archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Moreel verval? Carlo van Praag

0612BS Moreel Verval
Al kijkend, luisterend en lezend krijg je het idee dat het niet best gaat met de samenleving. De economische elite bezondigt zich aan casinokapitalisme en grootgraaierij, de lagere sociale regionen zijn verbonden met schooluitval, agressie tegen dienstverleners, criminaliteit en klemzuiperij. In de film ‘Entre les murs’ wordt een huiveringwekkend beeld gegeven van het onderricht in een Parijse voorstadsschool, waar een leraar met engelengeduld een bende ‘mondige’ etterbuilen nog een minimum aan Franse taal probeert bij te brengen. Al was de werkelijkheid half zo erg als de film, dan nog is de samenleving die die school vertegenwoordigt een nachtmerrie. Ik herinner me één van mijn eerste bijdragen aan De Leunstoel (nummer 14 van juni 2005), waarin ik de intussen tamelijk bekende auteur Theodore Dalrymple besprak die een uitzonderlijk naargeestig beeld van de eigentijdse Britse onderklasse schetst. Ik verdacht hem toen nog van overdrijving, maar misschien wel ten onrechte.

Sociale rancune, misschien beter sociale ongedurigheid, zich uitend in een massale ondersteuning van vrijwel inhoudsloze populistische bewegingen, heeft een dermate grote omvang bereikt dat nu zelfs enigszins weemoedig wordt teruggezien op al lang uit het parlementaire vlees weggezweerde splinters als boer Koekkoek en Janmaat. Het gedrag van onze medeburgers in de openbare ruimte heeft de nieuwe term ‘hufterigheid’ in het leven geroepen die staat voor een wijdverbreid fenomeen, terwijl het traditionele woord ‘hufter’ alleen sloeg op een individu met een slecht karakter. Verloedering is nog zo’n woord. De vergroving van de omgangsvormen wordt aardig geďllustreerd door de debatten in de Tweede Kamer die zich vaak op de grens bevinden van wat vroeger ‘onparlementair taalgebruik’ heette. ‘Oprotten of ‘klootzak’ mag nog net niet! Trouwens het gemiddelde debat op radio en televisie ontaardt steeds vaker in een wedstrijd overschreeuwen.

Moreel verval? Het lijkt er wel op!

Nochtans hebben de huidige bewoners van de EU geen Tweede Wereldoorlog ontketend en zij behandelen hun minderheden beter dan de eerzame burgers van vroeger plachten te doen. Je krijgt nu ook meer kans om iets van jezelf te maken en je hoeft minder te slikken dan in 1930 of 1950 toen machtsmisbruik en discriminatie heel gewoon waren. De autoritaire structuren van vroeger werden ook niet altijd bemand door figuren die zich hun verantwoordelijkheid waardig toonden. Laten wij ons hoeden voor nostalgie.

Ik merk dat mijn onbehagen in de moderne samenleving reëel is, maar dat mijn diagnose blijft staan bij een aantal indrukken die maar deels op persoonlijke ervaring berusten en voor een ander deel tot mij komen via de media. Ik weet dat ik aanvallen op ambulancepersoneel en het bespugen van buschauffeurs ongehoord vind en aarzel niet ze als uiting van moreel verval te betitelen, maar ik heb ze persoonlijk nooit meegemaakt. Ik weet ook niet of zoiets als ‘hufterigheid’ een nieuw en in omvang toenemend verschijnsel is. Niet zeker, tenminste! Er is geen statistiek van de hufterigheid. Een stap in die richting is wel de Veiligheidsmonitor van het CBS, een groot bevolkingsonderzoek waarin de mensen gevraagd wordt naar overlast in hun buurt: overlast van verkeer, overlast van groepen jongeren, van dronken mensen, van drugs, van omwonenden, rotzooi op straat en vandalisme. Volgens dit onderzoek is de overlast tussen 2005 en 2008 niet toegenomen, eerder lichtelijk gedaald en het enige feit dat tot werkelijk massale klachten aanleiding geeft, is hondenpoep. Er zijn wel klachteninventarisaties bij dienstverlenend personeel. Daaruit en uit de media krijg je de indruk dat het verlenen van diensten aan Jan Publiek een steeds minder aangename taak wordt en dat belediging, intimidatie en geweld aan de orde van de dag zijn. De omvang van het verschijnsel wordt echter sterk beďnvloed door de aangiftebereidheid van de slachtoffers en die volgt misschien zijn eigen conjunctuur.

