archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 15
9 november 2017
Nummer 4 verschijnt op
30 november 2017
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Terug naar Guanta, met Google Earth Jan Willem Minderhout

1503BS GuantaSoms, als ik van achter de ramen van mijn flat in Vlissingen de schepen zie varen, opstomend van of naar Antwerpen, dan varen mijn herinneringen met hen mee. Ik zie dan in mijn verbeelding de havens waar ik geweest ben en kan niet nalaten om via ‘Google Earth’ een kijkje ter plaatse te gaan nemen. Iets wat wonderwel lukt hoewel de wereld snel verandert, zo te zien vanuit de satelliet.

Toen ik op een zeker moment een schip in de haven van Vlissingen zag dat op vertrek lag te wachten naar Guanta, in Venezuela, kwamen er vele herinneringen los. Guanta was een klein haventje waar algemene lading, en dan vooral veel boormateriaal, voor de olie-industrie heen ging. Er vandaan werden kolen verscheept, maar dat mocht in onze tijd, de tijd dat onze schepen er regelmatig kwamen, geen naam meer hebben. Om de hoek ligt de grote oliehaven van Puerto la Cruz.

Als we het haventje aandeden was het altijd spannend, omdat de haventoegang vrijwel geblokkeerd werd door een enorme steenklomp waar je voorzichtig langs moest  manoeuvreren. De kapitein stond dan met beide handen om de brugleuning geklemd en de hoofdwerktuigkundige stond paraat bij de manoeuvreerstand om de snelheid aan te kunnen passen, een herinnering die onverbrekelijk met Guanta verbonden is. Tot mijn verbazing kon ik dit eilandje in de havenmond niet terugvinden op de satellietfoto’s van Google. Het is verdwenen. Hoe goed ik ook tuurde, ik kon die versperring in de haveningang niet meer zien. Zou mijn herinnering me in de steek gelaten hebben? Ik denk het niet, maar oude kaarten zijn niet makkelijk te vinden via Google, dus ik houd het er maar op dat die rots is weggehaald.

Toch, zo turende naar dat vlekje water met een kade waarop wat loodsen staan, kwamen er vele herinneringen los. Eén dag zal nooit uit mijn geheugen verdwijnen. We meerden op een zaterdag aan de kade, die net wat vergroot was en waarop een nieuwe loods gebouwd werd. We zouden er maar een paar uurtjes blijven om een ton of dertig lading te lossen. We waren echter nauwelijks gemeerd of de spanten van de loods in aanbouw begonnen vanaf één kant om te vallen waarbij een domino-effect ontstond zodat de loods langzaam door zijn hoeven zakte. We zagen mannetjes op het dak rennen, naar beneden springen of gillend samen met de golfplaten tussen de spanten verdwijnen. Toen het geraas ophield werd alles omhuld door een grote stofwolk waaruit geroep en gehuil op rees. We gingen van boord om te helpen, maar veel hulp konden we niet bieden. De redding van de wal uit werd al snel in gang gezet, de gewonden afgevoerd, de doden geborgen …

Het resultaat was dat er die dag niet meer gelost werd en we dus de nacht overlagen. Op de pier mochten we niet komen want er werden onderzoeken gedaan en de Guardias liepen nog driftiger met hun wapens te zwaaien dan normaal de gewoonte was. Omdat we niet van boord mochten sloeg de verveling toe. In de middag werd er wat in de zon gelegen op het schavotje* en daarna wat pils gedronken op het sloependek om onze smoorhete verblijven te ontvluchten.
Toen de avond gevallen was hoorden we muziek komen uit het vissersdorpje aan de andere kant van de baai. Het vissersdorpje van rieten hutten dat nu een dorpje van betonnen huisjes geworden is volgens mijn PC.

Op een bepaald moment, hangend in dekstoelen, vroeg de derde stuurman of ik zin had om naar het dorpje te gaan. ‘Hoe?’, vroeg ik. ‘Door het water’, zei de stuurman, ‘want via de wal mogen we niet.’ ‘Door het water en de haaien en barracuda’s dan?’ ‘Die houden niet van muziek’, antwoordde de stuurman. Gezien eerdere ervaringen wat betreft het passagieren op Venezolaanse bodem in zwembroek bezwoer ik de ‘mate’ om een dunne lange kakibroek met hemd aan te trekken en een paar slippers tussen onze broeksband mee te nemen. Zo gekleed gingen we, langs de loodsenladder, te water en zwommen in de richting van de muziek en de vuurtjes waaromheen wazige figuren door de rookslierten dansten.

