archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
1 Mei Ruurd Kunnen

0213 1 Mei
‘Dat wordt weer niks, natuurlijk’.
Met deze woorden besloot oom Gerben het politieke gedeelte van de 1 mei-viering van onze familie. De discussie was zoals gebruikelijk zeer geanimeerd geweest. Bijna iedereen had eraan meegedaan. Alleen in de achterkamer zaten de tweelingtantes Marie en Anne bij te praten en speelde oom Jan een potje schaak met een van zijn neefjes.
Oom Gerben was begonnen met een overzicht van de ontwikkelingen in de afgelopen maanden. De diefstal van de sociale verworvenheden van de arbeiders was onverminderd doorgegaan.
‘In september hebben we besproken hoe de VUT en het prepensioen van ons wordt afgenomen en hoe de arbeidstijdverkorting, waarvoor we loon hebben ingeleverd, wordt teruggedraaid. Nu wordt ons ook de WAO, een van de kroonjuwelen van de sociale zekerheid, stukje bij beetje ontstolen en zelfs de WW staat op de tocht’, brieste oom.

‘Vergeet de euro niet, Gerben! Toen we de gulden moesten inleveren, hebben we tien procent te weinig aan euro’s teruggekregen. En Zalm wist precies wat er gebeurde. Pure diefstal met voorbedachte rade was dat!’ De stemming kwam er goed in.
Een pienter neefje probeerde uit te leggen dat door de goedkope euro de buitenlandse handel was gegroeid, waardoor de binnenlandse productie was aangetrokken en dat daardoor de werkgelegenheid groter was geworden en de lonen waren gestegen. Het was allemaal niet zo erg als werd voorgesteld. Dat had hij beter niet kunnen zeggen, want de familie had de crisis van de jaren dertig meegemaakt en wist nog precies wat waardevermindering van het geld betekent.
‘Eten en drinken is duurder geworden.’
‘Hebben we soms een loonstijging van tien procent gehad?’
‘Ons spaargeld is ook tien procent minder waard geworden.’
‘En wat zou je van onze pensioenen denken?’
‘Maar het was toch goed voor de economie?’
‘We bepalen zelf wel wat we met ons geld doen, daar hebben wij Zalm niet voor nodig.’
‘Je moet diefstal nooit goedpraten, jong, zeker diefstal van de hoge heren niet.’
‘We drinken er geen druppel minder om’, zei oma, ‘wie wil een borrel?’

Onze familie is altijd rood geweest, zonder blauw, en dus ook niet paars. Maar de kleuren vervagen in het huidige postmoderne tijdsgewricht.
‘Ik vind ook dat de conversie van de gulden geen politieke schoonheidsprijs verdient. Het verzwijgen van de onderwaardering was een typisch paarse achterkamermanoeuvre. Tegenwoordig zal dat niet zo gauw meer gebeuren.’
Henriëtte was aan het woord, onze nicht die als jurist werkt bij banken in Londen en Brussel maar er nog niet in is geslaagd een man uit de hoogste kring te strikken.
‘De ministers in het huidige kabinet zijn veel opener. Neem Hans Hoogervorst. Hij is niet van mijn partij en ik ben het lang niet altijd met hem eens, maar hij zegt duidelijk waar het bij hem op staat. Dat noem ik vooruitgang vergeleken met paars.’

Oom Gerben viel bijna van zijn stoel.
‘Die man is een VVD-er en dat gaat niet samen met vooruitgang. Hij breekt de gezondheidszorg af, terwijl de volksgezondheid juist een van de belangrijkste zaken voor de regering behoort te zijn.’
‘Dat is het ook, oom, maar je kunt niet ontkennen dat de kosten de pan uitrijzen door de vergrijzing en dat heel veel mensen te gemakkelijk naar de dokter en de apotheek gaan. De bezuinigingen gaan niet alleen om het geld, maar hebben ook tot doel dat de mensen bewuster en meer verantwoordelijk met de zorg omgaan, zodat de kwaliteit gehandhaafd kan blijven. Dat noem ik nou typisch sociaal-liberaal.’
‘Nou, Henriëtte, zo’n beste is die Hoogervorst echt niet. Veel artsen en professoren en ook de gezondheidsraad vinden dat het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME) een ziekte is, maar Hoogervorst weigert dat te erkennen, zogenaamd omdat de patiënten anders een onjuiste behandeling krijgen. Dan zouden ze pillen gaan slikken terwijl ze volgens Hoogervorst psychotherapie moeten ondergaan. In werkelijkheid wil hij ME niet als ziekte erkennen omdat degenen die er last van hebben dan voor allerlei vergoedingen in aanmerking komen, onder andere WAO. En dat kost de regering teveel geld.’

