archiefvorig nr.lopend nr.

Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
De laatste hand Mabel Amber

0416BZ Ontmoeting
Mijn vader verbond aan het nuttigen van een maaltijd bepaalde voorwaarden. Indien buitenshuis wilde hij niet worden geplaagd door ‘harde muziek’, wilde hij niet plaatsnemen op ‘poppenstoeltjes’, weigerde hij aan te schuiven aan een ‘tuintafeltje’, en last but not least, maakte hij rechtsomkeert als het er ‘schrijnend’ duur was. Wanneer aan deze voorwaarden kon worden voldaan (een en ander vergde een uitgebreid vooronderzoek, waarmee hij zijn toekomstige tafelgenoten belastte) gaf hij op de bewuste avond acte de présence, voor de gelegenheid gekleed in zijn nette pak. Het gezelschap betrad het etablissement. De verschillende leden verkeerden nog altijd in lichte twijfel omtrent mijn vaders gedrag. Zekerheid bestond pas wanneer hij goed en wel zat. Hierna kwam de volgende proef, of liever, beproeving. Alhoewel hij zich terdege had laten voorlichten omtrent de aard van het voedsel wat men in het bewuste restaurant serveerde, onderwierp hij de ober aan een, door sommigen als gęnant ervaren, kruisverhoor. Ik zeg 'kruisverhoor' maar in feite ging het om deze ene vraag: ‘Is het eten duidelijk?’ Het kan de ober moeilijk kwalijk worden genomen dat hij het niet meteen begreep. ‘Pardon?’ luidde steevast diens wedervraag. Mijn vader, ook niet gek, zat er op te wachten. Hij liet de bewuste ober nog even in spanning en stak dan van wal: ‘Ik bedoel, mijnheer, ik bedoel dit: zien de aardappelen eruit als aardappelen? Ziet de groente eruit als groente? Ziet de vis eruit als vis? Ziet het vlees er wel uit als vlees? Ik bedoel dus of het eten duidelijk is, begrijpt u?’
De obers reageerden op verschillende manieren: ‘Aha, mijnheer houdt niet van sauzen?’ Of: ‘U bedoelt waarschijnlijk een gezonde Hollandse pot?’ Of: ‘Ik kan uw wensen doorgeven aan onze kok.’ Of: ‘Dan bent u bij ons aan het goede adres mijnheer, alléén maar!’ Soms ook maakte de ober een weids armgebaar naar de tafels van andere eters met de woorden: ‘Kijk eens om u heen mijnheer, borden vol duidelijk eten!’
Mijn vader moest nu wel over de brug komen. Mevrouw mijn moeder sloeg haar ogen veelbetekenend ten hemel maar gaf verder geen enkel commentaar. Hij zou de hele tent hebben opgeschrikt met een op norse en vooral luidde toon, voorgedragen verweer. Ikzelf zweeg ook, veiligheidshalve. De andere aanzittenden, die niet het voorrecht genoten om publiekelijk te worden afgebekt, maakten diplomatieke scherts of wachtten in zichtbare spanning af. Mijn vader keek de ober nog eens vorsend aan, pakte de hem aangereikte spijskaart en begon deze te bestuderen met de woorden: ‘Nou, we zullen zien.’ Na enige tijd, de anderen hadden inmiddels hun keuze bepaald, kwam de ober terug met zijn opschrijfboekje in de ene hand, ballpoint in de andere. Als het een goede ober was blonk in zijn ogen een optimistisch en bemoedigend licht, in het andere geval stonden de verwensingen over zijn voorhoofd geschreven. Mijn vader liet iedereen voorgaan. Dan viel een zware stilte, dit keer verbroken door de ober: ‘En, heeft mijnheer ook een keus kunnen maken?’ Mijn vader knikte zuinigjes. ‘Geeft u mij dit maar.’ Hij noemde nu het gerecht waar zijn oog op was gevallen.
 
