archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Mehmet Evsen, haalt uiterste uit zichzelf Willem Minderhout

0808BS Mehmet
In de serie interviews met studenten van de opleiding bestuurskunde van de Haagse Hogeschool komt deze keer Mehmet  Evsen aan het woord. Mehmet viel me vorig jaar op door de hoge kwaliteit van zijn werkstukken. Hij bleek ook het premastertraject te volgen, dat aanvullend onderwijs geeft voor studenten die na het HBO in één jaar een WO master willen halen.
Ik leerde hem wat beter kennen toen hij mij, in de aanloop naar de laatste Tweede Kamerverkiezingen, uitnodigde om een debat bij te wonen dat hij had helpen organiseren. Mehmet bleek maatschappelijk zeer actief te zijn in allerlei clubs en clubjes. Ook op de HHS zet hij zich in voor een interessant studieklimaat. Hij organiseerde een zeer geslaagde bijeenkomst met het Kamerlid Ahmed Marcouch en probeert nu met een aantal medestudenten een studievereniging op te richten.

‘Ik ben in 1990 Nederland geboren. In Spangen. Dat is overigens niet de reden van mijn goede taalbeheersing, want op mijn derde verhuisde het hele gezin weer terug naar Adana, in Turkije. Ik kan me van mijn Nederlandse jeugd niets herinneren. Mijn vader begon in Adana een drukkerij en wilde zijn politieke carrière hervatten. Mijn vader was actief binnen de MHP en Türkeş was zijn grote voorbeeld . Die partij is in Nederland vooral bekend als de ‘Grijze Wolven-partij’. Uit de nationalistische hoek, dus. Na de militaire staatsgreep in 1980 werd die partij een tijdje verboden en de aanhangers werden opgepakt. Dat was de reden dat mijn vader met ons gezin Turkije verliet en dat we in Nederland terecht kwamen. Rotterdam was wel een logische keuze, want mijn opa woonde daar. Mijn opa is als eerste generatie gastarbeider hier terecht gekomen,

In Adana hadden we het aanvankelijk heel goed, maar zo rond 1998 liep ons remigratieavontuur uit op een fiasco. De drukkerij van mijn vader ging failliet en zonder centen kon hij zijn politieke carrière ook op zijn buik schrijven. Bovendien kreeg hij ruzie met Devlet Bahçeli, de nieuwe leider van de MHP. We zijn berooid weer teruggekeerd naar Nederland. Mijn vader heeft in Rotterdam kort op de markt gewerkt voor een kledinghandelaar als verkoper en chauffeur. Nu is hij taxichauffeur. Met politiek houdt hij zich niet meer bezig. Thuis sprak hij daar overigens wel over, maar niet zo vaak met mij toen ik een klein kind was. Mijn interesse voor politiek is meer door mijn broer en door mijn eigen interesse gewekt. Ik heb zelf nooit iets met de MHP, of de Grijze Wolven te maken gehad, of willen hebben. Dat moet je wel even nadrukkelijk in dit interview opnemen, hoor!

We kwamen weer in Spangen terecht. Spangen is sterk vooruitgegaan de laatste jaren, maar toen was het een verloederde buurt. Ik moest iedere ochtend mijn fiets een heel steile trap afdragen. Ik werd vaak geholpen door een junkie die daar sliep. Als vader hem wilde wegjagen, nam ik het altijd voor hem op.

Ik vond Rotterdam eng. Ik sprak geen woord Nederlands en ook met andere Turkse jongeren in de buurt voelde ik weinig verwantschap. Zij gebruikten woorden die ik nog nooit gehoord had. Inderdaad, vooral smerige woorden. Ik was de eerste jaren bang, onzeker en had altijd ruzie. Op school ging het wel goed. Ik kreeg in groep zes van mijn ‘zwarte school’ versterkt taalonderwijs. Binnen een jaar kon ik me goed redden in het Nederlands! In groep acht had ik een van de hoogste CITO-scores van de school. Ik kon me wel goed optrekken aan mijn oudere broer. Mijn broer is een echte vechter. In de goede zin van het woord natuurlijk. Een doorzetter. Hij had minder startproblemen, omdat hij kon terugvallen op zijn herinneringen aan Nederland. Mijn broer nam me bijvoorbeeld mee naar de Dyanet-moskee waar CITO-trainingen werden gehouden en hij gaf me boeken. Ik heb altijd heel veel gelezen. Dat heb ik ook van mijn broer overgenomen. En het begon dankzij mijn broer. Hij gaf me in het begin altijd een beloning als ik een boek gelezen had.   

