archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Schipbreukelingen in Bolivia Hans Meijer

Er staat veel water in de rivier de Rocha die dwars door Cochabamba loopt. Uitzonderlijk veel water. Ik heb verschillende mensen gevraagd waar het water van de Rocha naar toe stroomt. De meningen liepen uiteen. Iemand beweerde dat het water naar het zuiden richting de Pilcomayo en daarna naar de Paraguay stroomt en een ander vertelde me dat het water een grote boog maakt richting de Río Grande waarna het na een lange tocht in de Amazone terechtkomt. Het is dat het water vanaf de Nevado Mismi in Peru langer onderweg is, anders zou de Amazone in Bolivia ontspringen zei hij erbij. Een interessante gedachte.

Onder normale omstandigheden staat er vrijwel geen water in de Rocha. Als je een aanloopje neemt kan je er over heen springen. Soms doen vrouwen er de was die ze dan te drogen leggen in de brede bedding. Dat zou nu niet goed lukken. Als de Rocha de stad bereikt wordt zij door twee hoge muren gedwongen in een bijna veertig meter brede bedding te blijven. Die muren zijn ruim drie meter hoog. De Rocha staat nu af en toe tot de bruggen toe vol. De daklozen die onder de bruggen verblijven zijn vertrokken. Sommigen liggen in de portieken op het centrale plein. Als ik van de schaakclub terugkom zie ik ze liggen. Ze slapen op een stuk karton of op de koude stenen. In de vroege ochtend vertrekken ze ergens naar toe. Achter het vliegveld waar de muren ophouden stroomt het water over het land de huizen in. Het water doordrenkt de adobe stenen van de muren die hun sterkte verliezen waarna de huizen instorten. Daar waar gewassen op de velden staan doen die hun uiterste best het hoofd boven water te houden. Vaak lukt dat niet en verdrinken ze. Net als veel dieren. Ik bekijk foto´s in de kranten en voel me er treurig bij.

Sinds mensenheugenis heeft het in Cochabamba niet zoveel geregend. La Niña, het meisje, zit er achter. In 1997 was het El Niño, de jongen, en nu dus zijn zusje. El Niño had tot gevolg dat er in Peru nieuwe meren ontstonden waar watervogels een goed heenkomen vonden. Maar El Niño had vooral veel ellende tot gevolg. Net als zijn zusje La Niña nu. Als het in de Andes regent zoekt het water meteen een weg naar beneden. De taxichauffeur die dacht door een kalm beekje te rijden werd luttele momenten later door een woeste stroom meegesleurd. In de krant zie ik zijn taxi op zijn kop in het water liggen. De chauffeur en twee passagiers overleefden het niet. Elders lees ik dat een moeder die met haar drie dochtertjes de was deed in een riviertje het woedende water haar dochtertjes zag meesleuren. De jongste van drie jaar had net zo lang gezeurd tot ze ook mee mocht. Twee werden na dagen zoeken vijfentwintig kilometer verderop teruggevonden. De derde is nog zoek. Ze zijn drie van de 49 slachtoffers van het water die tot aswoensdag 2008 geteld zijn.

De rivieren in het noordelijke en oostelijke laagland zijn machtige rivieren. Verraderlijke rivieren. In de Yapacaní ten noorden van Santa Cruz zag ik in het begin van de jaren zeventig voor de eerste keer een brug die er niet meer was. Een bizarre ervaring want de rivier de Yapacaní die ik in de diepte zag, leek de onschuld zelve. Het water van de Yapacani was in luttele uren vele meters tegelijk gestegen en de boomstammen die het water met zich meevoerde hadden de brug vernietigd. Het zou niet de laatste brug zijn die in het water verdween. In de nacht voor de kerstnacht van 2003 sloeg in de Chapare, ten noorden van Cochabamba, het noodlot toe. De twintig meter hoge brug over de rivier de Chapare verdween die nacht in het kolkende water. In het aardedonker reden enkele auto´s en een Cotoca bus vol passagiers het gapende gat in waar de rivier ze opslokte. Marcial López, die in 1989 schaakkampioen van Bolivia was, zat in die bus. Zeven dagen later vond men zijn lichaam. Uiteindelijk slaagde men er van de andere kant van de brug in om met autolichten het toesnellende verkeer te stoppen. Deze ramp kostte zestig mensen het leven. Vanuit hotel Las Pozas kon ik vorig jaar de nieuwe brug over de Chapare zien. Een lange stevige brug. Langs de kant van de weg staat een gedenkteken voor de slachtoffers van die fatale kerstnacht. De brug heeft het tot nu toe gehouden maar de rivieren hebben deze keer her en der stukken uit de weg van Cochabamba naar Santa Cruz geslagen. Elders blokkeren aardverschuivingen de doorgang. Lange rijen auto´s, bussen en vrachtwagens zijn het gevolg. Buspassagiers die het wachten moe zijn zie ik te voet verder gaan op zoek naar ander vervoer. Op de stilstaande vrachtwagens rotten groenten en fruit langzaam weg. Op de markt in Cochabamba stijgen de prijzen. Sommige tot het dubbele van voor de regens.

