archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 6
Jaargang 15
18 januari 2018
Nummer 7 verschijnt op
1 februari 2018
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
De belangrijkste columnist van Nederland Willem Minderhout

1505BS HyperboolJa, ik heb het over mijzelf! Waarschijnlijk denkt u nu: ‘Wat een zelfingenomen kwast. Er zijn toch wel belangrijkere columnisten te noemen. Schrijft hij eigenlijk wel columns? Hoeveel mensen lezen die Leunstoel nou eigenlijk?’

De intellectuelen onder u zullen misschien denken: ‘Wat zijn dan de objectieve maatstaven waarmee je kunt meten of iemand een belangrijke, of zelfs de belangrijkste, columnist zou kunnen zijn?’. Of: ‘Je kunt jezelf net zo min uitroepen tot de belangrijkste columnist als tot de best geklede Nederlander, dat is een oordeel dat aan ‘de anderen’ toevalt.’

Dat mag zo zijn, maar ik heb u wel aan het denken gezet. En als u zich geroepen voelt om mijn ‘claim to fame’ te weerleggen dan groeit de discussie en met een beetje geluk duiken er een paar mensen op die mijn uitspraak serieus nemen en beamen dat ik inderdaad de belangrijkste ben.

Een welgemikte hyperbool kan veel teweeg brengen en die techniek is al zo oud als de mensheid. Denk maar aan een uitspraak als: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’.  Ik heb geen idee of dit een historische of apocriefe uitspraak is van een van de bekendste profeten uit de wereldgeschiedenis, maar zo’n uitspraak staat al twee millennia als een huis.

In Nederland wordt over het algemeen gedacht dat dit soort grootspraak in strijd is met de volksaard. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, was ooit ons nationale devies. Misschien is Harry Mulisch wel de man die met die traditie gebroken heeft. Zijn uitspraken als 'ik ben de Tweede Wereldoorlog' en 'ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan' waren wellicht wat overdreven, maar als marketingstrategie hebben ze ongetwijfeld gewerkt.

Ik zou ook naar Eduard Douwes Dekker kunnen verwijzen. Alhoewel dat mijns inziens werkelijk een groot schrijver was, was enig messianisme hem niet vreemd. Kijk alleen maar naar zijn schrijversnaam ‘Multatuli’, potjeslatijn dat letterlijk ‘hij die veel gedragen heeft’ betekent, maar waarmee hij bedoelde dat hij veel leed op zijn schouders had moeten torsen.

Hyperbolen, potjeslatijn ... U voelt hem al aankomen: Baudet. Laten we eerst even stilhouden bij zijn politieke voorbeeld Fortuijn en zijn uitspraak: ‘Ik word de volgende premier van Nederland’. Dat waren we in Nederland niet gewend. Zelfs de lijsttrekker van de Partij tegen Enge Buren van Van Kooten en De Bie brak niet met de Nederlandse bescheidenheid: ‘We zijn een kleine partij, maar we schuwen de regeringsverantwoordelijkheid niet’.

Thierry dus. Zijn uitspraak ‘ik ben de belangrijkste intellectueel van Nederland’ sloeg in als een bom en talloze weldenkenden probeerden deze uitspraak te weerleggen en belachelijk te maken. Men ziet het resultaat: een RAI vol pubers die bij de club van de belangrijkste intellectueel van Nederland willen horen. Zelfs ik, de belangrijkste columnist van Nederland, kan mij er niet aan onttrekken om aandacht aan dit verschijnsel te besteden. De hyperbool heeft ook mij in zijn greep.

Succes smaakt altijd naar meer en dus beweert Thierry nu zelfs dat meer dan de helft van de Nederlanders het in principe met hem eens is. Onzin natuurlijk, maar met een tikkeltje geluk – of pech, als u het mij vraagt – wordt het een self-fulfilling prophecy.
Over profetieën gesproken: hij heeft het handboek profeet goed bestudeerd. Een beetje profeet kondigt het Einde der Tijden aan, dus beweert Baudet dat Nederland aan de rand van de afgrond staat. Maar er is hoop: ‘wij zijn de laatste generatie die het tij nog kan keren’, houdt hij zijn aanhang voor.

Wat kun je daar tegen doen? Moeten alle politici – schrijvers, columnisten, etc. – nu als op hun borstkloppende Bokito’s of hel en verdoemenis predikende profeten (m/v) de arena betreden in de strijd om wie nu eigenlijk de belangrijkste, grootste, mooiste, knapste is?
Ik betwijfel dat. Twijfel en relativeringsvermogen lijken mij namelijk superieure Nederlandse, of zelfs Westerse, eigenschappen. Bokito- en profetengedrag vind ik typisch iets voor oikofoben die een Oosterse despotie nastreven. Maar zo word ik natuurlijk nooit de belangrijkste columnist van Nederland.

