archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 16
11 oktober 2018
Nummer 2 verschijnt op
25 oktober 2018
Bezigheden > Recht en onrecht delen printen terug
Rare redeneringen (1) Arie de Jong

1505BZ RaarIk heb tegelijk een voorliefde voor en een weerzin tegen onzin. Een speciale categorie bij onzin vormen de rare redeneringen. Redeneringen die soms op het eerste gehoor redelijk lijken, maar met wat doordenken zijn door te prikken.

Geloof me of niet, maar ik ben mensen tegengekomen die meedoen aan de staatsloterij of de postcodeloterij, en dan zeggen: ik heb 50% kans dat ik win, want ofwel ik win, of ik verlies. Dat lijkt me een behoorlijk rare redenering.
Eerlijk gezegd begrijp ik mensen niet die meedoen met een loterij of die naar het casino gaan. Het kan zijn dat mijn calvinistische inborst opspeelt en dat ik daarom rationele redenen verzin om weerzin te hebben tegen kansspelen, prijsvragen en loterijen. Maar toch. Iedereen kan uitrekenen dat er niet meer geld te verdienen valt dan dat er wordt ingezet. Daar moeten dan de kosten vanaf, en soms ook nog belasting of afdracht aan goede doelen. Vaak is nauwelijks meer dan de helft beschikbaar om als prijs uit te keren. Daar vergooi je je goede geld toch niet aan?

Een andere rare redenering is de grondslag van de homeopathie. De eerste keer dat ik ervan hoorde, lang geleden, meende ik voor de gek gehouden te worden. Je zou beter kunnen worden als je een medicijn nam met een oneindige verdunning van het werkzame middel. Water, met een piepklein beetje werkzame stof erin. Welke dwaas denkt dat hij of zij daarvan beter kan worden? Welnu, een heleboel mensen. Vreemd genoeg, schijnt het, meer dan evenredig goed opgeleide mensen. Daar sta ik helemaal paf van. Met welk nut ben je vijftien jaar of langer onderwezen, als je denkt dat een oneindig verdunde stof werkzaam is?
Natuurlijk kent iedereen het placebo-effect: als je denkt dat het helpt, is dat het halve verhaal. Het schijnt zelfs te werken als mensen te horen krijgen dat het om een placebo gaat! Maar als dat zo is, dan kun je toch betere placebo’s gebruiken dan oneindig verdund water? Dan is het goed te begrijpen dat als middel tegen een verkoudheid warme anijsmelk of een flink glas whisky kan helpen. Doet het natuurlijk ook niet echt, maar het is een stuk lekkerder (en soms goedkoper) dan vieze hoestdrankjes. Persoonlijk ga ik overigens voor een glaasje Baileys, dat is dan echt zalig over je tong en in je keel.

Een aantal jaren geleden was er veel aandacht voor een boek van Pim van Lommel, een anesthesist, over de bijna-doodervaring. Van Lommel had in de loop der jaren veel mensen geholpen bij zeer zware operaties en daarna opgetekend welke ervaring zij hadden gehad. Sommige mensen waren bijna dood geweest en konden dan vertellen over een bijna-doodervaring. Uiteraard kon hij niets meer vragen aan mensen die dood gingen tijdens de operatie. Ik vond het heel waardevol dat hij op die manier honderden verhalen had opgetekend over wat de beleving is van mensen die dat meemaken.
Ik ging dat boek lezen na een enthousiast gesprek met iemand die ik kende en die de overbuurman was van Pim van Lommel.
De inhoud van de inleiding van het boek vond ik verdacht. Daar kwam ik de eerste rare redenering tegen. Van Lommel legde uit dat het boek niet gezien moest worden als wetenschap. Dat kwam niet voort uit bescheidenheid, maar hij liet weten dat de wetenschap geen goed antwoord heeft op zaken die je niet gemakkelijk kunt begrijpen, zoals de bijna-doodervaring. Dat vond ik vreemd, waarom zou de wetenschap daar niet mee weten om te gaan? Al snel bleek dat Van Lommel er niet van hield om een wetenschappelijke methode te gebruiken. Statistisch was zijn boek een rommeltje, er was geen controlegroep, hij nam alles letterlijk wat hem werd verteld, haalde geen psychologie erbij.

