archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Ed van der Elsken Steye Raviez

0618BS Ed van de Elsken
Het huis lag aan de IJsselmeerdijk tussen Edam en Monnickendam. Daar bezocht ik hem. Als collega kende ik hem redelijk goed. Als mens minder. Ik was blij dat daar verandering in ging komen. Ik had hem verzocht te poseren voor het blad ‘Thrillers en Detectives’, waar op de achterpagina traditiegetrouw een prominent persoon poseerde met zijn favoriete thriller. Eveneens werd in het eigen handschrift een treffende uitspraak over het boek gevraagd, die vervolgens in de foto werd verwerkt. De thriller waarmee van der Elsken vereeuwigd wilde worden was een boek van John Le Carré: ‘The honourable schoolboy’. Voor de tekst op de foto schreef hij in dat bokkige handschrift van hem, ‘wat een sierlijk, voorbeeldig anti-communisme!’

Terwijl echtgenote en fotografe Anneke Hilhorst bezig was om koffie voor ons te zetten, leidde hij mij rond in zijn eigenhandig in elkaar geknutselde privé-galerie vol eigen werk. Ed had een weerzin tegen alles wat met commercie te maken had. Die principiële houding ten opzichte van commerciële opdrachten deed hem bijna constant balanceren op de armoedegrens. Maar dat deerde Ed niet, althans niet zichtbaar. Hij kon zich meestentijds geen aanschaf van nieuwe apparatuur veroorloven en ontwikkelde noodgedwongen het vermogen een objectief, dat voor een bepaalde opdracht werd vereist, los te pingelen bij de heer Alblas, ooit welbekende (en sympathieke) directeur van Capi-Lux op de Nassaukade.
 
Om terug te komen op het werk. De kwaliteit van de in zijn galerie getoonde afdrukken was niet altijd even fraai, maar ook dat paste bij zijn karakter. Wild, woest soms, maar ook zacht en aardig. Dat woeste van hem mocht ik een keer van nabij meemaken. We stonden toevallig naast elkaar bij de uitreiking van de World Press Photo van 1981, gewonnen door de Amerikaanse fotograaf Ovle Carter. Premier Den Uyl reikte de prijs uit in het Van Gogh-museum. Ed had last van een vervelende, dienstklopperige suppoost die in zijn gezichtsveld stond. Door de drukte was het ondoenlijk een beter plekje op te zoeken, dus tikte hij de man aan en deelde hem mee dat hij in de weg stond. De suppoost maakte zich nog eens extra breed en bleef op zijn post. Na een tweede verzoek werd duidelijk dat de man niet van wijken wist. Toen het moment daar was dat de winnaar de prijs in ontvangst ging nemen, terwijl alle andere fotografen plaatjes aan het schieten waren, werd het Ed te veel.

Ineens haalde hij uit. Zijn vuist trof de suppoost vol op het gezicht, onder het verschrikte oog van Joop den Uyl. Een van de andere fotografen had deze woedeaanval vast weten te leggen. De fotograaf werkte voor het ANP en was na mijn verzoek zo vriendelijk de foto aan mij op te sturen. Daar waren we beiden op te zien en een hevig schrikkende Den Uyl. Die foto bedacht ik, zou best een goede kans gemaakt hebben bij de World Press Photo competitie van 1982.
Ed van der Elsken was een globetrotter. Dat was goed te zien aan zijn verzamelde foto's, die hij voor een habbekrats aan bezoekers probeerde te slijten. Zijn oeuvre was gigantisch. Hij fotografeerde praktisch alles wat op zijn pad kwam. Een kakofonie maar dan van beelden. Vaak voltreffers, zoals de foto waar ik mee naar huis ging. Het bedrag dat ik er voor neer telde was te verwaarlozen, vijfentwintig of vijftig gulden. De foto was genomen in San Francisco, in de nabijheid van een strand. Achter een gearmd en duidelijk stapelverliefd stel in badkostuum lopend had hij bij het uitwisselen van een kus afgedrukt. Het waren geen glamoureuze types, een beetje slonzig en aan de dikke kant. Prachtig zwart-wit afgedrukt. Later moest ik hem door geldgebrek geplaagd aan een verzamelaar verpatsen. Helaas.
 
Van der Elsken kreeg in 1988, op drieënzestig jarige leeftijd, zelf ook een prijs toegekend. Die werd uitgereikt op achtentwintig december 1990. Het was de David Roëllprijs van de Gemeente Amsterdam. De prijs werd hem overhandigd in een zijzaaltje van de Stadsschouwburg, door zijn goede vriend Wim Crouwel. Ed had een brede grijns op het gezicht, maar vermoedelijk was hij al zwaar ziek.
Het was een rijkelijk late erkenning van zijn meesterschap.Vreemd genoeg waren er bitter weinig fotografen aanwezig. Ik vond het maar een kale bedoening. Het kon zijn dat de karige opkomst aan zijn opvliegende en wispelturige karakter lag. ‘Enfant terrible’ en ‘loner’ tegelijk.
Of misschien moet je, zoals het van Gogh is vergaan, eerst straatarm doodgaan voordat je oeuvre op de juiste waarde wordt geschat.
 
*********************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Michiel Hoorweg, Hans Meijer,
J.W. Meijer, Gerbrand Muller, Willem Sloots, Noor van den Brand, Peter Schröder,
Ruurd Kunnen, Carlo van Praag, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.


