archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Decentralisatie: enige overlast onvermijdelijk Carlo van Praag

1114BS DecentraalAls ik zo’n envelop met twee gekruiste sleuteltjes op de deurmat zie liggen, slaat de schrik mij om het hart. Zo’n envelop komt namelijk van de gemeente en kondigt wellicht een project aan, waarbij ‘enige overlast voor de buurtbewoners onvermijdelijk is’. Die overlast is tot daar aan toe; het is het project waarvoor ik bang ben.

Het zijn meest gedurfde verkeersoplossingen, zodat de binnenstad ‘weer bereikbaar wordt’ en ‘onze gemeente weer aantrekkingskracht uitoefent op ‘het winkelend publiek’. Misschien dat zelfs het grootwinkelbedrijf Leiden weer weet te vinden en dat is de droom van elke wethouder. Laten we een drie verdiepingen tellende parkeergarage in de binnenstad uitgraven en dan, na drie jaar planschade (waar we even doorheen moeten) stromen de consumenten binnen om hier op grote schaal hun geld te besteden. Dan krijgen we weer ‘een bruisende stad’ en dat is ook nog eens goed voor de werkgelegenheid.

Ik heb overigens alle respect voor de gemeenten. Zij vormen een belangrijke, misschien zelfs niet weg te denken (ik heb het wel geprobeerd) bestuurslaag die straten onderhoudt, zorgt voor de vuilnisophaal, bouwvergunningen en paspoorten verstrekt en toeziet op de openbare orde, gewichtige taken kortom. Maar de gemeente wil meer zijn dan een nederig uitvoerend lichaam en een onderhoudsbedrijf; zij wil beleid ontwerpen en weet zich hierin gesteund door het rijk, dat zelf liever beleidsarm is, vooral als het gaat om beleid waaraan geen eer te behalen is.

Daar hebben we bij voorbeeld de cynische decentralisatie van de ouderenzorg die ons te wachten staat. Die loopt niet goed af. De gemeenten zullen zich eraan vertillen en de onverzorgd achterblijvende ouderen zijn de klos, overgeleverd aan onwillige familieleden en lokale bestuurders die liever parkeergarages bouwen, cultuurpaleizen en stadions van de grond brengen, evenementen organiseren en toeristen werven dan een geldverslindend en voor de buitenwereld onzichtbaar ouderenbeleid voeren.

De moderne sociale onbarmhartigheid die ten grondslag ligt aan de decentralisatie van de ouderenzorg, de jeugdzorg en nog wat andere voorzieningen wordt ons opgedist als  ‘participatiesamenleving’. Participatie, daar kun je niet tegen zijn, zo min als tegen innovatie, integratie, verduurzaming of modernisering. Decentralisatie is ook een van die zichzelf verkopende termen. Centralisme is slecht en dus is decentralisatie goed. Het bestuur moet dichter bij de burger worden gebracht. Dat is prettig voor de mensen, want de wethouder kent je noden en je krijgt hem ook makkelijk te spreken. Het beleid wordt meteen een stuk goedkoper, want een gemeente kan door haar kleinere schaal toe met veel minder bureaucratie dan het rijk. De gemeente is ook veel beter in staat de burger op maat te bedienen. Een landelijk beleid houdt namelijk veel te weinig rekening met de enorme interlokale geografische, economische en sociale verschillen die Nederland zo’n boeiend land maken. Neem alleen al de verschillende grondsoorten en de rijkdom aan dialecten. De ouderen van Weesp zijn niet te vergelijken met hun leeftijdsgenoten in Oldenzaal om van de Rotterdamse oudjes maar niet te spreken. De gemeente is het geëigende orgaan om aan die verscheidenheid recht te doen met op de lokale doelgroep toegespitste voorzieningen.

