archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Klein gedrang bij de uitgang Carlo van Praag

0305 BS Polder
Bij mijn terugkeer uit Frankrijk grijpt Nederland mij altijd bij de strot: de aaneenschakeling van knooppunten, de files, de overal door gebouwen gebroken horizon, de volte kortom! Desondanks blijf ik nooit langer dan twee weken weg. Er zijn landgenoten bij wie diezelfde benauwenis leidt tot vergaande consequenties. Zij emigreren. En zij doen dat in toenemende mate. De laatste tien jaar verlieten 402.000 geboren Nederlanders het land. Er kwamen er echter ook meer dan 225.000 terug. Per slot van rekening verloor Nederland in die tien jaar dus 177.000 personen aan landverhuizing. Op een bevolking van gemiddeld tegen de 16 miljoen over die jaren is dat iets meer dan 1%. Te weinig om van massadesertie te spreken, dunkt me. Er zit wel een stijgende lijn in de cijfers. In het laatst bekende jaar verloor Nederland op deze wijze 28.000 ingezetenen en dat is een cijfer dat sinds de jaren vijftig niet meer is genoteerd. Als dat niveau aanhoudt of nog een beetje stijgt, verliezen we de komende tien jaar misschien 2% van de bevolking aan buitenlandse migratie. Let wel, ik heb het steeds over in Nederland geboren migranten. Turkse terugkeerders, Marokkaanse huwelijksmigranten, asielzoekers uit de derde wereld, zich vestigende en weer vertrekkende Belgen, Duitsers, Engelsen, Amerikanen, om maar een aantal categorieŽn te noemen, zijn door deze selectie op geboorteland grotendeels (maar niet helemaal) buiten beschouwing gelaten.

Wie zijn die emigranten en wat is hun motief? Naar welke landen gaan zij? Ik wed dat u een antwoord hebt: het zijn gepensioneerden die zich willen koesteren in de Spaanse zon, kennissen die van hun tweede woning in een Zuid-Frans departement hun eerste woning hebben gemaakt en hoog opgeleide technici, medisch specialisten en economen die in Amerika meer kunnen verdienen. U hebt niet helemaal misgeschoten, maar raak is toch anders! Veruit de meeste emigranten gaan naar BelgiŽ en Duitsland en vervolgens het Verenigd Koninkrijk. Deze drie West-Europese buurlanden zijn samen goed voor meer dan de helft van het totaal. Ik denk niet dat mensen daar de zon zoeken. Duitsland en BelgiŽ zijn waarschijnlijk aantrekkelijk, omdat je pal tegen Nederland aan kunt wonen in een veel beter huis dan je in Nederland voor je geld zou krijgen. Ook het belastingklimaat en de voorzieningen (onderwijs en gezondheidszorg) zijn er beter, heb ik gehoord.

 
Nederlandse* emigranten 1995 t/m 2004 naar de 12 belangrijkste
landen van bestemming   (Bron: CBS, Statline)

BelgiŽ
63.627
Duitsland
47.468
  Verenigd Koninkrijk
28.059  
  Verenigde Staten
25.652  
  Frankrijk
19.230  
  Spanje
18.252  
  AustraliŽ
9.211  
  Canada
8.457  
  Zwitserland
7.189  
  ItaliŽ
5.104  
  Turkije **
4.636  
  Nieuw Zeeland
3.608  
                                *   Op grond van geboorteland
                                ** Het gaat hier dus alleen om in Nederland geboren Turken;
                                 de totale (retour)emigratie naar Turkije was drie keer zo hoog

De traditionele bestemmingslanden van emigranten, zoals Canada, AustraliŽ, De Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland, die in de jaren vijftig aan de top stonden, tellen nog steeds mee. Samen zijn zij goed voor ruim 17% van de emigranten. Frankrijk komt niet verder dan ruim 7% en Spanje haalt dat niet eens.

Veruit de meeste emigranten zijn tussen de 30 en de 50 jaar. Personen van boven de 60 jaar maken slechts 12% van het geheel uit. Pensioenmigratie domineert dus niet het beeld.

