archiefvorig nr.lopend nr.

Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Ben ik conservatief? Carlo van Praag

0001 BS Carlo
Mijn bijdragen aan De Leunstoel overziend, kom ik mijzelf tegen en constateer het volgende:
Ik houd niet van lawaai dat ons onder de naam muziek uit cafe’s, uit auto’s, van bouwplaatsen, van het stadsplein en van waar eigenlijk niet, tegemoet galmt en ons achtervolgt in supermarkten, liften, wachtkamers en waarschijnlijk binnenkort in het openbaar vervoer. Deze toenemende vertettering van het leven is mij een gruwel. Ik lijd er fysiek onder. Ik heb het ook niet op nieuwbouw in oude binnensteden: liever Anton Pieck dan een architect met een visie. Ik ben tegen de desalfabetisering en ontscholing die ons als ‘het nieuwe leren’ wordt voorgeschoteld. Ik betreur de toenemende minachting voor informatie die wij in deze ‘informatiesamenleving’ kunnen waarnemen, het best nog in een langzamerhand geheel verkwizt en verzeept televisieaanbod. Ik ben tegen de uitbreiding van de EU en zou graag enkele toegetredenen, en niet eens alleen de meest recente, er weer uitgooien. Laat ik eraan toevoegen dat ik al tijden niet op een linkse partij heb gestemd en dat ik de auto’s steeds lelijker vind. De kleren in de etalages ook! Ik spreek onbekenden nog met u aan en scheer me met een mesje. Zou ik conservatief zijn?

Ik wil in deze niet tot een overhaast besluit komen.
Wel wil ik meteen toegeven dat ik conservatisme als persoonlijke eigenschap met mij meedraag. Ik zet mij bijna altijd schrap als ik me aan iets nieuws moet aanpassen, of het nu de voorrangsregels in het verkeer zijn of een nieuwe versie van Windows. En zodra ik eraan ben gewend, raak ik eraan gehecht, hetgeen meteen de bron van weerstand is tegen een volgende verandering.

Maar dat impliceert niet dat ik het conservatisme als politieke beweging of geestelijke stroming omhels. Om mijn positie ten aanzien hiervan te bepalen heb ik een boek over het conservatisme geraadpleegd dat mij als toetssteen kan dienen. De auteur is Bart-Jan Spruyt, bekend van de Edmund Burke Stichting en van een korte flirtation met Wilders en zijn partij. Het boek heet dan ook ‘Lof van het conservatisme,’ maar het is meer dan dat. Het is een heel bruikbare en goed geschreven analyse van het conservatisme in diverse tijdperken. De beschouwing is grotendeels opgetrokken rond figuren in heden en verleden die Spruyt, krachtens hun denkbeelden, als dragers van het conservatieve ideaal beschouwt. Aldus passeren J.L. Heldring, E.H. Kossmann, natuurlijk Edmund Burke himself, Alexis de Tocqueville, Winston Churchill, Dietrich Bonhoeffer, Leo Strauss en nog anderen. In het voorbijgaan, vallen ook de namen Van Riel, Wiegel, Bolkestein, Cliteur en Kinneging. Kan ik me met dit gezelschap identificeren? Velen in mijn omgeving knappen op ten minste enkele van deze namen bij voorbaat af. Ik niet! Ik kan hooguit zeggen dat ik mij niet met allemaal vereenzelvig en met geen ervan, misschien op Heldring na, over de hele linie. Maar mijn gevoel van verwantschap met de meesten is groot genoeg om van mij een conservatief te maken.

