archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 16
8 november 2018
Nummer 4 verschijnt op
29 november 2018
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Ingeperkte vrijheid van meningsuiting? Paul Bordewijk

1512BS DemoniserenHet is imam Fawaz Jneid in zijn eentje gelukt om heel politiek Nederland het erover eens te laten worden dat de vrijheid van meningsuiting in ons land moet worden ingeperkt. Dat heeft hij gedaan door uitlatingen die niet verboden zijn, maar waarvan iedereen wel vindt dat ze verboden zouden moeten worden. Alleen, niemand weet hoe dat verbod er dan uit zou moeten zien en hoever het zou moeten gaan.

Fawaz heeft burgemeester Aboutaleb van Rotterdam een afvallige moslim en een gevaar voor de Islam genoemd. Als dat gezegd zou worden over iemand met een andere politieke of religieuze overtuiging had niemand daar een probleem van gemaakt. Stel dat ik Aboutaleb vanwege zijn nogal rechtse denkbeelden een gevaar voor de PvdA zou noemen. Ik zou er de krant niet mee halen. Of dat iemand in het Reformatorisch Dagblad Andries Knevel vanwege zijn omhelzing van de evolutietheorie een afvallige Christen zou noemen. Dat zou hoogstens terecht komen in de rubriek curiosa.

Bij de Islam is dat anders, omdat volgens islamitische religieuze teksten (de Sharia) afvalligen moeten worden gedood. Dat betekent dat je door iemand een afvallige te noemen in feite oproept hem te doden. Je demoniseert Aboutaleb daarmee. Daarom wordt hij ook beschermd.
We maken ons dus terecht zorgen wanneer imams andere moslims als afvalligen aanduiden. Maar een verbod om anderen als afvalligen aan te duiden dat specifiek geldt voor moslims kan natuurlijk ook niet. Dat is een mening over iemand anders standpunten en die mag je hebben, ook zonder dat iemand als Fawaz dat uitdraagt. En ook zonder moslim te zijn mag je liberale moslims aanduiden als ‘ietsisten’.

Het probleem zit in de Sharia. Die zet aan tot haat en geweld jegens andersdenkenden. Wanneer iemand nu zo’n boek zou schrijven, zou hij daarom vervolgd worden. Daar is geen verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting voor nodig. Maar we doen dat niet bij de verspreiding van een eeuwenoud godsdienstig geschrift, want dat zou ook de vraag oproepen of de bijbel – of sommige oude vertalingen daarvan – wel verspreid mogen worden. En dan heb je de poppen aan het dansen.

Nu kun je daartegenover stellen dat de meeste Christenen hun geloof gelukkig lang niet zo serieus nemen als de meeste moslims en dat er daarom minder reden is Bijbelteksten te verbieden dan teksten in de Sharia. Maar dat is tijdgebonden. Lukas 14:23: ‘Dwingt hen om te gaan’, is eeuwenlang als rechtvaardiging gebruikt om andersdenkenden te vermoorden. Tegenwoordig is de beleving van het Christendom veel humaner dan die van de Islam, maar dat was ten tijde van de hertog van Alva wel anders. De verovering van Andalusië door de katholieke koningen in 1492 leidde tot een humanitaire ramp.

Een specifiek verbod van de Sharia past niet in een seculier land, maar voor een verbod op alle religieuze teksten die aanzetten tot haat en geweld is Nederland weer te christelijk. Misschien is er nog een andere mogelijkheid. Je zou uitspraken kunnen verbieden waarvan redelijkerwijs te veronderstellen valt dat ze anderen kunnen aanzetten tot geweld. Dat is wat we Fawaz kwalijk nemen.
Maar dat leidt ook tot complicaties. In het debat met extreem rechts wordt nog wel eens de vergelijking met de opkomst van het nationaalsocialisme gemaakt. Daarop klinkt dan van de andere kant het verwijt van demonisering en daar zit ook wel wat in. Zij die een aanslag op Hitler pleegden, worden als helden vereerd. Dat geldt niet alleen voor Von Stauffenberg; de Duitse post heeft bijvoorbeeld in 2003 een postzegel uitgegeven ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Georg Elsner, die in 1939 een van de mislukte aanslagen op Hitler gepleegd heeft.

