archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Zuster Marc Jan Willem Minderhout

1218BZ Zuster MarcToen ik vier jaar was leerde ik zuster Marc kennen. Zij werd mijn zuster op de bewaarschool te St. Mariaburg (België).
Zuster Marc was een kleine oude non, met een pince nez, die zelden lachte. Van de begintijd op deze school herinner ik me niet veel meer. Dit veranderde vlug door de snelle ontwikkelingen die kleuters doormaken. Het begon er mee dat ik linkshandig was, een afwijking die niet toegestaan werd. Steeds als ik mijn verkeerde hand gebruikte gaf zuster Marc er een tikje op met een liniaal. Dit evolueerde al snel tot een tik. Op de lange weg die leidde tot de lagere school werd dit deel van mijn opvoeding afgerond door harde  klappen met de scherpe kant van het liniaal. Rood-bruin, zag het er uit, met hier en daar een blauwe inktvlek er op.

Op mooie zomerse dagen mochten we in de zandbak pareltjes zoeken. Het kindje dat de meeste pareltjes uit het zand zeefde was volgens zuster Marc een favoriet van de engeltjes en kreeg een mooi heiligen prentje.
Naar gelang ik ouder werd ontwikkelde mijn karakter zich in een eigenzinnige richting. Ik werd obstinaat als wij, jongens, met een speld lapjes tot draadjes moesten uiteen rafelen. Draadjes leverden vulling op voor de poppenkussentjes die de meisjes maakten.
Ik ging dan praten met Staf die naast me in de bank zat.

Als ons gesjouwel teveel werd voor zuster Marc werden er, staande voor de klas, rode tongen onder onze kinnen geknoopt. Vervolgens werden we in het donkere kolenhok gezet waar de duivel, zo nu en dan, langs kwam. Staf kon hier niet tegen en ging krijsen van angst zodat de deur weer snel open ging. Volgens onze zuster niet omdat onze straf voorbij was maar omdat de duivel haar, na een paar schietgebedjes, verteld had dat hij ergens anders heen moest waar nog stoutere kinderen waren.

Ook als we niet luisterden, onze oren niet goed gebruikten, werden we in het kolenhok gezet. Ons hoofd bedekt met een mutsje waarop twee grote rode oren genaaid waren. De angst voor de duivel verdween nooit, alhoewel we ook leerden hoe we hem te pakken konden nemen. Spugen- in die tijd heette het nog spuwen-  mochten we niet. Indien het niet anders kon dan moest het wel over de linkerschouder want daar zat de duivel op; op de rechterschouder je engelbewaarder die je dat niet kon aandoen. Bij het verlaten van het kolenhok heb ik menigmaal, stiekem, over mijn linkerschouder gespuugd!

Na de bewaarschool kwam ik op de jongensschool. Het was een verademing om eindelijk een vrolijk aangeklede jonge juf voor de klas te hebben. Van zuster Marc was ik echter nog niet af. Zij en de andere zusters beheerden de enige nette bibliotheek op het dorp. De anderen waren ondergebracht in winkeltjes die, als het donker was, de meeste klanten trokken. Winkeltjes waar je kon wedden op de voetbal maar waar ook doosjes verkocht werden met een ballonnetje er in. Dit vertelde Staf me die op het Heike woonde, een achterafbuurtje.

In de bibliotheek van zuster Marc kon je boeken lenen van Jules Verne, Karl May en de Boerenoorlog. Heel erg spannend maar na het zoveelste spannende boek uitgezocht te hebben greep de zuster in en gaf je een stichtelijk boek dat meestal ging over Gewijde Geschiedenis. De boekjes werden uitgegeven door de Abdij van Averbode, gedrukt op goedkoop papier. De kleuren van de kaften waren meestal pastelachtig en er stond altijd wel een hoofd op met een cirkeltje er omheen met gouden stralen. De verhalen van de barmhartige Samaritaan en de wonderbaarlijke genezing vond ik erg mooi. Het pedagogisch inzicht van zuster Marc was zo slecht nog niet. Afgezien van de duivel bleef ze doorgaan met geloof in mijn zieltje te zaaien.

