archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
De ondergang van het multiculturalisme Carlo van Praag

0210 Multiculti
Twee decennia lang zijn wij hier gedrenkt in de ideologie van het multiculturalisme. ‘Wij leven thans in een multiculturele samenleving’ stelden de bestuurders van land en gemeente in hun nota’s met voldoening vast en daar moest je je over verheugen. De diversiteit was immers een bron van culturele rijkdom De sociale wetenschap deelde het enthousiasme van politici en beleidsmakers. Kritische kanttekeningen bij het begrip waren betrekkelijk zeldzaam en de onderzoeker die zich hieraan waagde werd enigszins meewarig bejegend. Alsof hij de maatschappelijke ontwikkelingen niet helemaal had kunnen bijbenen. Ik had nooit gedacht dat aan deze periode in enkele jaren een eind zou komen, maar het is wel gebeurd. Ik betreur dat niet. Zelf heb ik mij altijd verzet tegen de cultus van het verschil. Ik zou mij dus opgelucht moeten voelen, maar dat is slechts ten dele het geval.

Ideologie is trouwens voor het multiculturalisme een groot woord. Het was daarvoor te specifiek in zijn object en te vaag in zijn formuleringen. Het multiculturalisme stond eerder voor een positieve grondhouding ten opzichte van allochtonen, voor een geestesgesteldheid, dan voor een programma. Het fungeerde eerder als mantra dan als beleid. Het is dan ook zwaar overdreven de falende integratie van allochtonen op rekening te schrijven van het multiculturalisme uit de voorbije periode, zoals de Tweede Kamer wilde dat de Commissie Blok deed. En nu we het er toch over hebben: wat is dat voor onzin om zo kort na een massale immigratie van vreemdelingen uit alle werelddelen al te spreken van een falende integratie en die bovendien te wijten aan een verkeerd beleid? Wat een grove overschatting van de macht van het beleid gaat daarachter schuil! Alsof er landen op de wereld zijn die op massa-immigratie wèl het adequate antwoord hadden! Alsof andere landen niet kampen met interetnische en interculturele spanningen en met segregatie.

In zijn radicale versie houdt het multiculturalisme in dat een land als Nederland verschillende culturen herbergt die allemaal even belangrijk zijn en dat de maatschappelijke organisatie dat feit zou moeten weerspiegelen. De mensen zijn niet slechts als individu gelijkwaardig aan een ander, maar ook als lid van een (etnische) groep. Het zou onrechtvaardig zijn om hen die laatste vorm van gelijkwaardigheid te onthouden. Eén cultuur mag niet de samenleving domineren ten koste van de rest. Het probleem is dat in feite natuurlijk wel één cultuur domineert, te weten de westerse cultuur, zo men wil de westerse cultuur in haar Nederlandse variant. Al die jaren van immigratie en minderheidsvorming hebben deze dominantie volstrekt niet aangetast. Het secularisme, de gelijkheid van mannen en vrouwen, de autonomie van het individu, de democratische grondrechten, het zijn allemaal waarden die zich niet alleen hebben gehandhaafd, maar zelfs versterkt. Deze waarden worden overigens niet alleen door de westerse wereld gedragen, maar het zijn wel typisch westerse waarden. We leven, kortom, niet in een multiculturele samenleving waarin de verschillende culturen een gelijke status bezitten. Hun greep op het openbare leven en op onze instituties is zeer ongelijk. De radicale multiculturalist zal dat misschien niet ontkennen, maar wel betreuren. Alle culturen zijn in zijn ogen fundamenteel gelijkwaardig; geen mag zich boven een andere verheffen.

