archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Beelden uit soberder tijden delen printen terug
Herinneringen aan Nieuw Abeele Jan Willem Minderhout

1219BS GlooiingIn 1939 logeerde ik als 7 jarig jongetje regelmatig bij mijn Opa die op Nieuwe Abeele woonde. Het ‘oude’ Abeele (met de indrukwekkende naam ‘Groot-Abeele’) lag aan de andere kant van het Kanaal door Walcheren. Opa had het kanaal zien graven en kon smakelijk vertellen over de vechtpartijen tussen de Vlaamse gastarbeiders, die aan het kanaal werkten, en de Walcherse boerenknechten die minder verdienden en de Vlamingen van broodroof beschuldigden.

Aan weerszijde van het kanaal kon men via een glooiend vlak in of uit het water van het kanaal gaan. Volgens mijn grootvader werden deze glooiingen gebruikt om koeien en paarden over het kanaal te laten zwemmen om ze naar de stal te brengen. De landerijen werden door de aanleg van het kanaal plotseling doorsneden, zodat het land van de boeren aan beide zijden van het kanaal kwam te liggen.

Voor mij was het vooral een ideale plek om te leren zwemmen. Zwemmen heb ik daar dan ook geleerd onder het toeziend oog van mijn grootvader. Zijn gezicht stond dan wel in een strenge stand omdat zijn snor, die normaal vrolijk opkrulde, in twee door kanaalwater verzadigde punten streng naar beneden hingen.

Vaak kuierden we via het pad op de kanaaldijk naar het vliegveld van Vlissingen, iets voorbij de Souburgse brug. Om  half drie kwam het KLM-vliegtuig aan en dan keek mijn opa, liggend in het gras van de dijk, vol belangstelling of er nog bekenden uit- of instapten. Hij had altijd een grasspriet tussen zijn tanden en vaak mompelde hij dan wat. Iets over de passagiers die hij kende?

Als het vliegtuig opgestegen was en als er geen ‘Scheldemusch’, een vliegtuigtype dat bij de Vlissingse scheepswerf ‘De Schelde’ gebouwd werd, zijn kunsten vertoonde stapten we op. Bij mooi weer liepen we via de brug naar de andere kant van het kanaal om via Oost Souburg onze weg te vervolgen naar de speeltuin op de Groot-Abeele. Na het biertje en het glaasje limonade, die we ons lekker lieten smaken, stak hij een pluk pruimtabak in zijn mond en wandelden we naar het overzetveer.

Om de aandacht van de veerman te trekken hing er een bel. Ik mocht altijd de bel luiden. De veerman kwam uit zijn huis en roeide zijn boot naar onze zijde van het kanaal, om ons vervolgens  over te zetten.

Op een zeker moment was de bel verdwenen. Ik keek mijn opa vragend aan. ‘Hoe moesten we nu de veerman waarschuwen?’ Mijn opa wees me op een paal waarop ik een zwart doosje en een wit knopje zag. Ik moest op het knopje drukken. Er gebeurde ogenschijnlijk niets, maar tot mijn verbazing kwam de veerman toch naar buiten. Er was een elektriciteitsdraad naar de andere kant van het kanaal aangebracht, zo begreep ik later.  Die dag was de ‘moderne tijd’ ook voor mij aangebroken.

Bij de Nieuwe Abeele, landzijde, verzamelde zich enorm veel wrakhout tijdens de inundatie. Dit haalden we wel eens op en vervoerden het, voor de kachel, op een onderstel van een kinderwagen.

----------------------------------------------------------------
De plaatjes zijn geleverd door de1219VG Veerman familie Minderhout,
met de kanttekening dat 'de veerman' van de site:
http://www.zeeuwseankers.nl/nl-NL/
is gehaald, aannemend dat daartegen geen bezwaar bestaat.
Mocht dat wel zo zijn dan vernemen wij dat graag.
--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!


