Nummer 4
Jaargang 6
27 november 2008
Vermaak en Genot > Doe toch een spelletje mee print dit artikel sluit venster
Schaken in Samaipata Hans Meijer

0604VG El Che
Echte revolutionairen kunnen Samaipata ongetwijfeld ogenblikkelijk op de wereldkaart aanwijzen. Che Guevara vereerde dit dorpje in de Boliviaanse Andes namelijk op 6 juli 1967 met een bezoek. In zijn dagboek schreef hij dat Ricardo, Coco, Pacho, Aniceto, Julio en Chino er vijf mausers en een Z-B-30, een machinegeweer, buitmaakten. Guevara moet die actie als een mooie zet in de richting van de eindoverwinning gezien hebben want hij schaakte graag. Op Cuba won hij, voor Fidel Castro, steevast het schaakkampioenschap voor ministers. Volgens grootmeester Ludek Pachman, tot de Praagse lente een communistische ijzervreter, lieten de andere ministers Fidel winnen omdat ze bang voor hem waren. El Che niet. Hij was voor de duivel en zijn ouwe moer niet bang en waarschijnlijk was het dit totale gebrek aan gevoel voor gevaar dat hem uiteindelijk fataal werd.
 
George Steiner schreef eens dat hij zich op serene momenten wel eens afvroeg hoe het kwam dat redelijk normale schepselen met doodgewone andere bezigheden, mannen zoals Lenin en hijzelf, er serieus over nadenken om alles op te geven – huwelijken, hypotheken, carrières, de Russische revolutie – om dag en nacht door te brengen met kleine uit hout gesneden objecten die ze op en neer bewegen op een vierkant bord. Ik denk het antwoord op deze vraag te weten. Onderzoekers van de universiteit van Seattle hebben namelijk vastgesteld dat schakers, net als diepzeeduikers, bungee jumpers, skiërs, parachutespringers en bergbeklimmers, sensatiezoekers zijn. Ze zijn verslaafd aan spanning en zuchten naar actie en avontuur. Nu ik dit rijtje riskante sporten goed tot mij door laat dringen zou ik moeders, die het beste met hun dochters voor hebben, aan willen raden eens met hen bij een schaakclub langs te gaan. Daar treffen ze de echt leuke jongens aan die garant staan voor een boeiend, en met name ook lang, huwelijksleven.

De wereld waarin een schaker of schaakster terechtkomt is overzichtelijk. Nederland telt bijvoorbeeld 22 grootmeesters en 65 meesters. Mijn rating van 2258 is er goed voor een plek bij de top 250. In Bolivia, dat iets meer dan de helft van de inwoners van Nederland heeft, is het schaakwereldje veel kleiner. Het telt slechts één grootmeester en één meester. Mijn rating is nu goed voor een plek in de top 10. Hier tel ik mee! Dat is helemaal het geval sinds ik met het schaakteam van Cochabamba kampioen van Bolivia geworden ben. In Nederland is mij dat nooit gelukt. Daar speelde ik met het eerste achttal van Promotie uit Zoetermeer in de onderste regionen van de nationale competitie en mochten we in plaatsen als Sas van Gent, Alkmaar en Hardenberg tegen lokale helden spelen. Het waren gebeurtenissen die zelden of nooit de krant haalden. Dankzij mijn emigratie naar Bolivia ben ik met stip op de schaakladder gestegen. En niet alleen op deze ladder. Ook voor andere Boliviaanse ladders geldt dat het niveau, naar Nederlandse maatstaven gemeten, meestal aan de bescheiden kant is. Het zal niet eenvoudig zijn dit te veranderen. De grote armoede hier is een enorme sta in de weg. Die tien grootmeesters die Bolivia mist werken nu waarschijnlijk ergens als schaapherder op het platteland of als mijnwerker onder de grond.