Ik geloof er helemaal niet in. Beleid dat gericht is op de lokale infrastructuur, ruimtelijk beleid dus, is uit de aard der zaak een beleid van lokale instanties, van gemeenten vooral, maar voor bijna alle andere soorten beleid zijn wij met de gemeente duur uit, terwijl de kwaliteit absoluut niet is gegarandeerd. Juist door hun kleinere schaal schieten gemeenten vaak tekort in deskundigheid. Beleidsvorming aan de gemeente delegeren betekent dat al het denkwerk in vierhonderdvoud moet worden gedaan, want elke gemeente moet natuurlijk haar eigen beleid vormen. Er zijn immers geen twee gemeenten hetzelfde! Veel inspiratie en deskundigheid worden dus ingehuurd. Waar moet het geld vandaan komen nu er wordt bezuinigd? Het liefst zouden de gemeenten meer en hogere eigen belastingen invoeren. Eigen fiscaal beleid is het pronkstuk van de decentralisatie, het hoogste ideaal van de enthousiastelingen en meteen ook mijn schrikbeeld. Neem het reeds bestaande beleid van deze aard: de OZB. Wat een willekeur en wat een verspilling. Ruim vierhonderd gemeenten die elk jaar de waarde van alle eigen woningen en bedrijfsgebouwen moeten schatten en vervolgens duizenden bezwaarschriften moeten behandelen. Regel dat toch centraal. Laat woningeigenaren gewoon wat meer inkomstenbelasting betalen. Het komt op hetzelfde neer. De OZB-waarde van de woning correleert redelijk met het inkomen van de eigenaar. De meer gefortuneerden betalen wat meer belasting.
 
Een andere vorm van inefficiëntie: de gemeenten concurreren met elkaar. Zij willen zich allemaal nadrukkelijk op de kaart zetten met de grootste cultuurpaleizen, de hoogste gebouwen en de luidruchtigste evenementen. Deze wedijver in attracties levert het land niets op, want wat in de ene gemeente tot stand komt, heeft in een nabijgelegen gemeente geen kans meer en wat in de ene gemeente meer besteed wordt, gaat er in de nabuurgemeente af. Concurrentie tussen bedrijven is zinvol, want het drukt de prijs van goederen en diensten, maar gemeenten zijn geen bedrijven; het zijn overheidsinstanties die verwikkeld zijn in een zero-sumgame. Het is niet alleen een kwestie van de financiële limiet waaraan consumenten onderhevig zijn, maar ook van de beperkingen met betrekking tot de tijd waarover zij beschikken. Als je in Den Haag winkelt, kun je niet tevens in Leiden zijn voor je aankopen. Maar de gemeenten gaan onverdroten voort. Om het publiek te lokken, laten zij letterlijk geen steen op de andere. De Breestraat hier ter stede is een nuttige straat, want het is een onontbeerlijke verkeersader. Als winkelstraat heeft zij echter niet veel te bieden: een paar goede boekwinkels, maar die hebben geen aantrekkingskracht op de slenterende, smikkelende en spenderende massa die de gemeente zo graag het Leidse plaveisel ziet betreden. De Breestraat is al decennia onderwerp van beleidsdrukte. Opeenvolgende bestuurders, commissies, adviesbureaus en onderzoeksinstituten willen haar tot Champs Elysées verheffen. Arme, nuttige Breestraat! Voor al die bussen die erdoorheen gaan op weg naar het station en die als hoofdschuldigen voor het verval worden aangewezen, is er geen alternatieve route beschikbaar.

Gemeentelijke beleidsautonomie geeft rechtsongelijkheid. Verschillende gemeenten stellen verschillende tarieven voor dezelfde producten. Paspoorten, bouwvergunningen, OZB: waarom moeten die in de ene gemeenten meer kosten dan in de andere. Wat is dat voor onzin? Gelukkig stelt het rijk nog grenzen aan deze tarieven, maar als deze begrenzing in het kader van een verdere decentralisatie vervalt, zullen wij het voelen. Elke wethouder heeft wel een hobby die gefinancierd moet worden. Wij moeten het opleuken van de stad niet alleen verdragen, maar ook nog betalen. En als de Nederlandse ouderenzorg in handen van lokale bestuurders komt die hun eigen inventies daarop kunnen botvieren…………We moeten er maar het beste van hopen.

