archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Krimp op komst! Carlo van Praag

0512BS Polder
Wij doen het een en ander om de aarde te redden, maar het zijn halfhartige pogingen. Er worden wat kieren gestopt (soms met kwalijke gevolgen voor de gezondheid), wat spaarlampen ingedraaid en wat rendementen verbeterd, maar de auto’s verbruiken net zoveel als tien jaar geleden en je mag, ook na invoering van de vliegtaks, voor een habbekrats de hele wereld over, zo vaak als je wilt. ‘Slimme’ apparaten, milieuvriendelijke productie, jawel, maar die productie moet wel blijven stijgen. Ik ken geen politici die willen afzien van economische groei en ik geloof dat de laatste economen die iets dergelijks propageerden in de jaren zeventig van zich deden horen. Het woord ‘stagnatie’ doet dienst als vloek en de Partij van de Krimp moet nog worden opgericht. Misschien is dit alles onontkoombaar. Misschien is een geleide stagnatie of een geplande krimp onmogelijk en spiraalt een economie waaraan deze doeleinden worden opgelegd met een noodvaart omlaag, zonder dat de planners daar nog greep op hebben. Het lijkt mij waarschijnlijk dat dat lot in elk geval de waaghals te beurt zal vallen die ermee begint.

Die voortdurende economische groei, die gepaard gaat met meer energieverbruik en meer afval, is nodig om onze welvaart op peil te houden en zo mogelijk op te voeren, maar een deel van die groei gaat meteen al op aan bevolkingstoename. Als Nederland zijn inwonertal had weten te fixeren op het respectabele aantal dat het reeds in 1950 bezat, dan zouden wij nu met tien miljoen zijn in plaats van met 16,4 miljoen. Wij hadden dan kunnen volstaan met 60% van ons huidige nationaal inkomen om alle monden op dezelfde manier te voeden en we zouden aan 4,3 miljoen personenauto’s genoeg hebben in plaats van aan de huidige 7,3 miljoen. Weg files! Dit zijn natuurlijk berekeningen van het meest primitieve soort; nog los van het feit dat je een bevolking alleen maar met Chinese methoden kunt stabiliseren. De leeftijdsopbouw zou er heel anders hebben uitgezien dan die wij nu waarnemen. We zouden veel meer vergrijsd zijn. Die ruim 4 miljoen personenauto’s zouden het waarschijnlijk met heel wat minder wegen hebben moeten stellen dan thans beschikbaar zijn. Toch is de exercitie als gedachteoefening nuttig. Met minder mensen heb je, overige factoren gelijkblijvend, minder productie en minder ruimte nodig: minder woningen, minder bedrijfsterreinen, minder wegen.

Dat Nederland, vrijwel als enige staat in Europa, zijn bevolking zo krankzinnig heeft laten groeien, is meer dan jammer. Je zou alle kabinetten die de uit de hand lopende procreatie in de jaren 1945-1970 hebben aangemoedigd nog eens ter verantwoording willen roepen, al zijn er weinig leden meer oproepbaar. Een parlementaire enquête naar het bijzonder ruimhartige toelatingsbeleid in de jaren negentig zou nog wel kunnen plaatsvinden.

De bevolking groeit nog steeds, maar schuldigen kun je niet meer aanwijzen. De vrouwen krijgen gemiddeld nog maar 1,7 kind de man en de toelating van vreemdelingen staat zuinig afgesteld. De demografie is echter een zware trein met zwakke remmen: zij rolt nog geruime tijd door, helemaal vanzelf. Hoe lang precies? Maken wij nog mee dat de Nederlandse bevolking weer krimpt? U wel, misschien, maar ik niet! Het CBS verwacht dat vanaf 2035 de Nederlandse bevolking terugloopt. We zijn dan intussen met 17,3 miljoen zielen. Of je het keerpunt in de bevolkingsontwikkeling nog mag beleven, hangt overigens niet alleen van je leeftijd af maar ook van je woonplaats. Hier in Zuid-Holland groeien we nog een hele tijd lustig door, maar in delen van Limburg, Zeeland en de noordelijke provincies is de krimp nu al een feit.

