archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Sabbah Al Hindawey ver van Irak Willem Minderhout

0720BS Sabbah
Sabbah kom uit Irak en volgt de Engelstalige opleiding International Public Management aan de Haagse Hogeschool. Hij viel me al bij het begin van zijn studie op als een student die actief meedeed en zich moeiteloos in het Engels kon uitdrukken. Tot mijn verbijstering lukte het hem aanvankelijk echter niet om al te goed te presteren. Bij mijn vak – ‘World Politics’ – zelfs buitengewoon slecht. Het bleek dat onzekerheid over zijn verblijfsstatus zijn studieprestaties in de weg zat. Gelukkig heeft Sabbah zich herpakt en ligt hij weer goed op koers met zijn studie.

‘Ik was aan het begin van dit jaar volkomen de kluts kwijt. De Nederlandse regering had Irak veilig verklaard en kondigde aan dat alle verblijfsstatussen van Irakese vluchtelingen heroverwogen zouden worden. Ik was in paniek, want terugkeer naar Irak is voor mij een spookbeeld. Gelukkig heb ik nu weer een verblijfsvergunning tot 2012. Daarna hoop ik in aanmerking te komen voor het Nederlanderschap. Nederland is mijn nieuwe huis, ik hoop dat het echt mijn thuis wordt. Ik heb nu weer ruimte in mijn hoofd om me aan mijn studie te wijden. De achterstand heb ik bijna ingelopen.

Ik ben in 1984 in Bagdad geboren. Mijn moeder is Soenniet en mijn vader is Sjiiet. Het was in die tijd heel gewoon dat Soennieten en Sjiieten met elkaar trouwden. Ik heb zelfs Koerdische familieleden. De kloof tussen Koerden en Arabieren was wel wat groter door het taalverschil – Koerden mochten in Irak altijd en overal hun eigen taal gebruiken – maar verder leefden in Bagdad alle bevolkingsgroepen vreedzaam bij en met elkaar. Mijn moeder vertelde me dat ze aanvankelijk niet eens wist of ze Soenniet of Sjiiet was. Ze vertelde dat ze als meisje een tik van mijn opa had gekregen toen ze daarnaar vroeg. ‘ We zijn moslims’, antwoordde mijn opa en daarmee was de kous af. Geloof speelde overigens nauwelijks een rol in mijn leven. Mijn moeder ging wel naar de moskee, maar de rest van het gezin niet of nauwelijks.

Tot 1990 leidden we een vrij gelukkig leven. Dat gelooft bijna niemand hier, maar als je je niet met politiek bemoeide was het leven onder Saddam zo slecht nog niet. We waren echt geen onderdeel van de Baath-elite, gewoon doorsnee middenklasse. Ik was geen lid maar supporter van de Baath-partij. Ik ben geloof ik wel zes keer ‘gerecruteerd’. De recruterende instantie kreeg daar een premie voor. Voor de rest hield het niets in. Ik was verbaasd toen ik hoorde dat je in Nederland moet betalen om lid van een politieke partij te zijn.

Na de Eerste Golfoorlog – in 1990 – veranderde de sfeer in Irak. Ik was nog jong, maar ik herinner me dat goed. Ik herinner me ook nog dat de Berlijnse muur viel en dat gebeurde net daarvoor. Mijn ouders dachten dat de oorlog Bagdad zou bereiken en we zijn met een auto de stad uitgevlucht. We gingen eerst naar het Noorden, naar Koerdistan, maar mijn ouders waren bang dat de Koerden de grens zouden sluiten. Via Mosul, waar familie van mijn moeder woonde, en Kirkuk zijn we weer naar huis gegaan. Het was een vreselijk avontuur dat ik nooit zal vergeten.

