archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 15
14 december 2017
Nummer 6 verschijnt op
18 januari 2018
Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Casey Affleck sterft twee doden Hans Knegtmans

1504VG Ghost Story1A Ghost Story is geen griezelfilm. Er zijn drie momenten die je – met gevoel voor overdrijving – een ietsie pietsie eng kunt noemen. Zo horen de twee hoofdrolspelers ’s nachts een onverwacht geluid, alsof er iets op de piano ploft. En het licht valt een keer uit, ten gevolge van kortsluiting. Ook schrikt iemand van een luide klop op het raam. Dat is het. Waarom heet de film dan A Ghost Story?

De clou is dat de geesten in de film niet kwaadaardig zijn. Regisseur/scenarist David Lowery is er allerminst op uit de kijker de stuipen op het lijf te jagen. De hoofdpersonen Casey Affleck en Rooney Mara hebben in de film geen naam. Ik noem ze Casey en Rooney, bij gebrek aan beter. Binnenkort verruilen ze hun prettig doorleefde huis op het Texaanse platteland voor iets anders. Waarschijnlijk een appartement in de stad, want ze vragen zich af of de piano daar wel in zal passen. Vanaf het begin is duidelijk dat Rooney wel zin heeft in de verhuizing, terwijl Casey liever in het oude huis blijft, vanwege ‘hun geschiedenis hier’.

Na dit gesprek zien we het echtpaar in onbeweeglijke knuffelhouding in het echtelijk bed. Minutenlang gebeurt er niets. Je weet zelfs niet of ze in slaap proberen te komen of net ontwaakt zijn. Of zomaar de tijd voorbij laten gaan. (Zo’n film is het dus: Hollywood is oneindig ver weg en het is heel normaal dat je bij een arthousefilm pijn in je kont krijgt van het kijken naar bijna niets.) De eerste keer dat we Casey weer zien, is hij dood. Slachtoffer van een auto-aanrijding, nota bene pal naast hun ruime voortuin. Rooney neemt in het ziekenhuis afscheid van hem. Dat gaat in een vloek en een zucht. Dood is dood. Daardoor ziet zij niet – maar wij wel – dat de overledene onder zijn laken overeind komt. Voor de rest van de film bevat het laken twee kijkgaten, als in een spookverhaal met ouderwetse illustraties.

Casey zet te voet koers naar zijn echtelijke woning, en doet een groot deel van de film weinig meer dan zwijgend Rooney observeren. Zij ziet hem niet, evenmin als de andere acteurs die om welke reden dan ook het huis betreden. Nee, Ghost Story moet het niet hebben van flitsende actie. De kijker krijgt – vooral in het begin – alle tijd om de gebeurtenissen op zich te laten inwerken. Zo zien we dat een buurvrouw langs komt om Rooney te condoleren. Wanneer ze het huis ogenschijnlijk leeg aantreft – Casey is immers onzichtbaar – krabbelt ze een troostbriefje in elkaar en laat ze bij het vertrek een zelfgebakken taart achter.

Bij terugkeer vindt Rooney de taart en begint er van te eten. Eerst staande aan tafel, dan zittend op de grond, leunend tegen de keukenkastjes. Ze eet maar door en bezorgt de kijker plaatsvervangend een volle maag. Je vraagt je af of ze zo dadelijk het baksel zal uitkotsen, als metafoor voor het uitbraken van het leven. Het is een overbekend cliché, maar dan zouden we wel meteen weten hoezeer het overlijden van Casey haar aangrijpt.

De kijker beseft dat het anderzijds voor Casey geen lolletje moet zijn, machteloos te observeren hoe zijn geliefde haar leven voortzet. In een andere scène wordt Rooney na een avondje uit thuisgebracht door een vlotte jongeman die kennelijk meer wil. Gelukkig voor onze zielenrust en die van Casey1504VG Ghost Story2 werkt zij hem met zachte drang de deur uit.

Mogelijk om al te larmoyante dramatiek binnen de perken te houden, last de regisseur een vertelelement in dat de begrippen ‘dood ’ en ‘sterven’ iets van hun gruwelijkheid ontneemt. Uit het raam kijkend ziet Casey bij de buren een andere – naar we begrijpen vrouwelijke – dode onder een laken. Ze wuiven elkaar toe en voeren, onhoorbaar maar wel ondertiteld, een kort gesprek. Casey vertelt dat hij op iets of iemand wacht. Maar waarop precies, dat weet hij niet zo goed meer. Een geluk bij een ongeluk: aldus beschrijft de scenarist de dood als een vorm van dementie, verwarrend maar lichamelijk pijnloos.

