archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
De verloren stad (1) Gábor Budavári

0904BZ Zwolle1
Sinds jaren is het onze gewoonte de verjaardag van mijn vrouw te vieren in een Nederlandse of Belgische stad die wij sinds lange tijd niet meer (of nog überhaupt niet) hebben bezocht. Wij bespreken van tevoren voor twee of drie nachten een hotel dichtbij het centrum of het station, nadat we zorgvuldig de beoordelingen van vroegere gasten hebben bestudeerd. Zodoende hebben wij bijna alle hoofdsteden van de Nederlandse provincies, alsmede Leuven, Gent en Mechelen bezocht, en hun belangrijkste musea, kerken en stadhuizen bekeken, voor zover mogelijk.
Dit jaar was Zwolle aan de beurt.

Zwolle heb ik in een eerdere levensfase een klein jaar bijna wekelijks bezocht. Op basis daarvan dacht ik de stad goed te kennen. Van 1968 t/m 1973 was ik medewerker van een bekend adviesbureau. Ik was onder andere belast met de opzet en uitvoering van de opleiding van nieuwe en tevens aankomende medewerkers, deels van academisch, deels van HTS niveau. In het verlengde daarvan kreeg ik ook de leiding over verschillende opleidingsprojecten welke ons bureau in opdracht van externe klanten opzette en uitvoerde.

Zo viel mij een opdracht in de schoot waarvoor ik wekelijks naar Zwolle moest afreizen. De eerste keer dat ik in Utrecht in de trein stapte, nam ik plaats in een coupé waar alleen een dame zat met een boek op haar schoot. Aangezien ik mijn voorbereiding niet geheel had afgerond, omdat ik in die dagen zeer zwaar bezet was met opdrachten, kwam de stilte mij goed uit. Ik was met mijn voorbereiding eerder klaar dan ik dacht en met een zucht legde ik de werkbeschrijving in mijn schoot.

De dame vroeg met een kleine glimlach om haar ogen of ik het moeilijk had. Ik was verrast door deze toenaderingspoging, maar beleefd beantwoordde ik haar vraag met een glimlach en ‘Ja.’. Hierna begonnen wij te praten over mijn ‘eerste’ dag. Na een vraag over haar reisdoel bleek dat zij ook naar Zwolle reisde, waar zij eveneens voor een uitgevallen collega moest waarnemen.
Langs de bossen reizend kwam nu uit haar mond een diepe zucht. Nu moest ik vragen naar de oorzaak. ‘Mijn man is in de psychiatrische inrichting hier in het bos,’ was het antwoord. Hoewel ik onder normale omstandigheden geen contacten pleeg te leggen in trein of boot, moest ik ongewild denken aan een mogelijk vervolg. Uiteraard was ik niet van plan een relatie te beginnen, toch wilde ik ook niet de rol van een domme te spelen. De toekomst wilde ik dus aan de omstandigheden overlaten.

Op die omstandigheden hoefde ik niet lang wachten. In Zwolle stapten wij beiden uit de trein, waarbij ik haar hielp. Zij nam daar direct afscheid van mij en haastte zich naar de uitgang. Ik kon niet eens meer zeggen dat we een tijdje met elkaar zouden kunnen oplopen, tot ik de oorzaak zag. Een man van ongeveer mijn leeftijd wachtte op haar. Zij zoenden elkaar en verdwenen gearmd naar de uitgang. Gelukkig kan men geen gedachten lezen, zodoende hoefde ik mij ook niet te schamen voor mijn ‘probleem’ (wat er niet was).

De volgende keren wachtte zij uitnodigend op mij door uit het raam te buigen en te zwaaien. Ik moest bij haar in de coupé komen zitten, wat ik gaarne deed, waarna een aangename reis volgde zonder enige toenadering, en een vlug ‘tot ziens’ in Zwolle. Uitmondend in een zoen voor de wachtende man en dan een arm in arm snel verdwijnen.
Een keer heb ik haar gevraagd of die meneer in Zwolle geen probleem zag in onze gezamenlijke reis. Zij antwoordde daarop dat hij alles wist over onze reizen, dat wil zeggen: niets. Ook was hij ervan overtuigd dat ik een gentleman was.

Hoe kwam het, dat ik hierop geen antwoord had?
Eerlijkheidshalve denk ik te moeten vermelden dat ik, hoewel vastbesloten mijn reisgenote zo nodig op een afstand te houden, thuis geen melding maakte van het geval.
Per slot van rekening gebeurde er niets.
 
****************************************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door Het Genootschap De Leunstoel.
Leden van het Genootschap zijn: Jaap van Lakerveld, Jan Hoorweg, Katharina Kouwenhoven, Henk Klaren, Dik Kruithof, Gábor Budavári, Michiel van der Mast, Maeve van der Steen, Willem Minderhout, Barbara Muller, Joop Quint, Gerda-Joke Zwart, Michiel Hoorweg, Hans Meijer, Gerbrand Muller, Peter Schröder, Carlo van Praag, Rob Kieft, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg, Tom Duijkers en Ruud Klein.