Dat waren de personen, nu de denkbeelden. Het valt meteen al op dat het conservatisme geen absoluut, maar een relatief ideaal vertegenwoordigt. Het keert zich tegen het utopisme en het radicalisme van zijn tijd en verandert dus ook met de tijd van inhoud. Een achttiende-eeuwer als Burke richt zich tegen het rationalisme en het anti-clericalisme van de Verlichtingsfilosofen, terwijl een eigentijdse conservatieve denker deze idealen al lang heeft geabsorbeerd en zich eerder zal opwinden over de uitdijende verzorgingsstaat, de nivelleringspogingen in het onderwijs of de Überfremdung van onze samenleving. Maar ook eigentijdse conservatieven vormen nog een bont gezelschap. Er is zoveel sociale dynamiek op zoveel fronten dat je handen tekort komt om het bestaande te beschermen. Er is dus thematische specialisatie. En er zijn verschillen in temperament. Je hebt reactionaire conservatieven die de Verenigde Staten willen terugbrengen tot een Christelijke heilstaat, om te beginnen door abortus en euthanasie af te schaffen. Je hebt liberale conservatieven die het marktbeginsel omhelzen en de rol van de staat willen terugdringen: minder belastingen, minder sociale zekerheid, meer overlaten aan de burgers! En je hebt nationalistische conservatieven die vaak niet gecharmeerd zijn van de markt en zeker niet van de globalisering, maar die de nationale identiteit, met de daarbij behorende symbolen, willen handhaven.

Op deze punten begint mijn loyaliteit te wankelen. Ik ben niet tegen abortus en vind dat euthanasie gefaciliteerd moet worden. Ik heb het niet op godsdienstig conservatisme en eigenlijk niet op godsdienst in het algemeen, terwijl veel conservatieven godsdienst een goed ding vinden, zo niet voor zichzelf, dan toch voor anderen. Ik spring, met de conservatieven, wel op de bres voor de westerse beschaving en ik verwerp het multiculturalisme, maar niet op de stramme manier van Verdonk en Wilders. In het manifest van de Edmund Burke Stichting uit 2004 lees ik dat internationale verdragen die een uiterst restrictief toelatingsbeleid in de weg staan zonder aarzelen opgezegd moeten worden. ‘Een soevereine staat hoeft zich niets gelegen te laten liggen aan regels van internationaal recht die tegen het nationale belang indruisen.’ * Dat gaat mij net iets te ver. En ik vind het niet erg als de Nederlandse identiteit gaandeweg verloren gaat (als het maar niet via een geforceerde integratie in een slecht functionerende EU hoeft). Ik verkies de markt boven een socialistische planeconomie (wie niet!), maar ik geloof niet dat alle dienstverlening via de markt moet verlopen. Vanaf nu eerder wat minder dan wat meer, wat mij betreft. En ik geloof ook al niet in een verlegging van de staatsmacht naar de burgers en hun organisaties of naar de lagere overheden. Ik ben voor het behoud van een goede sociale zekerheid, ook als daarvan misbruik wordt gemaakt. Een welvarend land moet wat ballast kunnen dragen. Laten we de Amerikaanse sociale onbarmhartigheid niet in Nederland invoeren, zoals Spruyt graag zou zien.

Met mijn kijk op de wereld val ik dus alsnog uit de conservatieve boot, maar door mijn weerstand tegen radicalisme bungel ik toch nog aan de verschansing. De conservatieven, behoudens die van het inktzwarte soort, prefereren geleidelijke veranderingen en pragmatisch bestuur boven grote, ideologisch gemotiveerde ingrepen en in die voorkeur kan ik mij vinden.
Er zijn hier geen misstanden die een revolutie rechtvaardigen.
Schoon schip? De bezem erdoor? Liever niet!
Degenen die zich zo graag van deze slogans bedienen zijn altijd erger dan wat zij bestrijden. Vastgeroeste structuren? Stroperigheid? Haagse achterkamertjespolitiek? Houwen zo!
* De crisis in Nederland en het conservatieve antwoord. Edmund Burke Stichting, Den Haag 2004, p.17
 