Toen ik nog in Nederland woonde bezocht ik met mijn Zoetermeerse schaakvrienden elk jaar ergens in Europa een schaaktoernooi. Dit jaar kwamen ze naar Bolivia. Om te acclimatiseren had ik een snelschaakavond in Cochabamba en een week later een dag rapidschaken in La Paz georganiseerd. Met name de dag in La Paz was bijzonder. De voorzitter van de schaakclub bleek al zijn vrienden van de schrijvende pers uitgenodigd te hebben om verslag te doen van deze unieke gebeurtenis. Nadat we achter het schaakbord plaatsgenomen hadden werd ons gevraagd weer op te staan en mee te gaan naar een lokaal radiostation voor een interview. In Bolivia houdt men van improviseren en als daarvoor titels zouden bestaan was iedereen hier grootmeester. Deze twee kennismakingen met het Boliviaanse schaak gingen ons niet slecht af, zodat we het toernooi in Samaipata met vertrouwen tegemoet zagen.

Uiteraard schaakten we niet alleen. In de tropische Chapare zagen we hoe een apenregen door de bomen naar beneden kletterde. Op het diepblauwe Titicacameer bracht een bootje ons vanaf Copacabana naar de Isla del Sol (het eiland van de zon). Op de Salar de Uyuni, een witte zee van zout, verbaasden we ons over de metershoge cacteeën op de Isla de los Pescadores (het eiland0604VG Cultura van de vissers). Onder Potosí kropen we door de stoffige mijngangen van de Cerro Rico (de zilverberg). Op een Inca pad ten noorden van Sucre waanden we ons even moderne chaski’s (boodschappers), waarna een four-wheel drive ons naar Maragua bracht, een dorpje middenin een imposante krater. De moderne tijd nadert Maragua want een rijtje elektriciteitspalen rukt langzaam maar zeker naar het dorpje op. Vrouwen weven er in de Jalq’a stijl felrode wandkleden met afbeeldingen van khurus. Demonen die ons schakers in onze dromen na een verloren partij plegen op te zoeken.

Tussen genoemde plaatsen in liggen wegen die urenlang door de Andes kronkelen. Het reizen per bus en taxi werd door mijn schaakvrienden onveranderlijk als onverantwoord omschreven. Ze hebben gelijk. Reizen in Bolivia is gevaarlijk. Er gaat zelden een maand voorbij of er stort ergens een bus in een ravijn waarbij passagiers omkomen. Ontelbare kruisen langs de kant van de weg herinneren ons er zwijgend aan. Meestal ligt de schuld bij de weg, de bus, de chauffeur of de overheid. Soms is het de natuur. Bovenop de nieuwe brug over de Chapare rivier zagen we ver beneden ons grote brokstukken van de oude brug liggen. Een van de slachtoffers in die fatale nacht was de oud-kampioen schaken van Bolivia Marcial López Marquez (36). Hij had de pech in de Cotoca bus te zitten die samen met de oude brug door het woedende water verzwolgen werd. Het behoeft geen betoog dat zijn dood in de Boliviaanse schaakwereld insloeg als een bom.

Na drie weken trekken bereikten we Samaipata. Dit dorpje met zo´n vierduizend inwoners ligt op tweeëneenhalf uur afstand van Santa Cruz, aan de voet van het Andes gebergte. Voor Cruceños die de tropische hitte even willen ontvluchten is Samaipata, dat in de Quechua taal ‘verpozing in de hoogte’ betekent, een geliefd toevluchtsoord. Wij gingen er in het Palacio de Ajedrez onze krachten met twintig Boliviaanse schakers meten. Begin jaren negentig heeft Wolfgang Paulin dit schaakpaleis er speciaal voor de jeugd laten bouwen. Hij begon zelf met het geven van schaaklessen en trok, toen het goed begon te lopen, hiervoor ook Rolando Luna aan, die tevens de beheerder van het schaakpaleis, restaurant en hotel werd. Hun inspanningen hebben tot grote successen geleid. Het Boliviaanse damesteam dat naar de schaakolympiades afgevaardigd wordt bestaat voor een groot deel uit Samaipateñas en Raisa Luna, de zeventienjarige dochter van Rolando, heeft dit jaar met het winnen van het algemeen schaakkampioenschap een kroon op hun werk gezet. Na Judit Polgar in Hongarije en Eva Moser in Oostenrijk is ze pas de derde dame die dit gelukt is.

