archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Het sociale kapitaal van Balkenende Ruurd Kunnen

0109 Hte sociale kapitaal ...“Gaat het nu nog niet goed met die economie”, stond vorige week op onze Loesje scheurkalender. Het was geen echte vraag, want er stond geen vraagteken bij, maar meer een berustende vaststelling. De teksten van Loesje zijn licht ironisch, soms provocerend, maar bijna altijd relativerend. Natuurlijk gaat het nog niet goed met “die” economie, want het gaat nooit goed met de economie. Dat weet iedereen. Òf de conjunctuur daalt, en dan is er bezorgdheid over de groeiende werkloosheid, òf de conjunctuur stijgt, en dan is er bezorgdheid over de stijgende prijzen en de inflatie. En altijd is er hetzelfde middel om de problemen te bestrijden: matiging van de lonen en beperking van de overheidsuitgaven om de economische groei en de werkgelegenheid te bevorderen, de inflatie in de hand te houden en de exportpositie te versterken. “Die” economie is een speeltje van politici en ambtenaren. De gewone mensen hebben er niets over te zeggen. Met zo'n afstandelijkheid kan het kabinet niet blij zijn. In de Miljoenennota 2004 staat immers dat iedereen zijn steentje moet bijdragen aan het economisch herstel. De burgers moeten meer eigen verantwoordelijkheid nemen, evenals de sociale partners. “Als iedereen zijn bijdrage levert, zal er in Nederland in 2007 veel ten goede zijn veranderd”. Zulke bezwerende opmerkingen hebben we al heel vaak gehoord, maar ditmaal zit er een diepere gedachte achter.

In oktober j.l. heeft Balkende in zijn Tinbergenlezing niet alleen uitgelegd dat de maakbare samenleving van de jaren zeventig een gepasseerd station is, maar ook dat het onbegrensde vertrouwen in marktwerking en deregulering misplaatst is. Het nieuwste inzicht, dat kan worden ontleend aan de institutionele economie, is dat consumenten, ondernemers en investeerders zich behalve door een koele afweging van kosten en baten ook laten leiden door niet-rationele factoren zoals vertrouwen en gedeelde waarden en normen. “Welvaart, winst en waarden hebben veel met elkaar te maken”, aldus de minister president, en passant bewijzend dat hij het allitereren net zo beheerst als Paars (“Werk, werk, werk”) deed. Leuk gezegd, maar wat bedoelt Balkenende eigenlijk met deze uitspraak? Hij zou de christelijke waarden van naastenliefde op het oog kunnen hebben, maar aangezien deze waarden politiek vooral gedijen in combinatie met de socialistische waarden van een rechtvaardige verdeling, lijkt dat onwaarschijnlijk. Evenmin zal Balkenende de protestantse ethiek hebben bedoeld, die volgens Max Weber de opkomst van het kapitalisme zo heeft gediend. Aan iemand als Maxime Verhagen kun je zien dat nog lang niet het gehele CDA zich deze gedachte heeft eigen gemaakt. Balkenende is een modern politicus. Zijn stelling is dat de overheid de taak heeft om de voorwaarden te creëren voor een goed functionerende economie, onder andere door te investeren in sociaal kapitaal. Hiermee zijn we beland bij een nieuwe mode in de sociale wetenschappen en de economie.

“Sociaal kapitaal” heeft betrekking op de netwerken van intermenselijke relaties in de samenleving, met de daarbij behorende gedragsstandaarden, normen en waarden en het vertrouwen van de mensen in elkaar. Het begrip heeft zijn populariteit tenminste voor een deel te danken aan de intrigerende titel die Robert D. Putnam aan zijn boek over dit onderwerp heeft gegeven: Bowling Alone. The Collapse and Revival of American Community . Volgens Putnam zijn veel van de problemen in de Amerikaanse samenleving veroorzaakt doordat de hoeveelheid sociaal kapitaal is afgenomen. De maatschappij is geïndividualiseerd, mensen sluiten zich na het werk op in hun huizen voor de televisie en het verenigingsleven leidt een kwijnend bestaan. Doordat mensen minder met elkaar omgaan daalt het onderlinge vertrouwen en vervagen normen en waarden. Dit heeft negatieve effecten op het functioneren van de maatschappij en het welzijnsniveau. In samenlevingen met weinig sociaal kapitaal is bijvoorbeeld de politieke participatie geringer, de criminaliteit hoger en het algemene gezondheidspeil lager dan in samenlevingen met veel sociaal kapitaal. Uit studies van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is gebleken dat er een relatie bestaat tussen het onderlinge vertrouwen dat in een samenleving aanwezig is en allerlei economische indicatoren.

Als Balkenende het een overheidstaak noemt om het sociaal kapitaal in de samenleving te vergroten omdat dit een voorwaarde is voor economisch herstel, sluit hij dus aan bij een recente wetenschappelijke ontwikkeling. Of hij gelijk heeft, is een tweede. Aan het sociaal-wetenschappelijke en economische onderzoek naar sociaal kapitaal zitten nog veel haken en ogen. Zo vragen de economen zich nog af hoe ze sociaal kapitaal moeten meten. En wat in het wetenschappelijk onderzoek ook mag zijn aangetoond, in elk geval geen causaal verband tussen de hoeveelheid sociaal kapitaal en de kwaliteit van de samenleving en de economie.

