archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Wat te doen met ondemocratische partijen? Paul Bordewijk

1214BS OndemocratischHebben partijen die de democratie willen afschaffen het recht om aan democratische verkiezingen mee te doen? Die vraag stelde de fameuze sociaal-democratische hoogleraar staatsrecht George van den Bergh zich in 1936 in zijn inaugurele rede. Dat was toen actueel nadat in 1933 Hitler langs democratische weg aan de macht was gekomen, overigens niet omdat zijn partij de meerderheid in de Reichstag had verworven, maar door gebrek aan bereidheid bij de andere rechtse partijen om de democratie te verdedigen.

Het antwoord van Van den Bergh was ‘nee’ en zijn rede is onlangs herdrukt. De vraag wordt opnieuw als actueel beschouwd omdat sommige radicale moslims in ons land de democratie verwerpen en een regering willen die niet naar de mensen luistert maar naar God, en die daarom de sharia in willen voeren. En dat willen we niet.

Toch moet je je afvragen of dat nu echt een gevaar is. Hier en daar zie je wel pogingen van moslims om zich politiek te organiseren, maar ik heb nog nergens gehoord dat zo’n groepering de democratie wil afschaffen. Moslims die de democratie afwijzen willen er ook niet aan meedoen. En al zouden ze dat wel doen, de kans dat een pro-shariapartij een parlementaire meerderheid zou krijgen lijkt mij voor de komende eeuw nihil. Dus waar hebben we het over?

Dit betekent niet dat de komst van een grote groep Moslims naar ons land geen problemen oplevert. Het meest navrante daarvan is wel dat leraren nu bang zijn om de Holocaust aan de orde te stellen in klassen met veel Islamietische leerlingen. Maar ook de afwijzing van de erfenis van de seksuele revolutie door veel Moslims leidt tot veel problemen, zoals bij de confrontatie met homoseksuele leraren en de vrees bij Moslims dat hun dochters voor een westerse levenswijze zullen kiezen. En de sociale uitsluiting van afvalligen is onder Moslims veel sterker dan bij de ons vertrouwde Christelijke groeperingen. Dat er ook nog imams rondlopen die zich tegen de democratie uitspreken is daarbij van ondergeschikte betekenis.

Het is duidelijk dat moreel gesproken ondemocratische partijen geen aanspraak kunnen maken op rechten die zij anderen willen onthouden. Dat wil echter niet zeggen dat je met zo’n verbod ook bereikt wat je wilt bereiken. Je kunt ondemocratische partijen uitsluiten bij verkiezingen, maar je zult ze dan ook moeten verbieden, omdat een partij die niet mee mag doen aan verkiezingen geen andere mogelijkheid heeft om aan de macht te komen dan revolutie maken.

Maar ook een verboden partij kan nog altijd blijven bestaan in de illegaliteit en juist door zo’n verbod op veel mensen aantrekkingskracht uitoefenen. En wanneer het zou komen tot rechtstreeks gekozen burgemeesters, zoals bij voorbeeld D66 wil, kun je met een partijverbod niet tegenhouden dat individuele sympathisanten van een verboden partij zich kandidaat stellen.

Na de oorlog is er veel te doen geweest over de vraag of de CPN moest worden geaccepteerd. Toen de politieke partijen eigen radiozendtijd kregen werd de CPN daar aanvankelijk van uitgesloten en na de Russische inval in Hongarije (1956) werden de communisten geweerd uit gemeenteraadscommissies. Toch heeft Marcus Bakker zich ontwikkeld van gehard Stalinist tot geweten van het Nederlandse parlement. Dat kwam omdat hij gaandeweg de waarde van de democratie geïnternaliseerd heeft en dat zou niet zijn gebeurd wanneer de CPN niet aan verkiezingen had mogen deelnemen.

‘Repressieve tolerantie’ noemde Marcuse dat, maar dat kan dus juist een hele goede tactiek zijn in de omgang met ondemocratische bewegingen. Ook de SP heeft zich in razend tempo ontwikkeld van een doctrinair communistische partij naar een sociaaldemocratische partij zonder totalitaire ambities.

Een verbod op ondemocratische partijen roept ook meteen de vraag op wanneer een partij als ondemocratisch moet worden aangemerkt. Is daar alleen sprake van wanneer je het parlement wilt afschaffen, of ook wanneer je groeperingen wilt uitsluiten van verkiezingen, of de macht van het parlement wilt inperken? Het zou mij niet verbazen wanneer in Duitsland een partij die een keizer wil met eenzelfde positie als bij ons de koning, zou worden verboden als zijnde ‘verfassungswidrig’.

