archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Terug naar Texel Joop Quint

1001BZ Texel
Ik heb vijf jaar in Den Burg op Texel gewoond. Vanaf m’n vijftiende. Dat is 55 jaar geleden. En nu ben ik terug. Bernadette en ik hebben een nieuwe plek voor onze caravan gevonden. In een appelboomgaardje, twee kilometer buiten Den Burg.
 
Op weg naar het dorp fiets ik langs mijn oude huis. Het is een beetje saai. De helft van een twee onder een kap, in donker baksteen. Ik word er niet bijzonder warm van. Dat komt pas even verder op de Stenenplaats. Daar drinken we elke ochtend koffie op het terras van de Kastanjeboom. Dat is van Rene en Jan-Siemen. Die waren eerder de baas in ons lievelingspaviljoen op het strand: Paal 12. Ik heb gevoetbald met Siemen, de oom van Jan-Siemen. Zijn vader ken ik ook. Zijn tante is Imme Dros, de bekende kinderboekenschrijfster. Allemaal nazaten van de oude Dros, de bakker in Oudeschild.
Als jongen kende ik de Kastanjeboom al. Toen heette het het IJsbeertje. Ik kwam er voor een patatje of een ijsje. Het IJsbeertje was van de vader van Frits Langeveld. Frits is van mijn leeftijd. Hij heeft zich ontwikkeld tot horeca- en vastgoedtycoon op Texel. Voor zichzelf heeft hij even buiten Den Burg Beerenstein gebouwd. Het is een klein landgoed met vijver, lama’s, natuurlijk schapen, een konijnenheuvel en heel veel geraniums. Het was een bijzondere ervaring om bij hem thuis op bezoek te gaan.
 
Toen de Kastanjeboom nog het IJsbeertje was werkte Annie er al. Dat is meer dan 30 jaar geleden. Annie is een vrolijke blondine in korte broek die onze koffie brengt. Ze heeft een collega die meer dan 30 jaar jonger is: Kelly. Kelly heeft een lange paardenstaart, verder is ze ook vrolijk en blond en in korte broek.
Binnen, aan de bar zit altijd Ton. Hij doet de kruiswoordpuzzel. In het weekend is hij grensrechter bij het dierbare ZDH (Zwaluwen Den Hoorn). ZDH is dit jaar tot grote hoogte gestegen. Ze spelen nu in de vierde klas. Even hoog als mijn oude club, SV Texel. Dat is nog nooit gebeurd.
 
Op het terras hebben we elke dag de zelfde buren. Aan de ene kant twee dames van een jaar of zestig met vrij kort, stijl grijs haar die shagjes roken. Aan de andere kant een echtpaar van ongeveer dezelfde leeftijd. Zij heeft kort wit haar en een rollator, hij heeft een lange grijze baard en een korte broek.
Ik denk dat onze buren om dezelfde reden bij de Kastanjeboom zitten als wij. Behalve de koffie (en het koekje, gebakken door de vader van Jan-Siemen) en Annie en Kelly gaat het vooral om de strategische plaats. Iedereen die van deze kant lopend of op de fiets, auto’s zijn niet toegestaan, Den Burg in gaat, komt hier langs. Dus er zijn voortdurend vrienden, buren en kennissen die begroet worden en waar een praatje mee wordt gemaakt.
En dan ben ik helemaal terug. Frans, die met mijn broers op school heeft gezeten, komt regelmatig langs. Zijn ouders hadden de vroegere Albert Heijn. Frans stond jarenlang achter de bar in de Karseboom. In dat café mocht ik van mijn ouders niet komen. Nu verzorgt hij, samen met zijn vrouw Lies, op woensdag de muziek op de Stenenplaats. Accordeon en zang.

Verder is er Hans. Hij is meestal wat gehaast op de fiets. Hans is de man van Ineke, mijn eerste vriendinnetje. Daar gaan we een enkele keer op bezoek. Al weer een bijzondere ervaring. Daar zit ‘mijn meisje’ van 55 jaar geleden. Zij handbalde, ik voetbalde. De junioren hadden dezelfde shirtjes. Niet alleen de kleur: het prachtige groen-zwart (Texel in het hart), maar ook de maat was het zelfde. Dat stond heel leuk bij de meisjes.
En dan zijn er de beroemdheden. Bob, op weg naar bakker Timmer, om zijn half wit te halen. Met Bob heb ik nog in het eerste van SV Texel gevoetbald. Later werd hij nog beroemder. President-commissaris van de TESO (Texels Eigen Stoomboot Onderneming). Dan ben je belangrijker dan de burgemeester. Nog beroemder is Kees de Jager (91). Een geboren Texelaar, die met zijn caravan op onze vorige camping stond. Kees is ereburger van Texel, emeritus hoogleraar astronomie en nog steeds een sterrenkundige van wereldfaam.
 
