archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Ingebeelde liefdes Marianne Bernard

Vorige week zag ik de alleraardigste film Les amours imaginaires van de Canadese regisseur Xavier Dolan, tevens hoofdrolspeler, producer en nog veel meer – en hij is pas 21. De film gaat over teleurstellingen en wanhoop in de liefde, hopeloze verliefdheid op een flierefluiter die dat niet verdient. Waarom kwam mij dit zo bekend voor? Eerst dacht ik nog dat de aanbidding van de schone nietsnut me aan de Visconti-film Dood in Venetië deed denken. De hoofdpersoon lijkt ook wel een beetje op Tadzio. Pas later kwamen mijn eigen diep opgeborgen, pijnlijke herinneringen omhoog borrelen.

Het was begin jaren zeventig en ik zat met mijn bi-seksuele vriend Charlie in ons stamcafé. In de film wordt het ook al besproken: er bestaan volgens Kinsey verschillende gradaties van homoseksualiteit. Mijn vriend Charlie zat ergens voorbij het midden, hij was het type homo dat het ook wel eens met een vrouw deed. Niet met mij overigens; wij hadden een innige vertrouwensband, zoals je die alleen tussen vrouwen en homo’s kunt hebben. Er kwam een heel mooie jongen aan de bar zitten, nonchalant gekleed, een warrige blonde krullenbol. We kenden hem niet. Charlie was direct van hem gecharmeerd. ‘Ga jij eens vragen of hij iets van mij wil drinken.’

Goed, ik ging naar hem toe. ‘Mijn vriend vraagt of je iets van hem wilt komen drinken.’
‘Zo, en wie is je vriend dan wel?’, vroeg hij – direct een neerbuigende toon.
Ik wees Charlie aan. ‘O, ik zie het al. Een pilsje graag, maar nu ben ik eerst nog even in gesprek zoals je ziet. Straks kom ik wel even bij jullie zitten.’
Dus wachtten wij en uiteindelijk, kort voor sluitingstijd, kwam hij op ons toegeslenterd. Rudy heette hij en hij was een werkloze banketbakker. Wij studeerden allebei, Charlie medicijnen en ik psychologie. ‘Geeft niks’, vond Rudy.

Misschien konden we hem even naar huis rijden – ik was immers met de auto. En Charlie moest niet denken dat hij met hem meeging, zoiets deed hij niet zomaar. Dus reden we eerst Charlie naar zijn flat en daarna zat ik plotseling alleen met Rudy in de auto. Waar gingen we heen? Hij wilde best met mij mee. We hadden een niet onplezierige one night stand. De volgende morgen was hij al heel vroeg op – ‘een oude gewoonte uit mijn bakkerstijd’ – en vertrokken.

Een paar dagen later zaten Charlie en ik weer in het café aan onze stamtafel. Hij was niet blij dat ik met Rudy had geslapen. ‘Hoe kón je? Ik zag hem het eerst.’ Maar hij nam het me niet echt kwalijk. Alleen moest ik het er niet steeds over hebben. En daar was hij weer, Rudy, nu met een paar vrienden. Hij groette ons minzaam en kwam zelfs nog even bij ons langs. ‘Zo Miep’, zei hij tegen mij. Hij praatte verder uitsluitend met Charlie. Hij flirtte zelfs met hem en daagde hem uit. Mij keurde hij geen blik meer waardig.

Dat patroon herhaalde zich een paar weken. Ten slotte kon Charlie het niet meer uithouden en vroeg hij of Rudy nu misschien eens met hém wilde meegaan.
‘Kom nou,’ zei Rudy, ‘met Miep ben ik al geweest, dus die is voor mij niet interessant meer. Maar met jou? Hoe kom je erbij dat ik gay zou zijn?’
Charlie en ik zaten in de auto en barstten allebei in tranen uit. Ik huilde zo hevig dat ik niets meer kon zien, dus ik zette automatisch de ruitenwissers aan, die vreselijk begonnen te piepen, want het regende helemaal niet. We schoten allebei in de lach. Wat hadden we ons aangesteld. Waarom hadden we ons zo laten vernederen? Waar ging het eigenlijk over?
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.