Het probleem met dit cultureel relativisme is, dat de aanhanger zich vrijwel meteen verstrikt in logische inconsistenties. Hij verklaart alle culturen gelijkwaardig hetgeen inhoudt dat ook culturen waarin de ongelijkwaardigheid van culturen wordt aangehangen (en dat zijn volgens mij de meeste) een gelijke positie toekomt. Meer in het algemeen verheft de cultureel relativist zich boven de waarden waarop hij zich tegelijk baseert. Hij kent mannen en vrouwen gelijke rechten toe, maar slaat een cultuur waarin de ongelijkheid van man en vrouw centraal staat, even hoog aan als zijn eigen. Het laatste voorbeeld laat meteen zien dat het cultureel relativisme meer oproept dan een puur academisch dilemma. Het is een probleem dat protagonisten van de islam achtervolgt. Zij wringen zich in bochten om dit soort tegenstrijdigheden op te lossen. Meestal houden zij het erop dat de in meerderheid weinig emancipatiegezinde gelovigen slecht opgeleide dorpelingen zijn, levend in een traditie die weinig heeft uit te staan met de ware islam die humaan, tolerant en egalitaristisch is. Of zij trekken een rookgordijn op dat de (voor ons) minder aangename kanten van die religie moet verhullen. De islam is zo divers en er zijn zoveel stromingen dat een algemene doctrine, waartegen je je zou kunnen keren, niet bestaat (waarom dan wel de moeite genomen haar te verdedigen?).

De meeste multiculturalisten van destijds waren overigens geen cultureel relativisten en geen scherpslijpers. Het ging vrijwel steeds om een beetje meer respect voor, en wat meer voorzieningen ten dienste van, andermans cultuur en niet om een gelijkwaardige maatschappelijke positie van die cultuur. De bestuurlijke nota's van die dagen verkondigden steevast een multiculturalisme binnen grenzen. Aan de westerse grondrechten kon niet worden getornd. De clausulering ging gewoonlijk vergezeld van een kleine waslijst van deze rechten die een zeer geruststellend effect had. De Sharia is niet gepromoveerd tot alternatief voor het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Strafrecht. Zelfs de christelijke zon- en feestdagen hebben stand gehouden, hoewel de rationele grond daartoe langzamerhand is gaan ontbreken. Over de toelaatbaarheid van hoofddoekjes werd en wordt nog steeds geharreward. Nee, die multiculturele samenleving van ons is nooit meer geweest dan een samenleving met veel etnische minderheden en verder niks. De moeite van het afschaffen niet waard!

En toch is dat er in de eerste jaren van het nieuwe millennium van gekomen. Ik kwam een artikel van mijn eigen hand tegen uit 1999. In dat artikel, in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, schreef ik nog:
‘Het is opmerkelijk dat de multiculturalisten, althans in Nederland, niet vaak worden tegengesproken en dat hun claims zelden expliciet worden afgewezen. Zo verkondigt de Nederlandse overheid herhaaldelijk dat wij hier thans deel uitmaken van een multiculturele samenleving zonder dat zij daarover door publicisten, sociale wetenschappers of parlementariërs, wordt lastiggevallen. De weinige sputteraars, zoals Bolkestein en Fortuyn staan te boek als westers-chauvinistische houwdegens die nauwelijks aanspraak op een serieus wederwoord kunnen maken’.
Maar aan het begin van 2000 verscheen een essay van Paul Scheffer in NRC/Handelsblad, getiteld ‘Het multiculturele drama’. De auteur vroeg zich in dit essay af of de emancipatie van minderheidsgroepen wel gediend is met de koestering van hun eigen identiteit en of de islam niet een struikelblok is op de weg naar integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving. Hij schilderde het multiculturalisme af als een gemakzuchtige ideologie en distantieerde zich van de ‘apologeten van de diversiteit’. Hij plaatste ook vraagtekens bij onderdelen van het minderhedenbeleid als het onderwijs in eigen taal en cultuur. De auteur riep met zijn negatieve visie op het multiculturalisme nog steeds veel verontwaardiging op, maar er waren ook al veel publicisten die hem steunden, veel meer dan in het geval van Bolkestein in 1991. Verdere mijlpalen? U kent ze: de aanslagen uit naam van de islam op het WTC in 2001, het onverwachte succes van islamhater Fortuyn in de verkiezingsstrijd van 2002, gevolgd door de moord (dit keer niet uit naam van de islam) op deze politicus. De talrijke aanslagen (weer wel uit naam van de islam) over de hele wereld, waaronder vooral die in Madrid in het afgelopen jaar vermelding verdient. Daarbij kwamen dan nog de botsingen tussen de Nederlandse liberale samenleving en de conservatieve islam, bij voorbeeld rond de uitspraken van de imam El-Moumni over homoseksuelen en de publiciteit, niet uitsluitend negatief overigens, rond islamitische scholen. De Marokkaanse jeugdcriminaliteit, ineens een bespreekbaar onderwerp, heeft de harmonie ook niet echt bevorderd. En tot slot de moord (weer wel uit naam van de islam) op Theo van Gogh natuurlijk!