Vooraf schatte ik in dat een derde van de 24 deelnemers in staat geacht moest worden het Amigos de Ajedrez toernooi te winnen. Zelf dichtte ik de zestienjarige José Daniel Gemy uit Santa Cruz goede kansen toe. Hij is de actuele kampioen tot 16 jaar van Zuid-Amerika en achter Raisa Luna had hij tijdens het kampioenschap van Bolivia de tweede plaats voor zich opgeëist. Zijn ratingcurve vertoont de sterk stijgende lijn die bij talent hoort. Hij verloor echter in de vijfde ronde en belandde met 5 uit 8 op de zevende plaats. Het waren Marcos Sustach uit La Paz, Mario Iver López uit Santa Cruz en Bernard Bannink uit Zoetermeer die met 6 uit 8 gezamenlijk het toernooi wonnen. Met 5.5 uit 8 legde ik beslag op de vierde plaats. Willem Broekman werd met 4.5 uit 8 negende en Manuel Nepveu met 4 uit 8 tiende. Een alleszins tevredenstellend resultaat.

Toen stonden we voor de laatste opgave. Hoe terug naar Santa Cruz? Lang zag het er naar uit dat dit niet zou lukken. Vlak voor het einde van toernooi was er een halve berg naar beneden gekomen waardoor de terugweg geblokkeerd geraakt was. De foto’s die Wolfgang Paulin liet zien logen er niet om. Reusachtige rotsblokken lagen op de bergwand een geschikt moment af te wachten om met donderend geraas naar beneden te glijden om daar iemand te verpletteren. Gelukkig voor ons slaagde de wegendienst er in om de weg in recordtijd weer vrij te maken. Een van de vrienden van Rolando Luna was zo vriendelijk om ons met zijn taxi naar Santa Cruz te brengen waar vandaan we terugvlogen naar huis. Ik naar Cochabamba en de rest plus Henk Alberts naar Charleroi.
 
**********************************
Abonneer u op de Nieuwsbrief.
Ga naar: www.deleunstoel.nl/nieuwsbrief.php


© 2008 Hans Meijer meer Hans Meijer - meer "Doe toch een spelletje mee" - reageer
Vermaak en Genot > Doe toch een spelletje mee
Schaken in Samaipata Hans Meijer
0604VG El Che
Echte revolutionairen kunnen Samaipata ongetwijfeld ogenblikkelijk op de wereldkaart aanwijzen. Che Guevara vereerde dit dorpje in de Boliviaanse Andes namelijk op 6 juli 1967 met een bezoek. In zijn dagboek schreef hij dat Ricardo, Coco, Pacho, Aniceto, Julio en Chino er vijf mausers en een Z-B-30, een machinegeweer, buitmaakten. Guevara moet die actie als een mooie zet in de richting van de eindoverwinning gezien hebben want hij schaakte graag. Op Cuba won hij, voor Fidel Castro, steevast het schaakkampioenschap voor ministers. Volgens grootmeester Ludek Pachman, tot de Praagse lente een communistische ijzervreter, lieten de andere ministers Fidel winnen omdat ze bang voor hem waren. El Che niet. Hij was voor de duivel en zijn ouwe moer niet bang en waarschijnlijk was het dit totale gebrek aan gevoel voor gevaar dat hem uiteindelijk fataal werd.
 
George Steiner schreef eens dat hij zich op serene momenten wel eens afvroeg hoe het kwam dat redelijk normale schepselen met doodgewone andere bezigheden, mannen zoals Lenin en hijzelf, er serieus over nadenken om alles op te geven – huwelijken, hypotheken, carrières, de Russische revolutie – om dag en nacht door te brengen met kleine uit hout gesneden objecten die ze op en neer bewegen op een vierkant bord. Ik denk het antwoord op deze vraag te weten. Onderzoekers van de universiteit van Seattle hebben namelijk vastgesteld dat schakers, net als diepzeeduikers, bungee jumpers, skiërs, parachutespringers en bergbeklimmers, sensatiezoekers zijn. Ze zijn verslaafd aan spanning en zuchten naar actie en avontuur. Nu ik dit rijtje riskante sporten goed tot mij door laat dringen zou ik moeders, die het beste met hun dochters voor hebben, aan willen raden eens met hen bij een schaakclub langs te gaan. Daar treffen ze de echt leuke jongens aan die garant staan voor een boeiend, en met name ook lang, huwelijksleven.

