archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Het optillen der dingen Julius Pasgeld

1608BS Julius‘Kan God alles?’, vroeg Pasgeld Junior me. Hij was net zeven geworden.
‘Jazeker’, zei ik. Want hoewel er bij ons thuis nooit veel aandacht is geweest voor religieuze zaken, was ik verheugd zijn belangstelling voor het onstoffelijke te vernemen.
Bovendien wenste ik de heersende opvattingen over de almacht van de Lieve Heer niet direct te verstoren met kritische kanttekeningen. Junior was immers pas zeven en zou nog genoeg teleurstellingen te verwerken krijgen.
‘Kan God dan ook dingen maken, die hij niet op kan tillen’, vroeg Junior verder.
‘Jazeker’, zei ik weer. Maar ik voelde al nattigheid aankomen.
‘Als God iets maakt, dat hij niet op kan tillen, kan hij toch niet alles’, wees hij me terecht. ‘Want dan kan hij bijvoorbeeld dat ding dat hij gemaakt heeft niet optillen’.

Tja. Daar zat ik lelijk in de nesten. Even schoot het door me heen hem te verkondigen dat het God inderdaad niet gelukt was zijn schepping te verheffen uit het tranendal dat hij toch ook maar mooi op zijn geweten had. Daarna wilde ik een verhandeling beginnen over retoriek, contradictio in terminis en de beperkingen van de logica. Totdat ik me gelukkig bijtijds bedacht. Want als ik deze loot van de beschaving nu zou planten, zou dat wellicht toch maar verkommeren tussen de huidige uitbundige groei en bloei van de Lego en de StarWarsplaatjes alom.
Maar toch gaf ik me niet gewonnen.
‘God zou bijvoorbeeld iets kunnen maken, waarmee hij dat ding wèl zou kunnen optillen’, stelde ik voor. ‘Een hijskraan of zo’.
‘Nee’, zei Junior, nog volkomen zuiver in de leer. ‘God kan dat ding dan zèlf nog steeds niet optillen. Dus kan hij toch niet alles’.

Hij had gelijk. Dat zei ik hem ook. Want niets is zo goed voor de eigenwaarde van kinderen dan ze gelijk te geven als ze gelijk hebben. Ook al bepaal je dat als oudere nog steeds zelf. Maar daar worden ze op een behoorlijke manier groot van. Dan hoeven ze later geen grote bek meer op te zetten om hun gebrek aan zelfgevoel te verhullen.

Ik verzonk in gepeins. Van een grote bek is het slechts een kleine stap naar machtswellustige zakenlui en over het paard getilde politici. Die verzinnen ook allerlei dingen die ze zelf niet kunnen optillen. Kantorenhoogbouw, steeds maar grotere vrachtwagens, steeds maar meer vliegtuigen, gigantische internetcircuits, opgeblazen kwartaalwinsten, steeds dikkere wetboeken vol regels, steeds onbegrijpelijkere belastingen, letterlijk zowel als figuurlijk.
En omdat ze denken dat ze alles kunnen, moeten ze steeds weer nieuwe dingen verzinnen om die kolossale troep te hanteren. En de enige oplossing die ze daarbij te binnen schiet, is alles nóg groter maken.

Jawel. Maar luister naar Junior. Zelfs God kan niet alles. En wat denken die politici en zakenlui dan eigenlijk wel? Misschien hebben die belangrijke kereltjes toen ze klein waren wel onvoldoende eigenwaarde meegekregen. Zodat ze dat nu uit alle macht moeten compenseren. Misschien was er in hun opvoeding wel niet genoeg aandacht voor het onstoffelijke. En trachten ze dat nu te vereffenen door dingen te maken die ze niet meer op kunnen tillen.

Terwijl ze toch zouden moeten weten, dat zelfs een eenvoudige kruik net zolang te water gaat tot ze barst.

