archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Broodje pindakaas met ochtendhumeur Hester Torn

1004BZ Bushalte
Daar staat hij, de man van halte nummer drie. Zijn verwassen rode jack hangt open en terwijl de bus remt en de chauffeur de deur opent, zie ik hem nog snel een hand door zijn haar halen. Hij stapt in, bliept zichzelf langs het OV-chipapparaat en loopt door. Hij kijkt niet op, zet stevige passen. Een vaste route, de beweging met zijn aktetas; even zijn arm optillend, voorkomend dat het leder tegen het prullenbakje in het gangpad komt. Hij pakt de koude, metalen stang in zijn hand, die hij gebruikt om met een zwier op een bankje aan de rechterzijde van de bus plaats te nemen. Op het tweezitbankje waar hij altijd plaats neemt; zíjn tweezitbankje. Halverwege zijn vloeiende draaibeweging echter, houdt hij plots in, kijkt op en staart verbaasd, recht in mijn ogen.

De bus is een eigenaardig ding wanneer je er dagelijks op vaste tijdstippen mee reist. De eerste keer instappen voelt als een presentatie voor een groep mensen die je niet kent. Je wordt gewogen, bekeken. Ook jij kijkt rond, ziet wat gezichten. De tweede keer dat je instapt, krijg je van een aantal een knikje van herkenning en warempel: zag jij die ene knappe passagier de vorige keer ook niet zitten? De derde keer en de keren die volgen wordt het gewoon. Je hoort 'erbij'. Een cohesie die ontstaat tussen onbekende mensen die op vreemde wijze toch bekenden worden. Bekenden waarvan je de namen niet kent, maar wel dat de één wel en de ander niet heeft geleerd de hand voor de mond te doen wanneer er gegaapt wordt. Dat ‘Goedemorgen chauffeur’ staat voor ochtendmens, wat woordeloos gemurmel voor ochtendhumeur en dat die ene knappe jongeman te laat opstaat om zijn ontbijt – een boterham met geurende pindakaas – thuis op te eten. Als de bus dan een halte voorbijrijdt waar normaal gesproken die ene vrouw met dat rode haar instapt, ga je je haast afvragen of ze misschien ziek is. Te zot, maar het gebeurt.

Na een viertal maanden dagelijks in de bus, vond ik het tijd voor een experiment. Want niet alleen leerde ik deze mensen 'kennen', ik had inmiddels ook in de gaten dat al mijn medepassagiers steevast op dezelfde plek zaten. En dus begon ik. Op de plek van de man van halte nummer drie. Toen ik op zijn plek ging zitten, waren de blikken die ik ving met lichte verbazing gesierd. En toen meneer zich met een zucht op het bankje achter zíjn bankje liet zakken, stonden er zelfs een paar gezichten op chagrijnig. Fascinerend. Ik bleef doorgaan tot ik vrijwel alle passagiers had getest. Hoewel de ochtendmensen het geen probleem leken te vinden en de passagiers met ochtendhumeur er iedere keer op het allerlaatste moment pas achter leken te komen dat er iemand op hún plek zat, was er iets gebeurd in de groep: ik had de band gebroken. Het onderlinge vertrouwen leek weg. Passagiers gingen plots op allerlei andere plekken zitten dan ik van ze gewend was, alsof ze wilden voorkomen dat ik hún plekje in zou pikken.

Inmiddels heb ik de groep verlaten, de cohesie is verdwenen. Ik sta niet meer om half 7 bij de bushalte, de mannen en vrouwen met wie ik mijn morgen dagelijks deelde, zie ik niet meer. Conclusie? Er ontstaat een bepaalde sociale cohesie in de bus tussen vaste passagiers die eenvoudig kan worden doorbroken door hen het vertrouwen van de 'eigen' zitplaats te ontnemen. Experiment klaar. Tot ik van de week in de kroeg stond en die ene knappe passagier zag staan. Hij zag mij ook en even was de cohesie weer terug: een blik naar elkaar, een knikje. En dat buiten de bus! Hij zette een stap in mijn richting en ik in de zijne, maar gelijktijdig leken we te beseffen dat we elkaar eigenlijk helemaal niet kenden. Mijn stap ging terug, hij weifelde. Nee, dacht ik, dit wordt niets. Ik draaide mijn hoofd weer om. Bovendien: ik houd niet van pindakaas.
 
