archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Door de vierdeling in onze politiek Paul Bordewijk

1206BS VierHet parlementaire jaar 2014 kende een opmerkelijk einde, door twee stemmingen in de Eerste Kamer. Bij de eerste werd het wetsontwerp verworpen dat de ziektekostenverzekeraars meer macht moest geven ten opzichte van ziekenhuizen en specialisten, omdat drie PvdA-leden tegenstemden. Bij de tweede stemde de hele VVD-fractie tegen een wetsontwerp om de topsalarissen in de publieke sector verder te beperken, maar werd het wetsontwerp desondanks aangenomen, omdat het kabinet steun kreeg van SP, PVV, GroenLinks, de ChristenUnie en 50Plus.

Het was niet de eerste keer dat een dergelijke meerderheid zich in het parlement manifesteerde. In 2012 werden twee belangrijke amendementen op de Wet op het accountantsberoep aangenomen met de stemmen van PvdA, SP, PVV en GroenLinks vóór, en de overige partijen tegen (50Plus zat toen nog niet in de Kamer). Daardoor zijn bedrijven nu verplicht om de acht jaar een ander accountantskantoor te kiezen en mag één kantoor niet èn adviseren èn controleren.

Pikant is dat in beide gevallen Ronald Plasterk het gezicht was van de PvdA. Die wordt door zijn partijgenoten als een klassieke sociaal-democraat beschouwd, en dat is niet altijd als compliment bedoeld. Te veel mensen in de PvdA maken deel uit van het sociale milieu van accountants en andere veelverdieners en vinden dat je het die mensen niet te moeilijk moet maken.

De PvdA trok in dit geval op met partijen die zich op een of andere manier presenteren als PvdA-in-hersteld-verband. Wat GroenLinks en de SP betreft zal de lezer weinig moeite met deze stelling hebben en het is ook duidelijk dat 50Plus een creatie is van oud PvdA’er Jan Nagel.

De PVV is echter een afscheiding van de VVD, niet van de PvdA. Maar geleidelijk aan is de PVV zich net als de SP gaan opwerpen als verdediger van de verzorgingsstaat, om zo meer kiezers te kunnen trekken. Ex-Kamerleden van de PVV noemen dat ook als een reden om met Wilders te breken. Martin Bosma presenteert de PVV als de echte opvolger van de PvdA uit de tijd van Drees en De Kadt. Sommige PvdA’ers winden zich daar vreselijk over op, maar het valt niet te loochenen dat er zich nu opnieuw een geval heeft voorgedaan waarin de PvdA zijn zin heeft gekregen dankzij steun van de PVV, terwijl D66 het liet afweten.

Dat betekent niet dat de PVV daarmee een linkse partij is geworden, maar het illustreert dat er twee scheidslijnen door de Nederlandse politiek lopen die tezamen voor een vierdeling zorgen. Er is de oude links-rechts tegenstelling tussen liberalen en socialisten. En er is een moderne links-rechts tegenstelling tussen partijen die zich richten op kosmopolieten en postmaterialisten en partijen die daar juist niets van moeten hebben. Daardoor zijn er in de politiek vier kwadranten: in het rechts-liberale kwadrant treffen we VVD en CDA, in het links-liberale D66, in het links-sociale PvdA en SP, en in het rechts-sociale de PVV.

GroenLinks is van oudsher links-sociaal, maar stak onder Jolande Sap de grens over naar links-liberaal, wat de partij in 2012 op een grote nederlaag kwam te staan. Onder Bram van Ojik is men teruggekeerd in het links-sociale kamp, zoals ook blijkt uit de aangehaalde stemming.
ChristenUnie en SGP zijn lastiger te plaatsen, omdat ze zich vooral profileren op een derde dimensie, die van de christelijke normen en waarden. Bij de hier gehanteerde indeling komen ze niet ver van het midden uit, waarbij de CU wel linkser en socialer is dan de SGP.

Niet alle kwadranten zijn even dicht bevolkt. Er zijn meer rechts-liberale en links-sociale kiezers dan rechts-sociale en links-liberale. Maar die laatste twee kwadranten zijn wel in opkomst. Ze representeren de moderne tegenstelling tussen laagopgeleide globaliseringsverliezers en hoogopgeleide kosmopolieten. Zonder deze groepen vielen de tegenstellingen links-rechts en sociaal-liberaal samen en konden we met één dimensie volstaan in de politiek. Met een partij die de verzorgingsstaat wil afschaffen maar wel de teelt van marihuana wil legaliseren en die tegenover een partij staat die de verzorgingsstaat in stand wil houden maar wel de Islam wil verbieden, kan dat niet meer. D66 is niet zonder meer links, evenmin als de PVV zonder meer rechts is.