Daar staat tegenover dat het leven van de dode bepaald geen oase van rust is. Wij zijn er met Casey getuige van hoe Rooney in haar eentje verhuist en hoe vervolgens de echtelijke woning bewoond wordt door een Mexicaanse moeder met haar twee kinderen, die er  – zonder ondertiteling – in het Spaans op los kwetteren. Weer later gaat het huis tegen de vlakte en moet Casey toezien hoe zijn vertrouwde woonruimte plaats maakt voor een kantoorflat waarin vergaderingen aan de orde van de dag zijn.

Is er dan geen uitweg uit dit dodenrijk? Jawel. De regisseur heeft een stilistische troefkaart achter de hand die de kijker duidelijk maakt (spoiler!!!) dat na het lichaam ook de geest kan sterven. Nog één keer verheft Casey zijn stem en spreekt in ondertiteling de woorden: ‘ik  geloof niet dat ze nog komen’. Is dit treurig, of niet? En dan heb ik nog lang niet het hele verhaal verteld. In een zijspoor schetst Lowery de eindigheid van het leven op aarde. Op een feestje, in het huis toen het er nog stond, beschrijft een man hoe het werk van Beethoven, die nu nog gevierd wordt vanwege bijvoorbeeld het slotkoor van de negende symfonie, uiteindelijk in de vergetelheid zal raken.

En dat is niet het enige voorbeeld van de futiliteit van de menselijke drang naar vooruitgang en expansie. Neem de Amerikaanse trek naar het Westen in de eerste helft van de negentiende eeuw. Een pionier, die vanuit zijn huifkar op verkenning is gegaan, slaat in de vorm van een carré vier paaltjes in de grond. Dit wordt hun nieuwe huis, vertelt hij zijn familie trots. En als het staat bouwt hij er volgend jaar eentje dat nog groter en mooier is. De camera registreert echter in fast forward hoe de werkelijkheid menselijke dromen dwarsboomt. In het volgende shot zien we hoe de pijlen van de Indiaanse bevolking de expeditie dodelijk hebben gefrustreerd. En weer een paar seconden later krijgen we te zien wat er, zo’n anderhalve eeuw later, van de lijken is geworden. Naast de kijker neemt ook Casey dit tafereeltje waar, een dichterlijke vrijheid van de regisseur.

Goed acteerwerk van Rooney en van Casey, toen die nog leefde, en een sfeervolle soundtrack brengen de kijker in de gewenste staat van melancholie. A Ghost Story was wat mij betreft op het recente Leids filmfestival (LIFF) het hoogtepunt van de American Indies Competition en het is een goede zaak dat hij zo snel in het reguliere bioscoopcircuit is doorgedrongen.           

---------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver


© 2017 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Casey Affleck sterft twee doden Hans Knegtmans
1504VG Ghost Story1A Ghost Story is geen griezelfilm. Er zijn drie momenten die je – met gevoel voor overdrijving – een ietsie pietsie eng kunt noemen. Zo horen de twee hoofdrolspelers ’s nachts een onverwacht geluid, alsof er iets op de piano ploft. En het licht valt een keer uit, ten gevolge van kortsluiting. Ook schrikt iemand van een luide klop op het raam. Dat is het. Waarom heet de film dan A Ghost Story?

De clou is dat de geesten in de film niet kwaadaardig zijn. Regisseur/scenarist David Lowery is er allerminst op uit de kijker de stuipen op het lijf te jagen. De hoofdpersonen Casey Affleck en Rooney Mara hebben in de film geen naam. Ik noem ze Casey en Rooney, bij gebrek aan beter. Binnenkort verruilen ze hun prettig doorleefde huis op het Texaanse platteland voor iets anders. Waarschijnlijk een appartement in de stad, want ze vragen zich af of de piano daar wel in zal passen. Vanaf het begin is duidelijk dat Rooney wel zin heeft in de verhuizing, terwijl Casey liever in het oude huis blijft, vanwege ‘hun geschiedenis hier’.

Na dit gesprek zien we het echtpaar in onbeweeglijke knuffelhouding in het echtelijk bed. Minutenlang gebeurt er niets. Je weet zelfs niet of ze in slaap proberen te komen of net ontwaakt zijn. Of zomaar de tijd voorbij laten gaan. (Zo’n film is het dus: Hollywood is oneindig ver weg en het is heel normaal dat je bij een arthousefilm pijn in je kont krijgt van het kijken naar bijna niets.) De eerste keer dat we Casey weer zien, is hij dood. Slachtoffer van een auto-aanrijding, nota bene pal naast hun ruime voortuin. Rooney neemt in het ziekenhuis afscheid van hem. Dat gaat in een vloek en een zucht. Dood is dood. Daardoor ziet zij niet – maar wij wel – dat de overledene onder zijn laken overeind komt. Voor de rest van de film bevat het laken twee kijkgaten, als in een spookverhaal met ouderwetse illustraties.

