archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Luister! delen printen terug
Volksmuziek en globalisering Carlo van Praag

0616VG Volksmuziek
Als je kaartjes hebt gekocht voor de strijkkwartetten van Schubert kun je er redelijk van op aan dat in de concertzaal de verwachte muziek ten gehore wordt gebracht. Schuberts composities zouden niet worden opgeleukt met Wagnermotieven en het strijkkwartet zou niet worden aangevuld met een elektrische bouzouki. Heb je daarentegen je keuze laten vallen op een uitvoering van volksmuziek: no such luck!
Hier wordt de verdienste van de musici afgemeten aan hun score op de huts-en-kluts-index. Sinds volksmuziek werd gepromoveerd tot wereldmuziek, kan het niet mondiaal genoeg toegaan. Ierse balladen, met Balkanelementen, op Afrikaanse ritmen met een knipoog naar de Amerikaanse blues en natuurlijk verrijkt met een electrische bouzouki: dat is pas mooi!

Ik ging naar de Utrechtse schouwburg om Amina Alaoui te horen, een gereputeerde zangeres van niet gering talent, gespecialiseerd in de Gharnati-stijl, dat wil zeggen de Noord-Afrikaans-Arabische stijl die zijn wortels vindt in het middeleeuwse islamitische Andalusië. Gharnati wil dan ook zeggen ‘afkomstig uit Granada’. Deze muziek heeft met de meeste klassieke muziek gemeen dat zij oud en geheiligd is, en daarmee, naar ik veronderstelde, immuun tegen de postmoderne creativiteit van degenen die het genre beoefenen. Volgens Het Parool van 2 juni j.l. ‘zingt Alaoui deze eeuwenoude liederen alleen, slechts begeleid door ud en viool. Deze transparante bezetting geeft haar alle vrijheid om de prachtige melodieën rijkelijk te versieren. Haar magistrale medespelers voegen er hun eigen fantasievolle decoraties aan toe. Zelden hoor je zulk ontspannen, subtiel en subliem samenspel’.
No such luck!

Het publiek bloot te stellen aan uit één bepaalde cultuurkring afkomstige muziek en deze muziek op enigszins authentieke wijze uit te voeren, zou van een grote hardheid zijn. Dus Amina gooide een flinke scheut flamenco door haar Gharnati en zelfs wat Portugese fado: geografisch niet al te veraf gelegen genres, dat geef ik toe, en bovendien werd alles inderdaad knap uitgevoerd. Natuurlijk werd de muziek wel zodanig versterkt dat veel nuance verloren ging. De mens betaalt tenslotte per decibel, zoals na de pauze bleek toen een ander, minder subtiel, Marokkaans orkest het podium overnam om het publiek de gehoorschade toe te brengen waarvoor het gekomen was. Ik heb me er niet langer dan enkele minuten aan blootgesteld. Dit volumeterrorisme, dat je overal kan treffen, niet alleen bij muzikale evenementen, maar ook in de bioscoop, gaat mijn bevattingsvermogen te boven. Ik heb moeite de medeburgers die daarvan genieten als menselijke wezens te zien. Hoor ik eigenlijk nog wel op deze wereld thuis? Het wordt misschien tijd dat ik een, uiteraard stille, aftocht blaas.

Maar laat ik positief blijven. Ik ben voor mijn muziek niet aangewezen op live uitvoeringen. In de jaren negentig is volksmuziek op grote schaal overgezet van platen naar cd en gelukkig niet alleen de kitsch die altijd al de markt domineerde, maar ook de waardevolle muziek, al was het alleen maar om de cd vol te maken. Als ik vanuit het jaar 1985 vooruit zou kunnen kijken naar mijn huidige, nog steeds zeer bescheiden, collectie, zou ik watertanden. En om het nog beter te maken: niet alleen dat je op deze wijze live uitvoeringen kunt mijden, maar je hoeft helemaal niet meer van huis. Computer aan, credit card gereed en bestellen maar. Nog nooit problemen gehad. Altijd lag het pakketje in een dag of drie op de deurmat, zelfs bij verzending uit landen die op de rand van burgeroorlog verkeerden. Alsof je een sluiproute hebt gevonden zonder files en ook nog vol natuurschoon.

