archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 6
Jaargang 15
18 januari 2018
Nummer 7 verschijnt op
1 februari 2018
Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
Pokkenplènen Frits Hoorweg

1505BZ SitesJaren geleden aangeschaft bij een ramschwinkel in Londen: ‘Sore sites’ van Will Self. Het is een bundeling van columns die deze Engelse auteur, van veelal absurdistische romans, schreef voor het vakblad Building Design. Hij maakte er af en toe ook, bedrieglijk onbeholpen ogende, tekeningen bij, een voorbeeld siert de omslag (plaatje 1).

Een snelle inspectie van de inhoud had me geleerd dat ik niet bang hoefde te zijn voor geleerde architectenpraat. Ik verheugde mij op smeuïge tirades tegen pretentieus, modernistisch gedoe. Nou die bleken er zeker in te staan, maar ze waren iets minder dominant dan verwacht. Wat dat betreft is de titel een typisch voorbeeld van de ‘Angelsaksische alliteratie’: als het maar lekker klinkt, of het de inhoud dekt is minder van belang.

Het boekje bracht me op het idee ook eens wat te schrijven over onze gebouwde omgeving. Om te beginnen over een plek in Den Haag die mij elke keer dat ik er kom weer verbijstert. Het gaat om de kruising van de Grote Marktstraat (die na deze kruising Kalvermarkt gaat heten) en het Spui. Voor de klassieke Hagenees is dit misschien wel hèt centrale punt van de stad en ook de deftige Hagenaar kan er moeilijk omheen. Het stadhuiscomplex neemt een van de hoeken in beslag. Hier ontmoeten veen en zand elkaar!

Nog voor ik goed had nagedacht over de inhoud spookte de kwestie van een pakkende titel door mijn hoofd. Het combineren van de functies van schrijver en redacteur wordt niet voor niets door deskundigen afgeraden. Zou er iets te verzinnen zijn dat ‘sore sights’ kan evenaren? Ik had het al bijna opgegeven toen ineens ‘pokkenpleinen’ mij inviel. Is dat echt al een bestaand woord? Of zou het nog mogelijk zijn daarmee de race om ‘het woord van 2017’ te winnen? Misschien zouden we er, op z’n Haags, ‘pokkenplènen’ van kunnen maken.

Maar ja, het probleem is dat het geen plein is. De gemeente lijkt vergeten te hebben het zo te noemen en heeft ook geen fontein of zoiets er middenin laten aanleggen. Het is dus gewoon een kruising van wegen, maar dan wel één waar geen gewone auto’s meer over rijden. Er komt1505BZ Plèn een enkele keer nog wel eens een taxi voorbij, of een autootje met onderhouds- of controlemensen, maar dat is het. Verder is de kruising het domein van bussen, trams, fietsers en wandelaars.

De trams en de bussen rijden in beide richtingen over het Spui op een soort van ‘baan’, dat schept enige orde. Helaas is het echter zo dat sommige trams hier de bocht omgaan de Kalvermarkt op. De argeloos wandelende toerist, die zich in een voetgangersgebied waant, wordt door een vinnig belletje tot de orde geroepen. Waar hij meestal ook niet direct op bedacht is zijn ‘onze’ fietsers. Die komen in grote getale van de doorgaande fietsroute over de Grote Markt af, (er was geen plek meer om ‘m ergens anders in te plannen) het plein dat geen plein is op, vaak met hulpmotor. (Of ze gaan juist de andere kant op.)

Het lijkt mij niet nodig uit te weiden over het abominabele gedrag van de Nederlandse fietser, dat is al vaak genoeg gebeurd. Zo herinner ik mij een briljant opstel van Rudy Kousbroek, lang geleden was dat al en sinds die tijd is het alleen maar erger geworden. Eén schrikbarende ervaring moet ik echter eerlijkheidshalve wel met u delen. Laatst passeerde ik, noodgedwongen, zelf op de fiets de hier beschreven kruising en toen bleek mij dat mijn gedrag in niets afweek van het gemiddelde. Het lijkt wel of het apparaat je een bepaald gedragspatroon opdringt.

Ogenschijnlijk is dit een voetgangersgebied, maar juist de voetganger is hier vogelvrij. Ik weet niet hoe het officieel geregeld is (is het wegenverkeersreglement hier van toepassing?) maar dat is de realiteit. Toch, ook dat maar weer eerlijkheidshalve, heb ik er nog nooit een echt ongeluk aanschouwd, maar ik vermoed wel dat er her en der mensen rondlopen met een trauma dat ze op deze ‘pokkenplek’ hebben opgelopen.

Ter verdediging van de gemeente moet wel onder ogen worden gezien dat als je grote delen van de binnenstad verkeersvrij of -arm maakt, je aan de randen ervan onvermijdelijk problemen krijgt. Of deze Haagse oplossing navolging waard is lijkt mij zeer de vraag.

