archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 14
Jaargang 15
17 mei 2018
Nummer 15 verschijnt op
31 mei 2018
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Geen aandelen Kaapverdië Eelkje Colmjon

1505BS Kaapverdie1Wij hebben geen aandelen in Kaapverdië. Ons enthousiasme is echt en totaal niet gesponsord. In twee weken tijd bewandelden we bergen, en zelfs een vulkaan, hadden we onze eigen huisspinnen, werden we meegesleurd door een mini-tsunami en belandden we op een eiland van maffia, roddels en intriges.

Eerst anderhalf uur rondjes rijden totdat de bus vol is, lukraak passanten vragen of ze écht niet naar de andere kant van het eiland moeten. Die meneer die een boek leest op het bankje in het park wil gek genoeg ook niet mee. We wisten gelijk weer hoe het is om te reizen in Afrika. Het busje zette ons af middenin een wolk in de Serra Malagueta. We wandelden een prachtig dal in, waar we veilig een gemarkeerde route zouden volgen. We kwamen nul markeringen tegen. We beklommen bergen, betraden dalen en ezelspaden en werden gered door een Portugees met GPS. Maar wat we van deze wandeling hebben geleerd: wat is Kaapverdië mooi en onontdekt!

Het kleine eiland Brava heeft een landingsbaan. Uit de rotsen is een weg gehouwen naar het vliegveld. Een slimme ondernemer investeerde in het dorpje, dat de nieuwe toegangshaven zou worden en begon met de bouw van een winkel en een hotel. Eindelijk zou Brava niet alleen per boot bereikbaar zijn! Maar landen op het vliegveld bleek onmogelijk door de harde wind. Faja d'Agua is nog steeds een klein vissersdorp. Het dorp telt zestig inwoners, twee daarvan zijn Erick en Marijke die op zoek waren naar een nieuw leven in een moeilijk bereikbaar paradijs. Ze verhuren drie kleine huisjes en die ene hoog op de heuvel, met uitzicht over de mooiste baai van Kaapverdië, was van ons!

Overdag wandelden we een keer de berg op, naar de hoofdstad van het eiland, en weer terug, en we keerden steeds terug naar de natuurlijke poel die we vaak voor ons alleen hadden. 's Avonds vertelden Erick en Marijke de mooiste roddels en vermakelijkste verhalen uit het dorp, waarna we met licht wankele tred door de huisgemaakte maracujawijn de berg opklommen naar onze geweldige hut. De hut, waar net een anderhalfpersoonsbed en kookstelletje inpasten (maar wat heb je meer nodig!), deelden we met een paar flinke spinnen en een kakkerlak, die 's nachts over onze gezichten huppelde. We vonden het er zo heerlijk dat we een dagje langer bleven.

Drie jaar geleden kwam de vulkaan op Fogo weer tot leven en vaagde twee dorpen weg. De eerste terugkeerders hebben hun nieuwe huisje gebouwd, soms op de plek waar hun oude huis stond, alleen dan wat meters hoger. Met het knisperende lava onder onze bergschoenen bewandelden we de betoverende krater en we konden alleen maar uitbrengen hoe geweldig mooi het er was. En hoe triest tegelijk. Her en der steken nog puntdaken van de op kabouterhuisjes lijkende woningen tussen de zwarte lava uit.

De volgende ochtend stonden we met frisse moed op. We hadden bedacht dat het leuk zou zijn in een uurtje of vijf van de vulkaan naar de zee te wandelen. Na een hoopgevend eerste uur door de krater begon een helse afdaling door het bos en door bananen- en koffieplantages.1505BS Kaapverdie2 ‘We hadden ook een taxi kunnen nemen’, zei Alet toen we halverwege waren. We namen pijnlijke knieën en een fikse spierpijn mee als souvenir naar het volgende eiland.

Het zou een relaxte afsluiting worden van onze wandelvakantie. Maio heeft de prachtigste ongerepte stranden en de blauwste zee, maar is op toeristisch vlak gigantisch mislukt. Een megalomaan resort in aanbouw staat te verpieteren in de zon. We vernamen verschillende redenen voor het staken van de werkzaamheden, maar alleen al het idee voor zo'n resort op een eiland met slechts een enkele bootverbinding en drie wekelijkse vliegtuigjes uit de hoofdstad Praia is op zich al een misvatting van formaat. Paradijslijk Maio lijkt rare ideeën en vreemde mensen aan te trekken. De Europeanen, veelal Italianen, die er wonen doen de wenkbrauwen fronsen. De carabinieri komen wel eens langs om wat arrestaties te verrichten.