Na de koffie en de beroemdheden lopen Bernadette en ik vaak ‘een rondje'. Dat is een begrip op Texel. Want de plattegrond van het centrum van Den Burg is nog steeds een cirkel. Van de Stenenplaats loop je door de Binnenburg naar de Groeneplaats. Het front van bijna alle winkels in de Binnenburg is nog vrijwel hetzelfde, alleen de meeste winkels hebben een andere functie gekregen. De grote, mooie kerk uit de zeventiende eeuw is er natuurlijk nog. En de firma Zegel, in korsetten en andere dameslingerie, gelukkig ook.
De Groeneplaats, het grootste plein van Den Burg, is verwoest. Niet door de oorlog. De Texelaars hebben het helemaal zelf gedaan. Eigenlijk is alleen De Lindeboom blijven staan. Het was en is een bijna sjiek hotel uit het begin van de vorige eeuw in een karakteristieke stijl, zoals je wel familiehotels in de Achterhoek ziet. De Oranjeboom, het café daarnaast is er ook nog. Daar achter was de enige toneelzaal annex bioscoop van Texel. Daar ging ik voor het eerst naar de film. De Oranjeboom is nu een chinees.
 
Maar verder wordt de Groeneplaats overheerst door twee moderne bankgebouwen, een grote poffertjeskraam en een fietsenstalling met zandbak en kinderspeelplek. De Groeneplaats was tot een paar jaar geleden nog lelijker. Toen was er, waar nu de poffertjeskraam is, het gemeentehuis. Dat zag er niet uit. Er is nu, aan de buitenkant van Den Burg, een nieuw gemeentehuis. Dat ziet er ook niet uit. Maar het ziet er op een andere manier niet uit. De antroposofische architect heeft zich behoorlijk uitgeleefd. Het gebouw heeft nergens een rechte hoek. Overigens is de poffertjeskraam tijdelijk. Op Texel doen ze er al een paar jaar over om te beslissen wat er moet komen op de plaats van het vorige gemeentehuis. Misschien kan Pietje de kapper, door wie ik me als jongen liet knippen, daar weer terugkomen.
De lelijke Groeneplaats is op maandagochtend gezellig. Dan is er markt. Dat was meer dan vijftig jaar geleden al zo en het zal wel altijd zo blijven. De mooiste markten waren vroeger in het voorjaar. Dan was het lammetjesmarkt. Dan ziet Texel er uit zoals het hoort. Een heel plein vol met lammetjes. Prachtig om te zien en te horen. Dicht in de buurt komt nu de fokschapenmarkt in het begin van september.
 
Van de Groeneplaats loopt de Parkstraat. Die is weinig veranderd. Op de volgende hoek, met de Weverstraat, is nog steeds de boekhandel. Daarin stond vroeger Arie Welboren, de akela van mijn padvinderij. Nu zijn er zijn zoon Daan, mijn goede vriend, en zijn vrouw en beide dochters.
Vlakbij, om de hoek, was een hotel. Het is nu de apotheek. En op de muur van dat hotel hing het belangrijkste kastje van Texel. Daarin stonden elke week de opstellingen van de teams van SV Texel voor de komende zaterdag en zondag. Daar kon je zien of je was opgesteld of niet, en op welke plaats je speelde.
Even verderop, in de Weverstraat, weer herinneringen aan voetbal. Daar was de winkel van Henk, de melkboer. Henk speelde samen met Gerrit, de postbode, centraal achterin in het eerste. Ik was linksbuiten. Maar zij speelden al in het eerste toen ik nog geboren moest worden.
Nog wat verder in de Weverstraat is de Hema. Die was er vroeger natuurlijk niet. Nu gelukkig wel. Ik ontbijt er wel eens met mijn goede vriend Theo. Voor een euro. Nog een klein eindje en dan ben ik weer op de Stenenplaats. Dezelfde Stenenplaats van 55 jaar geleden. De cirkel is rond.
 