---------
De foto is van de schrijver


© 2017 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "Ergernissen" -
Bezigheden > Ergernissen
Pokkenplènen Frits Hoorweg
1505BZ SitesJaren geleden aangeschaft bij een ramschwinkel in Londen: ‘Sore sites’ van Will Self. Het is een bundeling van columns die deze Engelse auteur, van veelal absurdistische romans, schreef voor het vakblad Building Design. Hij maakte er af en toe ook, bedrieglijk onbeholpen ogende, tekeningen bij, een voorbeeld siert de omslag (plaatje 1).

Een snelle inspectie van de inhoud had me geleerd dat ik niet bang hoefde te zijn voor geleerde architectenpraat. Ik verheugde mij op smeuïge tirades tegen pretentieus, modernistisch gedoe. Nou die bleken er zeker in te staan, maar ze waren iets minder dominant dan verwacht. Wat dat betreft is de titel een typisch voorbeeld van de ‘Angelsaksische alliteratie’: als het maar lekker klinkt, of het de inhoud dekt is minder van belang.

Het boekje bracht me op het idee ook eens wat te schrijven over onze gebouwde omgeving. Om te beginnen over een plek in Den Haag die mij elke keer dat ik er kom weer verbijstert. Het gaat om de kruising van de Grote Marktstraat (die na deze kruising Kalvermarkt gaat heten) en het Spui. Voor de klassieke Hagenees is dit misschien wel hèt centrale punt van de stad en ook de deftige Hagenaar kan er moeilijk omheen. Het stadhuiscomplex neemt een van de hoeken in beslag. Hier ontmoeten veen en zand elkaar!

Nog voor ik goed had nagedacht over de inhoud spookte de kwestie van een pakkende titel door mijn hoofd. Het combineren van de functies van schrijver en redacteur wordt niet voor niets door deskundigen afgeraden. Zou er iets te verzinnen zijn dat ‘sore sights’ kan evenaren? Ik had het al bijna opgegeven toen ineens ‘pokkenpleinen’ mij inviel. Is dat echt al een bestaand woord? Of zou het nog mogelijk zijn daarmee de race om ‘het woord van 2017’ te winnen? Misschien zouden we er, op z’n Haags, ‘pokkenplènen’ van kunnen maken.

Maar ja, het probleem is dat het geen plein is. De gemeente lijkt vergeten te hebben het zo te noemen en heeft ook geen fontein of zoiets er middenin laten aanleggen. Het is dus gewoon een kruising van wegen, maar dan wel één waar geen gewone auto’s meer over rijden. Er komt1505BZ Plèn een enkele keer nog wel eens een taxi voorbij, of een autootje met onderhouds- of controlemensen, maar dat is het. Verder is de kruising het domein van bussen, trams, fietsers en wandelaars.

De trams en de bussen rijden in beide richtingen over het Spui op een soort van ‘baan’, dat schept enige orde. Helaas is het echter zo dat sommige trams hier de bocht omgaan de Kalvermarkt op. De argeloos wandelende toerist, die zich in een voetgangersgebied waant, wordt door een vinnig belletje tot de orde geroepen. Waar hij meestal ook niet direct op bedacht is zijn ‘onze’ fietsers. Die komen in grote getale van de doorgaande fietsroute over de Grote Markt af, (er was geen plek meer om ‘m ergens anders in te plannen) het plein dat geen plein is op, vaak met hulpmotor. (Of ze gaan juist de andere kant op.)

Het lijkt mij niet nodig uit te weiden over het abominabele gedrag van de Nederlandse fietser, dat is al vaak genoeg gebeurd. Zo herinner ik mij een briljant opstel van Rudy Kousbroek, lang geleden was dat al en sinds die tijd is het alleen maar erger geworden. Eén schrikbarende ervaring moet ik echter eerlijkheidshalve wel met u delen. Laatst passeerde ik, noodgedwongen, zelf op de fiets de hier beschreven kruising en toen bleek mij dat mijn gedrag in niets afweek van het gemiddelde. Het lijkt wel of het apparaat je een bepaald gedragspatroon opdringt.

Ogenschijnlijk is dit een voetgangersgebied, maar juist de voetganger is hier vogelvrij. Ik weet niet hoe het officieel geregeld is (is het wegenverkeersreglement hier van toepassing?) maar dat is de realiteit. Toch, ook dat maar weer eerlijkheidshalve, heb ik er nog nooit een echt ongeluk aanschouwd, maar ik vermoed wel dat er her en der mensen rondlopen met een trauma dat ze op deze ‘pokkenplek’ hebben opgelopen.

Ter verdediging van de gemeente moet wel onder ogen worden gezien dat als je grote delen van de binnenstad verkeersvrij of -arm maakt, je aan de randen ervan onvermijdelijk problemen krijgt. Of deze Haagse oplossing navolging waard is lijkt mij zeer de vraag.

---------
De foto is van de schrijver
© 2017 Frits Hoorweg
powered by CJ2