Soms beschikken partijen in aaneengelegen kwadranten over een meerderheid. Het tweede kabinet-Balkenende steunde op een liberale meerderheid van CDA, VVD en D66, maar kwam ten val omdat het de links-rechts tegenstelling tussen D66 en Rita Verdonk uiteindelijk niet kon overbruggen. Het eerste kabinet-Rutte steunde op een rechtse meerderheid, maar viel over de weigering van de PVV om VVD en CDA te volgen bij het afbreken van de verzorgingsstaat. Het kon dus de afstand tussen liberaal en sociaal niet overbruggen.

VVD en CDA hadden in 2010 ook kunnen kiezen voor een coalitie met D66, ChristenUnie en GroenLinks (de latere Kunduz coalitie), maar durfden dat niet omdat ze niet geloofden hoezeer GroenLinks zich bekeerd had tot liberale standpunten. Na de val van Rutte I zorgde de Kunduz coalitie echter alsnog voor een liberale meerderheid die het eens werd over een omvangrijk bezuinigingsprogramma. De verkiezingen van 2012 hadden in feite als inzet of de Kunduz coalitie zijn meerderheid zou behouden, maar daarin is men dus niet geslaagd, vooral omdat de kiezers van GroenLinks daar niets van moesten hebben.

Er kwam echter geen andere combinatie voor de Kunduz coalitie in de plaats. Bij de Kamerverkiezingen van 2012 kregen de toen liberale partijen (VVD, CDA, D66 en GroenLinks) tezamen 69 zetels. Samen met ChristenUnie en SGP hadden ze nog net een meerderheid kunnen vormen, maar daar was GroenLinks niet toe bereid. De sociale partijen (PvdA, SP en PVV) kregen samen 72 zetels en hebben nu na de bekering van GroenLinks een meerderheid in de Tweede Kamer, die soms ook nog steun van de ChristenUnie, 50Plus kan verwachten, zoals bij de stemming over de topsalarissen in de publieke sector.

Het feit dat die meerderheid zich incidenteel manifesteert, wil echter nog niet zeggen dat er op die basis een kabinet kan worden gevormd. Dan zou de tegenstelling tussen PVV en de PvdA op de links-rechts as moeten worden overbrugd, en die is daarvoor veel te groot. De PVV haat de PvdA, en de PvdA verafschuwt de PVV. Daarom werken die partijen alle twee liever samen met liberale partijen dan met elkaar. Maar onderschat ook de kinnesinne tussen PvdA en SP niet.

Een links kabinet (PvdA, SP, D66 en GroenLinks) had op 69 zetels kunnen rekenen. Er zouden dan hulptroepen nodig zijn geweest van ChristenUnie, 50Plus of Partij voor de Dieren. Dat oogt niet erg stabiel. Bovendien had dan de kloof tussen het liberale D66 en de sociale SP moeten worden overbrugd. D66 had zich in zo’n coalitie niet thuis gevoeld.

Er was dus geen kabinet mogelijk dat alleen steunde op partijen in aaneengelegen kwadranten. En zo kwam er een coalitie van partijen in tegenoverliggende kwadranten, de PvdA en de VVD. Dat kabinet voert een sterk door de VVD gedomineerd sociaal-economisch beleid, waarbij onder het eufemisme ‘hervormingen’ de verzorgingsstaat wordt afgebroken, terwijl de partijen die expliciet zo’n beleid propageren veel zwakker zijn in de Tweede Kamer dan de partijen die zich ertegen verzetten.

Maar de partijen met een sociaal programma kunnen alleen incidenteel samenwerken omdat de onderlinge haat maar ook serieuze meningsverschillen over de positie van allochtonen veel te groot zijn. De kloof tussen VVD en D66 is veel kleiner dan die tussen PVV en GroenLinks. De oude PvdA-aanhang die overgegaan is naar de PVV heeft daarmee zijn eigen vertegenwoordiging in de politiek aanzienlijk verzwakt. Dat zie ik ook niet zo snel veranderen, maar de mensen die geen thuiszorg meer krijgen zijn er wel de dupe van.

