archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Taalwee (2) Gerbrand Muller

0613BS Kofschip
Gewoonten vormen zich snel, en met de gewoonten vormt zich het recht. Het onderwerp de Nederlandse taal valt mij bij gewoonterecht toe, schrijft Carlo van Praag in Jrg 6 Nr 10 van dit tijdschrift. Ik spreek hem niet tegen. Tenslotte staat er alweer bijna drie jaar af en toe een stukje van mij in De Leunstoel.

Nu is taal bij uitstek een kwestie van gewoonte. En gewoonten worden in stand gehouden om mensen houvast te bieden. - Wacht, deze zin klopt niet. En 'deze zin klopt niet' is ook al fout.
- Nu niet alles tegelijk. Waarom is 'deze zin klopt niet' fout?
- Misschien is het niet fout, maar het klinkt vreemd. Kloppen betekent overeenkomen, overeenstemming vertonen: een berekening klopt als de daarin opgevoerde cijfers met elkaar overeenkomen, een redenering als de daarin aangevoerde argumenten elkaar ondersteunen. Een zin daarentegen bevat geen elementen die al of niet kunnen overeenstemmen.
- Dat is niet waar! Een zin bestaat uit zinsdelen, en die zinsdelen kunnen evengoed al of niet met elkaar overeenkomen. Dat is nu net wat ik wilde zeggen: in de zin 'gewoonten worden in stand gehouden om mensen houvast te bieden' kan 'gewoonten worden in stand gehouden' niet worden gevolgd door 'om mensen houvast te bieden', het eerste klopt niet met het laatste.
- Ja ja. En waarom 'klopt', sorry ik blijf het raar vinden klinken, het eerste niet met het laatste?
- Omdat niet de gewoonten zich ten doel stellen om mensen houvast te bieden. Dat doen degenen die de gewoonten in stand houden. Je moet hier de actieve werkwoordsvorm gebruiken. Bijvoorbeeld: 'Men houdt de gewoonten in stand om mensen houvast te bieden.'

Lees het slot van Carlo's stukje in het vorige nummer er maar op na. In de NRC struikelt hij over de verkeerde beknopte bijzinnen, ' zoals in de aflevering van 15 februari jl. waarin verslag wordt gedaan van een poolreis. 'De reis werd af en toe onderbroken om te vissen of op kariboe te jagen.' Er wordt niet vermeld of de reis veel gevangen, dan wel geschoten heeft.'
- Wacht. Volgens Carlo staat hier letterlijk dat de reis de bedoeling had om te vissen of op de kariboe te jagen. Maar is hier niet eerder sprake van elliptisch taalgebruik? De lezer begrijpt zonder meer dat niet de reis, maar de reizigers de bedoeling hadden om te vissen of op de kariboe te jagen, dus heeft de journalist dat weggelaten. Het wemelt in de krant van zulke zinnen. Moet ik daar voortaan over struikelen? 'Om de gemoederen te bedaren werd de accijns op tabak en benzine verlaagd.' 'In het komende jaar zullen er honderdduizend woningen moeten worden bijgebouwd om het aantal woningzoekenden terug te dringen.'
- Een aantal kan je kleiner of groter maken, niet terugdringen.

- Inderdaad, het was maar een citaat. Ik wilde alleen maar zeggen dat zinnen bestaande uit een hoofdzin met wordt of worden gevolgd door een bijzin beginnend met om niet echt fout zijn. Waarom zou je niet mogen zeggen dat iets wordt gedaan om een bepaalde reden of met een zekere bedoeling? De reden of de bedoeling kán toch losstaan van het onderwerp in de hoofdzin?
- Kúnnen losstaan, je hebt het over twee dingen.
- Kán losstaan, want er staat of, dus gaat het steeds maar om één ding.
- Of sluit niet altijd uit, maar ook in. In dit geval kan je of gelijk stellen aan en.
- Goed, de reden of de bedoeling kúnnen toch losstaan van het onderwerp in de hoofdzin? Degenen die de bedoeling hebben om de gemoederen te bedaren of om honderdduizend woningen te bouwen hóeven niet te worden vermeld. Oké, strikt genomen heeft Carlo gelijk. Wacht, ik bedoel dat de zaak strikt genomen wordt, niet Carlo.