Toen de twee ‘witmannen’ uit het water oprezen was de verbazing van de bevolking groot. De mensen keken ons verstomd aan, de muziek stopte en slechts enkele wegstuivende varkens maakten nog geluid. Over het strand waaide een rioollucht. De stuurman, stuurlui spraken altijd beter Spaans dan machinisten, brabbelde iets dat het ijs deed breken. De muzikanten speelden verder en de herrie van Spaans klinkende stemmen bereikte zijn oude niveau weer. We werden opgenomen in de meute, kregen gebakken vis met funchi, dansten om het vuur op de maat van onze klapperende slippers met vissersdochters, die steeds knapper werden. Onze slippers gingen na het zoveelste rummetje op de maat van de Caribische walsjes mee klepperen.

Diep in de nacht hebben we hartroerend afscheid genomen van onze Venezolaanse vrienden en gingen weer te water. Al zwemmend, verzadigd van knok-rum**, moeten we wel een walm achter ons gelaten hebben. Zo iets als de rook uit de pijp van een stoomboot. Na een eindeloos lange zwemtocht, als ik het plaatje op Google Earth bekijk moeten we een afstand van zo’n 1500 meter gezwommen hebben, bereikten we het schip. Ik dook mijn kooi in en sliep heerlijk tot ik wakker werd van een rioollucht. Ik had mijn kleren nog aan.

Enkele uren later moesten we bij de ouwe op het matje komen. Hij deed erg moeilijk omdat we ‘zonder toestemming’ de wal op waren gegaan. Op zo’n moment namen we aan boord de ‘Javaanse houding aan’; met gebogen hoofd naar je tenen kijken, ja zeggen op alles wat tegen je gezegd wordt en je eigen gedachten laten gaan.
Toen de kapitein zijn plicht gedaan had op het punt van gezagshandhaving zijn we naar zee vertrokken, voorzichtig manoeuvrerend langs die grote kei.

Ik had toen niet kunnen vermoeden dat deze toch wel onvergetelijke ervaring met behulp van een computer, na 50 jaar, weer boven zou komen in mijn herinnering.

* Schavotje: dak van het brughuis. Meestal de schoonste plek op een schip.

** Knok rum: goedkope rum. Bepaalde merken riepen een enorme agressiviteit op. El Dorado uit Brits Guyana was in die tijd recordhouder.

--------
De tekening is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl

© 2017 Jan Willem Minderhout meer Jan Willem Minderhout - meer "Brief uit ..."
Beschouwingen > Brief uit ...
Terug naar Guanta, met Google Earth Jan Willem Minderhout
1503BS GuantaSoms, als ik van achter de ramen van mijn flat in Vlissingen de schepen zie varen, opstomend van of naar Antwerpen, dan varen mijn herinneringen met hen mee. Ik zie dan in mijn verbeelding de havens waar ik geweest ben en kan niet nalaten om via ‘Google Earth’ een kijkje ter plaatse te gaan nemen. Iets wat wonderwel lukt hoewel de wereld snel verandert, zo te zien vanuit de satelliet.

Toen ik op een zeker moment een schip in de haven van Vlissingen zag dat op vertrek lag te wachten naar Guanta, in Venezuela, kwamen er vele herinneringen los. Guanta was een klein haventje waar algemene lading, en dan vooral veel boormateriaal, voor de olie-industrie heen ging. Er vandaan werden kolen verscheept, maar dat mocht in onze tijd, de tijd dat onze schepen er regelmatig kwamen, geen naam meer hebben. Om de hoek ligt de grote oliehaven van Puerto la Cruz.

Als we het haventje aandeden was het altijd spannend, omdat de haventoegang vrijwel geblokkeerd werd door een enorme steenklomp waar je voorzichtig langs moest  manoeuvreren. De kapitein stond dan met beide handen om de brugleuning geklemd en de hoofdwerktuigkundige stond paraat bij de manoeuvreerstand om de snelheid aan te kunnen passen, een herinnering die onverbrekelijk met Guanta verbonden is. Tot mijn verbazing kon ik dit eilandje in de havenmond niet terugvinden op de satellietfoto’s van Google. Het is verdwenen. Hoe goed ik ook tuurde, ik kon die versperring in de haveningang niet meer zien. Zou mijn herinnering me in de steek gelaten hebben? Ik denk het niet, maar oude kaarten zijn niet makkelijk te vinden via Google, dus ik houd het er maar op dat die rots is weggehaald.