Het onderwijs was onder Saddam ook best goed. Je moest Engels leren en je kon ook Frans leren op school. Na ’90 ging dat sterk achteruit. Door de inflatie konden de leraren niet meer leven van hun salaris. Door corruptie en privé-lessen probeerden ze het hoofd boven water te houden. Ik zal je een voorbeeld geven van de inflatie. Voor het geld van het tweede huis dat mijn ouders verkocht hadden, konden we na een paar jaar twee kilo vlees kopen! Ik merkte het zelf ook. De snoep werd steeds duurder.
Saddam had ook de religie ontdekt om zijn positie te versterken en dat merkte je op school. Islam-lessen, vrij algemeen religieonderricht, werden strenge Koran-lessen. Je kon overigens in die tijd als je dat wilde ook Bijbel-lessen volgen. Sprake van religieuze discriminatie was er tot die tijd niet.

Toen ik naar de middelbare school ging had ik geluk. Aan het eind van de basisschool kregen we in Irak een soort CITO-toets. Ik zat in de derde beste groep van het land en ik mocht naar een speciale school. Die scholen waren nog niet aan de verloedering ten prooi gevallen. Er zijn twee soorten middelbare school in Irak; een moeilijke variant met – en een makkelijkere school zonder exacte vakken. Ik ging naar de moeilijke variant. Naast exacte vakken, leerde ik er ook Engels, Frans en klassiek Arabisch.

Op de middelbare school ontdekte ik dat ik anders was. Ik had geen interesse in meisjes, zullen we maar zeggen. Niet dat ik die vaak tegen kwam, want ook in Irak was er op de scholen (tot aan de universiteit) een strikte sekse-scheiding. Thuis sprak ik er niet over. Praten over seks is een groot taboe in alle Arabische landen, maar ik denk wel dat mijn ouders door hadden dat ik homo was. Ook op school was het een publiek geheim. Ik gedroeg me anders en ik kleedde me opvallend. Discriminatie heb ik niet ondervonden. Men vond me wel interessant. Door die Arabische kuisheidscultuur – meisjes moeten als maagd het huwelijk in – stonden al die jongens op springen. Ik heb nooit veel moeite moeten doen om vriendjes te versieren. Dat ging natuurlijk in het geniep en er werd nooit over gesproken, maar ondertussen … Heel hypocriet, natuurlijk, maar in ieder geval niet bedreigend.

Tijdens de Tweede Golfoorlog, in 2003, zijn we in Bagdad gebleven. We wilden niet nog een keer zo’n hachelijk avontuur meemaken als in 1990. Na de invasie veranderde de sfeer in Irak radicaal. Berlijn was zijn muur kwijt, maar in Bagdad werd ineens alles ommuurd. Vooral woonwijken, maar zelfs benzinestations veranderden in kleine kasteeltjes. Overal werd geschoten en gemoord.

Een goed voorbeeld van die veranderde sfeer kan ik geven aan de hand van het uitgaansleven. Tot 1990 had je dancings en clubs in Bagdad waar je alcohol mocht drinken. Na 1990 werden die dancings eethuizen en moest je alcohol in speciale winkels kopen voor thuisgebruik. Na 2003 verdwenen al die slijterijen onder druk van religieuze terroristen. Menige slijter is door een opgehitste Zuiderling doodgeschoten. In die sfeer is het ook niet meer zo eenvoudig om als homo te overleven.

Ik heb nog een paar jaar Engels gestudeerd in Bagdad. Na 2003 was de universiteit ook een puinhoop. De hele staf werd gezien als Baath-sympathisanten en was de laan uit gestuurd. Koerden en Sjiieten namen zonder veel kennis van zaken de universiteit over. Mijn zus heeft twee jaar niet kunnen studeren omdat de hoofddoek ineens verplicht werd. Dat weigerde ze. Nu is dat weer wat verzacht. Ze heeft zonder hoofddoek haar studie hervat. Zij slaat zich er wel doorheen, maar vraag niet hoe.

