archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Wat de sigarenroker wil horen Haitze Meurs

1214BZ SigaarOpa was een krasse man van 102 jaar, toen ik hem leerde kennen. Hij zag alles nog scherp, had een goede eetlust en hoorde voornamelijk datgene wat hij wilde horen. Verder rookte hij graag sigaren.

Sterker: zonder sigaar in zijn mond voelde hij zich niet lekker. Opa was een wandelende sigaar. Vanaf het opstaan tot het slapen gaan had hij een brandende sigaar in zijn mond. Tussendoor werd er wel eens wat gegeten en gedronken, maar dan lag de sigaar naast zijn bord te smeulen.

Het argument dat sigaren roken slecht is voor de gezondheid maakte op hem geen indruk. Dan verwees opa naar zijn hoge leeftijd, die hij te danken meende te hebben aan de sigaren. De rook daarvan kuiste zijn mondholte, de alom aanwezige geur van brandend tabak om hem heen gaf hem een gelukzalig gevoel. Dat leed geen twijfel, want opa kon zeer gelukzalig kijken als hij een sigaar keurde alvorens de brand erin te steken.

Het verbod om in restaurants en openbare ruimtes te roken werd, hoe vreemd ook, toegejuicht door opa. Hij stoorde zich namelijk altijd al mateloos aan de inferieure geur van sigaretten en shag. Dat het verbod ook sigaren betrof daar trok hij zich niets van aan. Hij zocht zelfs de rookvrije ruimtes op om daar zijn sigaren tot hun volle recht te laten komen. De indruk dat hij vergaand doof was liet hij graag bestaan en als oude man, met één been in het graf, stond men hem toe zijn sigaartje te roken waar hij dat wilde.

Wat slapen betreft had opa een leefstijl ontwikkeld die hem maximaal in staat stelde om te blijven roken. Overdag dommelde hij graag weg met een sigaar in de mond. Half slapend, half puffend kon opa zijn geliefde sigaren blijven roken terwijl hij een oogje dicht deed. Door al deze hazenslaapjes had opa ’s-nachts aanzienlijk minder slaap nodig. Hij rustte uit met de rug tegen hoge kussens, zodat hij zittend zijn sigaar kon blijven roken; totdat hij in slaap viel en de sigaar uit zijn mond. Inderdaad levensgevaarlijk, maar het ging altijd net goed.

Het einde van opa kwam in zijn 104e levensjaar. Hij moest met hartklachten naar het ziekenhuis, maar weigerde te gaan liggen op de draagbaar zonder zijn sigaar. Dat vonden de broeders eerst wel wat raar, maar waar is waar, opa kreeg zijn zin. Hij mocht ook daar blijven roken. In het ziekenhuis ging opa snel achteruit, verviel in een coma, maar werd nog eenmaal wakker. Volgens de overlevering mompelde hij toen: ‘Nu ben ik toch zelf de sigaar’.

Of wilde men dat maar al te graag horen?

---------------------------------------
De tekening is van Elène Klaren
---------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel


© 2015 Haitze Meurs meer Haitze Meurs - meer "Ontmoetingen"
Bezigheden > Ontmoetingen
Wat de sigarenroker wil horen Haitze Meurs
1214BZ SigaarOpa was een krasse man van 102 jaar, toen ik hem leerde kennen. Hij zag alles nog scherp, had een goede eetlust en hoorde voornamelijk datgene wat hij wilde horen. Verder rookte hij graag sigaren.

Sterker: zonder sigaar in zijn mond voelde hij zich niet lekker. Opa was een wandelende sigaar. Vanaf het opstaan tot het slapen gaan had hij een brandende sigaar in zijn mond. Tussendoor werd er wel eens wat gegeten en gedronken, maar dan lag de sigaar naast zijn bord te smeulen.

Het argument dat sigaren roken slecht is voor de gezondheid maakte op hem geen indruk. Dan verwees opa naar zijn hoge leeftijd, die hij te danken meende te hebben aan de sigaren. De rook daarvan kuiste zijn mondholte, de alom aanwezige geur van brandend tabak om hem heen gaf hem een gelukzalig gevoel. Dat leed geen twijfel, want opa kon zeer gelukzalig kijken als hij een sigaar keurde alvorens de brand erin te steken.

Het verbod om in restaurants en openbare ruimtes te roken werd, hoe vreemd ook, toegejuicht door opa. Hij stoorde zich namelijk altijd al mateloos aan de inferieure geur van sigaretten en shag. Dat het verbod ook sigaren betrof daar trok hij zich niets van aan. Hij zocht zelfs de rookvrije ruimtes op om daar zijn sigaren tot hun volle recht te laten komen. De indruk dat hij vergaand doof was liet hij graag bestaan en als oude man, met één been in het graf, stond men hem toe zijn sigaartje te roken waar hij dat wilde.

Wat slapen betreft had opa een leefstijl ontwikkeld die hem maximaal in staat stelde om te blijven roken. Overdag dommelde hij graag weg met een sigaar in de mond. Half slapend, half puffend kon opa zijn geliefde sigaren blijven roken terwijl hij een oogje dicht deed. Door al deze hazenslaapjes had opa ’s-nachts aanzienlijk minder slaap nodig. Hij rustte uit met de rug tegen hoge kussens, zodat hij zittend zijn sigaar kon blijven roken; totdat hij in slaap viel en de sigaar uit zijn mond. Inderdaad levensgevaarlijk, maar het ging altijd net goed.

Het einde van opa kwam in zijn 104e levensjaar. Hij moest met hartklachten naar het ziekenhuis, maar weigerde te gaan liggen op de draagbaar zonder zijn sigaar. Dat vonden de broeders eerst wel wat raar, maar waar is waar, opa kreeg zijn zin. Hij mocht ook daar blijven roken. In het ziekenhuis ging opa snel achteruit, verviel in een coma, maar werd nog eenmaal wakker. Volgens de overlevering mompelde hij toen: ‘Nu ben ik toch zelf de sigaar’.

Of wilde men dat maar al te graag horen?

---------------------------------------
De tekening is van Elène Klaren
---------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel
© 2015 Haitze Meurs
powered by Peppered