Niet alle regio’s bieden een even rijke buit. De voormalig communistische landen van Oost-Europa leveren een schrale oogst op. Ze konden daar niks echt goed, behalve sporten en het niet zo rijke aanbod draagt dan ook nogal eens een atletisch karakter. Het is een beetje verdonkozakt, zal ik maar zeggen. Vooroorlogse opnamen kom je slechts bij hoge uitzondering tegen. Een aangrenzend kapitalistisch land als Griekenland, ontdekte daarentegen dat er een markt bestaat voor authentieke volksmuziek en schiep een rijk aanbod: plattelandsmuziek, stedelijke volksmuziek, zowel in de stijl van Smyrna als van Piraeus, en vooroorlogs bij de vleet. Zelfs als je de oorlog van 14-18 in gedachten hebt, is er nog wat bij. Een ander goed gedocumenteerd genre is klezmer (spreek de z op zijn Nederlands en niet op zijn Duits uit). Deze muziek heeft een merkwaardige historie en illustreert als geen andere volksmuziek, met uitzondering misschien van de Argentijnse tango en het Hongaarse zigeunerstrijkje, het proces van globalisering. Laat ik er een paar woorden aan wijden: ik ben tenslotte als sociale-wetenschapper aan deze krant verbonden en niet als musicoloog! Ik heb bitter weinig verstand van muziek, maar mag er graag naar luisteren, als ik maar beschik over een volume- en, in laatste instantie, een uitknop.

De klezmer is in de negentiende eeuw bij de joden in Oost-Europa ontstaan, maar heeft daar geen lang leven geleid, omdat aan het eind van diezelfde eeuw de joden op grote schaal de wijk namen naar Amerika. Dat kon wel eens de redding van die muziek zijn geweest, want de Sovjets en de Nazi’s hebben in de twintigste eeuw op grondige wijze afgerekend met de resterende joodse cultuur in Oost-Europa. Uit dat gebied bestaan maar weinig historische opnamen, maar voor het Amerika vanaf zo ongeveer 1910 ligt dat anders. Daar is alles vastgelegd, gedocumenteerd en gepubliceerd.

Aangezien de Amerikaanse joden echter sterk assimileerden, verloren zij ook daar veel van hun cultuur en in de jaren zestig was het met de klezmer bijna gedaan. In de jaren zeventig deed zich echter een miraculeuze revival voor. Oude opnamen werden opgedolven, nieuwe ensembles ontstonden, waarvan sommigen met eerbied voor de muzikale traditie en andere met de huts-en klutsneiging waarvan ik aan het begin van dit artikel gewag maakte. In elk geval is alles nu op grote schaal beschikbaar en je kunt nu overal ter wereld klezmer horen, zelfs in de landen waar de muziek oorspronkelijk vandaan kwam en waar ze tot voor kort niets dan verachting voor de joden en hun cultuur koesterden. Er zijn op het ogenblik geheel uit niet-joodse Polen en Oekraïners bestaande klezmer-ensembles die optreden voor een geheel uit niet-joden bestaand publiek. Er zijn daar joodse festivals waar geen joden aan te pas komen of het moeten verdwaalde toeristen zijn. Hoe het kan verkeren!

En het Nederlandse jodendom is in het bezit geraakt van een cultuurgoed dat nooit het zijne is geweest. Voorzover de joden hier al wisten dat er zoiets als klezmer bestond (ikzelf hoorde de term voor het eerst in de jaren tachtig), hadden zij weinig met het genre op: muziek van de ‘Ostjidden’, bebaarde Chassidim van geringe beschaving. En nu: een feest van herkenning, volle zalen en stormachtig applaus! Ja, soms nemen de zaken een wending ten goede!
 