-------
Het plaatje is van Linda Hulshof

Meer informatie op: www.lindahulshof.nl


© 2019 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Het optillen der dingen Julius Pasgeld
1608BS Julius‘Kan God alles?’, vroeg Pasgeld Junior me. Hij was net zeven geworden.
‘Jazeker’, zei ik. Want hoewel er bij ons thuis nooit veel aandacht is geweest voor religieuze zaken, was ik verheugd zijn belangstelling voor het onstoffelijke te vernemen.
Bovendien wenste ik de heersende opvattingen over de almacht van de Lieve Heer niet direct te verstoren met kritische kanttekeningen. Junior was immers pas zeven en zou nog genoeg teleurstellingen te verwerken krijgen.
‘Kan God dan ook dingen maken, die hij niet op kan tillen’, vroeg Junior verder.
‘Jazeker’, zei ik weer. Maar ik voelde al nattigheid aankomen.
‘Als God iets maakt, dat hij niet op kan tillen, kan hij toch niet alles’, wees hij me terecht. ‘Want dan kan hij bijvoorbeeld dat ding dat hij gemaakt heeft niet optillen’.

Tja. Daar zat ik lelijk in de nesten. Even schoot het door me heen hem te verkondigen dat het God inderdaad niet gelukt was zijn schepping te verheffen uit het tranendal dat hij toch ook maar mooi op zijn geweten had. Daarna wilde ik een verhandeling beginnen over retoriek, contradictio in terminis en de beperkingen van de logica. Totdat ik me gelukkig bijtijds bedacht. Want als ik deze loot van de beschaving nu zou planten, zou dat wellicht toch maar verkommeren tussen de huidige uitbundige groei en bloei van de Lego en de StarWarsplaatjes alom.
Maar toch gaf ik me niet gewonnen.
‘God zou bijvoorbeeld iets kunnen maken, waarmee hij dat ding wèl zou kunnen optillen’, stelde ik voor. ‘Een hijskraan of zo’.
‘Nee’, zei Junior, nog volkomen zuiver in de leer. ‘God kan dat ding dan zèlf nog steeds niet optillen. Dus kan hij toch niet alles’.

Hij had gelijk. Dat zei ik hem ook. Want niets is zo goed voor de eigenwaarde van kinderen dan ze gelijk te geven als ze gelijk hebben. Ook al bepaal je dat als oudere nog steeds zelf. Maar daar worden ze op een behoorlijke manier groot van. Dan hoeven ze later geen grote bek meer op te zetten om hun gebrek aan zelfgevoel te verhullen.

Ik verzonk in gepeins. Van een grote bek is het slechts een kleine stap naar machtswellustige zakenlui en over het paard getilde politici. Die verzinnen ook allerlei dingen die ze zelf niet kunnen optillen. Kantorenhoogbouw, steeds maar grotere vrachtwagens, steeds maar meer vliegtuigen, gigantische internetcircuits, opgeblazen kwartaalwinsten, steeds dikkere wetboeken vol regels, steeds onbegrijpelijkere belastingen, letterlijk zowel als figuurlijk.
En omdat ze denken dat ze alles kunnen, moeten ze steeds weer nieuwe dingen verzinnen om die kolossale troep te hanteren. En de enige oplossing die ze daarbij te binnen schiet, is alles nóg groter maken.

Jawel. Maar luister naar Junior. Zelfs God kan niet alles. En wat denken die politici en zakenlui dan eigenlijk wel? Misschien hebben die belangrijke kereltjes toen ze klein waren wel onvoldoende eigenwaarde meegekregen. Zodat ze dat nu uit alle macht moeten compenseren. Misschien was er in hun opvoeding wel niet genoeg aandacht voor het onstoffelijke. En trachten ze dat nu te vereffenen door dingen te maken die ze niet meer op kunnen tillen.

Terwijl ze toch zouden moeten weten, dat zelfs een eenvoudige kruik net zolang te water gaat tot ze barst.

-------
Het plaatje is van Linda Hulshof

Meer informatie op: www.lindahulshof.nl
© 2019 Julius Pasgeld
powered by CJ2