************************
De tekening is van Elčne Klaren


© 2012 Hester Torn meer Hester Torn - meer "Ontmoetingen"
Bezigheden > Ontmoetingen
Broodje pindakaas met ochtendhumeur Hester Torn
1004BZ Bushalte
Daar staat hij, de man van halte nummer drie. Zijn verwassen rode jack hangt open en terwijl de bus remt en de chauffeur de deur opent, zie ik hem nog snel een hand door zijn haar halen. Hij stapt in, bliept zichzelf langs het OV-chipapparaat en loopt door. Hij kijkt niet op, zet stevige passen. Een vaste route, de beweging met zijn aktetas; even zijn arm optillend, voorkomend dat het leder tegen het prullenbakje in het gangpad komt. Hij pakt de koude, metalen stang in zijn hand, die hij gebruikt om met een zwier op een bankje aan de rechterzijde van de bus plaats te nemen. Op het tweezitbankje waar hij altijd plaats neemt; zíjn tweezitbankje. Halverwege zijn vloeiende draaibeweging echter, houdt hij plots in, kijkt op en staart verbaasd, recht in mijn ogen.

De bus is een eigenaardig ding wanneer je er dagelijks op vaste tijdstippen mee reist. De eerste keer instappen voelt als een presentatie voor een groep mensen die je niet kent. Je wordt gewogen, bekeken. Ook jij kijkt rond, ziet wat gezichten. De tweede keer dat je instapt, krijg je van een aantal een knikje van herkenning en warempel: zag jij die ene knappe passagier de vorige keer ook niet zitten? De derde keer en de keren die volgen wordt het gewoon. Je hoort 'erbij'. Een cohesie die ontstaat tussen onbekende mensen die op vreemde wijze toch bekenden worden. Bekenden waarvan je de namen niet kent, maar wel dat de één wel en de ander niet heeft geleerd de hand voor de mond te doen wanneer er gegaapt wordt. Dat ‘Goedemorgen chauffeur’ staat voor ochtendmens, wat woordeloos gemurmel voor ochtendhumeur en dat die ene knappe jongeman te laat opstaat om zijn ontbijt – een boterham met geurende pindakaas – thuis op te eten. Als de bus dan een halte voorbijrijdt waar normaal gesproken die ene vrouw met dat rode haar instapt, ga je je haast afvragen of ze misschien ziek is. Te zot, maar het gebeurt.

Na een viertal maanden dagelijks in de bus, vond ik het tijd voor een experiment. Want niet alleen leerde ik deze mensen 'kennen', ik had inmiddels ook in de gaten dat al mijn medepassagiers steevast op dezelfde plek zaten. En dus begon ik. Op de plek van de man van halte nummer drie. Toen ik op zijn plek ging zitten, waren de blikken die ik ving met lichte verbazing gesierd. En toen meneer zich met een zucht op het bankje achter zíjn bankje liet zakken, stonden er zelfs een paar gezichten op chagrijnig. Fascinerend. Ik bleef doorgaan tot ik vrijwel alle passagiers had getest. Hoewel de ochtendmensen het geen probleem leken te vinden en de passagiers met ochtendhumeur er iedere keer op het allerlaatste moment pas achter leken te komen dat er iemand op hún plek zat, was er iets gebeurd in de groep: ik had de band gebroken. Het onderlinge vertrouwen leek weg. Passagiers gingen plots op allerlei andere plekken zitten dan ik van ze gewend was, alsof ze wilden voorkomen dat ik hún plekje in zou pikken.

Inmiddels heb ik de groep verlaten, de cohesie is verdwenen. Ik sta niet meer om half 7 bij de bushalte, de mannen en vrouwen met wie ik mijn morgen dagelijks deelde, zie ik niet meer. Conclusie? Er ontstaat een bepaalde sociale cohesie in de bus tussen vaste passagiers die eenvoudig kan worden doorbroken door hen het vertrouwen van de 'eigen' zitplaats te ontnemen. Experiment klaar. Tot ik van de week in de kroeg stond en die ene knappe passagier zag staan. Hij zag mij ook en even was de cohesie weer terug: een blik naar elkaar, een knikje. En dat buiten de bus! Hij zette een stap in mijn richting en ik in de zijne, maar gelijktijdig leken we te beseffen dat we elkaar eigenlijk helemaal niet kenden. Mijn stap ging terug, hij weifelde. Nee, dacht ik, dit wordt niets. Ik draaide mijn hoofd weer om. Bovendien: ik houd niet van pindakaas.
 
************************
De tekening is van Elčne Klaren
© 2012 Hester Torn
powered by Peppered