging. Wat eerst een drama was, herhaalde zich als klucht.

Maar alle mensen die ‘voor de revolutie’ waren, hadden geen idee waar die toe zou moeten leiden. Eigenlijk gold dat ook voor het streven naar ‘maatschappijhervorming’ waar Den Uyl zich daarna aan conformeerde. Dat bleek wel uit de bloedeloze ‘hervormingsvoorstellen’ waar de PvdA tijdens het kabinet Den Uyl voor streed: vermogensaanwasdeling, het voorzitterschap van de ondernemingsraad, de grondpolitiek en de wet op de investeringsrekening. Gaap, gaap, gaap.

De ‘revolutie’ van 1968 heeft nergens geleid tot een betekenisvolle verandering in de economische orde. In Nederland leek de Wet Universitaire Bestuurshervorming er nog het meest op, om studenten tegemoet te komen die speelden dat zij arbeiders waren. Ze ‘frameden’ hun docenten als hun werkgevers, een ontwikkeling die vooral linkse hoogleraren in verwarring bracht. De wet, die eerst de PvdA niet ver genoeg ging, is later op voorstel van PvdA-minister Ritzen weer ingetrokken. De bemoeiing van het bedrijfsleven met het universitaire onderzoek, die door de revolutionairen van mei 1968 verondersteld werd, is er daarna pas echt gekomen.

In plaats van de marxistische revolutie kwam er tien jaar later een contrarevolutie, toen het neoliberale paradigma ging overheersen. Sinds de verkiezingsoverwinning van Margaret Thatcher in 1979 zien we in de hele Westerse wereld het afstoten van overheidstaken, afbraak van de verzorgingsstaat en toenemende ongelijkheid. Daardoor is er nu veel meer reden voor een revolutie dan in 1968. Maar die komt er niet, omdat het sentiment uit de jaren zestig ontbreekt.

Wie het goed heeft, beschouwt dat als zijn eigen verdienste. En degenen die aan het kortste eind trekken zijn niet in staat een alternatief te formuleren en wantrouwen linkse partijen. Links is solidair met vluchtelingen, maar niet met TROS-kijkers en Frans Bauer fans. Dat zijn deplorables, zoals Hillary Clinton het zo treffend formuleerde. Roel van Duyn had het in 1965 al bij de oprichting van Provo over het klootjesvolk.

Het uitblijven van de Marxistische revolutie wil niet zeggen dat er zich geen ingrijpende veranderingen hebben voorgedaan die hun wortels vinden in de opstandigheid van de jaren zestig. Toen vond de seksuele revolutie plaats, maar die was toch meer geïnspireerd door de komst van de pil dan door het marxisme. Er kwam een tweede feministische golf en homoseksualiteit werd na verloop van tijd algemeen geaccepteerd.

Met de rapporten van de Club van Rome kwam er meer aandacht voor het milieu, met  opvallend genoeg vooral bezorgdheid over het opraken van fossiele brandstoffen, terwijl nu het klimaat juist bedreigd wordt door de CO2 die ontstaat bij de verbranding van een overmaat aan fossiele brandstoffen. Maar de ontheiliging van de auto begon in die tijd, en die leidde ook tot een andere opvatting over stadsvernieuwing.

Het was allemaal niet niets, maar het had weinig te maken met de Marxistische retoriek van mei 1968.

------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2018 Paul Bordewijk
powered by CJ2