In de geneeskunde worden nieuwe medicijnen pas na uitgebreide testperiodes aan de patiënten verstrekt. In de politiek worden nieuwe theorieën uit de economie en de sociale wetenschappen vaak toegepast lang voordat zij aan strenge wetenschappelijke toetsing zijn onderworpen. Dat is niet altijd verstandig, zoals met de ideeën over de “Nieuwe Economie” uit de tweede helft van de jaren 90 is gebleken. Nog steeds zijn we bezig te herstellen van de economische crisis die uitbrak toen de Nieuwe Economie tot verbijstering van vele goeroes en hun adepten instortte omdat hij aan dezelfde wetmatigheden onderhevig bleek als de Oude Economie.

Maar stel dat het helpt. Stel dat een economie beter presteert als de hoeveelheid sociaal kapitaal in de samenleving groot is. Dan zou je bijvoorbeeld het lidmaatschap van sportverenigingen moeten stimuleren. Een van de opzienbarende bezuinigingsmaatregelen van het kabinet is de afbouw van de subsidie aan het NOC*NSF, de overkoepelende sportkoepel van Nederland. Het gevolg van deze bezuiniging zal zijn dat het lidmaatschap van alle sportverenigingen duurder wordt en dat de verenigingen eerder leden zullen verliezen dan winnen. De heilzame werking van sociaal kapitaal is een idee met een sterk CDA-gehalte. De VVD ziet veel meer in het rationeel calculerende individu, de tucht van de markt en een terughoudende overheid en dat geeft in het beleid de doorslag. Balkenende telt de zegeningen van het sociaal kapitaal terwijl Zalm en Hoogervorst de hand op de knip houden. Het is deze dubbelhartigheid waardoor het vertrouwen in het kabinet de afgelopen weken dramatisch is gedaald.

In samenlevingen met veel sociaal kapitaal is het vertrouwen in de politieke instituties groter dan in samenlevingen met minder sociaal kapitaal. Maar wat is oorzaak en wat is gevolg? Voor Loesje en haar vrienden is dat een uitgemaakte zaak. Politiek, overheid en economie, dat is een andere wereld dan ons café, onze voetbalclub en onze postduivenvereniging: Gaat het nou nóg niet goed met “die” economie?

© 2004 Ruurd Kunnen meer Ruurd Kunnen - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Het sociale kapitaal van Balkenende Ruurd Kunnen
0109 Hte sociale kapitaal ...“Gaat het nu nog niet goed met die economie”, stond vorige week op onze Loesje scheurkalender. Het was geen echte vraag, want er stond geen vraagteken bij, maar meer een berustende vaststelling. De teksten van Loesje zijn licht ironisch, soms provocerend, maar bijna altijd relativerend. Natuurlijk gaat het nog niet goed met “die” economie, want het gaat nooit goed met de economie. Dat weet iedereen. Òf de conjunctuur daalt, en dan is er bezorgdheid over de groeiende werkloosheid, òf de conjunctuur stijgt, en dan is er bezorgdheid over de stijgende prijzen en de inflatie. En altijd is er hetzelfde middel om de problemen te bestrijden: matiging van de lonen en beperking van de overheidsuitgaven om de economische groei en de werkgelegenheid te bevorderen, de inflatie in de hand te houden en de exportpositie te versterken. “Die” economie is een speeltje van politici en ambtenaren. De gewone mensen hebben er niets over te zeggen. Met zo'n afstandelijkheid kan het kabinet niet blij zijn. In de Miljoenennota 2004 staat immers dat iedereen zijn steentje moet bijdragen aan het economisch herstel. De burgers moeten meer eigen verantwoordelijkheid nemen, evenals de sociale partners. “Als iedereen zijn bijdrage levert, zal er in Nederland in 2007 veel ten goede zijn veranderd”. Zulke bezwerende opmerkingen hebben we al heel vaak gehoord, maar ditmaal zit er een diepere gedachte achter.

In oktober j.l. heeft Balkende in zijn Tinbergenlezing niet alleen uitgelegd dat de maakbare samenleving van de jaren zeventig een gepasseerd station is, maar ook dat het onbegrensde vertrouwen in marktwerking en deregulering misplaatst is. Het nieuwste inzicht, dat kan worden ontleend aan de institutionele economie, is dat consumenten, ondernemers en investeerders zich behalve door een koele afweging van kosten en baten ook laten leiden door niet-rationele factoren zoals vertrouwen en gedeelde waarden en normen. “Welvaart, winst en waarden hebben veel met elkaar te maken”, aldus de minister president, en passant bewijzend dat hij het allitereren net zo beheerst als Paars (“Werk, werk, werk”) deed. Leuk gezegd, maar wat bedoelt Balkenende eigenlijk met deze uitspraak? Hij zou de christelijke waarden van naastenliefde op het oog kunnen hebben, maar aangezien deze waarden politiek vooral gedijen in combinatie met de socialistische waarden van een rechtvaardige verdeling, lijkt dat onwaarschijnlijk. Evenmin zal Balkenende de protestantse ethiek hebben bedoeld, die volgens Max Weber de opkomst van het kapitalisme zo heeft gediend. Aan iemand als Maxime Verhagen kun je zien dat nog lang niet het gehele CDA zich deze gedachte heeft eigen gemaakt. Balkenende is een modern politicus. Zijn stelling is dat de overheid de taak heeft om de voorwaarden te creëren voor een goed functionerende economie, onder andere door te investeren in sociaal kapitaal. Hiermee zijn we beland bij een nieuwe mode in de sociale wetenschappen en de economie.