En steun voor het populisme hoeft niet alleen een uiting van sociale rancune en agressie jegens de politiek in het algemeen en tegen de Haagse politieke elite in het bijzonder te zijn, hoewel die elementen zeker meespelen. De lichtzinnigheid waarmee tal van helemaal niet zo gefrustreerde landgenoten van de ene politieke schertsfiguur naar de andere hollen en daarbij soms doodgemoedereerd het hele politieke veld van uiterst rechts naar uiterst links oversteken, doet niet alleen maar denken aan diepgewortelde rancune, maar ook, en misschien wel eerder, aan de hunkering naar een verzetje, de behoefte aan een nieuwe acteur die de sterren van de hemel gaat spelen: de politiek als reality soap, waarbij de toeschouwer recht heeft op zijn dosis spanning en vermaak. Meent hij tekort te komen, dan zapt hij verder naar de volgende redder des vaderlands die ‘verandering’ belooft. Door gewenning aan steeds meer spektakel zijn ook steeds sterkere prikkels nodig om in de recreatieve behoefte van het kiezersvolk te voorzien. Hetzelfde fenomeen speelt in de wereld van het werkelijke amusement. Elke nieuwe film gooit er een schepje op: nog snellere beeldwisselingen, nog meer picturale atletiek in de vorm van ‘special effects’, nog onwaarschijnlijkere achtervolgingen, nog engere griezels, nog hoger spuitende bloedfonteinen. Nee, ik denk niet dat de ongekend hoge scores van achtereenvolgens Fortuyn, Verdonk en Wilders in de politieke peilingen alleen maar afwijzing van het gesloten Haagse circuit en de beduchtheid voor criminaliteit, de islam of welke misstand dan ook, reflecteren. Deze politieke outsiders vinden hun steun in een bevolking die tientallen jaren stabiel en behoorlijk bestuur achter de rug heeft, die altijd in de oase heeft geleefd en die meent dat je ongestraft kunt stemmen op wie dan ook. De lonen worden toch wel uitbetaald en er komt toch wel stroom uit het stopcontact. Er is hier niet zozeer een hunkering naar verandering, als wel het veilige besef van een onverwoestbare continuďteit. Zelfs nu nog! En van een hang naar meer transparantie in de politiek of meer invloed op de gang van zaken in Den Haag is al helemaal geen sprake. Die klagers die volhouden dat hun stem niet wordt gehoord, zijn bijna zonder uitzondering te beroerd om dan ook maar een enkele vergadering te bezoeken, al was het die van het wijkcomité.

Stel dat ik gelijk heb en dat het stemgedrag meer uit lichtzinnigheid dan uit rancune voortkomt: is dat eigenlijk wel een relativering van het moreel verval waaraan de samenleving onderhevig is? Eigenlijk niet! In tegendeel, zou ik zeggen! Misschien zijn dit politieke vandalisme en het fysieke vandalisme waarvan ons evenementenplein na weer eens een feestje van het randdebielenverbond genaamd bevolking, getuigt te herleiden tot eenzelfde bron, genaamd opvoeding.
En ik kan mij, al met al, ook slecht voorstellen dat al die getergde dienstverleners, conducteurs, leerkrachten, artsen, lokettisten ten prooi zijn gevallen aan een collectieve waan.

Ik weet het nog steeds niet echt goed. Maar enig moreel verval? Ik dacht van wel!
 