© 2011 Gábor Budavári meer Gábor Budavári - meer "Ontmoetingen"
Bezigheden > Ontmoetingen
De verloren stad (1) Gábor Budavári
0904BZ Zwolle1
Sinds jaren is het onze gewoonte de verjaardag van mijn vrouw te vieren in een Nederlandse of Belgische stad die wij sinds lange tijd niet meer (of nog überhaupt niet) hebben bezocht. Wij bespreken van tevoren voor twee of drie nachten een hotel dichtbij het centrum of het station, nadat we zorgvuldig de beoordelingen van vroegere gasten hebben bestudeerd. Zodoende hebben wij bijna alle hoofdsteden van de Nederlandse provincies, alsmede Leuven, Gent en Mechelen bezocht, en hun belangrijkste musea, kerken en stadhuizen bekeken, voor zover mogelijk.
Dit jaar was Zwolle aan de beurt.

Zwolle heb ik in een eerdere levensfase een klein jaar bijna wekelijks bezocht. Op basis daarvan dacht ik de stad goed te kennen. Van 1968 t/m 1973 was ik medewerker van een bekend adviesbureau. Ik was onder andere belast met de opzet en uitvoering van de opleiding van nieuwe en tevens aankomende medewerkers, deels van academisch, deels van HTS niveau. In het verlengde daarvan kreeg ik ook de leiding over verschillende opleidingsprojecten welke ons bureau in opdracht van externe klanten opzette en uitvoerde.

Zo viel mij een opdracht in de schoot waarvoor ik wekelijks naar Zwolle moest afreizen. De eerste keer dat ik in Utrecht in de trein stapte, nam ik plaats in een coupé waar alleen een dame zat met een boek op haar schoot. Aangezien ik mijn voorbereiding niet geheel had afgerond, omdat ik in die dagen zeer zwaar bezet was met opdrachten, kwam de stilte mij goed uit. Ik was met mijn voorbereiding eerder klaar dan ik dacht en met een zucht legde ik de werkbeschrijving in mijn schoot.

De dame vroeg met een kleine glimlach om haar ogen of ik het moeilijk had. Ik was verrast door deze toenaderingspoging, maar beleefd beantwoordde ik haar vraag met een glimlach en ‘Ja.’. Hierna begonnen wij te praten over mijn ‘eerste’ dag. Na een vraag over haar reisdoel bleek dat zij ook naar Zwolle reisde, waar zij eveneens voor een uitgevallen collega moest waarnemen.
Langs de bossen reizend kwam nu uit haar mond een diepe zucht. Nu moest ik vragen naar de oorzaak. ‘Mijn man is in de psychiatrische inrichting hier in het bos,’ was het antwoord. Hoewel ik onder normale omstandigheden geen contacten pleeg te leggen in trein of boot, moest ik ongewild denken aan een mogelijk vervolg. Uiteraard was ik niet van plan een relatie te beginnen, toch wilde ik ook niet de rol van een domme te spelen. De toekomst wilde ik dus aan de omstandigheden overlaten.

Op die omstandigheden hoefde ik niet lang wachten. In Zwolle stapten wij beiden uit de trein, waarbij ik haar hielp. Zij nam daar direct afscheid van mij en haastte zich naar de uitgang. Ik kon niet eens meer zeggen dat we een tijdje met elkaar zouden kunnen oplopen, tot ik de oorzaak zag. Een man van ongeveer mijn leeftijd wachtte op haar. Zij zoenden elkaar en verdwenen gearmd naar de uitgang. Gelukkig kan men geen gedachten lezen, zodoende hoefde ik mij ook niet te schamen voor mijn ‘probleem’ (wat er niet was).

De volgende keren wachtte zij uitnodigend op mij door uit het raam te buigen en te zwaaien. Ik moest bij haar in de coupé komen zitten, wat ik gaarne deed, waarna een aangename reis volgde zonder enige toenadering, en een vlug ‘tot ziens’ in Zwolle. Uitmondend in een zoen voor de wachtende man en dan een arm in arm snel verdwijnen.
Een keer heb ik haar gevraagd of die meneer in Zwolle geen probleem zag in onze gezamenlijke reis. Zij antwoordde daarop dat hij alles wist over onze reizen, dat wil zeggen: niets. Ook was hij ervan overtuigd dat ik een gentleman was.

Hoe kwam het, dat ik hierop geen antwoord had?
Eerlijkheidshalve denk ik te moeten vermelden dat ik, hoewel vastbesloten mijn reisgenote zo nodig op een afstand te houden, thuis geen melding maakte van het geval.
Per slot van rekening gebeurde er niets.
 
****************************************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door Het Genootschap De Leunstoel.
Leden van het Genootschap zijn: Jaap van Lakerveld, Jan Hoorweg, Katharina Kouwenhoven, Henk Klaren, Dik Kruithof, Gábor Budavári, Michiel van der Mast, Maeve van der Steen, Willem Minderhout, Barbara Muller, Joop Quint, Gerda-Joke Zwart, Michiel Hoorweg, Hans Meijer, Gerbrand Muller, Peter Schröder, Carlo van Praag, Rob Kieft, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg, Tom Duijkers en Ruud Klein.
© 2011 Gábor Budavári
powered by Peppered