Het keerpunt is trouwens geen spectaculaire gebeurtenis. We gaan vanaf nu langs een zwakke helling omhoog en we sukkelen vervolgens in een nog rustiger tempo omlaag. De teller blijft de hele periode tussen 16,4 en de 17,3 miljoen hangen. Al die tijd vertoeven wij dus op een demografische hoogvlakte zonder sterk reliëf. Toch is de kleine statistische mijlpaal die wij omstreeks 2035 passeren wat mij betreft wel een feestje waard.

Niet iedereen denkt er evenwel zo over. De bevolkingsdaling is al tot probleem uitgeroepen, voornamelijk omdat zij gepaard gaat met vergrijzing. De bevolking tussen 20 en 65 jaar (dus de groep waaruit de werkende bevolking voortkomt) gaat veel eerder krimpen dan de bevolking in haar geheel. Misschien maak ik die vorm van krimp zelfs nog mee. Een slinkende deelgroep moet dus produceren voor een nog steeds groeiend totaal. Dit is het probleem van de vergrijzing en dat is een echt probleem waar we op geen enkele manier aan ontkomen. Ik heb er al eens een bijdrage aan gewijd (Jrg.4 Nr.12). Je kunt dat vraagstuk echter simpel wegdefiniëren (altijd een elegante en goedkope oplossing) door de mensen wat later oud te noemen. De meesten kunnen tegenwoordig op hun zeventigste nog prima voort. Maar bevolkingskrimp kan, los van de vergrijzing, ook tot andere problemen leiden: leegstand van woningen bij voorbeeld. In bepaalde regio’s van het land treedt dat verschijnsel inderdaad al enigermate op. Het lijkt mij geen erg groot probleem. Slopen gaat veel sneller dan bouwen. Ernstiger is het als een gebied een zodanige leegloop vertoont dat voorzieningen, zoals scholen, winkels en openbaar vervoer, in gevaar komen doordat er te weinig klanten voor zijn, hetgeen de achtergebleven bevolking dan ook weer tot vertrekken aanzet. Het Franse platteland biedt ons in dit opzicht een mooi voorbeeld. In sommige departementen kun je de verlaten gehuchten in hun geheel kopen. Maar hier kan juist de vergrijzing een tegenwicht bieden. Pensioenmigranten en tweede-woningbezitters helpen menig Zuid-Frans departement te herbevolken. Zelf doe ik, letterlijk, een duit in het zakje door mijn vakanties daar door te brengen, en dan niet in de zomer als er toch al leven genoeg is, maar bij voorkeur halverwege november als het regent. Heerlijk, die ruimte en die stilte!

De bevolkingskrimp is reden tot blijdschap omdat zij zich eindelijk aankondigt en tot droefheid omdat dit veel te laat gebeurt. Richt je de blik op de wereld in plaats van op Nederland dan wordt de mengverhouding van blijdschap en droefenis aanmerkelijk ongunstiger. Ook de wereldbevolking zal aan het einde van de eeuw teruglopen, maar niet dan nadat we de 10 miljard hebben bereikt. Dan zijn er ruim 3 miljard mensen meer dan nu, die grotendeels terechtkomen in gebieden waarin men elkaar nu al naar het leven staat in de competitie om schaarse hulpbronnen. Een regelrechte ramp die iedereen heeft zien aankomen met inbegrip van de sociologen, antropologen en ontwikkelingswerkers, die deze bevolkingsexplosie altijd met de mantel der liefde omhulden. Een uitbundige procreatie hoorde immers bij de cultuur van al die ‘gebieden in versnelde ontwikkeling’, zoals men de landen van de derde wereld wel aanduidde.

Die Partij van de Krimp (PvdK) heb ik inmiddels zelf maar opgericht. Word lid! Ik ga ook een film maken!
 
*************************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Hans Meijer, J.J.Waasdorp-Mulders,
Ruurd Kunnen, Beer Meijer, Carlo van Praag, J.Bakker, J.W.Meijer,
Evelien Polter, Mabel Amber, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.