************************
De tekening is van Henk Klaren


© 2012 Joop Quint meer Joop Quint - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
Terug naar Texel Joop Quint
1001BZ Texel
Ik heb vijf jaar in Den Burg op Texel gewoond. Vanaf m’n vijftiende. Dat is 55 jaar geleden. En nu ben ik terug. Bernadette en ik hebben een nieuwe plek voor onze caravan gevonden. In een appelboomgaardje, twee kilometer buiten Den Burg.
 
Op weg naar het dorp fiets ik langs mijn oude huis. Het is een beetje saai. De helft van een twee onder een kap, in donker baksteen. Ik word er niet bijzonder warm van. Dat komt pas even verder op de Stenenplaats. Daar drinken we elke ochtend koffie op het terras van de Kastanjeboom. Dat is van Rene en Jan-Siemen. Die waren eerder de baas in ons lievelingspaviljoen op het strand: Paal 12. Ik heb gevoetbald met Siemen, de oom van Jan-Siemen. Zijn vader ken ik ook. Zijn tante is Imme Dros, de bekende kinderboekenschrijfster. Allemaal nazaten van de oude Dros, de bakker in Oudeschild.
Als jongen kende ik de Kastanjeboom al. Toen heette het het IJsbeertje. Ik kwam er voor een patatje of een ijsje. Het IJsbeertje was van de vader van Frits Langeveld. Frits is van mijn leeftijd. Hij heeft zich ontwikkeld tot horeca- en vastgoedtycoon op Texel. Voor zichzelf heeft hij even buiten Den Burg Beerenstein gebouwd. Het is een klein landgoed met vijver, lama’s, natuurlijk schapen, een konijnenheuvel en heel veel geraniums. Het was een bijzondere ervaring om bij hem thuis op bezoek te gaan.
 
Toen de Kastanjeboom nog het IJsbeertje was werkte Annie er al. Dat is meer dan 30 jaar geleden. Annie is een vrolijke blondine in korte broek die onze koffie brengt. Ze heeft een collega die meer dan 30 jaar jonger is: Kelly. Kelly heeft een lange paardenstaart, verder is ze ook vrolijk en blond en in korte broek.
Binnen, aan de bar zit altijd Ton. Hij doet de kruiswoordpuzzel. In het weekend is hij grensrechter bij het dierbare ZDH (Zwaluwen Den Hoorn). ZDH is dit jaar tot grote hoogte gestegen. Ze spelen nu in de vierde klas. Even hoog als mijn oude club, SV Texel. Dat is nog nooit gebeurd.
 
Op het terras hebben we elke dag de zelfde buren. Aan de ene kant twee dames van een jaar of zestig met vrij kort, stijl grijs haar die shagjes roken. Aan de andere kant een echtpaar van ongeveer dezelfde leeftijd. Zij heeft kort wit haar en een rollator, hij heeft een lange grijze baard en een korte broek.
Ik denk dat onze buren om dezelfde reden bij de Kastanjeboom zitten als wij. Behalve de koffie (en het koekje, gebakken door de vader van Jan-Siemen) en Annie en Kelly gaat het vooral om de strategische plaats. Iedereen die van deze kant lopend of op de fiets, auto’s zijn niet toegestaan, Den Burg in gaat, komt hier langs. Dus er zijn voortdurend vrienden, buren en kennissen die begroet worden en waar een praatje mee wordt gemaakt.
En dan ben ik helemaal terug. Frans, die met mijn broers op school heeft gezeten, komt regelmatig langs. Zijn ouders hadden de vroegere Albert Heijn. Frans stond jarenlang achter de bar in de Karseboom. In dat café mocht ik van mijn ouders niet komen. Nu verzorgt hij, samen met zijn vrouw Lies, op woensdag de muziek op de Stenenplaats. Accordeon en zang.

Verder is er Hans. Hij is meestal wat gehaast op de fiets. Hans is de man van Ineke, mijn eerste vriendinnetje. Daar gaan we een enkele keer op bezoek. Al weer een bijzondere ervaring. Daar zit ‘mijn meisje’ van 55 jaar geleden. Zij handbalde, ik voetbalde. De junioren hadden dezelfde shirtjes. Niet alleen de kleur: het prachtige groen-zwart (Texel in het hart), maar ook de maat was het zelfde. Dat stond heel leuk bij de meisjes.
En dan zijn er de beroemdheden. Bob, op weg naar bakker Timmer, om zijn half wit te halen. Met Bob heb ik nog in het eerste van SV Texel gevoetbald. Later werd hij nog beroemder. President-commissaris van de TESO (Texels Eigen Stoomboot Onderneming). Dan ben je belangrijker dan de burgemeester. Nog beroemder is Kees de Jager (91). Een geboren Texelaar, die met zijn caravan op onze vorige camping stond. Kees is ereburger van Texel, emeritus hoogleraar astronomie en nog steeds een sterrenkundige van wereldfaam.
 