Zover komen we met de administratieve gegevens. Zij vertellen ons niet om welke reden de emigranten hun heil elders zochten. We kunnen hierover slechts speculeren. Een deel van de naar Spanje uitgewekenen zocht wellicht de zon, maar vast niet allemaal. Een aantal naar Frankrijk vertrokken landgenoten beschikt misschien over een boerderij in de ArdŤche of de Dordogne, maar vermoedelijk zijn zij talrijker in Parijs en omgeving. En van de emigranten naar de Verenigde Staten weten we niet of geld inderdaad het hoofdmotief was. Van emigranten is veel minder bekend dan van immigranten. Dat laat zich ook denken, want de emigranten onttrekken zich niet alleen aan de Nederlandse samenleving, maar ook aan de Nederlandse statistiek.

Hoe zal het verder gaan met de emigratie? Staan de mensen op het ogenblik in de rij om het zinkende schip te verlaten? Door een recente enquÍte van het NIDI (een gerenommeerd demografisch instituut in Den Haag) weten we daarvan wel het een en ander. Van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder wil 2% eventueel emigreren, maar bij slechts een tiende daarvan kan worden gesproken van serieuze plannen. Het gaat dus maar om zoín 20.000 mensen die er echt mee bezig zijn. Slechts een fractie daarvan behoort tot de ouderen, dus een massale pensioenmigratie valt op grond van de enquÍte niet te voorzien. De meeste potentiŽle emigranten willen naar Canada of AustraliŽ, maar zoals al vermeld zijn dat niet de landen waar de meeste emigranten feitelijk terechtkomen. Je komt daar ook niet zo makkelijk binnen.

In de enquÍte is ook gevraagd naar wat de respondenten aan Nederland niet bevalt en welke winst zij in emigratie zien. Wat de kandidaat-emigranten in Nederland afstoot zijn de volte, de mentaliteit van de bevolking, de criminaliteit, het gebrek aan stilte, de milieuvervuiling en de multiculturele samenleving. Dat zijn overigens bezwaren die ook bij Nederlanders zonder emigratieplannen leven, maar de kandidaat-emigranten tillen er veel zwaarder aan. Dat zijn dus de pushfactoren. De pullfactoren, dus wat de kandidaat-emigranten in hun favoriete bestemmingsland aantrekt, liggen in hetzelfde vlak: meer ruimte, minder milieuvervuiling en een prettiger samenleving. Slechts een minderheid verwacht materiŽle vooruitgang. Een grotere groep verwacht op dit punt zelfs achteruitgang. De kandidaat-emigranten zijn over hun persoonlijke welvaart en hun persoonlijke levensomstandigheden dan ook niet ontevreden. Het is Nederland dat hen niet bevalt.

Ik kan aardig met ze meevoelen, maar desondanks hoor ik bij de 99 komma zoveel op de honderd landgenoten zonder emigratieplannen. Wat maakt dat een mens niet emigreert? Ik denk dat de meeste mensen nooit op het idee komen dat een dergelijke alternatieve toekomst bestaat. De mogelijkheid komt eenvoudigweg niet bij ze op. Maar ook als zij emigratie als overweging toelaten, zullen zij zelden tot daden komen. Opgroeien in een samenleving betekent een investering die zich moeilijk ongedaan laat maken. Tijdens mijn eigen halfhartige emigratiepoging in de jaren zestig realiseerde ik me hoezeer ik door taal, opleiding, beroep, familie en vrienden aan Nederland vastzat. En door gebrek aan ondernemingslust natuurlijk! Blijven is veel gemakkelijker dan gaan. Het moet erg slecht gaan met een land, willen de mensen om die reden emigreren. Er is een behoorlijke dosis armoede of onderdrukking, liefst beide, voor nodig. Mondiaal gesproken ontbreekt het daar niet aan. Er zijn genoeg samenlevingen waar een groot deel van de bevolking zou willen emigreren. Vanuit dat gezichtspunt is Nederland, met zijn nog geen procentje would-be emigranten, dus een heel goede samenleving. Maar het is hier inderdaad vol. Een zondags fietstochtje wordt een recreantenprocessie. Gelukkig regent het vaak en dan heb je ruim baan.