© 2008 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Krimp op komst! Carlo van Praag
0512BS Polder
Wij doen het een en ander om de aarde te redden, maar het zijn halfhartige pogingen. Er worden wat kieren gestopt (soms met kwalijke gevolgen voor de gezondheid), wat spaarlampen ingedraaid en wat rendementen verbeterd, maar de auto’s verbruiken net zoveel als tien jaar geleden en je mag, ook na invoering van de vliegtaks, voor een habbekrats de hele wereld over, zo vaak als je wilt. ‘Slimme’ apparaten, milieuvriendelijke productie, jawel, maar die productie moet wel blijven stijgen. Ik ken geen politici die willen afzien van economische groei en ik geloof dat de laatste economen die iets dergelijks propageerden in de jaren zeventig van zich deden horen. Het woord ‘stagnatie’ doet dienst als vloek en de Partij van de Krimp moet nog worden opgericht. Misschien is dit alles onontkoombaar. Misschien is een geleide stagnatie of een geplande krimp onmogelijk en spiraalt een economie waaraan deze doeleinden worden opgelegd met een noodvaart omlaag, zonder dat de planners daar nog greep op hebben. Het lijkt mij waarschijnlijk dat dat lot in elk geval de waaghals te beurt zal vallen die ermee begint.

Die voortdurende economische groei, die gepaard gaat met meer energieverbruik en meer afval, is nodig om onze welvaart op peil te houden en zo mogelijk op te voeren, maar een deel van die groei gaat meteen al op aan bevolkingstoename. Als Nederland zijn inwonertal had weten te fixeren op het respectabele aantal dat het reeds in 1950 bezat, dan zouden wij nu met tien miljoen zijn in plaats van met 16,4 miljoen. Wij hadden dan kunnen volstaan met 60% van ons huidige nationaal inkomen om alle monden op dezelfde manier te voeden en we zouden aan 4,3 miljoen personenauto’s genoeg hebben in plaats van aan de huidige 7,3 miljoen. Weg files! Dit zijn natuurlijk berekeningen van het meest primitieve soort; nog los van het feit dat je een bevolking alleen maar met Chinese methoden kunt stabiliseren. De leeftijdsopbouw zou er heel anders hebben uitgezien dan die wij nu waarnemen. We zouden veel meer vergrijsd zijn. Die ruim 4 miljoen personenauto’s zouden het waarschijnlijk met heel wat minder wegen hebben moeten stellen dan thans beschikbaar zijn. Toch is de exercitie als gedachteoefening nuttig. Met minder mensen heb je, overige factoren gelijkblijvend, minder productie en minder ruimte nodig: minder woningen, minder bedrijfsterreinen, minder wegen.

Dat Nederland, vrijwel als enige staat in Europa, zijn bevolking zo krankzinnig heeft laten groeien, is meer dan jammer. Je zou alle kabinetten die de uit de hand lopende procreatie in de jaren 1945-1970 hebben aangemoedigd nog eens ter verantwoording willen roepen, al zijn er weinig leden meer oproepbaar. Een parlementaire enquête naar het bijzonder ruimhartige toelatingsbeleid in de jaren negentig zou nog wel kunnen plaatsvinden.

De bevolking groeit nog steeds, maar schuldigen kun je niet meer aanwijzen. De vrouwen krijgen gemiddeld nog maar 1,7 kind de man en de toelating van vreemdelingen staat zuinig afgesteld. De demografie is echter een zware trein met zwakke remmen: zij rolt nog geruime tijd door, helemaal vanzelf. Hoe lang precies? Maken wij nog mee dat de Nederlandse bevolking weer krimpt? U wel, misschien, maar ik niet! Het CBS verwacht dat vanaf 2035 de Nederlandse bevolking terugloopt. We zijn dan intussen met 17,3 miljoen zielen. Of je het keerpunt in de bevolkingsontwikkeling nog mag beleven, hangt overigens niet alleen van je leeftijd af maar ook van je woonplaats. Hier in Zuid-Holland groeien we nog een hele tijd lustig door, maar in delen van Limburg, Zeeland en de noordelijke provincies is de krimp nu al een feit.