Ik ging naar het HAVO. Mijn vader vond eigenlijk dat ik naar het VWO moest, maar dat leek me net een stap te hoog. Ik kon het HAVO makkelijk aan. Toch ben ik een jaar blijven zitten. Ik was het bijdehandje van de klas en haalde veel kattenkwaad uit. Ik werd elk jaar minimaal een keer geschorst.

Toen ik was blijven zitten heb ik heel veel nagedacht over wat ik met mijn leven wilde en de keuzes die ik toen maakte bepalen mijn handelen nog steeds. Ik heb me verdiept in religie, politiek en filosofie. Die verdieping is nog maar net begonnen en het is voor mij een uitdaging om er verder mee te gaan. Ik kan wel zeggen dat ik nu wel ongeveer weet waar ik voor sta en wat mijn identiteit is. Wat ik ben begint bij wat ik doe. Ik ben een moslim en ik geloof in God. Voor mij betekent God dienen, de mensen dienen. Hier en nu. In Nederland dus en alle mensen, niet alleen Turken of moslims. Ik ben me er ook van bewust geworden wat mijn Turkse identiteit nu eigenlijk is. Ik ben er trots op, maar ik zal nooit een Turk boven een ander stellen, alleen omdat hij Turk is. Dat zou sowieso niet passen binnen de leer van de islam. Godsdienst betekent voor mij een wegwijzer hoe je je leven moet inrichten. Politiek hoe je de wereld moet inrichten. Filosofie geeft daar weer een diepere dimensie aan. Dat was ook de boodschap van Tariq Ramadan. Ik begrijp nog steeds niet dat die man weg moest bij de Erasmus Universiteit. Hij was juist de denker die wel begreep waar het over gaat. Vooral zijn theorie over ‘multiple identities’ spreekt mij erg aan. Van Ramadan heb ik geleerd mijn eigen multiple identities onder woorden te brengen: ´I am a muslim by religion. I am Dutch by nationality. I am European by culture. I am Turkish in my memories. Welcome to my World!´

Ik ben wat geloof betreft heel vrij opgevoed. Mijn vader is niet zo’n regelmatige moskeeganger, mijn moeder wel. Ik mocht dat voor mezelf beslissen. Godsdienst, het ‘dienen van God’, betekent voor mij dat je je vooral ten dienste van je medemensen moet stellen en dat je het uiterste uit jezelf moet halen. Ik heb er geen enkele behoefte aan om andere mensen de les te lezen. Iedereen moet naar eer en geweten vrij zijn om zijn eigen leven in te richten.

Na 9/11 merk je wel dat er een enorm wantrouwen heerst ten opzichte van alle moslims. Raar, hoor. Turken en Marokkanen hebben maar weinig met elkaar gemeen en gaan nauwelijks met elkaar om, maar we worden tegenwoordig wel op een hoop geveegd onder het etiket ‘de moslims´. Niet dat de ene groep beter is dan de ander, maar er zijn nou eenmaal verschillen.
Je kunt de spanningen binnen onze samenleving niet ontkennen, maar eigenlijk heb ik daar niet zo gauw een antwoord op. Al dat wantrouwen en die angst is volgens mij vooral gebaseerd op onbekendheid. In wezen verschillen we niet zo veel van elkaar, maar we kennen elkaar gewoon niet.

