archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Waar zijn 'onze' ambtenaren? Peter Schröder

0920BS Schip
Besluitvorming in de Europese Unie heeft raadselachtige kanten, doeleinden en de maatregelen om die doelen te bereiken lijken niet altijd toetsbaar. Steviger betrokkenheid van Nederlandse ambtenaren kan een bijdrage leveren aan doelmatiger beleid en bestuur in ‘Brussel’.
 
Soms wekken politici de indruk dat politiek een vorm van sport is – sport waarin de strijd één winnaar kent die voortaan de lakens mag uitdelen en verder machteloze verliezers. Maar meestal weten de Nederlandse politici en ook kiezers anno 2000 wel dat politiek meer een kwestie van zakendoen is. Zakendoen waarin steeds wisselende allianties van grote en kleine, sterke en zwakke partijen min of meer aan hun trekken kunnen komen. De zakelijke metafoor past in Nederland anno 2000 beter dan de sportieve: politiek gaat vandaag uiteindelijk vooral om een herverdeling van ons Bruto Nationaal Product: er wordt belastinggeld bij burgers en bedrijven weggehaald en elders ter beschikking gesteld van (semi)overheidsorganisaties, individuele burgers en bedrijven. De regering maakt uit wat (en hoe) er aan belasting wordt herverdeeld, het openbaar bestuur zorgt dat het op een beschaafde manier gebeurt. Dat is zeker niet altijd zo geweest: heel lang lag het zwaartepunt van politiek vooral in de uitoefening van militaire macht. Belastinggaarders haalden geld bij de burgers weg waarmee vorsten oorlogen met de buren (en verder) konden betalen. In Nederland anno 2000 gaat politiek over economische macht. Waarbij mag worden aangetekend dat de economische macht van het internationaal opererende bedrijfsleven steeds meer groeit ten koste van de economische macht van nationale regeringen. Geldt zakendoen ook als kernactiviteit van de Europese politiek?
Gratis en toch voor niks
 
Het hoofdartikel van dit Europanummer is van de hand van politicoloog (en net niet Europarlementariër) René Cuperus. Hij toont zich ontevreden over de dominantie van een economische invalshoek in het politieke Eurodebat in Nederland anno 2000. Deksels: moet het nou alleen maar over geld gaan? Is er niet veel meer belangwekkends te beleven in Europa dan alleen maar handel en begrotingstekorten? Het stuk is bedoeld als uitgangsdocument voor discussie moet u maar bedenken. Cuperus is verdrietig over de hoofdrol die GELD in de discussie speelt, Wat een gebrek aan Europese geestdrift! Wat een gebrek aan internationale nieuwsgierigheid! meldt hij ons, maar zelf heeft hij het in zijn bijdrage over weinig anders dan geld. Succesvolle verdragen over burgerrechten worden niet aangeroerd, net zo min als succesvolle samenwerking in wetenschappelijk onderzoek. Aan het einde van zijn stuk komt hij met een alternatief: Brussel heeft meer mensen nodig die zich Europeaan voelen, in de beste betekenis van dat woord. …. De culturele rijkdom en variëteit van Europa is te dierbaar om aangetast en bezoedeld te worden door de Brusselse Harmonisatiemachine. Niet Brussel is Europa. Europa is: Barcelona, Warschau, Stockholm, Boedapest, Parijs, Lissabon, Amsterdam en Riga. Laten de burgers uit die steden elkaar vaker opzoeken, en nieuwe, elkaar bevruchtende transnationale netwerkgemeenschappen vormen….
Hoe gaan we deze boodschap vertalen in een politiek programma (inclusief begroting) waarin Barcelona, Warschau, Stockholm, Boedapest, Parijs, Lissabon, Amsterdam en Riga elkaar de hand gaan reiken? Hoe krijgen we het door de strot van het electoraat als Griekenland, Portugal en Spanje Nederland meeslepen in hun faillissement? Gaat het debat over geld of over financieel wanbeheer?