En nu is het begrip multiculturele samenleving dus afgeserveerd. De slagwoorden zijn aanpassing en inburgering. Het woord assimilatie valt nog net niet. Zoals gezegd, ik zal er geen traan om laten. Het multiculturalisme was slecht doordacht en onpraktisch, hoewel naar mijn mening tamelijk onschadelijk. Het beeld van de islam was rozig en naïef, maar of dat nou zo slecht heeft uitgepakt, betwijfel ik. Met het thans heersende assimilationisme (ik noem het toch maar zo) kom ik principieel wel uit te voeten, maar ik vind het in zijn uitwerking overdreven. Er worden te hoge eisen aan de immigranten (soms ook aan de hier reeds verblijvenden) gesteld, er bestaan veel te hoge verwachtingen van een paar maanden inburgeringsles en de allochtonen worden nodeloos bars toegesproken. Een imam die (geheel in overeenstemming met de voorschriften van zijn religie) weigert een vrouwelijke minister de hand te schudden, wordt behandeld alsof hij de Nederlandse rechtsorde bedreigt. Die rechtsorde is natuurlijk wel in het geding als criticasters van de islam hun leven niet meer zeker zijn. Maar ik denk niet dat je daartegen met een integratiebeleid veel vermag.









© 2005 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
De ondergang van het multiculturalisme Carlo van Praag
0210 Multiculti
Twee decennia lang zijn wij hier gedrenkt in de ideologie van het multiculturalisme. ‘Wij leven thans in een multiculturele samenleving’ stelden de bestuurders van land en gemeente in hun nota’s met voldoening vast en daar moest je je over verheugen. De diversiteit was immers een bron van culturele rijkdom De sociale wetenschap deelde het enthousiasme van politici en beleidsmakers. Kritische kanttekeningen bij het begrip waren betrekkelijk zeldzaam en de onderzoeker die zich hieraan waagde werd enigszins meewarig bejegend. Alsof hij de maatschappelijke ontwikkelingen niet helemaal had kunnen bijbenen. Ik had nooit gedacht dat aan deze periode in enkele jaren een eind zou komen, maar het is wel gebeurd. Ik betreur dat niet. Zelf heb ik mij altijd verzet tegen de cultus van het verschil. Ik zou mij dus opgelucht moeten voelen, maar dat is slechts ten dele het geval.

Ideologie is trouwens voor het multiculturalisme een groot woord. Het was daarvoor te specifiek in zijn object en te vaag in zijn formuleringen. Het multiculturalisme stond eerder voor een positieve grondhouding ten opzichte van allochtonen, voor een geestesgesteldheid, dan voor een programma. Het fungeerde eerder als mantra dan als beleid. Het is dan ook zwaar overdreven de falende integratie van allochtonen op rekening te schrijven van het multiculturalisme uit de voorbije periode, zoals de Tweede Kamer wilde dat de Commissie Blok deed. En nu we het er toch over hebben: wat is dat voor onzin om zo kort na een massale immigratie van vreemdelingen uit alle werelddelen al te spreken van een falende integratie en die bovendien te wijten aan een verkeerd beleid? Wat een grove overschatting van de macht van het beleid gaat daarachter schuil! Alsof er landen op de wereld zijn die op massa-immigratie wèl het adequate antwoord hadden! Alsof andere landen niet kampen met interetnische en interculturele spanningen en met segregatie.