Al die overdreven media-aandacht voor ‘rare moslims’? ‘Niets van aantrekken’, denk ik dan. Dat wantrouwen kunnen we overwinnen door gewoon ons best te blijven doen. De meeste moslims zijn zoals ik. Hardwerkende mensen die iets van hun leven proberen te maken en zich niet bezig houden met ‘belangrijke zaken’ als handen schudden of opstaan in de rechtbank. Al die flauwekul heeft niets met mijn geloof te maken! Maatschappelijke problemen los je ook niet op door die eindeloze discussies over het geloof. Gewoon samen aan de slag gaan! Samen aan oplossingen werken! Onveiligheid en criminaliteit, bijvoorbeeld, hebben niets met religie te maken en iedereen heeft er last van. We moeten het niet meer hebben over integreren of aanpassen. Zolang we het daar over hebben blijft er een wij-zij cultuur bestaan. Het feit dat we over aanpassen spreken, betekent dat de ‘wij’ de ‘zij’ nog niet hebben geaccepteerd. We moeten streven naar de vorming van één ‘wij’, want de vraag is niet of we het met elkaar moeten doen, maar de vraag is hoe we het met elkaar gaan doen. Er zal op een paar uitzonderingen na niemand uit dit land vertrekken, hoor. Daar ben ik absoluut zeker van.

Integratie heeft wel tijd nodig. Ik ga zelf ook nog steeds het meest met andere Turken om. Bij mijn generatie is dat wel heel anders dan bij de generatie van mijn vader. Turk, Koerd, Aleviet, Soenniet, rechts, links, dat maakt voor mijn generatie geen verschil meer.
Nederlandse Turken zullen nog wel lange tijd een aparte gemeenschap vormen denk ik. Gemengde huwelijken komen niet zo heel veel voor, maar mijn eigen broer is wel met een Hollandse getrouwd.

Mijn hoogste prioriteit ligt nu bij school. Het gaat me heel goed af en ik ben vast van plan om straks ook mijn masterdiploma te gaan halen: bestuurskunde in Leiden!
Mijn keuze voor bestuurskunde lag trouwens niet zo voor de hand toen ik van de HAVO kwam. Op de middelbare school was ik altijd bezig met het maken van radio- en TV-programma’s. Voor Feza TV en Ramp TV, Rotterdamse jongerenzenders, maakte ik een heleboel reportages. Over van alles en nog wat, van de griepepidemie tot de Europese verkiezingen. Journalist wilde ik worden! Maar toen ik voor de keus stond zei iemand dat ik veel beter de politiek in kon gaan. Dan zouden die journalisten wel naar mij komen, in plaats van andersom!

Het was een grapje, maar dat heeft me wel aan het denken gezet. Ik ben bestuurskunde gaan studeren en ik werd politiek actief als lid van D66. Dat vind je misschien vreemd, zo’n vrome gast in zo’n vrijzinnige partij. Toch is dat een heel bewuste keuze. Ik heb met opzet deze keer niet het voorbeeld van mijn broer gevolgd, die is lid van het CDA. Ik ben het op een aantal punten ook wel eens met het CDA, maar ik ben het er niet mee eens hoe die partij en partijen als de PvdA, omgaan met allochtone kandidaten. Ze willen je graag op de lijst hebben omdat je als ‘Turk’ de Turkse kiezers trekt. Wie je bent, of wat je kunt is vaak nauwelijks van belang. Dat is bij D66 anders. Daar beoordelen ze je wel op je capaciteiten. Kijk maar naar Fatma Koser Kaya, een groot voorbeeld voor mij. Ik heb haar een keer ontmoet. Ze zei me toen: ‘Je moet niet laten zien dat je Turk bent, maar dat je iets in je mars hebt.’ Daar ben ik het hartgrondig mee eens. De politieke visie van D66 spreekt mij natuurlijk ook heel erg aan. D66 voert een realistische politiek en probeert er wat van te maken.
 
Of ik politicus word? Heel duidelijke toekomstplannen heb ik niet. Ik wil worden wat de samenleving van me verlangt, waar ik goed in ben en waar ik iets kan bijdragen. En ik ga mijn masterdiploma halen! Het liefst twee! Misschien neem ik na mijn eerste master wel een jaartje vrij. Of voor een wereldreis, of om te trouwen. Ja, er is een serieuze kandidate. Maar daar laat ik me verder niet over uit.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.