**********************************
Abonneer u op de Nieuwsbrief.


© 2009 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Moreel verval? Carlo van Praag
0612BS Moreel Verval
Al kijkend, luisterend en lezend krijg je het idee dat het niet best gaat met de samenleving. De economische elite bezondigt zich aan casinokapitalisme en grootgraaierij, de lagere sociale regionen zijn verbonden met schooluitval, agressie tegen dienstverleners, criminaliteit en klemzuiperij. In de film ‘Entre les murs’ wordt een huiveringwekkend beeld gegeven van het onderricht in een Parijse voorstadsschool, waar een leraar met engelengeduld een bende ‘mondige’ etterbuilen nog een minimum aan Franse taal probeert bij te brengen. Al was de werkelijkheid half zo erg als de film, dan nog is de samenleving die die school vertegenwoordigt een nachtmerrie. Ik herinner me één van mijn eerste bijdragen aan De Leunstoel (nummer 14 van juni 2005), waarin ik de intussen tamelijk bekende auteur Theodore Dalrymple besprak die een uitzonderlijk naargeestig beeld van de eigentijdse Britse onderklasse schetst. Ik verdacht hem toen nog van overdrijving, maar misschien wel ten onrechte.

Sociale rancune, misschien beter sociale ongedurigheid, zich uitend in een massale ondersteuning van vrijwel inhoudsloze populistische bewegingen, heeft een dermate grote omvang bereikt dat nu zelfs enigszins weemoedig wordt teruggezien op al lang uit het parlementaire vlees weggezweerde splinters als boer Koekkoek en Janmaat. Het gedrag van onze medeburgers in de openbare ruimte heeft de nieuwe term ‘hufterigheid’ in het leven geroepen die staat voor een wijdverbreid fenomeen, terwijl het traditionele woord ‘hufter’ alleen sloeg op een individu met een slecht karakter. Verloedering is nog zo’n woord. De vergroving van de omgangsvormen wordt aardig geďllustreerd door de debatten in de Tweede Kamer die zich vaak op de grens bevinden van wat vroeger ‘onparlementair taalgebruik’ heette. ‘Oprotten of ‘klootzak’ mag nog net niet! Trouwens het gemiddelde debat op radio en televisie ontaardt steeds vaker in een wedstrijd overschreeuwen.

Moreel verval? Het lijkt er wel op!

Nochtans hebben de huidige bewoners van de EU geen Tweede Wereldoorlog ontketend en zij behandelen hun minderheden beter dan de eerzame burgers van vroeger plachten te doen. Je krijgt nu ook meer kans om iets van jezelf te maken en je hoeft minder te slikken dan in 1930 of 1950 toen machtsmisbruik en discriminatie heel gewoon waren. De autoritaire structuren van vroeger werden ook niet altijd bemand door figuren die zich hun verantwoordelijkheid waardig toonden. Laten wij ons hoeden voor nostalgie.

Ik merk dat mijn onbehagen in de moderne samenleving reëel is, maar dat mijn diagnose blijft staan bij een aantal indrukken die maar deels op persoonlijke ervaring berusten en voor een ander deel tot mij komen via de media. Ik weet dat ik aanvallen op ambulancepersoneel en het bespugen van buschauffeurs ongehoord vind en aarzel niet ze als uiting van moreel verval te betitelen, maar ik heb ze persoonlijk nooit meegemaakt. Ik weet ook niet of zoiets als ‘hufterigheid’ een nieuw en in omvang toenemend verschijnsel is. Niet zeker, tenminste! Er is geen statistiek van de hufterigheid. Een stap in die richting is wel de Veiligheidsmonitor van het CBS, een groot bevolkingsonderzoek waarin de mensen gevraagd wordt naar overlast in hun buurt: overlast van verkeer, overlast van groepen jongeren, van dronken mensen, van drugs, van omwonenden, rotzooi op straat en vandalisme. Volgens dit onderzoek is de overlast tussen 2005 en 2008 niet toegenomen, eerder lichtelijk gedaald en het enige feit dat tot werkelijk massale klachten aanleiding geeft, is hondenpoep. Er zijn wel klachteninventarisaties bij dienstverlenend personeel. Daaruit en uit de media krijg je de indruk dat het verlenen van diensten aan Jan Publiek een steeds minder aangename taak wordt en dat belediging, intimidatie en geweld aan de orde van de dag zijn. De omvang van het verschijnsel wordt echter sterk beďnvloed door de aangiftebereidheid van de slachtoffers en die volgt misschien zijn eigen conjunctuur.