--------------------------------------------
De tekening is van Annemiek Meijer
--------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel


© 2015 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Door de vierdeling in onze politiek Paul Bordewijk
1206BS VierHet parlementaire jaar 2014 kende een opmerkelijk einde, door twee stemmingen in de Eerste Kamer. Bij de eerste werd het wetsontwerp verworpen dat de ziektekostenverzekeraars meer macht moest geven ten opzichte van ziekenhuizen en specialisten, omdat drie PvdA-leden tegenstemden. Bij de tweede stemde de hele VVD-fractie tegen een wetsontwerp om de topsalarissen in de publieke sector verder te beperken, maar werd het wetsontwerp desondanks aangenomen, omdat het kabinet steun kreeg van SP, PVV, GroenLinks, de ChristenUnie en 50Plus.

Het was niet de eerste keer dat een dergelijke meerderheid zich in het parlement manifesteerde. In 2012 werden twee belangrijke amendementen op de Wet op het accountantsberoep aangenomen met de stemmen van PvdA, SP, PVV en GroenLinks vóór, en de overige partijen tegen (50Plus zat toen nog niet in de Kamer). Daardoor zijn bedrijven nu verplicht om de acht jaar een ander accountantskantoor te kiezen en mag één kantoor niet èn adviseren èn controleren.

Pikant is dat in beide gevallen Ronald Plasterk het gezicht was van de PvdA. Die wordt door zijn partijgenoten als een klassieke sociaal-democraat beschouwd, en dat is niet altijd als compliment bedoeld. Te veel mensen in de PvdA maken deel uit van het sociale milieu van accountants en andere veelverdieners en vinden dat je het die mensen niet te moeilijk moet maken.

De PvdA trok in dit geval op met partijen die zich op een of andere manier presenteren als PvdA-in-hersteld-verband. Wat GroenLinks en de SP betreft zal de lezer weinig moeite met deze stelling hebben en het is ook duidelijk dat 50Plus een creatie is van oud PvdA’er Jan Nagel.

De PVV is echter een afscheiding van de VVD, niet van de PvdA. Maar geleidelijk aan is de PVV zich net als de SP gaan opwerpen als verdediger van de verzorgingsstaat, om zo meer kiezers te kunnen trekken. Ex-Kamerleden van de PVV noemen dat ook als een reden om met Wilders te breken. Martin Bosma presenteert de PVV als de echte opvolger van de PvdA uit de tijd van Drees en De Kadt. Sommige PvdA’ers winden zich daar vreselijk over op, maar het valt niet te loochenen dat er zich nu opnieuw een geval heeft voorgedaan waarin de PvdA zijn zin heeft gekregen dankzij steun van de PVV, terwijl D66 het liet afweten.

Dat betekent niet dat de PVV daarmee een linkse partij is geworden, maar het illustreert dat er twee scheidslijnen door de Nederlandse politiek lopen die tezamen voor een vierdeling zorgen. Er is de oude links-rechts tegenstelling tussen liberalen en socialisten. En er is een moderne links-rechts tegenstelling tussen partijen die zich richten op kosmopolieten en postmaterialisten en partijen die daar juist niets van moeten hebben. Daardoor zijn er in de politiek vier kwadranten: in het rechts-liberale kwadrant treffen we VVD en CDA, in het links-liberale D66, in het links-sociale PvdA en SP, en in het rechts-sociale de PVV.

GroenLinks is van oudsher links-sociaal, maar stak onder Jolande Sap de grens over naar links-liberaal, wat de partij in 2012 op een grote nederlaag kwam te staan. Onder Bram van Ojik is men teruggekeerd in het links-sociale kamp, zoals ook blijkt uit de aangehaalde stemming.
ChristenUnie en SGP zijn lastiger te plaatsen, omdat ze zich vooral profileren op een derde dimensie, die van de christelijke normen en waarden. Bij de hier gehanteerde indeling komen ze niet ver van het midden uit, waarbij de CU wel linkser en socialer is dan de SGP.

Niet alle kwadranten zijn even dicht bevolkt. Er zijn meer rechts-liberale en links-sociale kiezers dan rechts-sociale en links-liberale. Maar die laatste twee kwadranten zijn wel in opkomst. Ze representeren de moderne tegenstelling tussen laagopgeleide globaliseringsverliezers en hoogopgeleide kosmopolieten. Zonder deze groepen vielen de tegenstellingen links-rechts en sociaal-liberaal samen en konden we met één dimensie volstaan in de politiek. Met een partij die de verzorgingsstaat wil afschaffen maar wel de teelt van marihuana wil legaliseren en die tegenover een partij staat die de verzorgingsstaat in stand wil houden maar wel de Islam wil verbieden, kan dat niet meer. D66 is niet zonder meer links, evenmin als de PVV zonder meer rechts is.