Toch, zo turende naar dat vlekje water met een kade waarop wat loodsen staan, kwamen er vele herinneringen los. Eén dag zal nooit uit mijn geheugen verdwijnen. We meerden op een zaterdag aan de kade, die net wat vergroot was en waarop een nieuwe loods gebouwd werd. We zouden er maar een paar uurtjes blijven om een ton of dertig lading te lossen. We waren echter nauwelijks gemeerd of de spanten van de loods in aanbouw begonnen vanaf één kant om te vallen waarbij een domino-effect ontstond zodat de loods langzaam door zijn hoeven zakte. We zagen mannetjes op het dak rennen, naar beneden springen of gillend samen met de golfplaten tussen de spanten verdwijnen. Toen het geraas ophield werd alles omhuld door een grote stofwolk waaruit geroep en gehuil op rees. We gingen van boord om te helpen, maar veel hulp konden we niet bieden. De redding van de wal uit werd al snel in gang gezet, de gewonden afgevoerd, de doden geborgen …

Het resultaat was dat er die dag niet meer gelost werd en we dus de nacht overlagen. Op de pier mochten we niet komen want er werden onderzoeken gedaan en de Guardias liepen nog driftiger met hun wapens te zwaaien dan normaal de gewoonte was. Omdat we niet van boord mochten sloeg de verveling toe. In de middag werd er wat in de zon gelegen op het schavotje* en daarna wat pils gedronken op het sloependek om onze smoorhete verblijven te ontvluchten.
Toen de avond gevallen was hoorden we muziek komen uit het vissersdorpje aan de andere kant van de baai. Het vissersdorpje van rieten hutten dat nu een dorpje van betonnen huisjes geworden is volgens mijn PC.

Op een bepaald moment, hangend in dekstoelen, vroeg de derde stuurman of ik zin had om naar het dorpje te gaan. ‘Hoe?’, vroeg ik. ‘Door het water’, zei de stuurman, ‘want via de wal mogen we niet.’ ‘Door het water en de haaien en barracuda’s dan?’ ‘Die houden niet van muziek’, antwoordde de stuurman. Gezien eerdere ervaringen wat betreft het passagieren op Venezolaanse bodem in zwembroek bezwoer ik de ‘mate’ om een dunne lange kakibroek met hemd aan te trekken en een paar slippers tussen onze broeksband mee te nemen. Zo gekleed gingen we, langs de loodsenladder, te water en zwommen in de richting van de muziek en de vuurtjes waaromheen wazige figuren door de rookslierten dansten.

Toen de twee ‘witmannen’ uit het water oprezen was de verbazing van de bevolking groot. De mensen keken ons verstomd aan, de muziek stopte en slechts enkele wegstuivende varkens maakten nog geluid. Over het strand waaide een rioollucht. De stuurman, stuurlui spraken altijd beter Spaans dan machinisten, brabbelde iets dat het ijs deed breken. De muzikanten speelden verder en de herrie van Spaans klinkende stemmen bereikte zijn oude niveau weer. We werden opgenomen in de meute, kregen gebakken vis met funchi, dansten om het vuur op de maat van onze klapperende slippers met vissersdochters, die steeds knapper werden. Onze slippers gingen na het zoveelste rummetje op de maat van de Caribische walsjes mee klepperen.

Diep in de nacht hebben we hartroerend afscheid genomen van onze Venezolaanse vrienden en gingen weer te water. Al zwemmend, verzadigd van knok-rum**, moeten we wel een walm achter ons gelaten hebben. Zo iets als de rook uit de pijp van een stoomboot. Na een eindeloos lange zwemtocht, als ik het plaatje op Google Earth bekijk moeten we een afstand van zo’n 1500 meter gezwommen hebben, bereikten we het schip. Ik dook mijn kooi in en sliep heerlijk tot ik wakker werd van een rioollucht. Ik had mijn kleren nog aan.

Enkele uren later moesten we bij de ouwe op het matje komen. Hij deed erg moeilijk omdat we ‘zonder toestemming’ de wal op waren gegaan. Op zo’n moment namen we aan boord de ‘Javaanse houding aan’; met gebogen hoofd naar je tenen kijken, ja zeggen op alles wat tegen je gezegd wordt en je eigen gedachten laten gaan.
Toen de kapitein zijn plicht gedaan had op het punt van gezagshandhaving zijn we naar zee vertrokken, voorzichtig manoeuvrerend langs die grote kei.

Ik had toen niet kunnen vermoeden dat deze toch wel onvergetelijke ervaring met behulp van een computer, na 50 jaar, weer boven zou komen in mijn herinnering.

* Schavotje: dak van het brughuis. Meestal de schoonste plek op een schip.

** Knok rum: goedkope rum. Bepaalde merken riepen een enorme agressiviteit op. El Dorado uit Brits Guyana was in die tijd recordhouder.

--------
De tekening is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl
© 2017 Jan Willem Minderhout
powered by CJ2