En steun voor het populisme hoeft niet alleen een uiting van sociale rancune en agressie jegens de politiek in het algemeen en tegen de Haagse politieke elite in het bijzonder te zijn, hoewel die elementen zeker meespelen. De lichtzinnigheid waarmee tal van helemaal niet zo gefrustreerde landgenoten van de ene politieke schertsfiguur naar de andere hollen en daarbij soms doodgemoedereerd het hele politieke veld van uiterst rechts naar uiterst links oversteken, doet niet alleen maar denken aan diepgewortelde rancune, maar ook, en misschien wel eerder, aan de hunkering naar een verzetje, de behoefte aan een nieuwe acteur die de sterren van de hemel gaat spelen: de politiek als reality soap, waarbij de toeschouwer recht heeft op zijn dosis spanning en vermaak. Meent hij tekort te komen, dan zapt hij verder naar de volgende redder des vaderlands die ‘verandering’ belooft. Door gewenning aan steeds meer spektakel zijn ook steeds sterkere prikkels nodig om in de recreatieve behoefte van het kiezersvolk te voorzien. Hetzelfde fenomeen speelt in de wereld van het werkelijke amusement. Elke nieuwe film gooit er een schepje op: nog snellere beeldwisselingen, nog meer picturale atletiek in de vorm van ‘special effects’, nog onwaarschijnlijkere achtervolgingen, nog engere griezels, nog hoger spuitende bloedfonteinen. Nee, ik denk niet dat de ongekend hoge scores van achtereenvolgens Fortuyn, Verdonk en Wilders in de politieke peilingen alleen maar afwijzing van het gesloten Haagse circuit en de beduchtheid voor criminaliteit, de islam of welke misstand dan ook, reflecteren. Deze politieke outsiders vinden hun steun in een bevolking die tientallen jaren stabiel en behoorlijk bestuur achter de rug heeft, die altijd in de oase heeft geleefd en die meent dat je ongestraft kunt stemmen op wie dan ook. De lonen worden toch wel uitbetaald en er komt toch wel stroom uit het stopcontact. Er is hier niet zozeer een hunkering naar verandering, als wel het veilige besef van een onverwoestbare continuďteit. Zelfs nu nog! En van een hang naar meer transparantie in de politiek of meer invloed op de gang van zaken in Den Haag is al helemaal geen sprake. Die klagers die volhouden dat hun stem niet wordt gehoord, zijn bijna zonder uitzondering te beroerd om dan ook maar een enkele vergadering te bezoeken, al was het die van het wijkcomité.

Stel dat ik gelijk heb en dat het stemgedrag meer uit lichtzinnigheid dan uit rancune voortkomt: is dat eigenlijk wel een relativering van het moreel verval waaraan de samenleving onderhevig is? Eigenlijk niet! In tegendeel, zou ik zeggen! Misschien zijn dit politieke vandalisme en het fysieke vandalisme waarvan ons evenementenplein na weer eens een feestje van het randdebielenverbond genaamd bevolking, getuigt te herleiden tot eenzelfde bron, genaamd opvoeding.
En ik kan mij, al met al, ook slecht voorstellen dat al die getergde dienstverleners, conducteurs, leerkrachten, artsen, lokettisten ten prooi zijn gevallen aan een collectieve waan.

Ik weet het nog steeds niet echt goed. Maar enig moreel verval? Ik dacht van wel!
 
**********************************
Abonneer u op de Nieuwsbrief.
© 2009 Carlo van Praag
powered by Peppered