Maar wij burgers kunnen toch democratische controle uitoefenen op het gemeentelijke beleid. Jawel! Elke vier jaar kun je stemmen en mede bepalen hoe de gemeenteraad is samengesteld. Denk niet dat ik geen ernst maak met deze burgerplicht. Alvorens mij naar het stembureau te begeven, heb ik van alle partijen de verkiezingsprogramma’s doorgenomen en mij door honderden pagina’s leuzen heen gewerkt, maar ik heb geen enkel programma aangetroffen waarin de zegeningen van de decentralisatie worden aangevochten en waarin minder macht voor de gemeente wordt gepropageerd. Er is in de gemeenteraad geen antigemeentelijke partij, zoals wij in het Europese parlement wel een anti-Europese fractie tegenkomen. Wat te stemmen? Als goed opgeleide, seculiere middenklasser, zou ik bij een partij als D66 terecht moeten komen. Maar deze, voortdurend in een moderniseringsroes verkerende, innovatiemaniakken en lawaailiefhebbers zijn nu juist mijn doodsvijanden. Als tegenstander van de verpretparking van de gemeente, stuitte ik eigenlijk maar op één partij die het wat kalmer aan wil doen: de Christen-Unie. Zo lang het euthanasiebeleid niet wordt gedecentraliseerd, blijf ik op die partij stemmen.
Althans bij lokale verkiezingen!

---------------------------------------
De tekening is van Elène Klaren

-----------------------------------------------------------------------------------------
Carlo van Praags bundel: 'Heimwee naar het heden' kan besteld worden bij
www.eburon.nl


© 2014 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Decentralisatie: enige overlast onvermijdelijk Carlo van Praag
1114BS DecentraalAls ik zo’n envelop met twee gekruiste sleuteltjes op de deurmat zie liggen, slaat de schrik mij om het hart. Zo’n envelop komt namelijk van de gemeente en kondigt wellicht een project aan, waarbij ‘enige overlast voor de buurtbewoners onvermijdelijk is’. Die overlast is tot daar aan toe; het is het project waarvoor ik bang ben.

Het zijn meest gedurfde verkeersoplossingen, zodat de binnenstad ‘weer bereikbaar wordt’ en ‘onze gemeente weer aantrekkingskracht uitoefent op ‘het winkelend publiek’. Misschien dat zelfs het grootwinkelbedrijf Leiden weer weet te vinden en dat is de droom van elke wethouder. Laten we een drie verdiepingen tellende parkeergarage in de binnenstad uitgraven en dan, na drie jaar planschade (waar we even doorheen moeten) stromen de consumenten binnen om hier op grote schaal hun geld te besteden. Dan krijgen we weer ‘een bruisende stad’ en dat is ook nog eens goed voor de werkgelegenheid.

Ik heb overigens alle respect voor de gemeenten. Zij vormen een belangrijke, misschien zelfs niet weg te denken (ik heb het wel geprobeerd) bestuurslaag die straten onderhoudt, zorgt voor de vuilnisophaal, bouwvergunningen en paspoorten verstrekt en toeziet op de openbare orde, gewichtige taken kortom. Maar de gemeente wil meer zijn dan een nederig uitvoerend lichaam en een onderhoudsbedrijf; zij wil beleid ontwerpen en weet zich hierin gesteund door het rijk, dat zelf liever beleidsarm is, vooral als het gaat om beleid waaraan geen eer te behalen is.