In zijn radicale versie houdt het multiculturalisme in dat een land als Nederland verschillende culturen herbergt die allemaal even belangrijk zijn en dat de maatschappelijke organisatie dat feit zou moeten weerspiegelen. De mensen zijn niet slechts als individu gelijkwaardig aan een ander, maar ook als lid van een (etnische) groep. Het zou onrechtvaardig zijn om hen die laatste vorm van gelijkwaardigheid te onthouden. Eén cultuur mag niet de samenleving domineren ten koste van de rest. Het probleem is dat in feite natuurlijk wel één cultuur domineert, te weten de westerse cultuur, zo men wil de westerse cultuur in haar Nederlandse variant. Al die jaren van immigratie en minderheidsvorming hebben deze dominantie volstrekt niet aangetast. Het secularisme, de gelijkheid van mannen en vrouwen, de autonomie van het individu, de democratische grondrechten, het zijn allemaal waarden die zich niet alleen hebben gehandhaafd, maar zelfs versterkt. Deze waarden worden overigens niet alleen door de westerse wereld gedragen, maar het zijn wel typisch westerse waarden. We leven, kortom, niet in een multiculturele samenleving waarin de verschillende culturen een gelijke status bezitten. Hun greep op het openbare leven en op onze instituties is zeer ongelijk. De radicale multiculturalist zal dat misschien niet ontkennen, maar wel betreuren. Alle culturen zijn in zijn ogen fundamenteel gelijkwaardig; geen mag zich boven een andere verheffen.

Het probleem met dit cultureel relativisme is, dat de aanhanger zich vrijwel meteen verstrikt in logische inconsistenties. Hij verklaart alle culturen gelijkwaardig hetgeen inhoudt dat ook culturen waarin de ongelijkwaardigheid van culturen wordt aangehangen (en dat zijn volgens mij de meeste) een gelijke positie toekomt. Meer in het algemeen verheft de cultureel relativist zich boven de waarden waarop hij zich tegelijk baseert. Hij kent mannen en vrouwen gelijke rechten toe, maar slaat een cultuur waarin de ongelijkheid van man en vrouw centraal staat, even hoog aan als zijn eigen. Het laatste voorbeeld laat meteen zien dat het cultureel relativisme meer oproept dan een puur academisch dilemma. Het is een probleem dat protagonisten van de islam achtervolgt. Zij wringen zich in bochten om dit soort tegenstrijdigheden op te lossen. Meestal houden zij het erop dat de in meerderheid weinig emancipatiegezinde gelovigen slecht opgeleide dorpelingen zijn, levend in een traditie die weinig heeft uit te staan met de ware islam die humaan, tolerant en egalitaristisch is. Of zij trekken een rookgordijn op dat de (voor ons) minder aangename kanten van die religie moet verhullen. De islam is zo divers en er zijn zoveel stromingen dat een algemene doctrine, waartegen je je zou kunnen keren, niet bestaat (waarom dan wel de moeite genomen haar te verdedigen?).

De meeste multiculturalisten van destijds waren overigens geen cultureel relativisten en geen scherpslijpers. Het ging vrijwel steeds om een beetje meer respect voor, en wat meer voorzieningen ten dienste van, andermans cultuur en niet om een gelijkwaardige maatschappelijke positie van die cultuur. De bestuurlijke nota's van die dagen verkondigden steevast een multiculturalisme binnen grenzen. Aan de westerse grondrechten kon niet worden getornd. De clausulering ging gewoonlijk vergezeld van een kleine waslijst van deze rechten die een zeer geruststellend effect had. De Sharia is niet gepromoveerd tot alternatief voor het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Strafrecht. Zelfs de christelijke zon- en feestdagen hebben stand gehouden, hoewel de rationele grond daartoe langzamerhand is gaan ontbreken. Over de toelaatbaarheid van hoofddoekjes werd en wordt nog steeds geharreward. Nee, die multiculturele samenleving van ons is nooit meer geweest dan een samenleving met veel etnische minderheden en verder niks. De moeite van het afschaffen niet waard!