© 2009 Steye Raviez meer Steye Raviez - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
Ed van der Elsken Steye Raviez
0618BS Ed van de Elsken
Het huis lag aan de IJsselmeerdijk tussen Edam en Monnickendam. Daar bezocht ik hem. Als collega kende ik hem redelijk goed. Als mens minder. Ik was blij dat daar verandering in ging komen. Ik had hem verzocht te poseren voor het blad ‘Thrillers en Detectives’, waar op de achterpagina traditiegetrouw een prominent persoon poseerde met zijn favoriete thriller. Eveneens werd in het eigen handschrift een treffende uitspraak over het boek gevraagd, die vervolgens in de foto werd verwerkt. De thriller waarmee van der Elsken vereeuwigd wilde worden was een boek van John Le Carré: ‘The honourable schoolboy’. Voor de tekst op de foto schreef hij in dat bokkige handschrift van hem, ‘wat een sierlijk, voorbeeldig anti-communisme!’

Terwijl echtgenote en fotografe Anneke Hilhorst bezig was om koffie voor ons te zetten, leidde hij mij rond in zijn eigenhandig in elkaar geknutselde privé-galerie vol eigen werk. Ed had een weerzin tegen alles wat met commercie te maken had. Die principiële houding ten opzichte van commerciële opdrachten deed hem bijna constant balanceren op de armoedegrens. Maar dat deerde Ed niet, althans niet zichtbaar. Hij kon zich meestentijds geen aanschaf van nieuwe apparatuur veroorloven en ontwikkelde noodgedwongen het vermogen een objectief, dat voor een bepaalde opdracht werd vereist, los te pingelen bij de heer Alblas, ooit welbekende (en sympathieke) directeur van Capi-Lux op de Nassaukade.
 
Om terug te komen op het werk. De kwaliteit van de in zijn galerie getoonde afdrukken was niet altijd even fraai, maar ook dat paste bij zijn karakter. Wild, woest soms, maar ook zacht en aardig. Dat woeste van hem mocht ik een keer van nabij meemaken. We stonden toevallig naast elkaar bij de uitreiking van de World Press Photo van 1981, gewonnen door de Amerikaanse fotograaf Ovle Carter. Premier Den Uyl reikte de prijs uit in het Van Gogh-museum. Ed had last van een vervelende, dienstklopperige suppoost die in zijn gezichtsveld stond. Door de drukte was het ondoenlijk een beter plekje op te zoeken, dus tikte hij de man aan en deelde hem mee dat hij in de weg stond. De suppoost maakte zich nog eens extra breed en bleef op zijn post. Na een tweede verzoek werd duidelijk dat de man niet van wijken wist. Toen het moment daar was dat de winnaar de prijs in ontvangst ging nemen, terwijl alle andere fotografen plaatjes aan het schieten waren, werd het Ed te veel.

Ineens haalde hij uit. Zijn vuist trof de suppoost vol op het gezicht, onder het verschrikte oog van Joop den Uyl. Een van de andere fotografen had deze woedeaanval vast weten te leggen. De fotograaf werkte voor het ANP en was na mijn verzoek zo vriendelijk de foto aan mij op te sturen. Daar waren we beiden op te zien en een hevig schrikkende Den Uyl. Die foto bedacht ik, zou best een goede kans gemaakt hebben bij de World Press Photo competitie van 1982.
Ed van der Elsken was een globetrotter. Dat was goed te zien aan zijn verzamelde foto's, die hij voor een habbekrats aan bezoekers probeerde te slijten. Zijn oeuvre was gigantisch. Hij fotografeerde praktisch alles wat op zijn pad kwam. Een kakofonie maar dan van beelden. Vaak voltreffers, zoals de foto waar ik mee naar huis ging. Het bedrag dat ik er voor neer telde was te verwaarlozen, vijfentwintig of vijftig gulden. De foto was genomen in San Francisco, in de nabijheid van een strand. Achter een gearmd en duidelijk stapelverliefd stel in badkostuum lopend had hij bij het uitwisselen van een kus afgedrukt. Het waren geen glamoureuze types, een beetje slonzig en aan de dikke kant. Prachtig zwart-wit afgedrukt. Later moest ik hem door geldgebrek geplaagd aan een verzamelaar verpatsen. Helaas.
 
Van der Elsken kreeg in 1988, op drieënzestig jarige leeftijd, zelf ook een prijs toegekend. Die werd uitgereikt op achtentwintig december 1990. Het was de David Roëllprijs van de Gemeente Amsterdam. De prijs werd hem overhandigd in een zijzaaltje van de Stadsschouwburg, door zijn goede vriend Wim Crouwel. Ed had een brede grijns op het gezicht, maar vermoedelijk was hij al zwaar ziek.
Het was een rijkelijk late erkenning van zijn meesterschap.Vreemd genoeg waren er bitter weinig fotografen aanwezig. Ik vond het maar een kale bedoening. Het kon zijn dat de karige opkomst aan zijn opvliegende en wispelturige karakter lag. ‘Enfant terrible’ en ‘loner’ tegelijk.
Of misschien moet je, zoals het van Gogh is vergaan, eerst straatarm doodgaan voordat je oeuvre op de juiste waarde wordt geschat.
 
*********************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Michiel Hoorweg, Hans Meijer,
J.W. Meijer, Gerbrand Muller, Willem Sloots, Noor van den Brand, Peter Schröder,
Ruurd Kunnen, Carlo van Praag, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.
© 2009 Steye Raviez
powered by Peppered