Onverschilligheid
In NRC/Hbld van 8/9 september 2012 staat onder de kop ‘Europa hield eigenlijk nooit echt van Europa’ een mooi interview van Mark Beunderman met de historicus Mathieu Segers. Ga het lezen. Zie dat ons vaderland in de naoorlogse jaren weinig meer dan een vrijhandelszone (geld!geld!) wilde en dat alles wat daaraan werd vastgeplakt ons door machtiger landen (Frankrijk, Duitsland, VS) door de strot is geduwd. Politici (& electoraat?) in Nederland wilden destijds politieke neutraliteit (ze waren ook tegen zeespiegelstijging en politieke autonomie van koloniën) maar ‘externe’ krachten blokkeerden dat. En zo kon het gebeuren dat ‘Europa’ door de vaderlandse politici systematisch is gepresenteerd als iets hinderlijks waarvan we zo min mogelijk last moesten hebben. Zelden hoorde het electoraat iets over de voordelen van Europa, hoe onze burgerrechten werden versterkt, hoe zakelijke monopolies werden verzwakt, dat onze boeren stevig verdienden aan ‘Europa’, of dat Katendrecht werd opgeknapt met Europees geld en Lelystad flink wat Europees ontwikkelingsgeld incasseerde. Uiteindelijk lijkt de vermaledijde kloof tussen kiezer en gekozene alleen maar ruimte te laten voor: ‘Geen cent teveel!’. Een al te zuinige opvatting, ‘we’ verdienen aan Europa! (We mogen aannemen dat Cuperus in het politieke debat een flinke bijdrage kan leveren aan het bestrijden van dit misverstand) Wat zou het alternatief zijn van ‘Geen cent teveel!’ ? Gidsland Nederland laat autonoom zien hoe het op eigen houtje beter kan?

Ze hebben het op onze macht gemunt!
Zitten we aan onze Europese buren vast, zo goed als we in de Randstad vastzitten aan dat eigenaardige (van strak gelovig naar losbollig populistisch) wingewest Limburg en aan dat wispelturige (wist u wat al die waterwerken daar kosten?) Zeeland. Zijn we tot elkaar veroordeeld en tot samenwerken? En hoe dan? Met zuinigheid of met de geldpers?
Europese samenwerking is beter te regelen als het om binneneuropees geld gaat dan als Iran voor het laatst gewaarschuwd moet worden of als het over toelating van buiteneuropeanen gaat. Geen wonder dat het naoorlogse Europa begon met succesvolle economische samenwerking. Natuurlijk werd er niet direct een beleid & bestuur ontwikkeld waarin de samenwerking perfect werd geregeld. Natuurlijk was er een ongelooflijke hoeveelheid onderhandeling en flink wat bureaucratie nodig voor er iets werd bereikt. Wat wil je als je met zes behoorlijk verschillende landen, 3 Benelux kleintjes, Italië en de Groten Duitsland en Frankrijk, tot zaken moet komen. In een samenwerkingsverband met machtiger economieën kan Nederland niet de lakens uitdelen, en hoewel het aan economische macht won werd meedoen toch ervaren als het inleveren van macht. Het lijkt erop dat de Nederlandse deelname aan de Europese samenwerking vooral met tegenzin en onverschilligheid werd opgepakt, het door Cuperus gepropageerde enthousiasme is ver te zoeken geweest.
Is het dan een wonder dat er in de EU rare beslissingen zijn genomen over de begrotingsverantwoording van zuidelijke landen en de toetreding van dubieuze oosteuropese landen?

Absenteïsme
Invloed uitoefenen in de Europese samenwerking vraagt meer dan het sturen van vertegenwoordigers naar het Europees parlement (dat godzijdank in de ingewikkelde grote zaken een zeer beperkte rol speelt). Het vraagt ook meer dan zoveel mogelijk commissarisposten binnenhalen. Om van de Europese samenwerking iets verstandigs te maken is een stevige aanwezigheid vereist op zoveel mogelijk plekken in de ambtelijke machinerie in Brussel: zonder permanente voeling met wat er daar gebeurt zullen de bestuurders en politici altijd te laat zijn. Een omvangrijke bureaucratie als in Brussel laat zich slecht politiek aansturen als de politiek verantwoordelijken alleen afgaan op formele rapporten en prognoses zonder te weten wat zich op de werkvloer (en in de lobbycircuits en achterkamertjes) afspeelt. Bij de recente Brusselse problemen is duidelijk geworden dat het apparaat zich veel te goedgelovig heeft opgesteld tegenover informatie en beloften uit bepaalde (kandidaat)lidstaten. Het apparaat zat te suffen terwijl begrotingscijfers ontbraken of bij elkaar werden gelogen, wetgeving niet functioneerde, beloften niet werden nagekomen. Maar waren er in Brussel dan geen wakkere Nederlandse ambtenaren om goed op te letten en fouten te rapporteren? Om op het juiste moment aan de juiste bel te trekken?