© 2011 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Mehmet Evsen, haalt uiterste uit zichzelf Willem Minderhout
0808BS Mehmet
In de serie interviews met studenten van de opleiding bestuurskunde van de Haagse Hogeschool komt deze keer Mehmet  Evsen aan het woord. Mehmet viel me vorig jaar op door de hoge kwaliteit van zijn werkstukken. Hij bleek ook het premastertraject te volgen, dat aanvullend onderwijs geeft voor studenten die na het HBO in één jaar een WO master willen halen.
Ik leerde hem wat beter kennen toen hij mij, in de aanloop naar de laatste Tweede Kamerverkiezingen, uitnodigde om een debat bij te wonen dat hij had helpen organiseren. Mehmet bleek maatschappelijk zeer actief te zijn in allerlei clubs en clubjes. Ook op de HHS zet hij zich in voor een interessant studieklimaat. Hij organiseerde een zeer geslaagde bijeenkomst met het Kamerlid Ahmed Marcouch en probeert nu met een aantal medestudenten een studievereniging op te richten.

‘Ik ben in 1990 Nederland geboren. In Spangen. Dat is overigens niet de reden van mijn goede taalbeheersing, want op mijn derde verhuisde het hele gezin weer terug naar Adana, in Turkije. Ik kan me van mijn Nederlandse jeugd niets herinneren. Mijn vader begon in Adana een drukkerij en wilde zijn politieke carrière hervatten. Mijn vader was actief binnen de MHP en Türkeş was zijn grote voorbeeld . Die partij is in Nederland vooral bekend als de ‘Grijze Wolven-partij’. Uit de nationalistische hoek, dus. Na de militaire staatsgreep in 1980 werd die partij een tijdje verboden en de aanhangers werden opgepakt. Dat was de reden dat mijn vader met ons gezin Turkije verliet en dat we in Nederland terecht kwamen. Rotterdam was wel een logische keuze, want mijn opa woonde daar. Mijn opa is als eerste generatie gastarbeider hier terecht gekomen,

In Adana hadden we het aanvankelijk heel goed, maar zo rond 1998 liep ons remigratieavontuur uit op een fiasco. De drukkerij van mijn vader ging failliet en zonder centen kon hij zijn politieke carrière ook op zijn buik schrijven. Bovendien kreeg hij ruzie met Devlet Bahçeli, de nieuwe leider van de MHP. We zijn berooid weer teruggekeerd naar Nederland. Mijn vader heeft in Rotterdam kort op de markt gewerkt voor een kledinghandelaar als verkoper en chauffeur. Nu is hij taxichauffeur. Met politiek houdt hij zich niet meer bezig. Thuis sprak hij daar overigens wel over, maar niet zo vaak met mij toen ik een klein kind was. Mijn interesse voor politiek is meer door mijn broer en door mijn eigen interesse gewekt. Ik heb zelf nooit iets met de MHP, of de Grijze Wolven te maken gehad, of willen hebben. Dat moet je wel even nadrukkelijk in dit interview opnemen, hoor!

We kwamen weer in Spangen terecht. Spangen is sterk vooruitgegaan de laatste jaren, maar toen was het een verloederde buurt. Ik moest iedere ochtend mijn fiets een heel steile trap afdragen. Ik werd vaak geholpen door een junkie die daar sliep. Als vader hem wilde wegjagen, nam ik het altijd voor hem op.

Ik vond Rotterdam eng. Ik sprak geen woord Nederlands en ook met andere Turkse jongeren in de buurt voelde ik weinig verwantschap. Zij gebruikten woorden die ik nog nooit gehoord had. Inderdaad, vooral smerige woorden. Ik was de eerste jaren bang, onzeker en had altijd ruzie. Op school ging het wel goed. Ik kreeg in groep zes van mijn ‘zwarte school’ versterkt taalonderwijs. Binnen een jaar kon ik me goed redden in het Nederlands! In groep acht had ik een van de hoogste CITO-scores van de school. Ik kon me wel goed optrekken aan mijn oudere broer. Mijn broer is een echte vechter. In de goede zin van het woord natuurlijk. Een doorzetter. Hij had minder startproblemen, omdat hij kon terugvallen op zijn herinneringen aan Nederland. Mijn broer nam me bijvoorbeeld mee naar de Dyanet-moskee waar CITO-trainingen werden gehouden en hij gaf me boeken. Ik heb altijd heel veel gelezen. Dat heb ik ook van mijn broer overgenomen. En het begon dankzij mijn broer. Hij gaf me in het begin altijd een beloning als ik een boek gelezen had.   