Mijn wereld was ingestort. Misschien dat de invasie van Irak op de lange duur ergens goed voor blijkt te zijn geweest, maar mijn Irak is verdwenen. Nee, George Bush beschouw ik alles behalve als bevrijder. Als homo was ik bovendien mijn leven niet zeker. Ik wilde weg uit dat gekkenhuis.

Gelukkig kreeg ik in oktober 2006 de kans om weg te gaan. Voor 8.000 dollar kon iemand me wel naar Europa brengen. Ik wilde naar Zweden. Waarom weet ik niet precies. Veel Irakezen gingen naar Zweden. Via Turkije kwam ik op Schiphol terecht. Ik wist niet zoveel van Nederland. ‘La Haye’ en het Vredespaleis kende ik van het nieuws. Dat was het wel zo’n beetje. Ik belde een vriend en ik vertelde hem waar ik was. ‘Blijf daar’, zei hij meteen. ‘Amsterdam is een prima plek waar homo’s openlijk voor hun geaardheid uit mogen komen!’ Dat heb ik dan maar gedaan.

In Amsterdam ben ik overigens niet geëindigd. Via Ter Apel en Millingen, als vluchteling kom je nog eens ergens, ben ik in Den Haag terechtgekomen. Ik ben binnen de kortste keren geslaagd voor mijn inburgeringsexamen en ik voel me hier helemaal thuis. Tot 2012 heb ik een verblijfsvergunning. Ik hoop dat het me daarna lukt om Nederlander te worden. Zo’n paspoort betekent een heleboel voor me. Het is een teken dat ik weer ergens bij hoor. Dat ik weer een echt thuis heb.

Na mijn studie International Public Management hoop ik een baan bij een internationale organisatie te veroveren. Leraar lijkt me trouwens ook een aantrekkelijk beroep. We zien wel. Eerst die studie afmaken.

Irak mis ik helemaal niet. Mijn ouders en mijn zus wel. Hopelijk kan ik die in de toekomst weer bezoeken.
 
********************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl


© 2010 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Sabbah Al Hindawey ver van Irak Willem Minderhout
0720BS Sabbah
Sabbah kom uit Irak en volgt de Engelstalige opleiding International Public Management aan de Haagse Hogeschool. Hij viel me al bij het begin van zijn studie op als een student die actief meedeed en zich moeiteloos in het Engels kon uitdrukken. Tot mijn verbijstering lukte het hem aanvankelijk echter niet om al te goed te presteren. Bij mijn vak – ‘World Politics’ – zelfs buitengewoon slecht. Het bleek dat onzekerheid over zijn verblijfsstatus zijn studieprestaties in de weg zat. Gelukkig heeft Sabbah zich herpakt en ligt hij weer goed op koers met zijn studie.

‘Ik was aan het begin van dit jaar volkomen de kluts kwijt. De Nederlandse regering had Irak veilig verklaard en kondigde aan dat alle verblijfsstatussen van Irakese vluchtelingen heroverwogen zouden worden. Ik was in paniek, want terugkeer naar Irak is voor mij een spookbeeld. Gelukkig heb ik nu weer een verblijfsvergunning tot 2012. Daarna hoop ik in aanmerking te komen voor het Nederlanderschap. Nederland is mijn nieuwe huis, ik hoop dat het echt mijn thuis wordt. Ik heb nu weer ruimte in mijn hoofd om me aan mijn studie te wijden. De achterstand heb ik bijna ingelopen.

Ik ben in 1984 in Bagdad geboren. Mijn moeder is Soenniet en mijn vader is Sjiiet. Het was in die tijd heel gewoon dat Soennieten en Sjiieten met elkaar trouwden. Ik heb zelfs Koerdische familieleden. De kloof tussen Koerden en Arabieren was wel wat groter door het taalverschil – Koerden mochten in Irak altijd en overal hun eigen taal gebruiken – maar verder leefden in Bagdad alle bevolkingsgroepen vreedzaam bij en met elkaar. Mijn moeder vertelde me dat ze aanvankelijk niet eens wist of ze Soenniet of Sjiiet was. Ze vertelde dat ze als meisje een tik van mijn opa had gekregen toen ze daarnaar vroeg. ‘ We zijn moslims’, antwoordde mijn opa en daarmee was de kous af. Geloof speelde overigens nauwelijks een rol in mijn leven. Mijn moeder ging wel naar de moskee, maar de rest van het gezin niet of nauwelijks.