Kom naar Brussel!
Nou, Nederland is in het ambtelijk apparaat in Brussel behoorlijk ondervertegenwoordigd. Hebben we ‘ons’ de kaas van het brood laten eten door Grieken en Hongaren? Nee, er is van Nederlandse ambtenaren altijd weinig belangstelling geweest voor een baan in Brussel, ze mopperden vooral over Brussel. Het was zo’n gedoe. Polderen is OK, maar dan wel in één Nederlandse taal. Je kon daar in Brussel bijvoorbeeld pas worden benoemd als je geslaagd was voor een serieus vergelijkend examen (verbeeld je!) en verdiende niet eens veel meer dan thuis (in mijn tijd was Engeland in de ambtenarij oververtegenwoordigd – daar verdienden ze thuis veel minder). Het was makkelijker om in Nederland te helpen Europese aanbestedingsregels en subsidievoorwaarden te omzeilen.
Van meestal verstandige deskundigen horen we dat de Europatrein doorstoomt en dat afhaken een gepasseerd station is. Horen we ook wat het ‘ons’ echt zou kosten als ‘we’ Europa de rug toekeren? Kunnen we echt laten zien dat al die financiële injecties hun doel bereiken?
 
Laten we Cuperus’ opwekking elkaar bevruchtende transnationale netwerkgemeenschappen (te) vormen vertalen in de opwekking om meer verstandige Nederlanders in Brussel als ambtenaren aan het werk te zetten. Meer betrokkenheid van de thuisprovincie met de grote wereld, het zou een kleine maar goede stap zijn op weg naar betere besluitvorming in de EU. Verwacht geen economische wonderen zolang het internationale bedrijfsleven in samenwerking steeds een stapje voor loopt, maar besef dat een beter machtsevenwicht met die financiële wereld alleen in gezamenlijkheid is te bereiken. Gedegen ambtelijk grondwerk, ook uit Nederland is daarbij onmisbaar.
 
****************************************
Het plaatje is een afbeelding van een oude EU-poster,
uit de collectie van de schrijver.
 
****************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door:
Het Genootschap De Leunstoel.
Word lid! Ga naar: www.deleunstoel.nl/colofon.php


© 2012 Peter Schröder meer Peter Schröder - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Waar zijn 'onze' ambtenaren? Peter Schröder
0920BS Schip
Besluitvorming in de Europese Unie heeft raadselachtige kanten, doeleinden en de maatregelen om die doelen te bereiken lijken niet altijd toetsbaar. Steviger betrokkenheid van Nederlandse ambtenaren kan een bijdrage leveren aan doelmatiger beleid en bestuur in ‘Brussel’.
 
Soms wekken politici de indruk dat politiek een vorm van sport is – sport waarin de strijd één winnaar kent die voortaan de lakens mag uitdelen en verder machteloze verliezers. Maar meestal weten de Nederlandse politici en ook kiezers anno 2000 wel dat politiek meer een kwestie van zakendoen is. Zakendoen waarin steeds wisselende allianties van grote en kleine, sterke en zwakke partijen min of meer aan hun trekken kunnen komen. De zakelijke metafoor past in Nederland anno 2000 beter dan de sportieve: politiek gaat vandaag uiteindelijk vooral om een herverdeling van ons Bruto Nationaal Product: er wordt belastinggeld bij burgers en bedrijven weggehaald en elders ter beschikking gesteld van (semi)overheidsorganisaties, individuele burgers en bedrijven. De regering maakt uit wat (en hoe) er aan belasting wordt herverdeeld, het openbaar bestuur zorgt dat het op een beschaafde manier gebeurt. Dat is zeker niet altijd zo geweest: heel lang lag het zwaartepunt van politiek vooral in de uitoefening van militaire macht. Belastinggaarders haalden geld bij de burgers weg waarmee vorsten oorlogen met de buren (en verder) konden betalen. In Nederland anno 2000 gaat politiek over economische macht. Waarbij mag worden aangetekend dat de economische macht van het internationaal opererende bedrijfsleven steeds meer groeit ten koste van de economische macht van nationale regeringen. Geldt zakendoen ook als kernactiviteit van de Europese politiek?
Gratis en toch voor niks
 