Onze eerste duik in zee was een memorabele. De zee kan nogal verraderlijk zijn, een tsunami op microniveau (maar het was dus echt wel een hoge golf, eentje die prachtig azuurblauw was, dat wel) sloeg ons omver en deed ons naar adem happen. Maar we leerden ervan, het is gewoon een kwestie van timing, of op de juiste manier in de megagolf duiken, kind kan de was doen. Na drie dagen waren we er heel bedreven in.

Ons hotelletje was wat beter van schaal en had vier kamers. Onze Amerikaanse buurman Harry had vier jaar geleden een paar maanden op het eiland gewerkt en was terug om wat oude vrienden te ontmoeten. Zijn beste vriend van toen herkende hem niet meer (‘En ik had nog wel een cadeau voor hem meegenomen!’). Maar de Britse pensionada, laten we haar Winnie noemen, herkende hem nog wel. Ze liep wat moeilijk omdat een van haar veertien varkens op haar voet was gaan staan, maar de wijn heelt alle wonden. Het was haar laatste avond op Maio voordat ze, met flinke tegenzin, voor vier maanden naar Engeland zou vertrekken.

En dat moest natuurlijk worden gevierd met het eten van kreeft met haar beste vrienden: Harry, Edinho (haar ongelukkig kijkende 30-jaar jongere vriend die ook als loopjongen fungeert), Alet en ik. Winnie vroeg of ik de volgende dag tijd had om haar huis te fotograferen. Ze wilde haar paleisje, waar ze met Edinho woont, verhuren aan toeristen als zij (tegen haar wil!) in Engeland zat. Hij moest dan maar even bij zijn ouders gaan wonen. Tussen onze strandwandelingen door bezochten we de residentie. Het bleek een bouwval waar je je minst leuke vijand niet wil stallen. En overal lag zooi. Er was kokosolie gelekt op de vloer van het binnenplaatsje dus Winnie vroeg, alsof dit het enige smetje was op het paleis, of ik dat wilde weghalen in photoshop. ‘Tell all your friends they should come here!’, riep ze enthousiast. Bij deze!

's Avonds ging Winnie met de boot naar Praia, op weg naar Engeland. Edinho kon eindelijk lachen. We maakten onze laatste wandeling langs het zoutmeer en over een verlaten strand en zagen dat het goed was.

Eelk & Alet

-----
De foto’s zijn ook van Eelk: www.EELK.nl


© 2017 Eelkje Colmjon meer Eelkje Colmjon - meer "Brief uit ..."
Beschouwingen > Brief uit ...
Geen aandelen Kaapverdië Eelkje Colmjon
1505BS Kaapverdie1Wij hebben geen aandelen in Kaapverdië. Ons enthousiasme is echt en totaal niet gesponsord. In twee weken tijd bewandelden we bergen, en zelfs een vulkaan, hadden we onze eigen huisspinnen, werden we meegesleurd door een mini-tsunami en belandden we op een eiland van maffia, roddels en intriges.

Eerst anderhalf uur rondjes rijden totdat de bus vol is, lukraak passanten vragen of ze écht niet naar de andere kant van het eiland moeten. Die meneer die een boek leest op het bankje in het park wil gek genoeg ook niet mee. We wisten gelijk weer hoe het is om te reizen in Afrika. Het busje zette ons af middenin een wolk in de Serra Malagueta. We wandelden een prachtig dal in, waar we veilig een gemarkeerde route zouden volgen. We kwamen nul markeringen tegen. We beklommen bergen, betraden dalen en ezelspaden en werden gered door een Portugees met GPS. Maar wat we van deze wandeling hebben geleerd: wat is Kaapverdië mooi en onontdekt!

Het kleine eiland Brava heeft een landingsbaan. Uit de rotsen is een weg gehouwen naar het vliegveld. Een slimme ondernemer investeerde in het dorpje, dat de nieuwe toegangshaven zou worden en begon met de bouw van een winkel en een hotel. Eindelijk zou Brava niet alleen per boot bereikbaar zijn! Maar landen op het vliegveld bleek onmogelijk door de harde wind. Faja d'Agua is nog steeds een klein vissersdorp. Het dorp telt zestig inwoners, twee daarvan zijn Erick en Marijke die op zoek waren naar een nieuw leven in een moeilijk bereikbaar paradijs. Ze verhuren drie kleine huisjes en die ene hoog op de heuvel, met uitzicht over de mooiste baai van Kaapverdië, was van ons!

