archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 14
29 juni 2017
Nummer 18 verschijnt op
31 augustus 2017
Vermaak en Genot > Een omweg waard delen printen terug
Mercatorplein (Amsterdams ABC) Katharina Kouwenhoven

1412VG MercatorEindelijk weer eens dichtbij huis, bij de buurt waarin ik opgegroeid ben. Het Mercatorplein is al eens ter sprake gekomen, als ik verhaalde over de plek waar ik op mijn vader wachtte als hij van zijn werk kwam. Maar nu het plein zelf.

Gebouwd naar een ontwerp van Berlage himself uit 1925. Ik heb veel op Berlage aan te merken, maar het Mercatorplein is een van zijn betere scheppingen. Op het kruispunt tussen de Hoofdweg en de Jan Evertsenstraat ligt dit kwadrant met vier poortgebouwen en daarop aan de noord- en zuidzijde een toren. Dat geeft cachet aan dat plein en ook het feit dat het aan zijn vier zijden een winkelgalerij heeft. Kortom een van de betere Amsterdamse pleinen, als het een echt plein zou zijn. Ook hier gooien trams en ander verkeer roet in het eten.

Het Mercatorplein gaf via zijn vier poorten toegang tot verschillende delen van plan West, gebouwd door verschillende architecten. Een paar (delen van) straten zijn zelfs door Van der Meij ontworpen, de architect van het schitterende Scheepvaarthuis. De Amsterdamse School liep echter op zijn laatste benen, zeker de architecten die er deel van uitmaakten, want die straten van plan West blinken niet uit door architectonische allure. Rotzooi was het, achterbuurtmateriaal en tot achterbuurten zou het verworden. Tot de renovatie van 1998.

Lange tijd was het Mercatorplein het eindpunt van de trams 7 en 13, tot ze werden doorgetrokken naar de nieuwe tuinsteden. Met lijn 13 ging je naar het Centraal Station en met lijn 7 naar ARTIS. Lijn 13 was me daarom meer vertrouwd dan lijn 7, want naar ARTIS gingen we maar eenmaal per jaar en verder hadden we in Oost niet veel te zoeken, behalve als mijn vader daar moest klaverjassen. Met lijn 13 ging je ‘de stad in’, om te winkelen en in de Kalverstraat bij de VAMI poffertjes te eten. Mijn vader ging zes dagen per week met lijn 13 naar het Centraal Station om daar met een bootje over te steken naar de werf van de NDSM. Nu is er een pont voor deze oversteek en zelfs met de pont duurt het twintig minuten. Met de tram en het bootje was mijn vader dagelijks een paar uur onderweg van en naar zijn werk.

Wat achter de poorten lag van het Mercatorplein was niet veel soeps. Treurige straten met treurige huizen, maar altijd beter dan de huizen in de Jordaan, waar veel bewoners van de westelijke tuinsteden vandaan kwamen. De vier zijden van het plein bestonden uit winkelgalerijen. De meest westelijke daarvan herinner ik mij goed, want daar kwam je langs als je rechtstreeks van de Jan Evertsenstraat naar de Jan Evertsenstraat liep. Daar was de viswinkel en onze slager, als mijn moeder niet besloten had dat ze naar een betere slager moest omzien. En op de hoek van de Hoofdweg het café van Fred Loyen, waar de zondagochtendwandeling van mijn vader en mij eindigde.

Van de winkels in de andere galerijen herinner ik me niet veel, behalve dat in die aan de zuidkant de eerste zelfbedieningswinkel werd gevestigd. Door Dirk van den Broek, de oude melkveehouder die verdreven was door de stadsuitbreiding en zijn melkzaak had laten ombouwen. Zo stichtte hij een imperium dat door zijn zoons (ook allemaal Dirk) werd voortgezet en uitgebreid. Die zelfbedieningszaak riep gemengde gevoelens op.

Niemand was gewend de koopwaar zomaar van het schap te plukken, maar het gemak dat je nog maar naar één winkel hoefde voor brood, melk, groente en fruit, drank en sigaretten telde zwaar; behalve voor de bakker, de melkboer en de groenteman, want die verloren hun klanten. Mijn moeder kocht nooit in die supermarkt. Ze had Dirk nooit gemogen, want hij verkocht ‘blauwe melk’. En de tijd die nodig was om al die winkels afzonderlijk te bezoeken was ruim voorhanden. Zo kwam je nog eens iemand tegen om een praatje mee te maken.
Het Mercatorplein is een mooi plein met zijn poorten en torens en is mooi opgeknapt. Nu de rest van die buurt nog.