Het betekent dat een vergelijking met Hitler al snel begrepen kan worden als een aansporing iemand te vermoorden. Het is niet vergezocht te denken dat er zoiets in het hoofd van Volkert van der Graaf moet zijn omgegaan, toen hij Pim Fortuyn doodschoot. Juist die dag had de Volkskrant een voorspelling gepubliceerd dat de LPF bij de komende Kamerverkiezingen de grootste partij zou worden. Wanneer je in Fortuyn de nieuwe Hitler zag, was het bijna je plicht om hem te vermoorden nog voor hij aan de macht kon komen.

Wanneer de beschuldiging van geloofsafval een impliciete oproep inhoudt iemand te vermoorden, kun je dat ook zeggen van een vergelijking met Hitler. Dat zou dus onder dezelfde verbodsbepaling moeten vallen. Maar daarmee pleeg je censuur tegenover mensen die serieus parallellen zien tussen de opkomst van extreemrechtse partijen nu en de nationaalsocialisten voor de Oorlog.

Onze rechtstaat wordt ook nog van een derde kant met geweld geconfronteerd, niet alleen door islamitische terroristen en door extreem links. Anders Breivik toonde zich geïnspireerd door Geert Wilders. Je hoeft je ook niet af te vragen op welke partij mensen stemmen die aanslagen plegen op moskeeën en asielzoekerscentra, al is er inmiddels van hen waarschijnlijk wel een aantal overgegaan naar het Forum voor Democratie.

Wie zijn aanhangers ‘minder, minder’ laat scanderen over Marokkanen, kan ervan beschuldigd worden hen impliciet aan te zetten tot geweld tegen Marokkanen. Zo zou Wilders het slachtoffer kunnen worden van een wet die in eerste instantie gericht is tegen Fawaz. Daar zou ik niet echt rouwig om zijn. Maar dat ook serieuze beschouwingen over de opkomst van antidemocratische stromingen onder zo’n wet zouden kunnen vallen, moet stof tot nadenken geven.

------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2018 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Ingeperkte vrijheid van meningsuiting? Paul Bordewijk
1512BS DemoniserenHet is imam Fawaz Jneid in zijn eentje gelukt om heel politiek Nederland het erover eens te laten worden dat de vrijheid van meningsuiting in ons land moet worden ingeperkt. Dat heeft hij gedaan door uitlatingen die niet verboden zijn, maar waarvan iedereen wel vindt dat ze verboden zouden moeten worden. Alleen, niemand weet hoe dat verbod er dan uit zou moeten zien en hoever het zou moeten gaan.

Fawaz heeft burgemeester Aboutaleb van Rotterdam een afvallige moslim en een gevaar voor de Islam genoemd. Als dat gezegd zou worden over iemand met een andere politieke of religieuze overtuiging had niemand daar een probleem van gemaakt. Stel dat ik Aboutaleb vanwege zijn nogal rechtse denkbeelden een gevaar voor de PvdA zou noemen. Ik zou er de krant niet mee halen. Of dat iemand in het Reformatorisch Dagblad Andries Knevel vanwege zijn omhelzing van de evolutietheorie een afvallige Christen zou noemen. Dat zou hoogstens terecht komen in de rubriek curiosa.

Bij de Islam is dat anders, omdat volgens islamitische religieuze teksten (de Sharia) afvalligen moeten worden gedood. Dat betekent dat je door iemand een afvallige te noemen in feite oproept hem te doden. Je demoniseert Aboutaleb daarmee. Daarom wordt hij ook beschermd.
We maken ons dus terecht zorgen wanneer imams andere moslims als afvalligen aanduiden. Maar een verbod om anderen als afvalligen aan te duiden dat specifiek geldt voor moslims kan natuurlijk ook niet. Dat is een mening over iemand anders standpunten en die mag je hebben, ook zonder dat iemand als Fawaz dat uitdraagt. En ook zonder moslim te zijn mag je liberale moslims aanduiden als ‘ietsisten’.