© 2015 Jan Willem Minderhout meer Jan Willem Minderhout - meer "Beelden uit soberder tijden"
Beschouwingen > Beelden uit soberder tijden
Herinneringen aan Nieuw Abeele Jan Willem Minderhout
1219BS GlooiingIn 1939 logeerde ik als 7 jarig jongetje regelmatig bij mijn Opa die op Nieuwe Abeele woonde. Het ‘oude’ Abeele (met de indrukwekkende naam ‘Groot-Abeele’) lag aan de andere kant van het Kanaal door Walcheren. Opa had het kanaal zien graven en kon smakelijk vertellen over de vechtpartijen tussen de Vlaamse gastarbeiders, die aan het kanaal werkten, en de Walcherse boerenknechten die minder verdienden en de Vlamingen van broodroof beschuldigden.

Aan weerszijde van het kanaal kon men via een glooiend vlak in of uit het water van het kanaal gaan. Volgens mijn grootvader werden deze glooiingen gebruikt om koeien en paarden over het kanaal te laten zwemmen om ze naar de stal te brengen. De landerijen werden door de aanleg van het kanaal plotseling doorsneden, zodat het land van de boeren aan beide zijden van het kanaal kwam te liggen.

Voor mij was het vooral een ideale plek om te leren zwemmen. Zwemmen heb ik daar dan ook geleerd onder het toeziend oog van mijn grootvader. Zijn gezicht stond dan wel in een strenge stand omdat zijn snor, die normaal vrolijk opkrulde, in twee door kanaalwater verzadigde punten streng naar beneden hingen.

Vaak kuierden we via het pad op de kanaaldijk naar het vliegveld van Vlissingen, iets voorbij de Souburgse brug. Om  half drie kwam het KLM-vliegtuig aan en dan keek mijn opa, liggend in het gras van de dijk, vol belangstelling of er nog bekenden uit- of instapten. Hij had altijd een grasspriet tussen zijn tanden en vaak mompelde hij dan wat. Iets over de passagiers die hij kende?

Als het vliegtuig opgestegen was en als er geen ‘Scheldemusch’, een vliegtuigtype dat bij de Vlissingse scheepswerf ‘De Schelde’ gebouwd werd, zijn kunsten vertoonde stapten we op. Bij mooi weer liepen we via de brug naar de andere kant van het kanaal om via Oost Souburg onze weg te vervolgen naar de speeltuin op de Groot-Abeele. Na het biertje en het glaasje limonade, die we ons lekker lieten smaken, stak hij een pluk pruimtabak in zijn mond en wandelden we naar het overzetveer.

Om de aandacht van de veerman te trekken hing er een bel. Ik mocht altijd de bel luiden. De veerman kwam uit zijn huis en roeide zijn boot naar onze zijde van het kanaal, om ons vervolgens  over te zetten.

Op een zeker moment was de bel verdwenen. Ik keek mijn opa vragend aan. ‘Hoe moesten we nu de veerman waarschuwen?’ Mijn opa wees me op een paal waarop ik een zwart doosje en een wit knopje zag. Ik moest op het knopje drukken. Er gebeurde ogenschijnlijk niets, maar tot mijn verbazing kwam de veerman toch naar buiten. Er was een elektriciteitsdraad naar de andere kant van het kanaal aangebracht, zo begreep ik later.  Die dag was de ‘moderne tijd’ ook voor mij aangebroken.

Bij de Nieuwe Abeele, landzijde, verzamelde zich enorm veel wrakhout tijdens de inundatie. Dit haalden we wel eens op en vervoerden het, voor de kachel, op een onderstel van een kinderwagen.

----------------------------------------------------------------
De plaatjes zijn geleverd door de1219VG Veerman familie Minderhout,
met de kanttekening dat 'de veerman' van de site:
http://www.zeeuwseankers.nl/nl-NL/
is gehaald, aannemend dat daartegen geen bezwaar bestaat.
Mocht dat wel zo zijn dan vernemen wij dat graag.
--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2015 Jan Willem Minderhout
powered by CJ2