- Allicht. Senatu deliberante perit Saguntum. Ook het Nederlands kent nog de clausula absoluta. Carlo heeft in dit stukje trouwens in veel meer gelijk, en niet alleen maar strikt genomen. Inderdaad, doordat het Nederlands geen naamvalsuitgangen meer kent weten we niet meer welke woorden mannelijk en welke vrouwelijk zijn. 'Je taalgevoel (of - als je dat niet durft te vertrouwen - het woordenboek) vertelt je wanneer je met hij of met zij verwijst.' schrijven Peter van Bart, Johan Kerstens en Arie Sturm in hun in 1998 verschenen Grammatica van het Nederlands, een inleiding. Heel veel mensen vertrouwen op hun taalgevoel: De vereniging verhoogde zijn contributie. De aarde is wonderbaarlijk wanneer je hem van een afstand ziet. Die aardappel is op de grond gevallen, ik zie hem liggen. O, dat laatste is niet fout, want aardappel is mannelijk.

- Wat is fout, wat is goed? 'Opgewarmd lusten wij die aardappelen wel' rekenen de spraakkunstgeleerden niet fout, terwijl wijzelf toch niet opgewarmd zijn als we die aardappelen lusten. Vreemd dat ze dat doen. Niet fout rekenen bedoel ik. Dat ze dat niet doen, had ik moeten zeggen. Of toch: dat ze dat doen? Tweemaal niet = wel, doen slaat terug op 'niet fout rekenen', dus als je zegt dat ze dat niet doen, doen ze het juist wel. Of is dat niet juist? Ik weet het niet meer. Er schijnt me geen zin meer te kunnen invallen of er schort iets aan. Ik kom er niet uit. Gelukkig is het mooi weer. Ik ga een wandeling maken.
 
*********************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Michiel Hoorweg, Hans Meijer,
J.W. Meijer, Gerbrand Muller, Willem Sloots, Noor van den Brand, Peter Schröder,
Ruurd Kunnen, Carlo van Praag, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.


© 2009 Gerbrand Muller meer Gerbrand Muller - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Taalwee (2) Gerbrand Muller
0613BS Kofschip
Gewoonten vormen zich snel, en met de gewoonten vormt zich het recht. Het onderwerp de Nederlandse taal valt mij bij gewoonterecht toe, schrijft Carlo van Praag in Jrg 6 Nr 10 van dit tijdschrift. Ik spreek hem niet tegen. Tenslotte staat er alweer bijna drie jaar af en toe een stukje van mij in De Leunstoel.

Nu is taal bij uitstek een kwestie van gewoonte. En gewoonten worden in stand gehouden om mensen houvast te bieden. - Wacht, deze zin klopt niet. En 'deze zin klopt niet' is ook al fout.
- Nu niet alles tegelijk. Waarom is 'deze zin klopt niet' fout?
- Misschien is het niet fout, maar het klinkt vreemd. Kloppen betekent overeenkomen, overeenstemming vertonen: een berekening klopt als de daarin opgevoerde cijfers met elkaar overeenkomen, een redenering als de daarin aangevoerde argumenten elkaar ondersteunen. Een zin daarentegen bevat geen elementen die al of niet kunnen overeenstemmen.
- Dat is niet waar! Een zin bestaat uit zinsdelen, en die zinsdelen kunnen evengoed al of niet met elkaar overeenkomen. Dat is nu net wat ik wilde zeggen: in de zin 'gewoonten worden in stand gehouden om mensen houvast te bieden' kan 'gewoonten worden in stand gehouden' niet worden gevolgd door 'om mensen houvast te bieden', het eerste klopt niet met het laatste.
- Ja ja. En waarom 'klopt', sorry ik blijf het raar vinden klinken, het eerste niet met het laatste?
- Omdat niet de gewoonten zich ten doel stellen om mensen houvast te bieden. Dat doen degenen die de gewoonten in stand houden. Je moet hier de actieve werkwoordsvorm gebruiken. Bijvoorbeeld: 'Men houdt de gewoonten in stand om mensen houvast te bieden.'