Het probleem zit in de Sharia. Die zet aan tot haat en geweld jegens andersdenkenden. Wanneer iemand nu zo’n boek zou schrijven, zou hij daarom vervolgd worden. Daar is geen verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting voor nodig. Maar we doen dat niet bij de verspreiding van een eeuwenoud godsdienstig geschrift, want dat zou ook de vraag oproepen of de bijbel – of sommige oude vertalingen daarvan – wel verspreid mogen worden. En dan heb je de poppen aan het dansen.

Nu kun je daartegenover stellen dat de meeste Christenen hun geloof gelukkig lang niet zo serieus nemen als de meeste moslims en dat er daarom minder reden is Bijbelteksten te verbieden dan teksten in de Sharia. Maar dat is tijdgebonden. Lukas 14:23: ‘Dwingt hen om te gaan’, is eeuwenlang als rechtvaardiging gebruikt om andersdenkenden te vermoorden. Tegenwoordig is de beleving van het Christendom veel humaner dan die van de Islam, maar dat was ten tijde van de hertog van Alva wel anders. De verovering van Andalusië door de katholieke koningen in 1492 leidde tot een humanitaire ramp.

Een specifiek verbod van de Sharia past niet in een seculier land, maar voor een verbod op alle religieuze teksten die aanzetten tot haat en geweld is Nederland weer te christelijk. Misschien is er nog een andere mogelijkheid. Je zou uitspraken kunnen verbieden waarvan redelijkerwijs te veronderstellen valt dat ze anderen kunnen aanzetten tot geweld. Dat is wat we Fawaz kwalijk nemen.
Maar dat leidt ook tot complicaties. In het debat met extreem rechts wordt nog wel eens de vergelijking met de opkomst van het nationaalsocialisme gemaakt. Daarop klinkt dan van de andere kant het verwijt van demonisering en daar zit ook wel wat in. Zij die een aanslag op Hitler pleegden, worden als helden vereerd. Dat geldt niet alleen voor Von Stauffenberg; de Duitse post heeft bijvoorbeeld in 2003 een postzegel uitgegeven ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Georg Elsner, die in 1939 een van de mislukte aanslagen op Hitler gepleegd heeft.

Het betekent dat een vergelijking met Hitler al snel begrepen kan worden als een aansporing iemand te vermoorden. Het is niet vergezocht te denken dat er zoiets in het hoofd van Volkert van der Graaf moet zijn omgegaan, toen hij Pim Fortuyn doodschoot. Juist die dag had de Volkskrant een voorspelling gepubliceerd dat de LPF bij de komende Kamerverkiezingen de grootste partij zou worden. Wanneer je in Fortuyn de nieuwe Hitler zag, was het bijna je plicht om hem te vermoorden nog voor hij aan de macht kon komen.

Wanneer de beschuldiging van geloofsafval een impliciete oproep inhoudt iemand te vermoorden, kun je dat ook zeggen van een vergelijking met Hitler. Dat zou dus onder dezelfde verbodsbepaling moeten vallen. Maar daarmee pleeg je censuur tegenover mensen die serieus parallellen zien tussen de opkomst van extreemrechtse partijen nu en de nationaalsocialisten voor de Oorlog.

Onze rechtstaat wordt ook nog van een derde kant met geweld geconfronteerd, niet alleen door islamitische terroristen en door extreem links. Anders Breivik toonde zich geïnspireerd door Geert Wilders. Je hoeft je ook niet af te vragen op welke partij mensen stemmen die aanslagen plegen op moskeeën en asielzoekerscentra, al is er inmiddels van hen waarschijnlijk wel een aantal overgegaan naar het Forum voor Democratie.

Wie zijn aanhangers ‘minder, minder’ laat scanderen over Marokkanen, kan ervan beschuldigd worden hen impliciet aan te zetten tot geweld tegen Marokkanen. Zo zou Wilders het slachtoffer kunnen worden van een wet die in eerste instantie gericht is tegen Fawaz. Daar zou ik niet echt rouwig om zijn. Maar dat ook serieuze beschouwingen over de opkomst van antidemocratische stromingen onder zo’n wet zouden kunnen vallen, moet stof tot nadenken geven.

------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2018 Paul Bordewijk
powered by CJ2