Soms beschikken partijen in aaneengelegen kwadranten over een meerderheid. Het tweede kabinet-Balkenende steunde op een liberale meerderheid van CDA, VVD en D66, maar kwam ten val omdat het de links-rechts tegenstelling tussen D66 en Rita Verdonk uiteindelijk niet kon overbruggen. Het eerste kabinet-Rutte steunde op een rechtse meerderheid, maar viel over de weigering van de PVV om VVD en CDA te volgen bij het afbreken van de verzorgingsstaat. Het kon dus de afstand tussen liberaal en sociaal niet overbruggen.

VVD en CDA hadden in 2010 ook kunnen kiezen voor een coalitie met D66, ChristenUnie en GroenLinks (de latere Kunduz coalitie), maar durfden dat niet omdat ze niet geloofden hoezeer GroenLinks zich bekeerd had tot liberale standpunten. Na de val van Rutte I zorgde de Kunduz coalitie echter alsnog voor een liberale meerderheid die het eens werd over een omvangrijk bezuinigingsprogramma. De verkiezingen van 2012 hadden in feite als inzet of de Kunduz coalitie zijn meerderheid zou behouden, maar daarin is men dus niet geslaagd, vooral omdat de kiezers van GroenLinks daar niets van moesten hebben.

Er kwam echter geen andere combinatie voor de Kunduz coalitie in de plaats. Bij de Kamerverkiezingen van 2012 kregen de toen liberale partijen (VVD, CDA, D66 en GroenLinks) tezamen 69 zetels. Samen met ChristenUnie en SGP hadden ze nog net een meerderheid kunnen vormen, maar daar was GroenLinks niet toe bereid. De sociale partijen (PvdA, SP en PVV) kregen samen 72 zetels en hebben nu na de bekering van GroenLinks een meerderheid in de Tweede Kamer, die soms ook nog steun van de ChristenUnie, 50Plus kan verwachten, zoals bij de stemming over de topsalarissen in de publieke sector.

Het feit dat die meerderheid zich incidenteel manifesteert, wil echter nog niet zeggen dat er op die basis een kabinet kan worden gevormd. Dan zou de tegenstelling tussen PVV en de PvdA op de links-rechts as moeten worden overbrugd, en die is daarvoor veel te groot. De PVV haat de PvdA, en de PvdA verafschuwt de PVV. Daarom werken die partijen alle twee liever samen met liberale partijen dan met elkaar. Maar onderschat ook de kinnesinne tussen PvdA en SP niet.

Een links kabinet (PvdA, SP, D66 en GroenLinks) had op 69 zetels kunnen rekenen. Er zouden dan hulptroepen nodig zijn geweest van ChristenUnie, 50Plus of Partij voor de Dieren. Dat oogt niet erg stabiel. Bovendien had dan de kloof tussen het liberale D66 en de sociale SP moeten worden overbrugd. D66 had zich in zo’n coalitie niet thuis gevoeld.

Er was dus geen kabinet mogelijk dat alleen steunde op partijen in aaneengelegen kwadranten. En zo kwam er een coalitie van partijen in tegenoverliggende kwadranten, de PvdA en de VVD. Dat kabinet voert een sterk door de VVD gedomineerd sociaal-economisch beleid, waarbij onder het eufemisme ‘hervormingen’ de verzorgingsstaat wordt afgebroken, terwijl de partijen die expliciet zo’n beleid propageren veel zwakker zijn in de Tweede Kamer dan de partijen die zich ertegen verzetten.

Maar de partijen met een sociaal programma kunnen alleen incidenteel samenwerken omdat de onderlinge haat maar ook serieuze meningsverschillen over de positie van allochtonen veel te groot zijn. De kloof tussen VVD en D66 is veel kleiner dan die tussen PVV en GroenLinks. De oude PvdA-aanhang die overgegaan is naar de PVV heeft daarmee zijn eigen vertegenwoordiging in de politiek aanzienlijk verzwakt. Dat zie ik ook niet zo snel veranderen, maar de mensen die geen thuiszorg meer krijgen zijn er wel de dupe van.

--------------------------------------------
De tekening is van Annemiek Meijer
--------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD’s en veel meer
bij bolcom via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel
© 2015 Paul Bordewijk
powered by CJ2