Het werd erger, in het boek bedoel ik. Veel mensen hebben de beleving dat ze ‘uit hun lichaam treden’. Dat heb ik ook wel eens, maar je weet dat het natuurlijk helemaal niet kan. Van Lommel kwam echter met een aantal verhalen van mensen op de operatietafel die de beleving hadden dat ze ‘uit hun lichaam traden’. Hij refereerde er daarbij aan dat hij kon terugvallen op anderen die een theorie hadden van een niet stoffelijke ziel. Het begrip ‘ziel’ is al niet gemakkelijk, maar kom bij mij niet aan met het idee dat je op een niet-stoffelijke manier buiten je lichaam kunt treden en dan toch in staat bent tot zintuigelijke waarnemingen (je ziet je zelf, je hoort de gesprekken die in jouw bijzijn worden gevoerd, je kunt zo nodig zelf het een en ander ruiken) en alsof het niet op kan, deze waarnemingen ook nog kunt registreren, onthouden en bij terugtreden in het lichaam doorgeven aan de hersencellen. Dat is geen rare redenering meer, dat is warhoofderij.

Het bleek nog erger te kunnen. Van Lommel leidde uit deze verhalen en zijn interpretatie af dat er een opperwezen is. Nu ben ik bereid tot een zekere twijfel over een opperwezen, maar het voert wat ver om uit verhalen over bijna dood-ervaringen het bewijs te destilleren van het bestaan van een opperwezen.
Wat ik bovendien zo gek vond aan dat boek van Van Lommel, dat er geen regel werd gewijd aan de mogelijkheid dat zulke ervaringen voortkomen uit de behandeling door Van Lommel zelf (het verdoven van mensen, zodat ze geopereerd kunnen worden). Dat zou toch de eerste theorie moeten zijn, lijkt mij.

We doen er nog eentje, over astrologie en verwante manieren om de werkelijkheid te doorgronden.
Blijkbaar is er een ongelooflijke behoefte van mensen om hun toekomst te leren kennen of om een karakterschets te krijgen. De gemakkelijkste manier om de toekomst te leren kennen, is geduld te hebben. Dan kom je het vanzelf te weten. Maar je kunt ook te rade gaan bij een astroloog, of meestal: een astrologe, of iemand die aan handoplegging doet, dan wel in staat is uit de lijnen in je hand de toekomst af te lezen.
Jaren geleden werd ik op mijn werk geconfronteerd met een verder zeer verstandige medewerkster, die mij vroeg of ze mijn hand mocht lezen. Ze bleek een vijfjarige cursus astrologie te hebben gedaan en was er vast van overtuigd dat er uit de lijnen van de hand en uit de stand van sterren en dergelijke een hoop viel af te lezen. Beide rare redeneringen, lijkt mij. Wat zou de stand van de sterren voor invloed moeten hebben op een mens? Hoe stel je je dat voor? Vreemd genoeg hadden vorsten in het verleden zelfs een astroloog in dienst die uit de stand van de sterren belangwekkende informatie haalde over wat een vorst het beste kon doen of laten. Al moeten we er rekening mee houden dat zo’n astroloog wel rekening hield met wat de vorst graag wilde horen.

Hoe dan ook, kon ik deze medewerkster nog serieus nemen? Hoe moest ik reageren op haar verzoek? Ik meen beleefd geweigerd te hebben. Op een later moment ging het wel mis, ik bedoel dat ik mogelijk wat minder beleefd was, bij een man die meende vragen te kunnen beantwoorden met behulp van een wichelroede. Ik was op een meerdaagse cursus, op een fraaie plek in de Ardennen, en van alle kanten kwamen we aangereden om drie dagen, onder leiding van een coach, met onszelf bezig te zijn. (Een verhaal apart, maar niet nu.) Eén van ons merkte bij binnenkomst, dat ze niet meer beschikte over haar creditcard die ze had gebruikt voor het afrekenen van benzine onderweg. JW (zo noemde hij zich al vele jaren, in plaats van Jan Willem) pakte zijn wichelroede en liet de metalen op zijn vingers balanceren. Hij vroeg of de creditcard gestolen was. Dat was volgens de wichelroede niet het geval. De volgende vraag was of de andere deelnemer haar creditcard dan weer terug zou krijgen. Dat leverde een bevestigend antwoord op. De vrouw was daar van in haar nopjes, maar nadien heb ik vernomen dat ze haar kaart niet meer heeft teruggezien.

Ik zei tegen JW dat ik het een weinig betrouwbare manier vond om informatie te vergaren. Zijn antwoord zal ik nimmer vergeten: ‘Het werkt alleen voor wie er in gelooft.’
Dat spant voorlopig wel de kroon op het gebied van rare redeneringen.