Daar hebben we bij voorbeeld de cynische decentralisatie van de ouderenzorg die ons te wachten staat. Die loopt niet goed af. De gemeenten zullen zich eraan vertillen en de onverzorgd achterblijvende ouderen zijn de klos, overgeleverd aan onwillige familieleden en lokale bestuurders die liever parkeergarages bouwen, cultuurpaleizen en stadions van de grond brengen, evenementen organiseren en toeristen werven dan een geldverslindend en voor de buitenwereld onzichtbaar ouderenbeleid voeren.

De moderne sociale onbarmhartigheid die ten grondslag ligt aan de decentralisatie van de ouderenzorg, de jeugdzorg en nog wat andere voorzieningen wordt ons opgedist als  ‘participatiesamenleving’. Participatie, daar kun je niet tegen zijn, zo min als tegen innovatie, integratie, verduurzaming of modernisering. Decentralisatie is ook een van die zichzelf verkopende termen. Centralisme is slecht en dus is decentralisatie goed. Het bestuur moet dichter bij de burger worden gebracht. Dat is prettig voor de mensen, want de wethouder kent je noden en je krijgt hem ook makkelijk te spreken. Het beleid wordt meteen een stuk goedkoper, want een gemeente kan door haar kleinere schaal toe met veel minder bureaucratie dan het rijk. De gemeente is ook veel beter in staat de burger op maat te bedienen. Een landelijk beleid houdt namelijk veel te weinig rekening met de enorme interlokale geografische, economische en sociale verschillen die Nederland zo’n boeiend land maken. Neem alleen al de verschillende grondsoorten en de rijkdom aan dialecten. De ouderen van Weesp zijn niet te vergelijken met hun leeftijdsgenoten in Oldenzaal om van de Rotterdamse oudjes maar niet te spreken. De gemeente is het geëigende orgaan om aan die verscheidenheid recht te doen met op de lokale doelgroep toegespitste voorzieningen.

Ik geloof er helemaal niet in. Beleid dat gericht is op de lokale infrastructuur, ruimtelijk beleid dus, is uit de aard der zaak een beleid van lokale instanties, van gemeenten vooral, maar voor bijna alle andere soorten beleid zijn wij met de gemeente duur uit, terwijl de kwaliteit absoluut niet is gegarandeerd. Juist door hun kleinere schaal schieten gemeenten vaak tekort in deskundigheid. Beleidsvorming aan de gemeente delegeren betekent dat al het denkwerk in vierhonderdvoud moet worden gedaan, want elke gemeente moet natuurlijk haar eigen beleid vormen. Er zijn immers geen twee gemeenten hetzelfde! Veel inspiratie en deskundigheid worden dus ingehuurd. Waar moet het geld vandaan komen nu er wordt bezuinigd? Het liefst zouden de gemeenten meer en hogere eigen belastingen invoeren. Eigen fiscaal beleid is het pronkstuk van de decentralisatie, het hoogste ideaal van de enthousiastelingen en meteen ook mijn schrikbeeld. Neem het reeds bestaande beleid van deze aard: de OZB. Wat een willekeur en wat een verspilling. Ruim vierhonderd gemeenten die elk jaar de waarde van alle eigen woningen en bedrijfsgebouwen moeten schatten en vervolgens duizenden bezwaarschriften moeten behandelen. Regel dat toch centraal. Laat woningeigenaren gewoon wat meer inkomstenbelasting betalen. Het komt op hetzelfde neer. De OZB-waarde van de woning correleert redelijk met het inkomen van de eigenaar. De meer gefortuneerden betalen wat meer belasting.
 