© 2005 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Klein gedrang bij de uitgang Carlo van Praag
0305 BS Polder
Bij mijn terugkeer uit Frankrijk grijpt Nederland mij altijd bij de strot: de aaneenschakeling van knooppunten, de files, de overal door gebouwen gebroken horizon, de volte kortom! Desondanks blijf ik nooit langer dan twee weken weg. Er zijn landgenoten bij wie diezelfde benauwenis leidt tot vergaande consequenties. Zij emigreren. En zij doen dat in toenemende mate. De laatste tien jaar verlieten 402.000 geboren Nederlanders het land. Er kwamen er echter ook meer dan 225.000 terug. Per slot van rekening verloor Nederland in die tien jaar dus 177.000 personen aan landverhuizing. Op een bevolking van gemiddeld tegen de 16 miljoen over die jaren is dat iets meer dan 1%. Te weinig om van massadesertie te spreken, dunkt me. Er zit wel een stijgende lijn in de cijfers. In het laatst bekende jaar verloor Nederland op deze wijze 28.000 ingezetenen en dat is een cijfer dat sinds de jaren vijftig niet meer is genoteerd. Als dat niveau aanhoudt of nog een beetje stijgt, verliezen we de komende tien jaar misschien 2% van de bevolking aan buitenlandse migratie. Let wel, ik heb het steeds over in Nederland geboren migranten. Turkse terugkeerders, Marokkaanse huwelijksmigranten, asielzoekers uit de derde wereld, zich vestigende en weer vertrekkende Belgen, Duitsers, Engelsen, Amerikanen, om maar een aantal categorieŽn te noemen, zijn door deze selectie op geboorteland grotendeels (maar niet helemaal) buiten beschouwing gelaten.

Wie zijn die emigranten en wat is hun motief? Naar welke landen gaan zij? Ik wed dat u een antwoord hebt: het zijn gepensioneerden die zich willen koesteren in de Spaanse zon, kennissen die van hun tweede woning in een Zuid-Frans departement hun eerste woning hebben gemaakt en hoog opgeleide technici, medisch specialisten en economen die in Amerika meer kunnen verdienen. U hebt niet helemaal misgeschoten, maar raak is toch anders! Veruit de meeste emigranten gaan naar BelgiŽ en Duitsland en vervolgens het Verenigd Koninkrijk. Deze drie West-Europese buurlanden zijn samen goed voor meer dan de helft van het totaal. Ik denk niet dat mensen daar de zon zoeken. Duitsland en BelgiŽ zijn waarschijnlijk aantrekkelijk, omdat je pal tegen Nederland aan kunt wonen in een veel beter huis dan je in Nederland voor je geld zou krijgen. Ook het belastingklimaat en de voorzieningen (onderwijs en gezondheidszorg) zijn er beter, heb ik gehoord.

 
Nederlandse* emigranten 1995 t/m 2004 naar de 12 belangrijkste
landen van bestemming   (Bron: CBS, Statline)

BelgiŽ
63.627
Duitsland
47.468
  Verenigd Koninkrijk
28.059  
  Verenigde Staten
25.652  
  Frankrijk
19.230  
  Spanje
18.252  
  AustraliŽ
9.211  
  Canada
8.457  
  Zwitserland
7.189  
  ItaliŽ
5.104  
  Turkije **
4.636  
  Nieuw Zeeland
3.608  
                                *   Op grond van geboorteland
                                ** Het gaat hier dus alleen om in Nederland geboren Turken;
                                 de totale (retour)emigratie naar Turkije was drie keer zo hoog

De traditionele bestemmingslanden van emigranten, zoals Canada, AustraliŽ, De Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland, die in de jaren vijftig aan de top stonden, tellen nog steeds mee. Samen zijn zij goed voor ruim 17% van de emigranten. Frankrijk komt niet verder dan ruim 7% en Spanje haalt dat niet eens.

Veruit de meeste emigranten zijn tussen de 30 en de 50 jaar. Personen van boven de 60 jaar maken slechts 12% van het geheel uit. Pensioenmigratie domineert dus niet het beeld.