**************************
Kijk eens op www.meermanno.nl


© 2009 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "Luister!"
Vermaak en Genot > Luister!
Volksmuziek en globalisering Carlo van Praag
0616VG Volksmuziek
Als je kaartjes hebt gekocht voor de strijkkwartetten van Schubert kun je er redelijk van op aan dat in de concertzaal de verwachte muziek ten gehore wordt gebracht. Schuberts composities zouden niet worden opgeleukt met Wagnermotieven en het strijkkwartet zou niet worden aangevuld met een elektrische bouzouki. Heb je daarentegen je keuze laten vallen op een uitvoering van volksmuziek: no such luck!
Hier wordt de verdienste van de musici afgemeten aan hun score op de huts-en-kluts-index. Sinds volksmuziek werd gepromoveerd tot wereldmuziek, kan het niet mondiaal genoeg toegaan. Ierse balladen, met Balkanelementen, op Afrikaanse ritmen met een knipoog naar de Amerikaanse blues en natuurlijk verrijkt met een electrische bouzouki: dat is pas mooi!

Ik ging naar de Utrechtse schouwburg om Amina Alaoui te horen, een gereputeerde zangeres van niet gering talent, gespecialiseerd in de Gharnati-stijl, dat wil zeggen de Noord-Afrikaans-Arabische stijl die zijn wortels vindt in het middeleeuwse islamitische Andalusië. Gharnati wil dan ook zeggen ‘afkomstig uit Granada’. Deze muziek heeft met de meeste klassieke muziek gemeen dat zij oud en geheiligd is, en daarmee, naar ik veronderstelde, immuun tegen de postmoderne creativiteit van degenen die het genre beoefenen. Volgens Het Parool van 2 juni j.l. ‘zingt Alaoui deze eeuwenoude liederen alleen, slechts begeleid door ud en viool. Deze transparante bezetting geeft haar alle vrijheid om de prachtige melodieën rijkelijk te versieren. Haar magistrale medespelers voegen er hun eigen fantasievolle decoraties aan toe. Zelden hoor je zulk ontspannen, subtiel en subliem samenspel’.
No such luck!

Het publiek bloot te stellen aan uit één bepaalde cultuurkring afkomstige muziek en deze muziek op enigszins authentieke wijze uit te voeren, zou van een grote hardheid zijn. Dus Amina gooide een flinke scheut flamenco door haar Gharnati en zelfs wat Portugese fado: geografisch niet al te veraf gelegen genres, dat geef ik toe, en bovendien werd alles inderdaad knap uitgevoerd. Natuurlijk werd de muziek wel zodanig versterkt dat veel nuance verloren ging. De mens betaalt tenslotte per decibel, zoals na de pauze bleek toen een ander, minder subtiel, Marokkaans orkest het podium overnam om het publiek de gehoorschade toe te brengen waarvoor het gekomen was. Ik heb me er niet langer dan enkele minuten aan blootgesteld. Dit volumeterrorisme, dat je overal kan treffen, niet alleen bij muzikale evenementen, maar ook in de bioscoop, gaat mijn bevattingsvermogen te boven. Ik heb moeite de medeburgers die daarvan genieten als menselijke wezens te zien. Hoor ik eigenlijk nog wel op deze wereld thuis? Het wordt misschien tijd dat ik een, uiteraard stille, aftocht blaas.

Maar laat ik positief blijven. Ik ben voor mijn muziek niet aangewezen op live uitvoeringen. In de jaren negentig is volksmuziek op grote schaal overgezet van platen naar cd en gelukkig niet alleen de kitsch die altijd al de markt domineerde, maar ook de waardevolle muziek, al was het alleen maar om de cd vol te maken. Als ik vanuit het jaar 1985 vooruit zou kunnen kijken naar mijn huidige, nog steeds zeer bescheiden, collectie, zou ik watertanden. En om het nog beter te maken: niet alleen dat je op deze wijze live uitvoeringen kunt mijden, maar je hoeft helemaal niet meer van huis. Computer aan, credit card gereed en bestellen maar. Nog nooit problemen gehad. Altijd lag het pakketje in een dag of drie op de deurmat, zelfs bij verzending uit landen die op de rand van burgeroorlog verkeerden. Alsof je een sluiproute hebt gevonden zonder files en ook nog vol natuurschoon.