Zo kun je je afvragen of de SGP een democratische partij is, niet alleen vanwege het afwijzen van het vrouwenkiesrecht, maar ook omdat men ‘ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën’ uit het openbare leven wil weren. Daarmee bestrijdt men vrijheid van meningsuiting en ieders gelijkheid voor de wet, essentiële aspecten van de democratie. Het beginselprogramma van de SGP heeft ook sharia-achtige trekjes: ‘De overheid is als dienaresse Gods in haar ambt onvoorwaardelijk onderworpen aan Gods Woord en Wet’. Erg actief bij het uitdragen hiervan is de SGP overigens niet en je kunt je afvragen of ook hier niet de repressieve tolerantie zijn heilzame werk heeft gedaan.

Veel actiever bij het bestrijden van valse religies en anti-christelijke ideologieën is de PVV, voor zover het althans de Islam betreft. Meerdere malen riep dat ook de vraag op of die partij wel binnen de grenzen van de wet blijft. Vanwege de vermeende dreiging van de sharia-wetgeving hoor je juist van PVV-sympathisanten de roep om een verbod van ondemocratische partijen, maar dat zou zich heel goed tegen de PVV zelf kunnen keren.

Overigens kun je bij de middenpartijen ook vragen stellen over hun democratische gehalte. Daar zien we een steeds sterkere neiging om macht te verplaatsen van gekozen volksvertegenwoordigers naar rechters, bijvoorbeeld door grondwettelijke toetsing van wetten aan de Grondwet of het aanroepen van het Europese Hof in Straatsburg. De bed-bad-brood crisis ontstond omdat de Raad van Europa geen duidelijk standpunt innam en de politici het ineens zelf moesten oplossen. Rond de rechtstaat is een beschermingswal van raden, hoven en commissies opgetrokken tegen het populisme, waar sommigen ook nog graag de koning bij willen betrekken, maar angst voor populisme is soms niets anders dan angst voor democratie.

Een verbod van ondemocratische partijen stimuleert een debat over welke opvattingen zijn toegelaten. We kunnen er beter over discussiëren met welke opvattingen we het eens zijn.

--------------------------------------------
De tekening is van Annemiek Meijer
---------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel


© 2015 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Wat te doen met ondemocratische partijen? Paul Bordewijk
1214BS OndemocratischHebben partijen die de democratie willen afschaffen het recht om aan democratische verkiezingen mee te doen? Die vraag stelde de fameuze sociaal-democratische hoogleraar staatsrecht George van den Bergh zich in 1936 in zijn inaugurele rede. Dat was toen actueel nadat in 1933 Hitler langs democratische weg aan de macht was gekomen, overigens niet omdat zijn partij de meerderheid in de Reichstag had verworven, maar door gebrek aan bereidheid bij de andere rechtse partijen om de democratie te verdedigen.

Het antwoord van Van den Bergh was ‘nee’ en zijn rede is onlangs herdrukt. De vraag wordt opnieuw als actueel beschouwd omdat sommige radicale moslims in ons land de democratie verwerpen en een regering willen die niet naar de mensen luistert maar naar God, en die daarom de sharia in willen voeren. En dat willen we niet.

Toch moet je je afvragen of dat nu echt een gevaar is. Hier en daar zie je wel pogingen van moslims om zich politiek te organiseren, maar ik heb nog nergens gehoord dat zo’n groepering de democratie wil afschaffen. Moslims die de democratie afwijzen willen er ook niet aan meedoen. En al zouden ze dat wel doen, de kans dat een pro-shariapartij een parlementaire meerderheid zou krijgen lijkt mij voor de komende eeuw nihil. Dus waar hebben we het over?

Dit betekent niet dat de komst van een grote groep Moslims naar ons land geen problemen oplevert. Het meest navrante daarvan is wel dat leraren nu bang zijn om de Holocaust aan de orde te stellen in klassen met veel Islamietische leerlingen. Maar ook de afwijzing van de erfenis van de seksuele revolutie door veel Moslims leidt tot veel problemen, zoals bij de confrontatie met homoseksuele leraren en de vrees bij Moslims dat hun dochters voor een westerse levenswijze zullen kiezen. En de sociale uitsluiting van afvalligen is onder Moslims veel sterker dan bij de ons vertrouwde Christelijke groeperingen. Dat er ook nog imams rondlopen die zich tegen de democratie uitspreken is daarbij van ondergeschikte betekenis.