Lees het slot van Carlo's stukje in het vorige nummer er maar op na. In de NRC struikelt hij over de verkeerde beknopte bijzinnen, ' zoals in de aflevering van 15 februari jl. waarin verslag wordt gedaan van een poolreis. 'De reis werd af en toe onderbroken om te vissen of op kariboe te jagen.' Er wordt niet vermeld of de reis veel gevangen, dan wel geschoten heeft.'
- Wacht. Volgens Carlo staat hier letterlijk dat de reis de bedoeling had om te vissen of op de kariboe te jagen. Maar is hier niet eerder sprake van elliptisch taalgebruik? De lezer begrijpt zonder meer dat niet de reis, maar de reizigers de bedoeling hadden om te vissen of op de kariboe te jagen, dus heeft de journalist dat weggelaten. Het wemelt in de krant van zulke zinnen. Moet ik daar voortaan over struikelen? 'Om de gemoederen te bedaren werd de accijns op tabak en benzine verlaagd.' 'In het komende jaar zullen er honderdduizend woningen moeten worden bijgebouwd om het aantal woningzoekenden terug te dringen.'
- Een aantal kan je kleiner of groter maken, niet terugdringen.

- Inderdaad, het was maar een citaat. Ik wilde alleen maar zeggen dat zinnen bestaande uit een hoofdzin met wordt of worden gevolgd door een bijzin beginnend met om niet echt fout zijn. Waarom zou je niet mogen zeggen dat iets wordt gedaan om een bepaalde reden of met een zekere bedoeling? De reden of de bedoeling kán toch losstaan van het onderwerp in de hoofdzin?
- Kúnnen losstaan, je hebt het over twee dingen.
- Kán losstaan, want er staat of, dus gaat het steeds maar om één ding.
- Of sluit niet altijd uit, maar ook in. In dit geval kan je of gelijk stellen aan en.
- Goed, de reden of de bedoeling kúnnen toch losstaan van het onderwerp in de hoofdzin? Degenen die de bedoeling hebben om de gemoederen te bedaren of om honderdduizend woningen te bouwen hóeven niet te worden vermeld. Oké, strikt genomen heeft Carlo gelijk. Wacht, ik bedoel dat de zaak strikt genomen wordt, niet Carlo.

- Allicht. Senatu deliberante perit Saguntum. Ook het Nederlands kent nog de clausula absoluta. Carlo heeft in dit stukje trouwens in veel meer gelijk, en niet alleen maar strikt genomen. Inderdaad, doordat het Nederlands geen naamvalsuitgangen meer kent weten we niet meer welke woorden mannelijk en welke vrouwelijk zijn. 'Je taalgevoel (of - als je dat niet durft te vertrouwen - het woordenboek) vertelt je wanneer je met hij of met zij verwijst.' schrijven Peter van Bart, Johan Kerstens en Arie Sturm in hun in 1998 verschenen Grammatica van het Nederlands, een inleiding. Heel veel mensen vertrouwen op hun taalgevoel: De vereniging verhoogde zijn contributie. De aarde is wonderbaarlijk wanneer je hem van een afstand ziet. Die aardappel is op de grond gevallen, ik zie hem liggen. O, dat laatste is niet fout, want aardappel is mannelijk.

- Wat is fout, wat is goed? 'Opgewarmd lusten wij die aardappelen wel' rekenen de spraakkunstgeleerden niet fout, terwijl wijzelf toch niet opgewarmd zijn als we die aardappelen lusten. Vreemd dat ze dat doen. Niet fout rekenen bedoel ik. Dat ze dat niet doen, had ik moeten zeggen. Of toch: dat ze dat doen? Tweemaal niet = wel, doen slaat terug op 'niet fout rekenen', dus als je zegt dat ze dat niet doen, doen ze het juist wel. Of is dat niet juist? Ik weet het niet meer. Er schijnt me geen zin meer te kunnen invallen of er schort iets aan. Ik kom er niet uit. Gelukkig is het mooi weer. Ik ga een wandeling maken.
 
*********************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Michiel Hoorweg, Hans Meijer,
J.W. Meijer, Gerbrand Muller, Willem Sloots, Noor van den Brand, Peter Schröder,
Ruurd Kunnen, Carlo van Praag, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.
© 2009 Gerbrand Muller
powered by Peppered