Niet alle regio’s bieden een even rijke buit. De voormalig communistische landen van Oost-Europa leveren een schrale oogst op. Ze konden daar niks echt goed, behalve sporten en het niet zo rijke aanbod draagt dan ook nogal eens een atletisch karakter. Het is een beetje verdonkozakt, zal ik maar zeggen. Vooroorlogse opnamen kom je slechts bij hoge uitzondering tegen. Een aangrenzend kapitalistisch land als Griekenland, ontdekte daarentegen dat er een markt bestaat voor authentieke volksmuziek en schiep een rijk aanbod: plattelandsmuziek, stedelijke volksmuziek, zowel in de stijl van Smyrna als van Piraeus, en vooroorlogs bij de vleet. Zelfs als je de oorlog van 14-18 in gedachten hebt, is er nog wat bij. Een ander goed gedocumenteerd genre is klezmer (spreek de z op zijn Nederlands en niet op zijn Duits uit). Deze muziek heeft een merkwaardige historie en illustreert als geen andere volksmuziek, met uitzondering misschien van de Argentijnse tango en het Hongaarse zigeunerstrijkje, het proces van globalisering. Laat ik er een paar woorden aan wijden: ik ben tenslotte als sociale-wetenschapper aan deze krant verbonden en niet als musicoloog! Ik heb bitter weinig verstand van muziek, maar mag er graag naar luisteren, als ik maar beschik over een volume- en, in laatste instantie, een uitknop.

De klezmer is in de negentiende eeuw bij de joden in Oost-Europa ontstaan, maar heeft daar geen lang leven geleid, omdat aan het eind van diezelfde eeuw de joden op grote schaal de wijk namen naar Amerika. Dat kon wel eens de redding van die muziek zijn geweest, want de Sovjets en de Nazi’s hebben in de twintigste eeuw op grondige wijze afgerekend met de resterende joodse cultuur in Oost-Europa. Uit dat gebied bestaan maar weinig historische opnamen, maar voor het Amerika vanaf zo ongeveer 1910 ligt dat anders. Daar is alles vastgelegd, gedocumenteerd en gepubliceerd.

Aangezien de Amerikaanse joden echter sterk assimileerden, verloren zij ook daar veel van hun cultuur en in de jaren zestig was het met de klezmer bijna gedaan. In de jaren zeventig deed zich echter een miraculeuze revival voor. Oude opnamen werden opgedolven, nieuwe ensembles ontstonden, waarvan sommigen met eerbied voor de muzikale traditie en andere met de huts-en klutsneiging waarvan ik aan het begin van dit artikel gewag maakte. In elk geval is alles nu op grote schaal beschikbaar en je kunt nu overal ter wereld klezmer horen, zelfs in de landen waar de muziek oorspronkelijk vandaan kwam en waar ze tot voor kort niets dan verachting voor de joden en hun cultuur koesterden. Er zijn op het ogenblik geheel uit niet-joodse Polen en Oekraïners bestaande klezmer-ensembles die optreden voor een geheel uit niet-joden bestaand publiek. Er zijn daar joodse festivals waar geen joden aan te pas komen of het moeten verdwaalde toeristen zijn. Hoe het kan verkeren!

En het Nederlandse jodendom is in het bezit geraakt van een cultuurgoed dat nooit het zijne is geweest. Voorzover de joden hier al wisten dat er zoiets als klezmer bestond (ikzelf hoorde de term voor het eerst in de jaren tachtig), hadden zij weinig met het genre op: muziek van de ‘Ostjidden’, bebaarde Chassidim van geringe beschaving. En nu: een feest van herkenning, volle zalen en stormachtig applaus! Ja, soms nemen de zaken een wending ten goede!
 
**************************
Kijk eens op www.meermanno.nl
© 2009 Carlo van Praag
powered by CJ2