-------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2017 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
De belangrijkste columnist van Nederland Willem Minderhout
1505BS HyperboolJa, ik heb het over mijzelf! Waarschijnlijk denkt u nu: ‘Wat een zelfingenomen kwast. Er zijn toch wel belangrijkere columnisten te noemen. Schrijft hij eigenlijk wel columns? Hoeveel mensen lezen die Leunstoel nou eigenlijk?’

De intellectuelen onder u zullen misschien denken: ‘Wat zijn dan de objectieve maatstaven waarmee je kunt meten of iemand een belangrijke, of zelfs de belangrijkste, columnist zou kunnen zijn?’. Of: ‘Je kunt jezelf net zo min uitroepen tot de belangrijkste columnist als tot de best geklede Nederlander, dat is een oordeel dat aan ‘de anderen’ toevalt.’

Dat mag zo zijn, maar ik heb u wel aan het denken gezet. En als u zich geroepen voelt om mijn ‘claim to fame’ te weerleggen dan groeit de discussie en met een beetje geluk duiken er een paar mensen op die mijn uitspraak serieus nemen en beamen dat ik inderdaad de belangrijkste ben.

Een welgemikte hyperbool kan veel teweeg brengen en die techniek is al zo oud als de mensheid. Denk maar aan een uitspraak als: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’.  Ik heb geen idee of dit een historische of apocriefe uitspraak is van een van de bekendste profeten uit de wereldgeschiedenis, maar zo’n uitspraak staat al twee millennia als een huis.

In Nederland wordt over het algemeen gedacht dat dit soort grootspraak in strijd is met de volksaard. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, was ooit ons nationale devies. Misschien is Harry Mulisch wel de man die met die traditie gebroken heeft. Zijn uitspraken als 'ik ben de Tweede Wereldoorlog' en 'ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan' waren wellicht wat overdreven, maar als marketingstrategie hebben ze ongetwijfeld gewerkt.

Ik zou ook naar Eduard Douwes Dekker kunnen verwijzen. Alhoewel dat mijns inziens werkelijk een groot schrijver was, was enig messianisme hem niet vreemd. Kijk alleen maar naar zijn schrijversnaam ‘Multatuli’, potjeslatijn dat letterlijk ‘hij die veel gedragen heeft’ betekent, maar waarmee hij bedoelde dat hij veel leed op zijn schouders had moeten torsen.

Hyperbolen, potjeslatijn ... U voelt hem al aankomen: Baudet. Laten we eerst even stilhouden bij zijn politieke voorbeeld Fortuijn en zijn uitspraak: ‘Ik word de volgende premier van Nederland’. Dat waren we in Nederland niet gewend. Zelfs de lijsttrekker van de Partij tegen Enge Buren van Van Kooten en De Bie brak niet met de Nederlandse bescheidenheid: ‘We zijn een kleine partij, maar we schuwen de regeringsverantwoordelijkheid niet’.

Thierry dus. Zijn uitspraak ‘ik ben de belangrijkste intellectueel van Nederland’ sloeg in als een bom en talloze weldenkenden probeerden deze uitspraak te weerleggen en belachelijk te maken. Men ziet het resultaat: een RAI vol pubers die bij de club van de belangrijkste intellectueel van Nederland willen horen. Zelfs ik, de belangrijkste columnist van Nederland, kan mij er niet aan onttrekken om aandacht aan dit verschijnsel te besteden. De hyperbool heeft ook mij in zijn greep.

Succes smaakt altijd naar meer en dus beweert Thierry nu zelfs dat meer dan de helft van de Nederlanders het in principe met hem eens is. Onzin natuurlijk, maar met een tikkeltje geluk – of pech, als u het mij vraagt – wordt het een self-fulfilling prophecy.
Over profetieën gesproken: hij heeft het handboek profeet goed bestudeerd. Een beetje profeet kondigt het Einde der Tijden aan, dus beweert Baudet dat Nederland aan de rand van de afgrond staat. Maar er is hoop: ‘wij zijn de laatste generatie die het tij nog kan keren’, houdt hij zijn aanhang voor.

Wat kun je daar tegen doen? Moeten alle politici – schrijvers, columnisten, etc. – nu als op hun borstkloppende Bokito’s of hel en verdoemenis predikende profeten (m/v) de arena betreden in de strijd om wie nu eigenlijk de belangrijkste, grootste, mooiste, knapste is?
Ik betwijfel dat. Twijfel en relativeringsvermogen lijken mij namelijk superieure Nederlandse, of zelfs Westerse, eigenschappen. Bokito- en profetengedrag vind ik typisch iets voor oikofoben die een Oosterse despotie nastreven. Maar zo word ik natuurlijk nooit de belangrijkste columnist van Nederland.

-------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2017 Willem Minderhout
powered by CJ2