‘En hoe andere ministers durven te reageren! “Tja, van werken word je moe”, zei er een. En toen een journalist zei dat ME-patiënten al moe zijn vňňrdat ze gaan werken, zei die minister stijfjes: “Tja, zulke mensen heb je ook”. Alsof ze het erom doen.’
‘Ha, ha’ zei oom Wiebe die altijd zo leuk uit de hoek kan komen ‘een paar weken geleden kwam ik in een Surinaams restaurant. Het was nog vroeg in de avond en de zaak was net open. Na enige tijd kwam te kok tevoorschijn met slaperig ogen. “Ben nog niet zover. Ben een beetje moe.” ‘
Hilariteit alom, maar oom Gerben bonkte driftig op de tafel. ‘We houden het wel netjes, anders stoppen we ermee.’
‘Gelijk heb je, Gerben, niet alle Surinamers zijn lui.’

‘Jezus, waar maken we ons weer druk om. Weten jullie eigenlijk wel wat er echt aan de hand is?’ De hovenier van de familie mengde zich in de discussie.
‘Moeten we soms voor de Europese grondwet stemmen?’ Tevergeefs probeerde oma het naderende milieuactivistische statement nog af te wenden.
‘Nee, dat bedoel ik niet. Je zou daar eigenlijk voor moeten stemmen, maar dan stem je ook voor Balkenende, en dat is weer niks. Maar ik bedoel eigenlijk de opwarming van de aarde en de uitputting van de grondstoffen.’
‘Dat dachten we al.’
‘Nee, luister. Natuur is een schaars goed geworden, maar hij is van levensbelang. In het rijke westen kopen we wat we nodig hebben, en vaak nog iets meer. In andere delen van de wereld wordt de schaarste groter en daar ontstaan hongersnoden, epidemieën en natuurrampen. Wij storten dan een paar dure euro’s op giro 555 om ons geweten te sussen, maar ondertussen groeit de onvrede. De oorlog in Irak gaat om de olie en dat is pas het begin. De chronische vermoeidheid is een teken aan de wand. Over dertig jaar zijn schone lucht, schoon water en een goede gezondheid net zo schaars als de olie nu. Een wereldoorlog om de schaarse gezonde natuur is onvermijdelijk zolang wij ons druk blijven maken om een paar centen.’

Dat was als vloeken in de kerk. Iemand uit onze familie had in de jaren dertig nog een staking geleid voor twee centen meer in de week. Oom Gerben vond het welletjes.
‘En Ruurd, wat vind jij ervan?’
‘Ik zal weer een mooi stukje op internet zetten, oom Gerben. Het komt in De Leunstoel te staan, een magazine voor rustige mensen.’
‘Rustige mensen?’ vroeg oom Gerben verbaasd. ‘Dat wordt weer niks, natuurlijk.’




© 2005 Ruurd Kunnen meer Ruurd Kunnen - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
1 Mei Ruurd Kunnen
0213 1 Mei
‘Dat wordt weer niks, natuurlijk’.
Met deze woorden besloot oom Gerben het politieke gedeelte van de 1 mei-viering van onze familie. De discussie was zoals gebruikelijk zeer geanimeerd geweest. Bijna iedereen had eraan meegedaan. Alleen in de achterkamer zaten de tweelingtantes Marie en Anne bij te praten en speelde oom Jan een potje schaak met een van zijn neefjes.
Oom Gerben was begonnen met een overzicht van de ontwikkelingen in de afgelopen maanden. De diefstal van de sociale verworvenheden van de arbeiders was onverminderd doorgegaan.
‘In september hebben we besproken hoe de VUT en het prepensioen van ons wordt afgenomen en hoe de arbeidstijdverkorting, waarvoor we loon hebben ingeleverd, wordt teruggedraaid. Nu wordt ons ook de WAO, een van de kroonjuwelen van de sociale zekerheid, stukje bij beetje ontstolen en zelfs de WW staat op de tocht’, brieste oom.

‘Vergeet de euro niet, Gerben! Toen we de gulden moesten inleveren, hebben we tien procent te weinig aan euro’s teruggekregen. En Zalm wist precies wat er gebeurde. Pure diefstal met voorbedachte rade was dat!’ De stemming kwam er goed in.
Een pienter neefje probeerde uit te leggen dat door de goedkope euro de buitenlandse handel was gegroeid, waardoor de binnenlandse productie was aangetrokken en dat daardoor de werkgelegenheid groter was geworden en de lonen waren gestegen. Het was allemaal niet zo erg als werd voorgesteld. Dat had hij beter niet kunnen zeggen, want de familie had de crisis van de jaren dertig meegemaakt en wist nog precies wat waardevermindering van het geld betekent.
‘Eten en drinken is duurder geworden.’
‘Hebben we soms een loonstijging van tien procent gehad?’
‘Ons spaargeld is ook tien procent minder waard geworden.’
‘En wat zou je van onze pensioenen denken?’
‘Maar het was toch goed voor de economie?’
‘We bepalen zelf wel wat we met ons geld doen, daar hebben wij Zalm niet voor nodig.’
‘Je moet diefstal nooit goedpraten, jong, zeker diefstal van de hoge heren niet.’
‘We drinken er geen druppel minder om’, zei oma, ‘wie wil een borrel?’