Na de koffie en de beroemdheden lopen Bernadette en ik vaak ‘een rondje'. Dat is een begrip op Texel. Want de plattegrond van het centrum van Den Burg is nog steeds een cirkel. Van de Stenenplaats loop je door de Binnenburg naar de Groeneplaats. Het front van bijna alle winkels in de Binnenburg is nog vrijwel hetzelfde, alleen de meeste winkels hebben een andere functie gekregen. De grote, mooie kerk uit de zeventiende eeuw is er natuurlijk nog. En de firma Zegel, in korsetten en andere dameslingerie, gelukkig ook.
De Groeneplaats, het grootste plein van Den Burg, is verwoest. Niet door de oorlog. De Texelaars hebben het helemaal zelf gedaan. Eigenlijk is alleen De Lindeboom blijven staan. Het was en is een bijna sjiek hotel uit het begin van de vorige eeuw in een karakteristieke stijl, zoals je wel familiehotels in de Achterhoek ziet. De Oranjeboom, het café daarnaast is er ook nog. Daar achter was de enige toneelzaal annex bioscoop van Texel. Daar ging ik voor het eerst naar de film. De Oranjeboom is nu een chinees.
 
Maar verder wordt de Groeneplaats overheerst door twee moderne bankgebouwen, een grote poffertjeskraam en een fietsenstalling met zandbak en kinderspeelplek. De Groeneplaats was tot een paar jaar geleden nog lelijker. Toen was er, waar nu de poffertjeskraam is, het gemeentehuis. Dat zag er niet uit. Er is nu, aan de buitenkant van Den Burg, een nieuw gemeentehuis. Dat ziet er ook niet uit. Maar het ziet er op een andere manier niet uit. De antroposofische architect heeft zich behoorlijk uitgeleefd. Het gebouw heeft nergens een rechte hoek. Overigens is de poffertjeskraam tijdelijk. Op Texel doen ze er al een paar jaar over om te beslissen wat er moet komen op de plaats van het vorige gemeentehuis. Misschien kan Pietje de kapper, door wie ik me als jongen liet knippen, daar weer terugkomen.
De lelijke Groeneplaats is op maandagochtend gezellig. Dan is er markt. Dat was meer dan vijftig jaar geleden al zo en het zal wel altijd zo blijven. De mooiste markten waren vroeger in het voorjaar. Dan was het lammetjesmarkt. Dan ziet Texel er uit zoals het hoort. Een heel plein vol met lammetjes. Prachtig om te zien en te horen. Dicht in de buurt komt nu de fokschapenmarkt in het begin van september.
 
Van de Groeneplaats loopt de Parkstraat. Die is weinig veranderd. Op de volgende hoek, met de Weverstraat, is nog steeds de boekhandel. Daarin stond vroeger Arie Welboren, de akela van mijn padvinderij. Nu zijn er zijn zoon Daan, mijn goede vriend, en zijn vrouw en beide dochters.
Vlakbij, om de hoek, was een hotel. Het is nu de apotheek. En op de muur van dat hotel hing het belangrijkste kastje van Texel. Daarin stonden elke week de opstellingen van de teams van SV Texel voor de komende zaterdag en zondag. Daar kon je zien of je was opgesteld of niet, en op welke plaats je speelde.
Even verderop, in de Weverstraat, weer herinneringen aan voetbal. Daar was de winkel van Henk, de melkboer. Henk speelde samen met Gerrit, de postbode, centraal achterin in het eerste. Ik was linksbuiten. Maar zij speelden al in het eerste toen ik nog geboren moest worden.
Nog wat verder in de Weverstraat is de Hema. Die was er vroeger natuurlijk niet. Nu gelukkig wel. Ik ontbijt er wel eens met mijn goede vriend Theo. Voor een euro. Nog een klein eindje en dan ben ik weer op de Stenenplaats. Dezelfde Stenenplaats van 55 jaar geleden. De cirkel is rond.
 
************************
De tekening is van Henk Klaren
© 2012 Joop Quint
powered by Peppered