Tijdens de aanloop tot de besluitvorming had hij zich - wederom - omstandig laten adviseren door de anderen, die graag antwoord gaven op zijn enigszins geërgerde vragen, alsof hij het eten bij voorbaat de schuld gaf van deze moeizame gang van zaken.
De meeste aanwezigen, met uitzondering natuurlijk van mijn moeder en ik, lieten onverholen blijken dat zij de humor van de situatie wel zagen.
Tenslotte brak dan toch het ogenblik der ogenblikken aan: de ober zette mijn vader het uitverkoren ‘duidelijke’ gerecht voor. Mijn moeder keek tersluiks naar haar man die een kritische eerste blik op zijn bestelling wierp. In het beste geval bevatte die: een groentesoort – hele bloemkoolstronkjes, of langgerekte boontjes of aan repen gesneden kool – gekookte of gestoomde aardappelen, een lap vlees of anders een moot vis en nog wat slablaadjes met schijfjes tomaat. Het zag er allemaal precies zo uit als bij ons thuis. Tevreden met dit succes trok mijn vader het bord naar zich toe.
‘Dat ziet er goed uit,’ zei hij. ‘Zo moet eten zijn, duidelijk.’
Dit gezegd hebbende, pakte hij zijn vork en begon hiermee een laatste hand aan de schotel te leggen. Zo prakte hij door tot het eerst zo duidelijke gerecht niet meer was dan een verzameling brokken, klonten en smurrie waar nog maar nauwelijks de oorspronkelijke samenstelling in kon worden getraceerd. Mijn vader wenste iedereen ‘smakelijk eten’, liet zichzelf dit eveneens toewensen en begon de prak met smaak te verorberen.
 
****************************
 
'Springveren, het beste uit de leunstoel’ is nu te koop. Luister ook naar 'De mannenpil' , een van de bijdragen, voorgelezen door Maeve van der Steen. Zie www.eburon.nl/product_details.php?item_id=472


© 2007 Mabel Amber meer Mabel Amber - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
De laatste hand Mabel Amber
0416BZ Ontmoeting
Mijn vader verbond aan het nuttigen van een maaltijd bepaalde voorwaarden. Indien buitenshuis wilde hij niet worden geplaagd door ‘harde muziek’, wilde hij niet plaatsnemen op ‘poppenstoeltjes’, weigerde hij aan te schuiven aan een ‘tuintafeltje’, en last but not least, maakte hij rechtsomkeert als het er ‘schrijnend’ duur was. Wanneer aan deze voorwaarden kon worden voldaan (een en ander vergde een uitgebreid vooronderzoek, waarmee hij zijn toekomstige tafelgenoten belastte) gaf hij op de bewuste avond acte de présence, voor de gelegenheid gekleed in zijn nette pak. Het gezelschap betrad het etablissement. De verschillende leden verkeerden nog altijd in lichte twijfel omtrent mijn vaders gedrag. Zekerheid bestond pas wanneer hij goed en wel zat. Hierna kwam de volgende proef, of liever, beproeving. Alhoewel hij zich terdege had laten voorlichten omtrent de aard van het voedsel wat men in het bewuste restaurant serveerde, onderwierp hij de ober aan een, door sommigen als gęnant ervaren, kruisverhoor. Ik zeg 'kruisverhoor' maar in feite ging het om deze ene vraag: ‘Is het eten duidelijk?’ Het kan de ober moeilijk kwalijk worden genomen dat hij het niet meteen begreep. ‘Pardon?’ luidde steevast diens wedervraag. Mijn vader, ook niet gek, zat er op te wachten. Hij liet de bewuste ober nog even in spanning en stak dan van wal: ‘Ik bedoel, mijnheer, ik bedoel dit: zien de aardappelen eruit als aardappelen? Ziet de groente eruit als groente? Ziet de vis eruit als vis? Ziet het vlees er wel uit als vlees? Ik bedoel dus of het eten duidelijk is, begrijpt u?’
De obers reageerden op verschillende manieren: ‘Aha, mijnheer houdt niet van sauzen?’ Of: ‘U bedoelt waarschijnlijk een gezonde Hollandse pot?’ Of: ‘Ik kan uw wensen doorgeven aan onze kok.’ Of: ‘Dan bent u bij ons aan het goede adres mijnheer, alléén maar!’ Soms ook maakte de ober een weids armgebaar naar de tafels van andere eters met de woorden: ‘Kijk eens om u heen mijnheer, borden vol duidelijk eten!’
Mijn vader moest nu wel over de brug komen. Mevrouw mijn moeder sloeg haar ogen veelbetekenend ten hemel maar gaf verder geen enkel commentaar. Hij zou de hele tent hebben opgeschrikt met een op norse en vooral luidde toon, voorgedragen verweer. Ikzelf zweeg ook, veiligheidshalve. De andere aanzittenden, die niet het voorrecht genoten om publiekelijk te worden afgebekt, maakten diplomatieke scherts of wachtten in zichtbare spanning af. Mijn vader keek de ober nog eens vorsend aan, pakte de hem aangereikte spijskaart en begon deze te bestuderen met de woorden: ‘Nou, we zullen zien.’ Na enige tijd, de anderen hadden inmiddels hun keuze bepaald, kwam de ober terug met zijn opschrijfboekje in de ene hand, ballpoint in de andere. Als het een goede ober was blonk in zijn ogen een optimistisch en bemoedigend licht, in het andere geval stonden de verwensingen over zijn voorhoofd geschreven. Mijn vader liet iedereen voorgaan. Dan viel een zware stilte, dit keer verbroken door de ober: ‘En, heeft mijnheer ook een keus kunnen maken?’ Mijn vader knikte zuinigjes. ‘Geeft u mij dit maar.’ Hij noemde nu het gerecht waar zijn oog op was gevallen.
 