De wereld waarin een schaker of schaakster terechtkomt is overzichtelijk. Nederland telt bijvoorbeeld 22 grootmeesters en 65 meesters. Mijn rating van 2258 is er goed voor een plek bij de top 250. In Bolivia, dat iets meer dan de helft van de inwoners van Nederland heeft, is het schaakwereldje veel kleiner. Het telt slechts één grootmeester en één meester. Mijn rating is nu goed voor een plek in de top 10. Hier tel ik mee! Dat is helemaal het geval sinds ik met het schaakteam van Cochabamba kampioen van Bolivia geworden ben. In Nederland is mij dat nooit gelukt. Daar speelde ik met het eerste achttal van Promotie uit Zoetermeer in de onderste regionen van de nationale competitie en mochten we in plaatsen als Sas van Gent, Alkmaar en Hardenberg tegen lokale helden spelen. Het waren gebeurtenissen die zelden of nooit de krant haalden. Dankzij mijn emigratie naar Bolivia ben ik met stip op de schaakladder gestegen. En niet alleen op deze ladder. Ook voor andere Boliviaanse ladders geldt dat het niveau, naar Nederlandse maatstaven gemeten, meestal aan de bescheiden kant is. Het zal niet eenvoudig zijn dit te veranderen. De grote armoede hier is een enorme sta in de weg. Die tien grootmeesters die Bolivia mist werken nu waarschijnlijk ergens als schaapherder op het platteland of als mijnwerker onder de grond.

Toen ik nog in Nederland woonde bezocht ik met mijn Zoetermeerse schaakvrienden elk jaar ergens in Europa een schaaktoernooi. Dit jaar kwamen ze naar Bolivia. Om te acclimatiseren had ik een snelschaakavond in Cochabamba en een week later een dag rapidschaken in La Paz georganiseerd. Met name de dag in La Paz was bijzonder. De voorzitter van de schaakclub bleek al zijn vrienden van de schrijvende pers uitgenodigd te hebben om verslag te doen van deze unieke gebeurtenis. Nadat we achter het schaakbord plaatsgenomen hadden werd ons gevraagd weer op te staan en mee te gaan naar een lokaal radiostation voor een interview. In Bolivia houdt men van improviseren en als daarvoor titels zouden bestaan was iedereen hier grootmeester. Deze twee kennismakingen met het Boliviaanse schaak gingen ons niet slecht af, zodat we het toernooi in Samaipata met vertrouwen tegemoet zagen.

Uiteraard schaakten we niet alleen. In de tropische Chapare zagen we hoe een apenregen door de bomen naar beneden kletterde. Op het diepblauwe Titicacameer bracht een bootje ons vanaf Copacabana naar de Isla del Sol (het eiland van de zon). Op de Salar de Uyuni, een witte zee van zout, verbaasden we ons over de metershoge cacteeën op de Isla de los Pescadores (het eiland0604VG Cultura van de vissers). Onder Potosí kropen we door de stoffige mijngangen van de Cerro Rico (de zilverberg). Op een Inca pad ten noorden van Sucre waanden we ons even moderne chaski’s (boodschappers), waarna een four-wheel drive ons naar Maragua bracht, een dorpje middenin een imposante krater. De moderne tijd nadert Maragua want een rijtje elektriciteitspalen rukt langzaam maar zeker naar het dorpje op. Vrouwen weven er in de Jalq’a stijl felrode wandkleden met afbeeldingen van khurus. Demonen die ons schakers in onze dromen na een verloren partij plegen op te zoeken.