Tot 1990 leidden we een vrij gelukkig leven. Dat gelooft bijna niemand hier, maar als je je niet met politiek bemoeide was het leven onder Saddam zo slecht nog niet. We waren echt geen onderdeel van de Baath-elite, gewoon doorsnee middenklasse. Ik was geen lid maar supporter van de Baath-partij. Ik ben geloof ik wel zes keer ‘gerecruteerd’. De recruterende instantie kreeg daar een premie voor. Voor de rest hield het niets in. Ik was verbaasd toen ik hoorde dat je in Nederland moet betalen om lid van een politieke partij te zijn.

Na de Eerste Golfoorlog – in 1990 – veranderde de sfeer in Irak. Ik was nog jong, maar ik herinner me dat goed. Ik herinner me ook nog dat de Berlijnse muur viel en dat gebeurde net daarvoor. Mijn ouders dachten dat de oorlog Bagdad zou bereiken en we zijn met een auto de stad uitgevlucht. We gingen eerst naar het Noorden, naar Koerdistan, maar mijn ouders waren bang dat de Koerden de grens zouden sluiten. Via Mosul, waar familie van mijn moeder woonde, en Kirkuk zijn we weer naar huis gegaan. Het was een vreselijk avontuur dat ik nooit zal vergeten.

Het onderwijs was onder Saddam ook best goed. Je moest Engels leren en je kon ook Frans leren op school. Na ’90 ging dat sterk achteruit. Door de inflatie konden de leraren niet meer leven van hun salaris. Door corruptie en privé-lessen probeerden ze het hoofd boven water te houden. Ik zal je een voorbeeld geven van de inflatie. Voor het geld van het tweede huis dat mijn ouders verkocht hadden, konden we na een paar jaar twee kilo vlees kopen! Ik merkte het zelf ook. De snoep werd steeds duurder.
Saddam had ook de religie ontdekt om zijn positie te versterken en dat merkte je op school. Islam-lessen, vrij algemeen religieonderricht, werden strenge Koran-lessen. Je kon overigens in die tijd als je dat wilde ook Bijbel-lessen volgen. Sprake van religieuze discriminatie was er tot die tijd niet.

Toen ik naar de middelbare school ging had ik geluk. Aan het eind van de basisschool kregen we in Irak een soort CITO-toets. Ik zat in de derde beste groep van het land en ik mocht naar een speciale school. Die scholen waren nog niet aan de verloedering ten prooi gevallen. Er zijn twee soorten middelbare school in Irak; een moeilijke variant met – en een makkelijkere school zonder exacte vakken. Ik ging naar de moeilijke variant. Naast exacte vakken, leerde ik er ook Engels, Frans en klassiek Arabisch.

Op de middelbare school ontdekte ik dat ik anders was. Ik had geen interesse in meisjes, zullen we maar zeggen. Niet dat ik die vaak tegen kwam, want ook in Irak was er op de scholen (tot aan de universiteit) een strikte sekse-scheiding. Thuis sprak ik er niet over. Praten over seks is een groot taboe in alle Arabische landen, maar ik denk wel dat mijn ouders door hadden dat ik homo was. Ook op school was het een publiek geheim. Ik gedroeg me anders en ik kleedde me opvallend. Discriminatie heb ik niet ondervonden. Men vond me wel interessant. Door die Arabische kuisheidscultuur – meisjes moeten als maagd het huwelijk in – stonden al die jongens op springen. Ik heb nooit veel moeite moeten doen om vriendjes te versieren. Dat ging natuurlijk in het geniep en er werd nooit over gesproken, maar ondertussen … Heel hypocriet, natuurlijk, maar in ieder geval niet bedreigend.