Zover komen we met de administratieve gegevens. Zij vertellen ons niet om welke reden de emigranten hun heil elders zochten. We kunnen hierover slechts speculeren. Een deel van de naar Spanje uitgewekenen zocht wellicht de zon, maar vast niet allemaal. Een aantal naar Frankrijk vertrokken landgenoten beschikt misschien over een boerderij in de ArdŤche of de Dordogne, maar vermoedelijk zijn zij talrijker in Parijs en omgeving. En van de emigranten naar de Verenigde Staten weten we niet of geld inderdaad het hoofdmotief was. Van emigranten is veel minder bekend dan van immigranten. Dat laat zich ook denken, want de emigranten onttrekken zich niet alleen aan de Nederlandse samenleving, maar ook aan de Nederlandse statistiek.

Hoe zal het verder gaan met de emigratie? Staan de mensen op het ogenblik in de rij om het zinkende schip te verlaten? Door een recente enquÍte van het NIDI (een gerenommeerd demografisch instituut in Den Haag) weten we daarvan wel het een en ander. Van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder wil 2% eventueel emigreren, maar bij slechts een tiende daarvan kan worden gesproken van serieuze plannen. Het gaat dus maar om zoín 20.000 mensen die er echt mee bezig zijn. Slechts een fractie daarvan behoort tot de ouderen, dus een massale pensioenmigratie valt op grond van de enquÍte niet te voorzien. De meeste potentiŽle emigranten willen naar Canada of AustraliŽ, maar zoals al vermeld zijn dat niet de landen waar de meeste emigranten feitelijk terechtkomen. Je komt daar ook niet zo makkelijk binnen.

In de enquÍte is ook gevraagd naar wat de respondenten aan Nederland niet bevalt en welke winst zij in emigratie zien. Wat de kandidaat-emigranten in Nederland afstoot zijn de volte, de mentaliteit van de bevolking, de criminaliteit, het gebrek aan stilte, de milieuvervuiling en de multiculturele samenleving. Dat zijn overigens bezwaren die ook bij Nederlanders zonder emigratieplannen leven, maar de kandidaat-emigranten tillen er veel zwaarder aan. Dat zijn dus de pushfactoren. De pullfactoren, dus wat de kandidaat-emigranten in hun favoriete bestemmingsland aantrekt, liggen in hetzelfde vlak: meer ruimte, minder milieuvervuiling en een prettiger samenleving. Slechts een minderheid verwacht materiŽle vooruitgang. Een grotere groep verwacht op dit punt zelfs achteruitgang. De kandidaat-emigranten zijn over hun persoonlijke welvaart en hun persoonlijke levensomstandigheden dan ook niet ontevreden. Het is Nederland dat hen niet bevalt.

Ik kan aardig met ze meevoelen, maar desondanks hoor ik bij de 99 komma zoveel op de honderd landgenoten zonder emigratieplannen. Wat maakt dat een mens niet emigreert? Ik denk dat de meeste mensen nooit op het idee komen dat een dergelijke alternatieve toekomst bestaat. De mogelijkheid komt eenvoudigweg niet bij ze op. Maar ook als zij emigratie als overweging toelaten, zullen zij zelden tot daden komen. Opgroeien in een samenleving betekent een investering die zich moeilijk ongedaan laat maken. Tijdens mijn eigen halfhartige emigratiepoging in de jaren zestig realiseerde ik me hoezeer ik door taal, opleiding, beroep, familie en vrienden aan Nederland vastzat. En door gebrek aan ondernemingslust natuurlijk! Blijven is veel gemakkelijker dan gaan. Het moet erg slecht gaan met een land, willen de mensen om die reden emigreren. Er is een behoorlijke dosis armoede of onderdrukking, liefst beide, voor nodig. Mondiaal gesproken ontbreekt het daar niet aan. Er zijn genoeg samenlevingen waar een groot deel van de bevolking zou willen emigreren. Vanuit dat gezichtspunt is Nederland, met zijn nog geen procentje would-be emigranten, dus een heel goede samenleving. Maar het is hier inderdaad vol. Een zondags fietstochtje wordt een recreantenprocessie. Gelukkig regent het vaak en dan heb je ruim baan.
© 2005 Carlo van Praag
powered by Peppered