--------
De tekening is van Via Dit
Meer informatie op: www.viadit.nl


© 2017 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "Recht en onrecht" -
Bezigheden > Recht en onrecht
Rare redeneringen (1) Arie de Jong
1505BZ RaarIk heb tegelijk een voorliefde voor en een weerzin tegen onzin. Een speciale categorie bij onzin vormen de rare redeneringen. Redeneringen die soms op het eerste gehoor redelijk lijken, maar met wat doordenken zijn door te prikken.

Geloof me of niet, maar ik ben mensen tegengekomen die meedoen aan de staatsloterij of de postcodeloterij, en dan zeggen: ik heb 50% kans dat ik win, want ofwel ik win, of ik verlies. Dat lijkt me een behoorlijk rare redenering.
Eerlijk gezegd begrijp ik mensen niet die meedoen met een loterij of die naar het casino gaan. Het kan zijn dat mijn calvinistische inborst opspeelt en dat ik daarom rationele redenen verzin om weerzin te hebben tegen kansspelen, prijsvragen en loterijen. Maar toch. Iedereen kan uitrekenen dat er niet meer geld te verdienen valt dan dat er wordt ingezet. Daar moeten dan de kosten vanaf, en soms ook nog belasting of afdracht aan goede doelen. Vaak is nauwelijks meer dan de helft beschikbaar om als prijs uit te keren. Daar vergooi je je goede geld toch niet aan?

Een andere rare redenering is de grondslag van de homeopathie. De eerste keer dat ik ervan hoorde, lang geleden, meende ik voor de gek gehouden te worden. Je zou beter kunnen worden als je een medicijn nam met een oneindige verdunning van het werkzame middel. Water, met een piepklein beetje werkzame stof erin. Welke dwaas denkt dat hij of zij daarvan beter kan worden? Welnu, een heleboel mensen. Vreemd genoeg, schijnt het, meer dan evenredig goed opgeleide mensen. Daar sta ik helemaal paf van. Met welk nut ben je vijftien jaar of langer onderwezen, als je denkt dat een oneindig verdunde stof werkzaam is?
Natuurlijk kent iedereen het placebo-effect: als je denkt dat het helpt, is dat het halve verhaal. Het schijnt zelfs te werken als mensen te horen krijgen dat het om een placebo gaat! Maar als dat zo is, dan kun je toch betere placebo’s gebruiken dan oneindig verdund water? Dan is het goed te begrijpen dat als middel tegen een verkoudheid warme anijsmelk of een flink glas whisky kan helpen. Doet het natuurlijk ook niet echt, maar het is een stuk lekkerder (en soms goedkoper) dan vieze hoestdrankjes. Persoonlijk ga ik overigens voor een glaasje Baileys, dat is dan echt zalig over je tong en in je keel.

Een aantal jaren geleden was er veel aandacht voor een boek van Pim van Lommel, een anesthesist, over de bijna-doodervaring. Van Lommel had in de loop der jaren veel mensen geholpen bij zeer zware operaties en daarna opgetekend welke ervaring zij hadden gehad. Sommige mensen waren bijna dood geweest en konden dan vertellen over een bijna-doodervaring. Uiteraard kon hij niets meer vragen aan mensen die dood gingen tijdens de operatie. Ik vond het heel waardevol dat hij op die manier honderden verhalen had opgetekend over wat de beleving is van mensen die dat meemaken.
Ik ging dat boek lezen na een enthousiast gesprek met iemand die ik kende en die de overbuurman was van Pim van Lommel.
De inhoud van de inleiding van het boek vond ik verdacht. Daar kwam ik de eerste rare redenering tegen. Van Lommel legde uit dat het boek niet gezien moest worden als wetenschap. Dat kwam niet voort uit bescheidenheid, maar hij liet weten dat de wetenschap geen goed antwoord heeft op zaken die je niet gemakkelijk kunt begrijpen, zoals de bijna-doodervaring. Dat vond ik vreemd, waarom zou de wetenschap daar niet mee weten om te gaan? Al snel bleek dat Van Lommel er niet van hield om een wetenschappelijke methode te gebruiken. Statistisch was zijn boek een rommeltje, er was geen controlegroep, hij nam alles letterlijk wat hem werd verteld, haalde geen psychologie erbij.