Het hoofdartikel van dit Europanummer is van de hand van politicoloog (en net niet Europarlementariër) René Cuperus. Hij toont zich ontevreden over de dominantie van een economische invalshoek in het politieke Eurodebat in Nederland anno 2000. Deksels: moet het nou alleen maar over geld gaan? Is er niet veel meer belangwekkends te beleven in Europa dan alleen maar handel en begrotingstekorten? Het stuk is bedoeld als uitgangsdocument voor discussie moet u maar bedenken. Cuperus is verdrietig over de hoofdrol die GELD in de discussie speelt, Wat een gebrek aan Europese geestdrift! Wat een gebrek aan internationale nieuwsgierigheid! meldt hij ons, maar zelf heeft hij het in zijn bijdrage over weinig anders dan geld. Succesvolle verdragen over burgerrechten worden niet aangeroerd, net zo min als succesvolle samenwerking in wetenschappelijk onderzoek. Aan het einde van zijn stuk komt hij met een alternatief: Brussel heeft meer mensen nodig die zich Europeaan voelen, in de beste betekenis van dat woord. …. De culturele rijkdom en variëteit van Europa is te dierbaar om aangetast en bezoedeld te worden door de Brusselse Harmonisatiemachine. Niet Brussel is Europa. Europa is: Barcelona, Warschau, Stockholm, Boedapest, Parijs, Lissabon, Amsterdam en Riga. Laten de burgers uit die steden elkaar vaker opzoeken, en nieuwe, elkaar bevruchtende transnationale netwerkgemeenschappen vormen….
Hoe gaan we deze boodschap vertalen in een politiek programma (inclusief begroting) waarin Barcelona, Warschau, Stockholm, Boedapest, Parijs, Lissabon, Amsterdam en Riga elkaar de hand gaan reiken? Hoe krijgen we het door de strot van het electoraat als Griekenland, Portugal en Spanje Nederland meeslepen in hun faillissement? Gaat het debat over geld of over financieel wanbeheer?

Onverschilligheid
In NRC/Hbld van 8/9 september 2012 staat onder de kop ‘Europa hield eigenlijk nooit echt van Europa’ een mooi interview van Mark Beunderman met de historicus Mathieu Segers. Ga het lezen. Zie dat ons vaderland in de naoorlogse jaren weinig meer dan een vrijhandelszone (geld!geld!) wilde en dat alles wat daaraan werd vastgeplakt ons door machtiger landen (Frankrijk, Duitsland, VS) door de strot is geduwd. Politici (& electoraat?) in Nederland wilden destijds politieke neutraliteit (ze waren ook tegen zeespiegelstijging en politieke autonomie van koloniën) maar ‘externe’ krachten blokkeerden dat. En zo kon het gebeuren dat ‘Europa’ door de vaderlandse politici systematisch is gepresenteerd als iets hinderlijks waarvan we zo min mogelijk last moesten hebben. Zelden hoorde het electoraat iets over de voordelen van Europa, hoe onze burgerrechten werden versterkt, hoe zakelijke monopolies werden verzwakt, dat onze boeren stevig verdienden aan ‘Europa’, of dat Katendrecht werd opgeknapt met Europees geld en Lelystad flink wat Europees ontwikkelingsgeld incasseerde. Uiteindelijk lijkt de vermaledijde kloof tussen kiezer en gekozene alleen maar ruimte te laten voor: ‘Geen cent teveel!’. Een al te zuinige opvatting, ‘we’ verdienen aan Europa! (We mogen aannemen dat Cuperus in het politieke debat een flinke bijdrage kan leveren aan het bestrijden van dit misverstand) Wat zou het alternatief zijn van ‘Geen cent teveel!’ ? Gidsland Nederland laat autonoom zien hoe het op eigen houtje beter kan?

Ze hebben het op onze macht gemunt!
Zitten we aan onze Europese buren vast, zo goed als we in de Randstad vastzitten aan dat eigenaardige (van strak gelovig naar losbollig populistisch) wingewest Limburg en aan dat wispelturige (wist u wat al die waterwerken daar kosten?) Zeeland. Zijn we tot elkaar veroordeeld en tot samenwerken? En hoe dan? Met zuinigheid of met de geldpers?
Europese samenwerking is beter te regelen als het om binneneuropees geld gaat dan als Iran voor het laatst gewaarschuwd moet worden of als het over toelating van buiteneuropeanen gaat. Geen wonder dat het naoorlogse Europa begon met succesvolle economische samenwerking. Natuurlijk werd er niet direct een beleid & bestuur ontwikkeld waarin de samenwerking perfect werd geregeld. Natuurlijk was er een ongelooflijke hoeveelheid onderhandeling en flink wat bureaucratie nodig voor er iets werd bereikt. Wat wil je als je met zes behoorlijk verschillende landen, 3 Benelux kleintjes, Italië en de Groten Duitsland en Frankrijk, tot zaken moet komen. In een samenwerkingsverband met machtiger economieën kan Nederland niet de lakens uitdelen, en hoewel het aan economische macht won werd meedoen toch ervaren als het inleveren van macht. Het lijkt erop dat de Nederlandse deelname aan de Europese samenwerking vooral met tegenzin en onverschilligheid werd opgepakt, het door Cuperus gepropageerde enthousiasme is ver te zoeken geweest.
Is het dan een wonder dat er in de EU rare beslissingen zijn genomen over de begrotingsverantwoording van zuidelijke landen en de toetreding van dubieuze oosteuropese landen?