Overdag wandelden we een keer de berg op, naar de hoofdstad van het eiland, en weer terug, en we keerden steeds terug naar de natuurlijke poel die we vaak voor ons alleen hadden. 's Avonds vertelden Erick en Marijke de mooiste roddels en vermakelijkste verhalen uit het dorp, waarna we met licht wankele tred door de huisgemaakte maracujawijn de berg opklommen naar onze geweldige hut. De hut, waar net een anderhalfpersoonsbed en kookstelletje inpasten (maar wat heb je meer nodig!), deelden we met een paar flinke spinnen en een kakkerlak, die 's nachts over onze gezichten huppelde. We vonden het er zo heerlijk dat we een dagje langer bleven.

Drie jaar geleden kwam de vulkaan op Fogo weer tot leven en vaagde twee dorpen weg. De eerste terugkeerders hebben hun nieuwe huisje gebouwd, soms op de plek waar hun oude huis stond, alleen dan wat meters hoger. Met het knisperende lava onder onze bergschoenen bewandelden we de betoverende krater en we konden alleen maar uitbrengen hoe geweldig mooi het er was. En hoe triest tegelijk. Her en der steken nog puntdaken van de op kabouterhuisjes lijkende woningen tussen de zwarte lava uit.

De volgende ochtend stonden we met frisse moed op. We hadden bedacht dat het leuk zou zijn in een uurtje of vijf van de vulkaan naar de zee te wandelen. Na een hoopgevend eerste uur door de krater begon een helse afdaling door het bos en door bananen- en koffieplantages.1505BS Kaapverdie2 ‘We hadden ook een taxi kunnen nemen’, zei Alet toen we halverwege waren. We namen pijnlijke knieën en een fikse spierpijn mee als souvenir naar het volgende eiland.

Het zou een relaxte afsluiting worden van onze wandelvakantie. Maio heeft de prachtigste ongerepte stranden en de blauwste zee, maar is op toeristisch vlak gigantisch mislukt. Een megalomaan resort in aanbouw staat te verpieteren in de zon. We vernamen verschillende redenen voor het staken van de werkzaamheden, maar alleen al het idee voor zo'n resort op een eiland met slechts een enkele bootverbinding en drie wekelijkse vliegtuigjes uit de hoofdstad Praia is op zich al een misvatting van formaat. Paradijslijk Maio lijkt rare ideeën en vreemde mensen aan te trekken. De Europeanen, veelal Italianen, die er wonen doen de wenkbrauwen fronsen. De carabinieri komen wel eens langs om wat arrestaties te verrichten.

Onze eerste duik in zee was een memorabele. De zee kan nogal verraderlijk zijn, een tsunami op microniveau (maar het was dus echt wel een hoge golf, eentje die prachtig azuurblauw was, dat wel) sloeg ons omver en deed ons naar adem happen. Maar we leerden ervan, het is gewoon een kwestie van timing, of op de juiste manier in de megagolf duiken, kind kan de was doen. Na drie dagen waren we er heel bedreven in.

Ons hotelletje was wat beter van schaal en had vier kamers. Onze Amerikaanse buurman Harry had vier jaar geleden een paar maanden op het eiland gewerkt en was terug om wat oude vrienden te ontmoeten. Zijn beste vriend van toen herkende hem niet meer (‘En ik had nog wel een cadeau voor hem meegenomen!’). Maar de Britse pensionada, laten we haar Winnie noemen, herkende hem nog wel. Ze liep wat moeilijk omdat een van haar veertien varkens op haar voet was gaan staan, maar de wijn heelt alle wonden. Het was haar laatste avond op Maio voordat ze, met flinke tegenzin, voor vier maanden naar Engeland zou vertrekken.

En dat moest natuurlijk worden gevierd met het eten van kreeft met haar beste vrienden: Harry, Edinho (haar ongelukkig kijkende 30-jaar jongere vriend die ook als loopjongen fungeert), Alet en ik. Winnie vroeg of ik de volgende dag tijd had om haar huis te fotograferen. Ze wilde haar paleisje, waar ze met Edinho woont, verhuren aan toeristen als zij (tegen haar wil!) in Engeland zat. Hij moest dan maar even bij zijn ouders gaan wonen. Tussen onze strandwandelingen door bezochten we de residentie. Het bleek een bouwval waar je je minst leuke vijand niet wil stallen. En overal lag zooi. Er was kokosolie gelekt op de vloer van het binnenplaatsje dus Winnie vroeg, alsof dit het enige smetje was op het paleis, of ik dat wilde weghalen in photoshop. ‘Tell all your friends they should come here!’, riep ze enthousiast. Bij deze!

's Avonds ging Winnie met de boot naar Praia, op weg naar Engeland. Edinho kon eindelijk lachen. We maakten onze laatste wandeling langs het zoutmeer en over een verlaten strand en zagen dat het goed was.

Eelk & Alet

-----
De foto’s zijn ook van Eelk: www.EELK.nl
© 2017 Eelkje Colmjon
powered by CJ2