Het is duidelijk dat moreel gesproken ondemocratische partijen geen aanspraak kunnen maken op rechten die zij anderen willen onthouden. Dat wil echter niet zeggen dat je met zo’n verbod ook bereikt wat je wilt bereiken. Je kunt ondemocratische partijen uitsluiten bij verkiezingen, maar je zult ze dan ook moeten verbieden, omdat een partij die niet mee mag doen aan verkiezingen geen andere mogelijkheid heeft om aan de macht te komen dan revolutie maken.

Maar ook een verboden partij kan nog altijd blijven bestaan in de illegaliteit en juist door zo’n verbod op veel mensen aantrekkingskracht uitoefenen. En wanneer het zou komen tot rechtstreeks gekozen burgemeesters, zoals bij voorbeeld D66 wil, kun je met een partijverbod niet tegenhouden dat individuele sympathisanten van een verboden partij zich kandidaat stellen.

Na de oorlog is er veel te doen geweest over de vraag of de CPN moest worden geaccepteerd. Toen de politieke partijen eigen radiozendtijd kregen werd de CPN daar aanvankelijk van uitgesloten en na de Russische inval in Hongarije (1956) werden de communisten geweerd uit gemeenteraadscommissies. Toch heeft Marcus Bakker zich ontwikkeld van gehard Stalinist tot geweten van het Nederlandse parlement. Dat kwam omdat hij gaandeweg de waarde van de democratie geïnternaliseerd heeft en dat zou niet zijn gebeurd wanneer de CPN niet aan verkiezingen had mogen deelnemen.

‘Repressieve tolerantie’ noemde Marcuse dat, maar dat kan dus juist een hele goede tactiek zijn in de omgang met ondemocratische bewegingen. Ook de SP heeft zich in razend tempo ontwikkeld van een doctrinair communistische partij naar een sociaaldemocratische partij zonder totalitaire ambities.

Een verbod op ondemocratische partijen roept ook meteen de vraag op wanneer een partij als ondemocratisch moet worden aangemerkt. Is daar alleen sprake van wanneer je het parlement wilt afschaffen, of ook wanneer je groeperingen wilt uitsluiten van verkiezingen, of de macht van het parlement wilt inperken? Het zou mij niet verbazen wanneer in Duitsland een partij die een keizer wil met eenzelfde positie als bij ons de koning, zou worden verboden als zijnde ‘verfassungswidrig’.

Zo kun je je afvragen of de SGP een democratische partij is, niet alleen vanwege het afwijzen van het vrouwenkiesrecht, maar ook omdat men ‘ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën’ uit het openbare leven wil weren. Daarmee bestrijdt men vrijheid van meningsuiting en ieders gelijkheid voor de wet, essentiële aspecten van de democratie. Het beginselprogramma van de SGP heeft ook sharia-achtige trekjes: ‘De overheid is als dienaresse Gods in haar ambt onvoorwaardelijk onderworpen aan Gods Woord en Wet’. Erg actief bij het uitdragen hiervan is de SGP overigens niet en je kunt je afvragen of ook hier niet de repressieve tolerantie zijn heilzame werk heeft gedaan.

Veel actiever bij het bestrijden van valse religies en anti-christelijke ideologieën is de PVV, voor zover het althans de Islam betreft. Meerdere malen riep dat ook de vraag op of die partij wel binnen de grenzen van de wet blijft. Vanwege de vermeende dreiging van de sharia-wetgeving hoor je juist van PVV-sympathisanten de roep om een verbod van ondemocratische partijen, maar dat zou zich heel goed tegen de PVV zelf kunnen keren.

Overigens kun je bij de middenpartijen ook vragen stellen over hun democratische gehalte. Daar zien we een steeds sterkere neiging om macht te verplaatsen van gekozen volksvertegenwoordigers naar rechters, bijvoorbeeld door grondwettelijke toetsing van wetten aan de Grondwet of het aanroepen van het Europese Hof in Straatsburg. De bed-bad-brood crisis ontstond omdat de Raad van Europa geen duidelijk standpunt innam en de politici het ineens zelf moesten oplossen. Rond de rechtstaat is een beschermingswal van raden, hoven en commissies opgetrokken tegen het populisme, waar sommigen ook nog graag de koning bij willen betrekken, maar angst voor populisme is soms niets anders dan angst voor democratie.

Een verbod van ondemocratische partijen stimuleert een debat over welke opvattingen zijn toegelaten. We kunnen er beter over discussiëren met welke opvattingen we het eens zijn.

--------------------------------------------
De tekening is van Annemiek Meijer
---------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel
© 2015 Paul Bordewijk
powered by CJ2