Tussen genoemde plaatsen in liggen wegen die urenlang door de Andes kronkelen. Het reizen per bus en taxi werd door mijn schaakvrienden onveranderlijk als onverantwoord omschreven. Ze hebben gelijk. Reizen in Bolivia is gevaarlijk. Er gaat zelden een maand voorbij of er stort ergens een bus in een ravijn waarbij passagiers omkomen. Ontelbare kruisen langs de kant van de weg herinneren ons er zwijgend aan. Meestal ligt de schuld bij de weg, de bus, de chauffeur of de overheid. Soms is het de natuur. Bovenop de nieuwe brug over de Chapare rivier zagen we ver beneden ons grote brokstukken van de oude brug liggen. Een van de slachtoffers in die fatale nacht was de oud-kampioen schaken van Bolivia Marcial López Marquez (36). Hij had de pech in de Cotoca bus te zitten die samen met de oude brug door het woedende water verzwolgen werd. Het behoeft geen betoog dat zijn dood in de Boliviaanse schaakwereld insloeg als een bom.

Na drie weken trekken bereikten we Samaipata. Dit dorpje met zo´n vierduizend inwoners ligt op tweeëneenhalf uur afstand van Santa Cruz, aan de voet van het Andes gebergte. Voor Cruceños die de tropische hitte even willen ontvluchten is Samaipata, dat in de Quechua taal ‘verpozing in de hoogte’ betekent, een geliefd toevluchtsoord. Wij gingen er in het Palacio de Ajedrez onze krachten met twintig Boliviaanse schakers meten. Begin jaren negentig heeft Wolfgang Paulin dit schaakpaleis er speciaal voor de jeugd laten bouwen. Hij begon zelf met het geven van schaaklessen en trok, toen het goed begon te lopen, hiervoor ook Rolando Luna aan, die tevens de beheerder van het schaakpaleis, restaurant en hotel werd. Hun inspanningen hebben tot grote successen geleid. Het Boliviaanse damesteam dat naar de schaakolympiades afgevaardigd wordt bestaat voor een groot deel uit Samaipateñas en Raisa Luna, de zeventienjarige dochter van Rolando, heeft dit jaar met het winnen van het algemeen schaakkampioenschap een kroon op hun werk gezet. Na Judit Polgar in Hongarije en Eva Moser in Oostenrijk is ze pas de derde dame die dit gelukt is.

Vooraf schatte ik in dat een derde van de 24 deelnemers in staat geacht moest worden het Amigos de Ajedrez toernooi te winnen. Zelf dichtte ik de zestienjarige José Daniel Gemy uit Santa Cruz goede kansen toe. Hij is de actuele kampioen tot 16 jaar van Zuid-Amerika en achter Raisa Luna had hij tijdens het kampioenschap van Bolivia de tweede plaats voor zich opgeëist. Zijn ratingcurve vertoont de sterk stijgende lijn die bij talent hoort. Hij verloor echter in de vijfde ronde en belandde met 5 uit 8 op de zevende plaats. Het waren Marcos Sustach uit La Paz, Mario Iver López uit Santa Cruz en Bernard Bannink uit Zoetermeer die met 6 uit 8 gezamenlijk het toernooi wonnen. Met 5.5 uit 8 legde ik beslag op de vierde plaats. Willem Broekman werd met 4.5 uit 8 negende en Manuel Nepveu met 4 uit 8 tiende. Een alleszins tevredenstellend resultaat.

Toen stonden we voor de laatste opgave. Hoe terug naar Santa Cruz? Lang zag het er naar uit dat dit niet zou lukken. Vlak voor het einde van toernooi was er een halve berg naar beneden gekomen waardoor de terugweg geblokkeerd geraakt was. De foto’s die Wolfgang Paulin liet zien logen er niet om. Reusachtige rotsblokken lagen op de bergwand een geschikt moment af te wachten om met donderend geraas naar beneden te glijden om daar iemand te verpletteren. Gelukkig voor ons slaagde de wegendienst er in om de weg in recordtijd weer vrij te maken. Een van de vrienden van Rolando Luna was zo vriendelijk om ons met zijn taxi naar Santa Cruz te brengen waar vandaan we terugvlogen naar huis. Ik naar Cochabamba en de rest plus Henk Alberts naar Charleroi.
 
**********************************
Abonneer u op de Nieuwsbrief.
Ga naar: www.deleunstoel.nl/nieuwsbrief.php
© 2008 Hans Meijer