Het werd erger, in het boek bedoel ik. Veel mensen hebben de beleving dat ze ‘uit hun lichaam treden’. Dat heb ik ook wel eens, maar je weet dat het natuurlijk helemaal niet kan. Van Lommel kwam echter met een aantal verhalen van mensen op de operatietafel die de beleving hadden dat ze ‘uit hun lichaam traden’. Hij refereerde er daarbij aan dat hij kon terugvallen op anderen die een theorie hadden van een niet stoffelijke ziel. Het begrip ‘ziel’ is al niet gemakkelijk, maar kom bij mij niet aan met het idee dat je op een niet-stoffelijke manier buiten je lichaam kunt treden en dan toch in staat bent tot zintuigelijke waarnemingen (je ziet je zelf, je hoort de gesprekken die in jouw bijzijn worden gevoerd, je kunt zo nodig zelf het een en ander ruiken) en alsof het niet op kan, deze waarnemingen ook nog kunt registreren, onthouden en bij terugtreden in het lichaam doorgeven aan de hersencellen. Dat is geen rare redenering meer, dat is warhoofderij.

Het bleek nog erger te kunnen. Van Lommel leidde uit deze verhalen en zijn interpretatie af dat er een opperwezen is. Nu ben ik bereid tot een zekere twijfel over een opperwezen, maar het voert wat ver om uit verhalen over bijna dood-ervaringen het bewijs te destilleren van het bestaan van een opperwezen.
Wat ik bovendien zo gek vond aan dat boek van Van Lommel, dat er geen regel werd gewijd aan de mogelijkheid dat zulke ervaringen voortkomen uit de behandeling door Van Lommel zelf (het verdoven van mensen, zodat ze geopereerd kunnen worden). Dat zou toch de eerste theorie moeten zijn, lijkt mij.

We doen er nog eentje, over astrologie en verwante manieren om de werkelijkheid te doorgronden.
Blijkbaar is er een ongelooflijke behoefte van mensen om hun toekomst te leren kennen of om een karakterschets te krijgen. De gemakkelijkste manier om de toekomst te leren kennen, is geduld te hebben. Dan kom je het vanzelf te weten. Maar je kunt ook te rade gaan bij een astroloog, of meestal: een astrologe, of iemand die aan handoplegging doet, dan wel in staat is uit de lijnen in je hand de toekomst af te lezen.
Jaren geleden werd ik op mijn werk geconfronteerd met een verder zeer verstandige medewerkster, die mij vroeg of ze mijn hand mocht lezen. Ze bleek een vijfjarige cursus astrologie te hebben gedaan en was er vast van overtuigd dat er uit de lijnen van de hand en uit de stand van sterren en dergelijke een hoop viel af te lezen. Beide rare redeneringen, lijkt mij. Wat zou de stand van de sterren voor invloed moeten hebben op een mens? Hoe stel je je dat voor? Vreemd genoeg hadden vorsten in het verleden zelfs een astroloog in dienst die uit de stand van de sterren belangwekkende informatie haalde over wat een vorst het beste kon doen of laten. Al moeten we er rekening mee houden dat zo’n astroloog wel rekening hield met wat de vorst graag wilde horen.

Hoe dan ook, kon ik deze medewerkster nog serieus nemen? Hoe moest ik reageren op haar verzoek? Ik meen beleefd geweigerd te hebben. Op een later moment ging het wel mis, ik bedoel dat ik mogelijk wat minder beleefd was, bij een man die meende vragen te kunnen beantwoorden met behulp van een wichelroede. Ik was op een meerdaagse cursus, op een fraaie plek in de Ardennen, en van alle kanten kwamen we aangereden om drie dagen, onder leiding van een coach, met onszelf bezig te zijn. (Een verhaal apart, maar niet nu.) Eén van ons merkte bij binnenkomst, dat ze niet meer beschikte over haar creditcard die ze had gebruikt voor het afrekenen van benzine onderweg. JW (zo noemde hij zich al vele jaren, in plaats van Jan Willem) pakte zijn wichelroede en liet de metalen op zijn vingers balanceren. Hij vroeg of de creditcard gestolen was. Dat was volgens de wichelroede niet het geval. De volgende vraag was of de andere deelnemer haar creditcard dan weer terug zou krijgen. Dat leverde een bevestigend antwoord op. De vrouw was daar van in haar nopjes, maar nadien heb ik vernomen dat ze haar kaart niet meer heeft teruggezien.

Ik zei tegen JW dat ik het een weinig betrouwbare manier vond om informatie te vergaren. Zijn antwoord zal ik nimmer vergeten: ‘Het werkt alleen voor wie er in gelooft.’
Dat spant voorlopig wel de kroon op het gebied van rare redeneringen.

--------
De tekening is van Via Dit
Meer informatie op: www.viadit.nl
© 2017 Arie de Jong
powered by CJ2