Een ander slachtoffer van de regen was een Boeing 727 van de LAB, de Lloyd Aero Boliviano. De vlucht van de Boeing van La Paz naar Cobija in het noorden van Bolivia, waar het vanwege de regen niet kon landen, eindigde op enkele kilometers afstand van het vliegveld van Trinidad in het struikgewas. De brandstof was op. Iedereen overleefde de noodlanding. Op foto´s zie ik de romp van het vliegtuig, waar de vleugels en het landingsgestel van afgebroken zijn, in het gras liggen. De Boeing wekt de indruk alsof ze, net als het schip in de film Fitzcarraldo van Werner Herzog, op dragers wacht. Die zouden het op moeten tillen en naar het vliegveld terugbrengen. Dat lijkt niet te gaan gebeuren. Het gerucht dat de LAB, die al geruime tijd op het randje van het faillissement balanceert, geen geld voor voldoende brandstof gehad zou hebben doet de ronde. De LAB wees in een reactie daarop in een advertentie de gebrekkige infrastructuur voor de luchtvaart als hoofdschuldige aan. Het wachten is op de waarheid die in Bolivia vaak niet boven tafel komt.

In het noordelijke departement de Beni bundelen vele Boliviaanse rivieren zich tot de Mamoré. Een imposante snelstromende rivier. Iets dat ik aan den lijve meegemaakt heb. Het bootje dat Paul Bakker en mij van Guayaramerín aan de Boliviaanse kant naar Guayará-mirim aan de Braziliaanse kant bracht voer niet zozeer naar de overkant maar veeleer tegen de stroom in en kroop beetje bij beetje van de ene naar de andere oever en gelukkig voor ons was er voldoende brandstof aan boord om de motor aan de praat te houden. Dezelfde Mamoré zet nu grote delen van de Beni onder water. Op foto´s zie ik paarden die door het water waden, een groepje runderen op een kleine terp, huizen die onder water staan, families in tenten en mensen in zelfgemaakte bootjes. De hoofdstad Trinidad van de Beni is door water omsingeld. De beelden van Trinidad doen me aan de woorden die Tacitus in 69 over Friesland schreef denken: ‘Wanneer het water het omliggende land overspoelt lijken de bewoners wel zeelieden, maar schipbreukelingen wanneer het water wijkt.’

Een deel van het water dat Trinidad bedreigt is uit Cochabamba afkomstig. Het water van de Rocha (lengte: 115 km) blijkt via de Caine (125 km) naar de Río Grande (1438 km; de Rijn is 1340 km lang) te stromen. Daarna vervolgt het zijn weg via de Mamoré (2000 km) en de Madeira (3239 km) naar de Amazone (6800 km) om uiteindelijk in de Atlantische Oceaan te belanden. Daar warmt de zon het op zodat het de terugreis naar het verre Bolivia weer kan aanvaarden.
 
*************************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Hans Meijer, J.J.Waasdorp-Mulders,
Ruurd Kunnen, Beer Meijer, Carlo van Praag, J.Bakker, J.W.Meijer,
Evelien Polter, Mabel Amber, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.