Tijdens de Tweede Golfoorlog, in 2003, zijn we in Bagdad gebleven. We wilden niet nog een keer zo’n hachelijk avontuur meemaken als in 1990. Na de invasie veranderde de sfeer in Irak radicaal. Berlijn was zijn muur kwijt, maar in Bagdad werd ineens alles ommuurd. Vooral woonwijken, maar zelfs benzinestations veranderden in kleine kasteeltjes. Overal werd geschoten en gemoord.

Een goed voorbeeld van die veranderde sfeer kan ik geven aan de hand van het uitgaansleven. Tot 1990 had je dancings en clubs in Bagdad waar je alcohol mocht drinken. Na 1990 werden die dancings eethuizen en moest je alcohol in speciale winkels kopen voor thuisgebruik. Na 2003 verdwenen al die slijterijen onder druk van religieuze terroristen. Menige slijter is door een opgehitste Zuiderling doodgeschoten. In die sfeer is het ook niet meer zo eenvoudig om als homo te overleven.

Ik heb nog een paar jaar Engels gestudeerd in Bagdad. Na 2003 was de universiteit ook een puinhoop. De hele staf werd gezien als Baath-sympathisanten en was de laan uit gestuurd. Koerden en Sjiieten namen zonder veel kennis van zaken de universiteit over. Mijn zus heeft twee jaar niet kunnen studeren omdat de hoofddoek ineens verplicht werd. Dat weigerde ze. Nu is dat weer wat verzacht. Ze heeft zonder hoofddoek haar studie hervat. Zij slaat zich er wel doorheen, maar vraag niet hoe.

Mijn wereld was ingestort. Misschien dat de invasie van Irak op de lange duur ergens goed voor blijkt te zijn geweest, maar mijn Irak is verdwenen. Nee, George Bush beschouw ik alles behalve als bevrijder. Als homo was ik bovendien mijn leven niet zeker. Ik wilde weg uit dat gekkenhuis.

Gelukkig kreeg ik in oktober 2006 de kans om weg te gaan. Voor 8.000 dollar kon iemand me wel naar Europa brengen. Ik wilde naar Zweden. Waarom weet ik niet precies. Veel Irakezen gingen naar Zweden. Via Turkije kwam ik op Schiphol terecht. Ik wist niet zoveel van Nederland. ‘La Haye’ en het Vredespaleis kende ik van het nieuws. Dat was het wel zo’n beetje. Ik belde een vriend en ik vertelde hem waar ik was. ‘Blijf daar’, zei hij meteen. ‘Amsterdam is een prima plek waar homo’s openlijk voor hun geaardheid uit mogen komen!’ Dat heb ik dan maar gedaan.

In Amsterdam ben ik overigens niet geëindigd. Via Ter Apel en Millingen, als vluchteling kom je nog eens ergens, ben ik in Den Haag terechtgekomen. Ik ben binnen de kortste keren geslaagd voor mijn inburgeringsexamen en ik voel me hier helemaal thuis. Tot 2012 heb ik een verblijfsvergunning. Ik hoop dat het me daarna lukt om Nederlander te worden. Zo’n paspoort betekent een heleboel voor me. Het is een teken dat ik weer ergens bij hoor. Dat ik weer een echt thuis heb.

Na mijn studie International Public Management hoop ik een baan bij een internationale organisatie te veroveren. Leraar lijkt me trouwens ook een aantrekkelijk beroep. We zien wel. Eerst die studie afmaken.

Irak mis ik helemaal niet. Mijn ouders en mijn zus wel. Hopelijk kan ik die in de toekomst weer bezoeken.
 
********************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl
© 2010 Willem Minderhout
powered by CJ2