Ik ging naar het HAVO. Mijn vader vond eigenlijk dat ik naar het VWO moest, maar dat leek me net een stap te hoog. Ik kon het HAVO makkelijk aan. Toch ben ik een jaar blijven zitten. Ik was het bijdehandje van de klas en haalde veel kattenkwaad uit. Ik werd elk jaar minimaal een keer geschorst.

Toen ik was blijven zitten heb ik heel veel nagedacht over wat ik met mijn leven wilde en de keuzes die ik toen maakte bepalen mijn handelen nog steeds. Ik heb me verdiept in religie, politiek en filosofie. Die verdieping is nog maar net begonnen en het is voor mij een uitdaging om er verder mee te gaan. Ik kan wel zeggen dat ik nu wel ongeveer weet waar ik voor sta en wat mijn identiteit is. Wat ik ben begint bij wat ik doe. Ik ben een moslim en ik geloof in God. Voor mij betekent God dienen, de mensen dienen. Hier en nu. In Nederland dus en alle mensen, niet alleen Turken of moslims. Ik ben me er ook van bewust geworden wat mijn Turkse identiteit nu eigenlijk is. Ik ben er trots op, maar ik zal nooit een Turk boven een ander stellen, alleen omdat hij Turk is. Dat zou sowieso niet passen binnen de leer van de islam. Godsdienst betekent voor mij een wegwijzer hoe je je leven moet inrichten. Politiek hoe je de wereld moet inrichten. Filosofie geeft daar weer een diepere dimensie aan. Dat was ook de boodschap van Tariq Ramadan. Ik begrijp nog steeds niet dat die man weg moest bij de Erasmus Universiteit. Hij was juist de denker die wel begreep waar het over gaat. Vooral zijn theorie over ‘multiple identities’ spreekt mij erg aan. Van Ramadan heb ik geleerd mijn eigen multiple identities onder woorden te brengen: ´I am a muslim by religion. I am Dutch by nationality. I am European by culture. I am Turkish in my memories. Welcome to my World!´

Ik ben wat geloof betreft heel vrij opgevoed. Mijn vader is niet zo’n regelmatige moskeeganger, mijn moeder wel. Ik mocht dat voor mezelf beslissen. Godsdienst, het ‘dienen van God’, betekent voor mij dat je je vooral ten dienste van je medemensen moet stellen en dat je het uiterste uit jezelf moet halen. Ik heb er geen enkele behoefte aan om andere mensen de les te lezen. Iedereen moet naar eer en geweten vrij zijn om zijn eigen leven in te richten.

Na 9/11 merk je wel dat er een enorm wantrouwen heerst ten opzichte van alle moslims. Raar, hoor. Turken en Marokkanen hebben maar weinig met elkaar gemeen en gaan nauwelijks met elkaar om, maar we worden tegenwoordig wel op een hoop geveegd onder het etiket ‘de moslims´. Niet dat de ene groep beter is dan de ander, maar er zijn nou eenmaal verschillen.
Je kunt de spanningen binnen onze samenleving niet ontkennen, maar eigenlijk heb ik daar niet zo gauw een antwoord op. Al dat wantrouwen en die angst is volgens mij vooral gebaseerd op onbekendheid. In wezen verschillen we niet zo veel van elkaar, maar we kennen elkaar gewoon niet.