De oorlog brak uit. Er was niet veel  te beleven voor kinderen. Tot de weinige hoogtepunten behoorden: de soepuitdeling van Winterhulp, de bibliotheek en de poppenkastvertoningen in de bioscoop (Cine Rio). Een enkele keer gaf zuster Marc een koekje bij de boeken die ik leende. Om nooit te vergeten zo lekker en strokend met datgene wat ik in de stichtelijke boeken van de abdij las. De dorstigen laven en de hongerigen voeden.

Toen kwam die verschrikkelijke maandagmiddag van 5 april 1943. De Mortselse wijk ‘Oude God’ werd gebombardeerd door Amerikaanse bommenwerpers. De bommenwerpers werden, voor de start, gezegend door de  Amerikaanse aartsbisschop Spellman van New York. Later werd hij kardinaal.
Zuster Marc was op bezoek in het moederhuis te Mortsel en kwam om, samen met ongeveer duizend andere mensen. Bij haar dood, ik was toen 10 jaar oud, heb ik me droeviger gevoeld dan bij het overlijden van mijn grootmoeders.

De begrafenisplechtigheid, begeleid door veel geestelijken en luid klokkengelui, overweldigde me. Maar toch … net zo min als het hok met de duivel begreep ik hoe mijn zuster Marc, een bruid van onze lieve heer, dood gebombardeerd kon worden  in de Oude God door een gezegende bom. Ik begreep ook niet dat de vele gelovigen, tijdens de dienst in de kerk, ze de hemel in konden bidden onder leiding van pastoors die streng en onaangedaan keken. Het zaad van de twijfel ging in mijn ziel de strijd aan met het, door de zuster, zorgvuldig gezaaide zaad van het geloof. De twijfel heeft gezegevierd maar de geest van zuster Marc is toch bij me gebleven.

-------------------------------------------------
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren
-------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel


© 2015 Jan Willem Minderhout meer Jan Willem Minderhout - meer "Ontmoetingen"
Bezigheden > Ontmoetingen
Zuster Marc Jan Willem Minderhout
1218BZ Zuster MarcToen ik vier jaar was leerde ik zuster Marc kennen. Zij werd mijn zuster op de bewaarschool te St. Mariaburg (België).
Zuster Marc was een kleine oude non, met een pince nez, die zelden lachte. Van de begintijd op deze school herinner ik me niet veel meer. Dit veranderde vlug door de snelle ontwikkelingen die kleuters doormaken. Het begon er mee dat ik linkshandig was, een afwijking die niet toegestaan werd. Steeds als ik mijn verkeerde hand gebruikte gaf zuster Marc er een tikje op met een liniaal. Dit evolueerde al snel tot een tik. Op de lange weg die leidde tot de lagere school werd dit deel van mijn opvoeding afgerond door harde  klappen met de scherpe kant van het liniaal. Rood-bruin, zag het er uit, met hier en daar een blauwe inktvlek er op.

Op mooie zomerse dagen mochten we in de zandbak pareltjes zoeken. Het kindje dat de meeste pareltjes uit het zand zeefde was volgens zuster Marc een favoriet van de engeltjes en kreeg een mooi heiligen prentje.
Naar gelang ik ouder werd ontwikkelde mijn karakter zich in een eigenzinnige richting. Ik werd obstinaat als wij, jongens, met een speld lapjes tot draadjes moesten uiteen rafelen. Draadjes leverden vulling op voor de poppenkussentjes die de meisjes maakten.
Ik ging dan praten met Staf die naast me in de bank zat.

Als ons gesjouwel teveel werd voor zuster Marc werden er, staande voor de klas, rode tongen onder onze kinnen geknoopt. Vervolgens werden we in het donkere kolenhok gezet waar de duivel, zo nu en dan, langs kwam. Staf kon hier niet tegen en ging krijsen van angst zodat de deur weer snel open ging. Volgens onze zuster niet omdat onze straf voorbij was maar omdat de duivel haar, na een paar schietgebedjes, verteld had dat hij ergens anders heen moest waar nog stoutere kinderen waren.