Een andere vorm van inefficiëntie: de gemeenten concurreren met elkaar. Zij willen zich allemaal nadrukkelijk op de kaart zetten met de grootste cultuurpaleizen, de hoogste gebouwen en de luidruchtigste evenementen. Deze wedijver in attracties levert het land niets op, want wat in de ene gemeente tot stand komt, heeft in een nabijgelegen gemeente geen kans meer en wat in de ene gemeente meer besteed wordt, gaat er in de nabuurgemeente af. Concurrentie tussen bedrijven is zinvol, want het drukt de prijs van goederen en diensten, maar gemeenten zijn geen bedrijven; het zijn overheidsinstanties die verwikkeld zijn in een zero-sumgame. Het is niet alleen een kwestie van de financiële limiet waaraan consumenten onderhevig zijn, maar ook van de beperkingen met betrekking tot de tijd waarover zij beschikken. Als je in Den Haag winkelt, kun je niet tevens in Leiden zijn voor je aankopen. Maar de gemeenten gaan onverdroten voort. Om het publiek te lokken, laten zij letterlijk geen steen op de andere. De Breestraat hier ter stede is een nuttige straat, want het is een onontbeerlijke verkeersader. Als winkelstraat heeft zij echter niet veel te bieden: een paar goede boekwinkels, maar die hebben geen aantrekkingskracht op de slenterende, smikkelende en spenderende massa die de gemeente zo graag het Leidse plaveisel ziet betreden. De Breestraat is al decennia onderwerp van beleidsdrukte. Opeenvolgende bestuurders, commissies, adviesbureaus en onderzoeksinstituten willen haar tot Champs Elysées verheffen. Arme, nuttige Breestraat! Voor al die bussen die erdoorheen gaan op weg naar het station en die als hoofdschuldigen voor het verval worden aangewezen, is er geen alternatieve route beschikbaar.

Gemeentelijke beleidsautonomie geeft rechtsongelijkheid. Verschillende gemeenten stellen verschillende tarieven voor dezelfde producten. Paspoorten, bouwvergunningen, OZB: waarom moeten die in de ene gemeenten meer kosten dan in de andere. Wat is dat voor onzin? Gelukkig stelt het rijk nog grenzen aan deze tarieven, maar als deze begrenzing in het kader van een verdere decentralisatie vervalt, zullen wij het voelen. Elke wethouder heeft wel een hobby die gefinancierd moet worden. Wij moeten het opleuken van de stad niet alleen verdragen, maar ook nog betalen. En als de Nederlandse ouderenzorg in handen van lokale bestuurders komt die hun eigen inventies daarop kunnen botvieren…………We moeten er maar het beste van hopen.

Maar wij burgers kunnen toch democratische controle uitoefenen op het gemeentelijke beleid. Jawel! Elke vier jaar kun je stemmen en mede bepalen hoe de gemeenteraad is samengesteld. Denk niet dat ik geen ernst maak met deze burgerplicht. Alvorens mij naar het stembureau te begeven, heb ik van alle partijen de verkiezingsprogramma’s doorgenomen en mij door honderden pagina’s leuzen heen gewerkt, maar ik heb geen enkel programma aangetroffen waarin de zegeningen van de decentralisatie worden aangevochten en waarin minder macht voor de gemeente wordt gepropageerd. Er is in de gemeenteraad geen antigemeentelijke partij, zoals wij in het Europese parlement wel een anti-Europese fractie tegenkomen. Wat te stemmen? Als goed opgeleide, seculiere middenklasser, zou ik bij een partij als D66 terecht moeten komen. Maar deze, voortdurend in een moderniseringsroes verkerende, innovatiemaniakken en lawaailiefhebbers zijn nu juist mijn doodsvijanden. Als tegenstander van de verpretparking van de gemeente, stuitte ik eigenlijk maar op één partij die het wat kalmer aan wil doen: de Christen-Unie. Zo lang het euthanasiebeleid niet wordt gedecentraliseerd, blijf ik op die partij stemmen.
Althans bij lokale verkiezingen!

---------------------------------------
De tekening is van Elène Klaren

-----------------------------------------------------------------------------------------
Carlo van Praags bundel: 'Heimwee naar het heden' kan besteld worden bij
www.eburon.nl
© 2014 Carlo van Praag
powered by CJ2