Casey zet te voet koers naar zijn echtelijke woning, en doet een groot deel van de film weinig meer dan zwijgend Rooney observeren. Zij ziet hem niet, evenmin als de andere acteurs die om welke reden dan ook het huis betreden. Nee, Ghost Story moet het niet hebben van flitsende actie. De kijker krijgt – vooral in het begin – alle tijd om de gebeurtenissen op zich te laten inwerken. Zo zien we dat een buurvrouw langs komt om Rooney te condoleren. Wanneer ze het huis ogenschijnlijk leeg aantreft – Casey is immers onzichtbaar – krabbelt ze een troostbriefje in elkaar en laat ze bij het vertrek een zelfgebakken taart achter.

Bij terugkeer vindt Rooney de taart en begint er van te eten. Eerst staande aan tafel, dan zittend op de grond, leunend tegen de keukenkastjes. Ze eet maar door en bezorgt de kijker plaatsvervangend een volle maag. Je vraagt je af of ze zo dadelijk het baksel zal uitkotsen, als metafoor voor het uitbraken van het leven. Het is een overbekend cliché, maar dan zouden we wel meteen weten hoezeer het overlijden van Casey haar aangrijpt.

De kijker beseft dat het anderzijds voor Casey geen lolletje moet zijn, machteloos te observeren hoe zijn geliefde haar leven voortzet. In een andere scène wordt Rooney na een avondje uit thuisgebracht door een vlotte jongeman die kennelijk meer wil. Gelukkig voor onze zielenrust en die van Casey1504VG Ghost Story2 werkt zij hem met zachte drang de deur uit.

Mogelijk om al te larmoyante dramatiek binnen de perken te houden, last de regisseur een vertelelement in dat de begrippen ‘dood ’ en ‘sterven’ iets van hun gruwelijkheid ontneemt. Uit het raam kijkend ziet Casey bij de buren een andere – naar we begrijpen vrouwelijke – dode onder een laken. Ze wuiven elkaar toe en voeren, onhoorbaar maar wel ondertiteld, een kort gesprek. Casey vertelt dat hij op iets of iemand wacht. Maar waarop precies, dat weet hij niet zo goed meer. Een geluk bij een ongeluk: aldus beschrijft de scenarist de dood als een vorm van dementie, verwarrend maar lichamelijk pijnloos.

Daar staat tegenover dat het leven van de dode bepaald geen oase van rust is. Wij zijn er met Casey getuige van hoe Rooney in haar eentje verhuist en hoe vervolgens de echtelijke woning bewoond wordt door een Mexicaanse moeder met haar twee kinderen, die er  – zonder ondertiteling – in het Spaans op los kwetteren. Weer later gaat het huis tegen de vlakte en moet Casey toezien hoe zijn vertrouwde woonruimte plaats maakt voor een kantoorflat waarin vergaderingen aan de orde van de dag zijn.

Is er dan geen uitweg uit dit dodenrijk? Jawel. De regisseur heeft een stilistische troefkaart achter de hand die de kijker duidelijk maakt (spoiler!!!) dat na het lichaam ook de geest kan sterven. Nog één keer verheft Casey zijn stem en spreekt in ondertiteling de woorden: ‘ik  geloof niet dat ze nog komen’. Is dit treurig, of niet? En dan heb ik nog lang niet het hele verhaal verteld. In een zijspoor schetst Lowery de eindigheid van het leven op aarde. Op een feestje, in het huis toen het er nog stond, beschrijft een man hoe het werk van Beethoven, die nu nog gevierd wordt vanwege bijvoorbeeld het slotkoor van de negende symfonie, uiteindelijk in de vergetelheid zal raken.

En dat is niet het enige voorbeeld van de futiliteit van de menselijke drang naar vooruitgang en expansie. Neem de Amerikaanse trek naar het Westen in de eerste helft van de negentiende eeuw. Een pionier, die vanuit zijn huifkar op verkenning is gegaan, slaat in de vorm van een carré vier paaltjes in de grond. Dit wordt hun nieuwe huis, vertelt hij zijn familie trots. En als het staat bouwt hij er volgend jaar eentje dat nog groter en mooier is. De camera registreert echter in fast forward hoe de werkelijkheid menselijke dromen dwarsboomt. In het volgende shot zien we hoe de pijlen van de Indiaanse bevolking de expeditie dodelijk hebben gefrustreerd. En weer een paar seconden later krijgen we te zien wat er, zo’n anderhalve eeuw later, van de lijken is geworden. Naast de kijker neemt ook Casey dit tafereeltje waar, een dichterlijke vrijheid van de regisseur.

Goed acteerwerk van Rooney en van Casey, toen die nog leefde, en een sfeervolle soundtrack brengen de kijker in de gewenste staat van melancholie. A Ghost Story was wat mij betreft op het recente Leids filmfestival (LIFF) het hoogtepunt van de American Indies Competition en het is een goede zaak dat hij zo snel in het reguliere bioscoopcircuit is doorgedrongen.           

---------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver
© 2017 Hans Knegtmans
powered by CJ2