Onze familie is altijd rood geweest, zonder blauw, en dus ook niet paars. Maar de kleuren vervagen in het huidige postmoderne tijdsgewricht.
‘Ik vind ook dat de conversie van de gulden geen politieke schoonheidsprijs verdient. Het verzwijgen van de onderwaardering was een typisch paarse achterkamermanoeuvre. Tegenwoordig zal dat niet zo gauw meer gebeuren.’
Henriëtte was aan het woord, onze nicht die als jurist werkt bij banken in Londen en Brussel maar er nog niet in is geslaagd een man uit de hoogste kring te strikken.
‘De ministers in het huidige kabinet zijn veel opener. Neem Hans Hoogervorst. Hij is niet van mijn partij en ik ben het lang niet altijd met hem eens, maar hij zegt duidelijk waar het bij hem op staat. Dat noem ik vooruitgang vergeleken met paars.’

Oom Gerben viel bijna van zijn stoel.
‘Die man is een VVD-er en dat gaat niet samen met vooruitgang. Hij breekt de gezondheidszorg af, terwijl de volksgezondheid juist een van de belangrijkste zaken voor de regering behoort te zijn.’
‘Dat is het ook, oom, maar je kunt niet ontkennen dat de kosten de pan uitrijzen door de vergrijzing en dat heel veel mensen te gemakkelijk naar de dokter en de apotheek gaan. De bezuinigingen gaan niet alleen om het geld, maar hebben ook tot doel dat de mensen bewuster en meer verantwoordelijk met de zorg omgaan, zodat de kwaliteit gehandhaafd kan blijven. Dat noem ik nou typisch sociaal-liberaal.’
‘Nou, Henriëtte, zo’n beste is die Hoogervorst echt niet. Veel artsen en professoren en ook de gezondheidsraad vinden dat het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME) een ziekte is, maar Hoogervorst weigert dat te erkennen, zogenaamd omdat de patiënten anders een onjuiste behandeling krijgen. Dan zouden ze pillen gaan slikken terwijl ze volgens Hoogervorst psychotherapie moeten ondergaan. In werkelijkheid wil hij ME niet als ziekte erkennen omdat degenen die er last van hebben dan voor allerlei vergoedingen in aanmerking komen, onder andere WAO. En dat kost de regering teveel geld.’

‘En hoe andere ministers durven te reageren! “Tja, van werken word je moe”, zei er een. En toen een journalist zei dat ME-patiënten al moe zijn vňňrdat ze gaan werken, zei die minister stijfjes: “Tja, zulke mensen heb je ook”. Alsof ze het erom doen.’
‘Ha, ha’ zei oom Wiebe die altijd zo leuk uit de hoek kan komen ‘een paar weken geleden kwam ik in een Surinaams restaurant. Het was nog vroeg in de avond en de zaak was net open. Na enige tijd kwam te kok tevoorschijn met slaperig ogen. “Ben nog niet zover. Ben een beetje moe.” ‘
Hilariteit alom, maar oom Gerben bonkte driftig op de tafel. ‘We houden het wel netjes, anders stoppen we ermee.’
‘Gelijk heb je, Gerben, niet alle Surinamers zijn lui.’

‘Jezus, waar maken we ons weer druk om. Weten jullie eigenlijk wel wat er echt aan de hand is?’ De hovenier van de familie mengde zich in de discussie.
‘Moeten we soms voor de Europese grondwet stemmen?’ Tevergeefs probeerde oma het naderende milieuactivistische statement nog af te wenden.
‘Nee, dat bedoel ik niet. Je zou daar eigenlijk voor moeten stemmen, maar dan stem je ook voor Balkenende, en dat is weer niks. Maar ik bedoel eigenlijk de opwarming van de aarde en de uitputting van de grondstoffen.’
‘Dat dachten we al.’
‘Nee, luister. Natuur is een schaars goed geworden, maar hij is van levensbelang. In het rijke westen kopen we wat we nodig hebben, en vaak nog iets meer. In andere delen van de wereld wordt de schaarste groter en daar ontstaan hongersnoden, epidemieën en natuurrampen. Wij storten dan een paar dure euro’s op giro 555 om ons geweten te sussen, maar ondertussen groeit de onvrede. De oorlog in Irak gaat om de olie en dat is pas het begin. De chronische vermoeidheid is een teken aan de wand. Over dertig jaar zijn schone lucht, schoon water en een goede gezondheid net zo schaars als de olie nu. Een wereldoorlog om de schaarse gezonde natuur is onvermijdelijk zolang wij ons druk blijven maken om een paar centen.’

Dat was als vloeken in de kerk. Iemand uit onze familie had in de jaren dertig nog een staking geleid voor twee centen meer in de week. Oom Gerben vond het welletjes.
‘En Ruurd, wat vind jij ervan?’
‘Ik zal weer een mooi stukje op internet zetten, oom Gerben. Het komt in De Leunstoel te staan, een magazine voor rustige mensen.’
‘Rustige mensen?’ vroeg oom Gerben verbaasd. ‘Dat wordt weer niks, natuurlijk.’


© 2005 Ruurd Kunnen
powered by Peppered