-----
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven


© 2017 Katharina Kouwenhoven meer Katharina Kouwenhoven - meer "Een omweg waard" -
Vermaak en Genot > Een omweg waard
Mercatorplein (Amsterdams ABC) Katharina Kouwenhoven
1412VG MercatorEindelijk weer eens dichtbij huis, bij de buurt waarin ik opgegroeid ben. Het Mercatorplein is al eens ter sprake gekomen, als ik verhaalde over de plek waar ik op mijn vader wachtte als hij van zijn werk kwam. Maar nu het plein zelf.

Gebouwd naar een ontwerp van Berlage himself uit 1925. Ik heb veel op Berlage aan te merken, maar het Mercatorplein is een van zijn betere scheppingen. Op het kruispunt tussen de Hoofdweg en de Jan Evertsenstraat ligt dit kwadrant met vier poortgebouwen en daarop aan de noord- en zuidzijde een toren. Dat geeft cachet aan dat plein en ook het feit dat het aan zijn vier zijden een winkelgalerij heeft. Kortom een van de betere Amsterdamse pleinen, als het een echt plein zou zijn. Ook hier gooien trams en ander verkeer roet in het eten.

Het Mercatorplein gaf via zijn vier poorten toegang tot verschillende delen van plan West, gebouwd door verschillende architecten. Een paar (delen van) straten zijn zelfs door Van der Meij ontworpen, de architect van het schitterende Scheepvaarthuis. De Amsterdamse School liep echter op zijn laatste benen, zeker de architecten die er deel van uitmaakten, want die straten van plan West blinken niet uit door architectonische allure. Rotzooi was het, achterbuurtmateriaal en tot achterbuurten zou het verworden. Tot de renovatie van 1998.

Lange tijd was het Mercatorplein het eindpunt van de trams 7 en 13, tot ze werden doorgetrokken naar de nieuwe tuinsteden. Met lijn 13 ging je naar het Centraal Station en met lijn 7 naar ARTIS. Lijn 13 was me daarom meer vertrouwd dan lijn 7, want naar ARTIS gingen we maar eenmaal per jaar en verder hadden we in Oost niet veel te zoeken, behalve als mijn vader daar moest klaverjassen. Met lijn 13 ging je ‘de stad in’, om te winkelen en in de Kalverstraat bij de VAMI poffertjes te eten. Mijn vader ging zes dagen per week met lijn 13 naar het Centraal Station om daar met een bootje over te steken naar de werf van de NDSM. Nu is er een pont voor deze oversteek en zelfs met de pont duurt het twintig minuten. Met de tram en het bootje was mijn vader dagelijks een paar uur onderweg van en naar zijn werk.

Wat achter de poorten lag van het Mercatorplein was niet veel soeps. Treurige straten met treurige huizen, maar altijd beter dan de huizen in de Jordaan, waar veel bewoners van de westelijke tuinsteden vandaan kwamen. De vier zijden van het plein bestonden uit winkelgalerijen. De meest westelijke daarvan herinner ik mij goed, want daar kwam je langs als je rechtstreeks van de Jan Evertsenstraat naar de Jan Evertsenstraat liep. Daar was de viswinkel en onze slager, als mijn moeder niet besloten had dat ze naar een betere slager moest omzien. En op de hoek van de Hoofdweg het café van Fred Loyen, waar de zondagochtendwandeling van mijn vader en mij eindigde.

Van de winkels in de andere galerijen herinner ik me niet veel, behalve dat in die aan de zuidkant de eerste zelfbedieningswinkel werd gevestigd. Door Dirk van den Broek, de oude melkveehouder die verdreven was door de stadsuitbreiding en zijn melkzaak had laten ombouwen. Zo stichtte hij een imperium dat door zijn zoons (ook allemaal Dirk) werd voortgezet en uitgebreid. Die zelfbedieningszaak riep gemengde gevoelens op.

Niemand was gewend de koopwaar zomaar van het schap te plukken, maar het gemak dat je nog maar naar één winkel hoefde voor brood, melk, groente en fruit, drank en sigaretten telde zwaar; behalve voor de bakker, de melkboer en de groenteman, want die verloren hun klanten. Mijn moeder kocht nooit in die supermarkt. Ze had Dirk nooit gemogen, want hij verkocht ‘blauwe melk’. En de tijd die nodig was om al die winkels afzonderlijk te bezoeken was ruim voorhanden. Zo kwam je nog eens iemand tegen om een praatje mee te maken.
Het Mercatorplein is een mooi plein met zijn poorten en torens en is mooi opgeknapt. Nu de rest van die buurt nog.

-----
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven
© 2017 Katharina Kouwenhoven
powered by Peppered