© 2011 Marianne Bernard meer Marianne Bernard - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
Ingebeelde liefdes Marianne Bernard
Vorige week zag ik de alleraardigste film Les amours imaginaires van de Canadese regisseur Xavier Dolan, tevens hoofdrolspeler, producer en nog veel meer – en hij is pas 21. De film gaat over teleurstellingen en wanhoop in de liefde, hopeloze verliefdheid op een flierefluiter die dat niet verdient. Waarom kwam mij dit zo bekend voor? Eerst dacht ik nog dat de aanbidding van de schone nietsnut me aan de Visconti-film Dood in Venetië deed denken. De hoofdpersoon lijkt ook wel een beetje op Tadzio. Pas later kwamen mijn eigen diep opgeborgen, pijnlijke herinneringen omhoog borrelen.

Het was begin jaren zeventig en ik zat met mijn bi-seksuele vriend Charlie in ons stamcafé. In de film wordt het ook al besproken: er bestaan volgens Kinsey verschillende gradaties van homoseksualiteit. Mijn vriend Charlie zat ergens voorbij het midden, hij was het type homo dat het ook wel eens met een vrouw deed. Niet met mij overigens; wij hadden een innige vertrouwensband, zoals je die alleen tussen vrouwen en homo’s kunt hebben. Er kwam een heel mooie jongen aan de bar zitten, nonchalant gekleed, een warrige blonde krullenbol. We kenden hem niet. Charlie was direct van hem gecharmeerd. ‘Ga jij eens vragen of hij iets van mij wil drinken.’

Goed, ik ging naar hem toe. ‘Mijn vriend vraagt of je iets van hem wilt komen drinken.’
‘Zo, en wie is je vriend dan wel?’, vroeg hij – direct een neerbuigende toon.
Ik wees Charlie aan. ‘O, ik zie het al. Een pilsje graag, maar nu ben ik eerst nog even in gesprek zoals je ziet. Straks kom ik wel even bij jullie zitten.’
Dus wachtten wij en uiteindelijk, kort voor sluitingstijd, kwam hij op ons toegeslenterd. Rudy heette hij en hij was een werkloze banketbakker. Wij studeerden allebei, Charlie medicijnen en ik psychologie. ‘Geeft niks’, vond Rudy.

Misschien konden we hem even naar huis rijden – ik was immers met de auto. En Charlie moest niet denken dat hij met hem meeging, zoiets deed hij niet zomaar. Dus reden we eerst Charlie naar zijn flat en daarna zat ik plotseling alleen met Rudy in de auto. Waar gingen we heen? Hij wilde best met mij mee. We hadden een niet onplezierige one night stand. De volgende morgen was hij al heel vroeg op – ‘een oude gewoonte uit mijn bakkerstijd’ – en vertrokken.

Een paar dagen later zaten Charlie en ik weer in het café aan onze stamtafel. Hij was niet blij dat ik met Rudy had geslapen. ‘Hoe kón je? Ik zag hem het eerst.’ Maar hij nam het me niet echt kwalijk. Alleen moest ik het er niet steeds over hebben. En daar was hij weer, Rudy, nu met een paar vrienden. Hij groette ons minzaam en kwam zelfs nog even bij ons langs. ‘Zo Miep’, zei hij tegen mij. Hij praatte verder uitsluitend met Charlie. Hij flirtte zelfs met hem en daagde hem uit. Mij keurde hij geen blik meer waardig.

Dat patroon herhaalde zich een paar weken. Ten slotte kon Charlie het niet meer uithouden en vroeg hij of Rudy nu misschien eens met hém wilde meegaan.
‘Kom nou,’ zei Rudy, ‘met Miep ben ik al geweest, dus die is voor mij niet interessant meer. Maar met jou? Hoe kom je erbij dat ik gay zou zijn?’
Charlie en ik zaten in de auto en barstten allebei in tranen uit. Ik huilde zo hevig dat ik niets meer kon zien, dus ik zette automatisch de ruitenwissers aan, die vreselijk begonnen te piepen, want het regende helemaal niet. We schoten allebei in de lach. Wat hadden we ons aangesteld. Waarom hadden we ons zo laten vernederen? Waar ging het eigenlijk over?
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
© 2011 Marianne Bernard
powered by Peppered