© 2008 Hans Meijer meer Hans Meijer - meer "Brief uit ..."
Beschouwingen > Brief uit ...
Schipbreukelingen in Bolivia Hans Meijer
Er staat veel water in de rivier de Rocha die dwars door Cochabamba loopt. Uitzonderlijk veel water. Ik heb verschillende mensen gevraagd waar het water van de Rocha naar toe stroomt. De meningen liepen uiteen. Iemand beweerde dat het water naar het zuiden richting de Pilcomayo en daarna naar de Paraguay stroomt en een ander vertelde me dat het water een grote boog maakt richting de Río Grande waarna het na een lange tocht in de Amazone terechtkomt. Het is dat het water vanaf de Nevado Mismi in Peru langer onderweg is, anders zou de Amazone in Bolivia ontspringen zei hij erbij. Een interessante gedachte.

Onder normale omstandigheden staat er vrijwel geen water in de Rocha. Als je een aanloopje neemt kan je er over heen springen. Soms doen vrouwen er de was die ze dan te drogen leggen in de brede bedding. Dat zou nu niet goed lukken. Als de Rocha de stad bereikt wordt zij door twee hoge muren gedwongen in een bijna veertig meter brede bedding te blijven. Die muren zijn ruim drie meter hoog. De Rocha staat nu af en toe tot de bruggen toe vol. De daklozen die onder de bruggen verblijven zijn vertrokken. Sommigen liggen in de portieken op het centrale plein. Als ik van de schaakclub terugkom zie ik ze liggen. Ze slapen op een stuk karton of op de koude stenen. In de vroege ochtend vertrekken ze ergens naar toe. Achter het vliegveld waar de muren ophouden stroomt het water over het land de huizen in. Het water doordrenkt de adobe stenen van de muren die hun sterkte verliezen waarna de huizen instorten. Daar waar gewassen op de velden staan doen die hun uiterste best het hoofd boven water te houden. Vaak lukt dat niet en verdrinken ze. Net als veel dieren. Ik bekijk foto´s in de kranten en voel me er treurig bij.

Sinds mensenheugenis heeft het in Cochabamba niet zoveel geregend. La Niña, het meisje, zit er achter. In 1997 was het El Niño, de jongen, en nu dus zijn zusje. El Niño had tot gevolg dat er in Peru nieuwe meren ontstonden waar watervogels een goed heenkomen vonden. Maar El Niño had vooral veel ellende tot gevolg. Net als zijn zusje La Niña nu. Als het in de Andes regent zoekt het water meteen een weg naar beneden. De taxichauffeur die dacht door een kalm beekje te rijden werd luttele momenten later door een woeste stroom meegesleurd. In de krant zie ik zijn taxi op zijn kop in het water liggen. De chauffeur en twee passagiers overleefden het niet. Elders lees ik dat een moeder die met haar drie dochtertjes de was deed in een riviertje het woedende water haar dochtertjes zag meesleuren. De jongste van drie jaar had net zo lang gezeurd tot ze ook mee mocht. Twee werden na dagen zoeken vijfentwintig kilometer verderop teruggevonden. De derde is nog zoek. Ze zijn drie van de 49 slachtoffers van het water die tot aswoensdag 2008 geteld zijn.