Ook als we niet luisterden, onze oren niet goed gebruikten, werden we in het kolenhok gezet. Ons hoofd bedekt met een mutsje waarop twee grote rode oren genaaid waren. De angst voor de duivel verdween nooit, alhoewel we ook leerden hoe we hem te pakken konden nemen. Spugen- in die tijd heette het nog spuwen-  mochten we niet. Indien het niet anders kon dan moest het wel over de linkerschouder want daar zat de duivel op; op de rechterschouder je engelbewaarder die je dat niet kon aandoen. Bij het verlaten van het kolenhok heb ik menigmaal, stiekem, over mijn linkerschouder gespuugd!

Na de bewaarschool kwam ik op de jongensschool. Het was een verademing om eindelijk een vrolijk aangeklede jonge juf voor de klas te hebben. Van zuster Marc was ik echter nog niet af. Zij en de andere zusters beheerden de enige nette bibliotheek op het dorp. De anderen waren ondergebracht in winkeltjes die, als het donker was, de meeste klanten trokken. Winkeltjes waar je kon wedden op de voetbal maar waar ook doosjes verkocht werden met een ballonnetje er in. Dit vertelde Staf me die op het Heike woonde, een achterafbuurtje.

In de bibliotheek van zuster Marc kon je boeken lenen van Jules Verne, Karl May en de Boerenoorlog. Heel erg spannend maar na het zoveelste spannende boek uitgezocht te hebben greep de zuster in en gaf je een stichtelijk boek dat meestal ging over Gewijde Geschiedenis. De boekjes werden uitgegeven door de Abdij van Averbode, gedrukt op goedkoop papier. De kleuren van de kaften waren meestal pastelachtig en er stond altijd wel een hoofd op met een cirkeltje er omheen met gouden stralen. De verhalen van de barmhartige Samaritaan en de wonderbaarlijke genezing vond ik erg mooi. Het pedagogisch inzicht van zuster Marc was zo slecht nog niet. Afgezien van de duivel bleef ze doorgaan met geloof in mijn zieltje te zaaien.

De oorlog brak uit. Er was niet veel  te beleven voor kinderen. Tot de weinige hoogtepunten behoorden: de soepuitdeling van Winterhulp, de bibliotheek en de poppenkastvertoningen in de bioscoop (Cine Rio). Een enkele keer gaf zuster Marc een koekje bij de boeken die ik leende. Om nooit te vergeten zo lekker en strokend met datgene wat ik in de stichtelijke boeken van de abdij las. De dorstigen laven en de hongerigen voeden.

Toen kwam die verschrikkelijke maandagmiddag van 5 april 1943. De Mortselse wijk ‘Oude God’ werd gebombardeerd door Amerikaanse bommenwerpers. De bommenwerpers werden, voor de start, gezegend door de  Amerikaanse aartsbisschop Spellman van New York. Later werd hij kardinaal.
Zuster Marc was op bezoek in het moederhuis te Mortsel en kwam om, samen met ongeveer duizend andere mensen. Bij haar dood, ik was toen 10 jaar oud, heb ik me droeviger gevoeld dan bij het overlijden van mijn grootmoeders.

De begrafenisplechtigheid, begeleid door veel geestelijken en luid klokkengelui, overweldigde me. Maar toch … net zo min als het hok met de duivel begreep ik hoe mijn zuster Marc, een bruid van onze lieve heer, dood gebombardeerd kon worden  in de Oude God door een gezegende bom. Ik begreep ook niet dat de vele gelovigen, tijdens de dienst in de kerk, ze de hemel in konden bidden onder leiding van pastoors die streng en onaangedaan keken. Het zaad van de twijfel ging in mijn ziel de strijd aan met het, door de zuster, zorgvuldig gezaaide zaad van het geloof. De twijfel heeft gezegevierd maar de geest van zuster Marc is toch bij me gebleven.

-------------------------------------------------
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren
-------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel
© 2015 Jan Willem Minderhout
powered by CJ2