Al die overdreven media-aandacht voor ‘rare moslims’? ‘Niets van aantrekken’, denk ik dan. Dat wantrouwen kunnen we overwinnen door gewoon ons best te blijven doen. De meeste moslims zijn zoals ik. Hardwerkende mensen die iets van hun leven proberen te maken en zich niet bezig houden met ‘belangrijke zaken’ als handen schudden of opstaan in de rechtbank. Al die flauwekul heeft niets met mijn geloof te maken! Maatschappelijke problemen los je ook niet op door die eindeloze discussies over het geloof. Gewoon samen aan de slag gaan! Samen aan oplossingen werken! Onveiligheid en criminaliteit, bijvoorbeeld, hebben niets met religie te maken en iedereen heeft er last van. We moeten het niet meer hebben over integreren of aanpassen. Zolang we het daar over hebben blijft er een wij-zij cultuur bestaan. Het feit dat we over aanpassen spreken, betekent dat de ‘wij’ de ‘zij’ nog niet hebben geaccepteerd. We moeten streven naar de vorming van één ‘wij’, want de vraag is niet of we het met elkaar moeten doen, maar de vraag is hoe we het met elkaar gaan doen. Er zal op een paar uitzonderingen na niemand uit dit land vertrekken, hoor. Daar ben ik absoluut zeker van.

Integratie heeft wel tijd nodig. Ik ga zelf ook nog steeds het meest met andere Turken om. Bij mijn generatie is dat wel heel anders dan bij de generatie van mijn vader. Turk, Koerd, Aleviet, Soenniet, rechts, links, dat maakt voor mijn generatie geen verschil meer.
Nederlandse Turken zullen nog wel lange tijd een aparte gemeenschap vormen denk ik. Gemengde huwelijken komen niet zo heel veel voor, maar mijn eigen broer is wel met een Hollandse getrouwd.

Mijn hoogste prioriteit ligt nu bij school. Het gaat me heel goed af en ik ben vast van plan om straks ook mijn masterdiploma te gaan halen: bestuurskunde in Leiden!
Mijn keuze voor bestuurskunde lag trouwens niet zo voor de hand toen ik van de HAVO kwam. Op de middelbare school was ik altijd bezig met het maken van radio- en TV-programma’s. Voor Feza TV en Ramp TV, Rotterdamse jongerenzenders, maakte ik een heleboel reportages. Over van alles en nog wat, van de griepepidemie tot de Europese verkiezingen. Journalist wilde ik worden! Maar toen ik voor de keus stond zei iemand dat ik veel beter de politiek in kon gaan. Dan zouden die journalisten wel naar mij komen, in plaats van andersom!

Het was een grapje, maar dat heeft me wel aan het denken gezet. Ik ben bestuurskunde gaan studeren en ik werd politiek actief als lid van D66. Dat vind je misschien vreemd, zo’n vrome gast in zo’n vrijzinnige partij. Toch is dat een heel bewuste keuze. Ik heb met opzet deze keer niet het voorbeeld van mijn broer gevolgd, die is lid van het CDA. Ik ben het op een aantal punten ook wel eens met het CDA, maar ik ben het er niet mee eens hoe die partij en partijen als de PvdA, omgaan met allochtone kandidaten. Ze willen je graag op de lijst hebben omdat je als ‘Turk’ de Turkse kiezers trekt. Wie je bent, of wat je kunt is vaak nauwelijks van belang. Dat is bij D66 anders. Daar beoordelen ze je wel op je capaciteiten. Kijk maar naar Fatma Koser Kaya, een groot voorbeeld voor mij. Ik heb haar een keer ontmoet. Ze zei me toen: ‘Je moet niet laten zien dat je Turk bent, maar dat je iets in je mars hebt.’ Daar ben ik het hartgrondig mee eens. De politieke visie van D66 spreekt mij natuurlijk ook heel erg aan. D66 voert een realistische politiek en probeert er wat van te maken.
 
Of ik politicus word? Heel duidelijke toekomstplannen heb ik niet. Ik wil worden wat de samenleving van me verlangt, waar ik goed in ben en waar ik iets kan bijdragen. En ik ga mijn masterdiploma halen! Het liefst twee! Misschien neem ik na mijn eerste master wel een jaartje vrij. Of voor een wereldreis, of om te trouwen. Ja, er is een serieuze kandidate. Maar daar laat ik me verder niet over uit.
 
*************************
Abonneert u op de Nieuwsbrief.
© 2011 Willem Minderhout
powered by CJ2