Het keerpunt is trouwens geen spectaculaire gebeurtenis. We gaan vanaf nu langs een zwakke helling omhoog en we sukkelen vervolgens in een nog rustiger tempo omlaag. De teller blijft de hele periode tussen 16,4 en de 17,3 miljoen hangen. Al die tijd vertoeven wij dus op een demografische hoogvlakte zonder sterk reliëf. Toch is de kleine statistische mijlpaal die wij omstreeks 2035 passeren wat mij betreft wel een feestje waard.

Niet iedereen denkt er evenwel zo over. De bevolkingsdaling is al tot probleem uitgeroepen, voornamelijk omdat zij gepaard gaat met vergrijzing. De bevolking tussen 20 en 65 jaar (dus de groep waaruit de werkende bevolking voortkomt) gaat veel eerder krimpen dan de bevolking in haar geheel. Misschien maak ik die vorm van krimp zelfs nog mee. Een slinkende deelgroep moet dus produceren voor een nog steeds groeiend totaal. Dit is het probleem van de vergrijzing en dat is een echt probleem waar we op geen enkele manier aan ontkomen. Ik heb er al eens een bijdrage aan gewijd (Jrg.4 Nr.12). Je kunt dat vraagstuk echter simpel wegdefiniëren (altijd een elegante en goedkope oplossing) door de mensen wat later oud te noemen. De meesten kunnen tegenwoordig op hun zeventigste nog prima voort. Maar bevolkingskrimp kan, los van de vergrijzing, ook tot andere problemen leiden: leegstand van woningen bij voorbeeld. In bepaalde regio’s van het land treedt dat verschijnsel inderdaad al enigermate op. Het lijkt mij geen erg groot probleem. Slopen gaat veel sneller dan bouwen. Ernstiger is het als een gebied een zodanige leegloop vertoont dat voorzieningen, zoals scholen, winkels en openbaar vervoer, in gevaar komen doordat er te weinig klanten voor zijn, hetgeen de achtergebleven bevolking dan ook weer tot vertrekken aanzet. Het Franse platteland biedt ons in dit opzicht een mooi voorbeeld. In sommige departementen kun je de verlaten gehuchten in hun geheel kopen. Maar hier kan juist de vergrijzing een tegenwicht bieden. Pensioenmigranten en tweede-woningbezitters helpen menig Zuid-Frans departement te herbevolken. Zelf doe ik, letterlijk, een duit in het zakje door mijn vakanties daar door te brengen, en dan niet in de zomer als er toch al leven genoeg is, maar bij voorkeur halverwege november als het regent. Heerlijk, die ruimte en die stilte!

De bevolkingskrimp is reden tot blijdschap omdat zij zich eindelijk aankondigt en tot droefheid omdat dit veel te laat gebeurt. Richt je de blik op de wereld in plaats van op Nederland dan wordt de mengverhouding van blijdschap en droefenis aanmerkelijk ongunstiger. Ook de wereldbevolking zal aan het einde van de eeuw teruglopen, maar niet dan nadat we de 10 miljard hebben bereikt. Dan zijn er ruim 3 miljard mensen meer dan nu, die grotendeels terechtkomen in gebieden waarin men elkaar nu al naar het leven staat in de competitie om schaarse hulpbronnen. Een regelrechte ramp die iedereen heeft zien aankomen met inbegrip van de sociologen, antropologen en ontwikkelingswerkers, die deze bevolkingsexplosie altijd met de mantel der liefde omhulden. Een uitbundige procreatie hoorde immers bij de cultuur van al die ‘gebieden in versnelde ontwikkeling’, zoals men de landen van de derde wereld wel aanduidde.

Die Partij van de Krimp (PvdK) heb ik inmiddels zelf maar opgericht. Word lid! Ik ga ook een film maken!
 
*************************************************************
Uitgave van De Leunstoel wordt mede mogelijk gemaakt door donaties van:
Barbara Muller, Katharina Kouwenhoven, Hans Meijer, J.J.Waasdorp-Mulders,
Ruurd Kunnen, Beer Meijer, Carlo van Praag, J.Bakker, J.W.Meijer,
Evelien Polter, Mabel Amber, Ruud van Ruijven, Frits Hoorweg en anderen.
© 2008 Carlo van Praag
powered by Peppered