“Sociaal kapitaal” heeft betrekking op de netwerken van intermenselijke relaties in de samenleving, met de daarbij behorende gedragsstandaarden, normen en waarden en het vertrouwen van de mensen in elkaar. Het begrip heeft zijn populariteit tenminste voor een deel te danken aan de intrigerende titel die Robert D. Putnam aan zijn boek over dit onderwerp heeft gegeven: Bowling Alone. The Collapse and Revival of American Community . Volgens Putnam zijn veel van de problemen in de Amerikaanse samenleving veroorzaakt doordat de hoeveelheid sociaal kapitaal is afgenomen. De maatschappij is geïndividualiseerd, mensen sluiten zich na het werk op in hun huizen voor de televisie en het verenigingsleven leidt een kwijnend bestaan. Doordat mensen minder met elkaar omgaan daalt het onderlinge vertrouwen en vervagen normen en waarden. Dit heeft negatieve effecten op het functioneren van de maatschappij en het welzijnsniveau. In samenlevingen met weinig sociaal kapitaal is bijvoorbeeld de politieke participatie geringer, de criminaliteit hoger en het algemene gezondheidspeil lager dan in samenlevingen met veel sociaal kapitaal. Uit studies van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is gebleken dat er een relatie bestaat tussen het onderlinge vertrouwen dat in een samenleving aanwezig is en allerlei economische indicatoren.

Als Balkenende het een overheidstaak noemt om het sociaal kapitaal in de samenleving te vergroten omdat dit een voorwaarde is voor economisch herstel, sluit hij dus aan bij een recente wetenschappelijke ontwikkeling. Of hij gelijk heeft, is een tweede. Aan het sociaal-wetenschappelijke en economische onderzoek naar sociaal kapitaal zitten nog veel haken en ogen. Zo vragen de economen zich nog af hoe ze sociaal kapitaal moeten meten. En wat in het wetenschappelijk onderzoek ook mag zijn aangetoond, in elk geval geen causaal verband tussen de hoeveelheid sociaal kapitaal en de kwaliteit van de samenleving en de economie.

In de geneeskunde worden nieuwe medicijnen pas na uitgebreide testperiodes aan de patiënten verstrekt. In de politiek worden nieuwe theorieën uit de economie en de sociale wetenschappen vaak toegepast lang voordat zij aan strenge wetenschappelijke toetsing zijn onderworpen. Dat is niet altijd verstandig, zoals met de ideeën over de “Nieuwe Economie” uit de tweede helft van de jaren 90 is gebleken. Nog steeds zijn we bezig te herstellen van de economische crisis die uitbrak toen de Nieuwe Economie tot verbijstering van vele goeroes en hun adepten instortte omdat hij aan dezelfde wetmatigheden onderhevig bleek als de Oude Economie.

Maar stel dat het helpt. Stel dat een economie beter presteert als de hoeveelheid sociaal kapitaal in de samenleving groot is. Dan zou je bijvoorbeeld het lidmaatschap van sportverenigingen moeten stimuleren. Een van de opzienbarende bezuinigingsmaatregelen van het kabinet is de afbouw van de subsidie aan het NOC*NSF, de overkoepelende sportkoepel van Nederland. Het gevolg van deze bezuiniging zal zijn dat het lidmaatschap van alle sportverenigingen duurder wordt en dat de verenigingen eerder leden zullen verliezen dan winnen. De heilzame werking van sociaal kapitaal is een idee met een sterk CDA-gehalte. De VVD ziet veel meer in het rationeel calculerende individu, de tucht van de markt en een terughoudende overheid en dat geeft in het beleid de doorslag. Balkenende telt de zegeningen van het sociaal kapitaal terwijl Zalm en Hoogervorst de hand op de knip houden. Het is deze dubbelhartigheid waardoor het vertrouwen in het kabinet de afgelopen weken dramatisch is gedaald.

In samenlevingen met veel sociaal kapitaal is het vertrouwen in de politieke instituties groter dan in samenlevingen met minder sociaal kapitaal. Maar wat is oorzaak en wat is gevolg? Voor Loesje en haar vrienden is dat een uitgemaakte zaak. Politiek, overheid en economie, dat is een andere wereld dan ons café, onze voetbalclub en onze postduivenvereniging: Gaat het nou nóg niet goed met “die” economie?
© 2004 Ruurd Kunnen
powered by Peppered