Absenteïsme
Invloed uitoefenen in de Europese samenwerking vraagt meer dan het sturen van vertegenwoordigers naar het Europees parlement (dat godzijdank in de ingewikkelde grote zaken een zeer beperkte rol speelt). Het vraagt ook meer dan zoveel mogelijk commissarisposten binnenhalen. Om van de Europese samenwerking iets verstandigs te maken is een stevige aanwezigheid vereist op zoveel mogelijk plekken in de ambtelijke machinerie in Brussel: zonder permanente voeling met wat er daar gebeurt zullen de bestuurders en politici altijd te laat zijn. Een omvangrijke bureaucratie als in Brussel laat zich slecht politiek aansturen als de politiek verantwoordelijken alleen afgaan op formele rapporten en prognoses zonder te weten wat zich op de werkvloer (en in de lobbycircuits en achterkamertjes) afspeelt. Bij de recente Brusselse problemen is duidelijk geworden dat het apparaat zich veel te goedgelovig heeft opgesteld tegenover informatie en beloften uit bepaalde (kandidaat)lidstaten. Het apparaat zat te suffen terwijl begrotingscijfers ontbraken of bij elkaar werden gelogen, wetgeving niet functioneerde, beloften niet werden nagekomen. Maar waren er in Brussel dan geen wakkere Nederlandse ambtenaren om goed op te letten en fouten te rapporteren? Om op het juiste moment aan de juiste bel te trekken?

Kom naar Brussel!
Nou, Nederland is in het ambtelijk apparaat in Brussel behoorlijk ondervertegenwoordigd. Hebben we ‘ons’ de kaas van het brood laten eten door Grieken en Hongaren? Nee, er is van Nederlandse ambtenaren altijd weinig belangstelling geweest voor een baan in Brussel, ze mopperden vooral over Brussel. Het was zo’n gedoe. Polderen is OK, maar dan wel in één Nederlandse taal. Je kon daar in Brussel bijvoorbeeld pas worden benoemd als je geslaagd was voor een serieus vergelijkend examen (verbeeld je!) en verdiende niet eens veel meer dan thuis (in mijn tijd was Engeland in de ambtenarij oververtegenwoordigd – daar verdienden ze thuis veel minder). Het was makkelijker om in Nederland te helpen Europese aanbestedingsregels en subsidievoorwaarden te omzeilen.
Van meestal verstandige deskundigen horen we dat de Europatrein doorstoomt en dat afhaken een gepasseerd station is. Horen we ook wat het ‘ons’ echt zou kosten als ‘we’ Europa de rug toekeren? Kunnen we echt laten zien dat al die financiële injecties hun doel bereiken?
 
Laten we Cuperus’ opwekking elkaar bevruchtende transnationale netwerkgemeenschappen (te) vormen vertalen in de opwekking om meer verstandige Nederlanders in Brussel als ambtenaren aan het werk te zetten. Meer betrokkenheid van de thuisprovincie met de grote wereld, het zou een kleine maar goede stap zijn op weg naar betere besluitvorming in de EU. Verwacht geen economische wonderen zolang het internationale bedrijfsleven in samenwerking steeds een stapje voor loopt, maar besef dat een beter machtsevenwicht met die financiële wereld alleen in gezamenlijkheid is te bereiken. Gedegen ambtelijk grondwerk, ook uit Nederland is daarbij onmisbaar.
 
****************************************
Het plaatje is een afbeelding van een oude EU-poster,
uit de collectie van de schrijver.
 
****************************
De Leunstoel wordt uitgegeven door:
Het Genootschap De Leunstoel.
Word lid! Ga naar: www.deleunstoel.nl/colofon.php
© 2012 Peter Schröder
powered by Peppered