En toch is dat er in de eerste jaren van het nieuwe millennium van gekomen. Ik kwam een artikel van mijn eigen hand tegen uit 1999. In dat artikel, in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, schreef ik nog:
‘Het is opmerkelijk dat de multiculturalisten, althans in Nederland, niet vaak worden tegengesproken en dat hun claims zelden expliciet worden afgewezen. Zo verkondigt de Nederlandse overheid herhaaldelijk dat wij hier thans deel uitmaken van een multiculturele samenleving zonder dat zij daarover door publicisten, sociale wetenschappers of parlementariërs, wordt lastiggevallen. De weinige sputteraars, zoals Bolkestein en Fortuyn staan te boek als westers-chauvinistische houwdegens die nauwelijks aanspraak op een serieus wederwoord kunnen maken’.
Maar aan het begin van 2000 verscheen een essay van Paul Scheffer in NRC/Handelsblad, getiteld ‘Het multiculturele drama’. De auteur vroeg zich in dit essay af of de emancipatie van minderheidsgroepen wel gediend is met de koestering van hun eigen identiteit en of de islam niet een struikelblok is op de weg naar integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving. Hij schilderde het multiculturalisme af als een gemakzuchtige ideologie en distantieerde zich van de ‘apologeten van de diversiteit’. Hij plaatste ook vraagtekens bij onderdelen van het minderhedenbeleid als het onderwijs in eigen taal en cultuur. De auteur riep met zijn negatieve visie op het multiculturalisme nog steeds veel verontwaardiging op, maar er waren ook al veel publicisten die hem steunden, veel meer dan in het geval van Bolkestein in 1991. Verdere mijlpalen? U kent ze: de aanslagen uit naam van de islam op het WTC in 2001, het onverwachte succes van islamhater Fortuyn in de verkiezingsstrijd van 2002, gevolgd door de moord (dit keer niet uit naam van de islam) op deze politicus. De talrijke aanslagen (weer wel uit naam van de islam) over de hele wereld, waaronder vooral die in Madrid in het afgelopen jaar vermelding verdient. Daarbij kwamen dan nog de botsingen tussen de Nederlandse liberale samenleving en de conservatieve islam, bij voorbeeld rond de uitspraken van de imam El-Moumni over homoseksuelen en de publiciteit, niet uitsluitend negatief overigens, rond islamitische scholen. De Marokkaanse jeugdcriminaliteit, ineens een bespreekbaar onderwerp, heeft de harmonie ook niet echt bevorderd. En tot slot de moord (weer wel uit naam van de islam) op Theo van Gogh natuurlijk!

En nu is het begrip multiculturele samenleving dus afgeserveerd. De slagwoorden zijn aanpassing en inburgering. Het woord assimilatie valt nog net niet. Zoals gezegd, ik zal er geen traan om laten. Het multiculturalisme was slecht doordacht en onpraktisch, hoewel naar mijn mening tamelijk onschadelijk. Het beeld van de islam was rozig en naïef, maar of dat nou zo slecht heeft uitgepakt, betwijfel ik. Met het thans heersende assimilationisme (ik noem het toch maar zo) kom ik principieel wel uit te voeten, maar ik vind het in zijn uitwerking overdreven. Er worden te hoge eisen aan de immigranten (soms ook aan de hier reeds verblijvenden) gesteld, er bestaan veel te hoge verwachtingen van een paar maanden inburgeringsles en de allochtonen worden nodeloos bars toegesproken. Een imam die (geheel in overeenstemming met de voorschriften van zijn religie) weigert een vrouwelijke minister de hand te schudden, wordt behandeld alsof hij de Nederlandse rechtsorde bedreigt. Die rechtsorde is natuurlijk wel in het geding als criticasters van de islam hun leven niet meer zeker zijn. Maar ik denk niet dat je daartegen met een integratiebeleid veel vermag.







© 2005 Carlo van Praag
powered by Peppered