Tijdens de aanloop tot de besluitvorming had hij zich - wederom - omstandig laten adviseren door de anderen, die graag antwoord gaven op zijn enigszins geërgerde vragen, alsof hij het eten bij voorbaat de schuld gaf van deze moeizame gang van zaken.
De meeste aanwezigen, met uitzondering natuurlijk van mijn moeder en ik, lieten onverholen blijken dat zij de humor van de situatie wel zagen.
Tenslotte brak dan toch het ogenblik der ogenblikken aan: de ober zette mijn vader het uitverkoren ‘duidelijke’ gerecht voor. Mijn moeder keek tersluiks naar haar man die een kritische eerste blik op zijn bestelling wierp. In het beste geval bevatte die: een groentesoort – hele bloemkoolstronkjes, of langgerekte boontjes of aan repen gesneden kool – gekookte of gestoomde aardappelen, een lap vlees of anders een moot vis en nog wat slablaadjes met schijfjes tomaat. Het zag er allemaal precies zo uit als bij ons thuis. Tevreden met dit succes trok mijn vader het bord naar zich toe.
‘Dat ziet er goed uit,’ zei hij. ‘Zo moet eten zijn, duidelijk.’
Dit gezegd hebbende, pakte hij zijn vork en begon hiermee een laatste hand aan de schotel te leggen. Zo prakte hij door tot het eerst zo duidelijke gerecht niet meer was dan een verzameling brokken, klonten en smurrie waar nog maar nauwelijks de oorspronkelijke samenstelling in kon worden getraceerd. Mijn vader wenste iedereen ‘smakelijk eten’, liet zichzelf dit eveneens toewensen en begon de prak met smaak te verorberen.
 
****************************
 
'Springveren, het beste uit de leunstoel’ is nu te koop. Luister ook naar 'De mannenpil' , een van de bijdragen, voorgelezen door Maeve van der Steen. Zie www.eburon.nl/product_details.php?item_id=472
© 2007 Mabel Amber
powered by Peppered