De rivieren in het noordelijke en oostelijke laagland zijn machtige rivieren. Verraderlijke rivieren. In de Yapacaní ten noorden van Santa Cruz zag ik in het begin van de jaren zeventig voor de eerste keer een brug die er niet meer was. Een bizarre ervaring want de rivier de Yapacaní die ik in de diepte zag, leek de onschuld zelve. Het water van de Yapacani was in luttele uren vele meters tegelijk gestegen en de boomstammen die het water met zich meevoerde hadden de brug vernietigd. Het zou niet de laatste brug zijn die in het water verdween. In de nacht voor de kerstnacht van 2003 sloeg in de Chapare, ten noorden van Cochabamba, het noodlot toe. De twintig meter hoge brug over de rivier de Chapare verdween die nacht in het kolkende water. In het aardedonker reden enkele auto´s en een Cotoca bus vol passagiers het gapende gat in waar de rivier ze opslokte. Marcial López, die in 1989 schaakkampioen van Bolivia was, zat in die bus. Zeven dagen later vond men zijn lichaam. Uiteindelijk slaagde men er van de andere kant van de brug in om met autolichten het toesnellende verkeer te stoppen. Deze ramp kostte zestig mensen het leven. Vanuit hotel Las Pozas kon ik vorig jaar de nieuwe brug over de Chapare zien. Een lange stevige brug. Langs de kant van de weg staat een gedenkteken voor de slachtoffers van die fatale kerstnacht. De brug heeft het tot nu toe gehouden maar de rivieren hebben deze keer her en der stukken uit de weg van Cochabamba naar Santa Cruz geslagen. Elders blokkeren aardverschuivingen de doorgang. Lange rijen auto´s, bussen en vrachtwagens zijn het gevolg. Buspassagiers die het wachten moe zijn zie ik te voet verder gaan op zoek naar ander vervoer. Op de stilstaande vrachtwagens rotten groenten en fruit langzaam weg. Op de markt in Cochabamba stijgen de prijzen. Sommige tot het dubbele van voor de regens.

Een ander slachtoffer van de regen was een Boeing 727 van de LAB, de Lloyd Aero Boliviano. De vlucht van de Boeing van La Paz naar Cobija in het noorden van Bolivia, waar het vanwege de regen niet kon landen, eindigde op enkele kilometers afstand van het vliegveld van Trinidad in het struikgewas. De brandstof was op. Iedereen overleefde de noodlanding. Op foto´s zie ik de romp van het vliegtuig, waar de vleugels en het landingsgestel van afgebroken zijn, in het gras liggen. De Boeing wekt de indruk alsof ze, net als het schip in de film Fitzcarraldo van Werner Herzog, op dragers wacht. Die zouden het op moeten tillen en naar het vliegveld terugbrengen. Dat lijkt niet te gaan gebeuren. Het gerucht dat de LAB, die al geruime tijd op het randje van het faillissement balanceert, geen geld voor voldoende brandstof gehad zou hebben doet de ronde. De LAB wees in een reactie daarop in een advertentie de gebrekkige infrastructuur voor de luchtvaart als hoofdschuldige aan. Het wachten is op de waarheid die in Bolivia vaak niet boven tafel komt.

In het noordelijke departement de Beni bundelen vele Boliviaanse rivieren zich tot de Mamoré. Een imposante snelstromende rivier. Iets dat ik aan den lijve meegemaakt heb. Het bootje dat Paul Bakker en mij van Guayaramerín aan de Boliviaanse kant naar Guayará-mirim aan de Braziliaanse kant bracht voer niet zozeer naar de overkant maar veeleer tegen de stroom in en kroop beetje bij beetje van de ene naar de andere oever en gelukkig voor ons was er voldoende brandstof aan boord om de motor aan de praat te houden. Dezelfde Mamoré zet nu grote delen van de Beni onder water. Op foto´s zie ik paarden die door het water waden, een groepje runderen op een kleine terp, huizen die onder water staan, families in tenten en mensen in zelfgemaakte bootjes. De hoofdstad Trinidad van de Beni is door water omsingeld. De beelden van Trinidad doen me aan de woorden die Tacitus in 69 over Friesland schreef denken: ‘Wanneer het water het omliggende land overspoelt lijken de bewoners wel zeelieden, maar schipbreukelingen wanneer het water wijkt.’

Een deel van het water dat Trinidad bedreigt is uit Cochabamba afkomstig. Het water van de Rocha (lengte: 115 km) blijkt via de Caine (125 km) naar de Río Grande (1438 km; de Rijn is 1340 km lang) te stromen. Daarna vervolgt het zijn weg via de Mamoré (2000 km) en de Madeira (3239 km) naar de Amazone (6800 km) om uiteindelijk in de Atlantische Oceaan te belanden. Daar warmt de zon het op zodat het de terugreis naar het verre Bolivia weer kan aanvaarden.
 
*************************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Hans Meijer, J.J.Waasdorp-Mulders,
Ruurd Kunnen, Beer Meijer, Carlo van Praag, J.Bakker, J.W.Meijer,
Evelien Polter, Mabel Amber, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.
© 2008 Hans Meijer
powered by CJ2