*********************************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl
 


© 2007 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Ben ik conservatief? Carlo van Praag
0001 BS Carlo
Mijn bijdragen aan De Leunstoel overziend, kom ik mijzelf tegen en constateer het volgende:
Ik houd niet van lawaai dat ons onder de naam muziek uit cafe’s, uit auto’s, van bouwplaatsen, van het stadsplein en van waar eigenlijk niet, tegemoet galmt en ons achtervolgt in supermarkten, liften, wachtkamers en waarschijnlijk binnenkort in het openbaar vervoer. Deze toenemende vertettering van het leven is mij een gruwel. Ik lijd er fysiek onder. Ik heb het ook niet op nieuwbouw in oude binnensteden: liever Anton Pieck dan een architect met een visie. Ik ben tegen de desalfabetisering en ontscholing die ons als ‘het nieuwe leren’ wordt voorgeschoteld. Ik betreur de toenemende minachting voor informatie die wij in deze ‘informatiesamenleving’ kunnen waarnemen, het best nog in een langzamerhand geheel verkwizt en verzeept televisieaanbod. Ik ben tegen de uitbreiding van de EU en zou graag enkele toegetredenen, en niet eens alleen de meest recente, er weer uitgooien. Laat ik eraan toevoegen dat ik al tijden niet op een linkse partij heb gestemd en dat ik de auto’s steeds lelijker vind. De kleren in de etalages ook! Ik spreek onbekenden nog met u aan en scheer me met een mesje. Zou ik conservatief zijn?

Ik wil in deze niet tot een overhaast besluit komen.
Wel wil ik meteen toegeven dat ik conservatisme als persoonlijke eigenschap met mij meedraag. Ik zet mij bijna altijd schrap als ik me aan iets nieuws moet aanpassen, of het nu de voorrangsregels in het verkeer zijn of een nieuwe versie van Windows. En zodra ik eraan ben gewend, raak ik eraan gehecht, hetgeen meteen de bron van weerstand is tegen een volgende verandering.

Maar dat impliceert niet dat ik het conservatisme als politieke beweging of geestelijke stroming omhels. Om mijn positie ten aanzien hiervan te bepalen heb ik een boek over het conservatisme geraadpleegd dat mij als toetssteen kan dienen. De auteur is Bart-Jan Spruyt, bekend van de Edmund Burke Stichting en van een korte flirtation met Wilders en zijn partij. Het boek heet dan ook ‘Lof van het conservatisme,’ maar het is meer dan dat. Het is een heel bruikbare en goed geschreven analyse van het conservatisme in diverse tijdperken. De beschouwing is grotendeels opgetrokken rond figuren in heden en verleden die Spruyt, krachtens hun denkbeelden, als dragers van het conservatieve ideaal beschouwt. Aldus passeren J.L. Heldring, E.H. Kossmann, natuurlijk Edmund Burke himself, Alexis de Tocqueville, Winston Churchill, Dietrich Bonhoeffer, Leo Strauss en nog anderen. In het voorbijgaan, vallen ook de namen Van Riel, Wiegel, Bolkestein, Cliteur en Kinneging. Kan ik me met dit gezelschap identificeren? Velen in mijn omgeving knappen op ten minste enkele van deze namen bij voorbaat af. Ik niet! Ik kan hooguit zeggen dat ik mij niet met allemaal vereenzelvig en met geen ervan, misschien op Heldring na, over de hele linie. Maar mijn gevoel van verwantschap met de meesten is groot genoeg om van mij een conservatief te maken.

Dat waren de personen, nu de denkbeelden. Het valt meteen al op dat het conservatisme geen absoluut, maar een relatief ideaal vertegenwoordigt. Het keert zich tegen het utopisme en het radicalisme van zijn tijd en verandert dus ook met de tijd van inhoud. Een achttiende-eeuwer als Burke richt zich tegen het rationalisme en het anti-clericalisme van de Verlichtingsfilosofen, terwijl een eigentijdse conservatieve denker deze idealen al lang heeft geabsorbeerd en zich eerder zal opwinden over de uitdijende verzorgingsstaat, de nivelleringspogingen in het onderwijs of de Überfremdung van onze samenleving. Maar ook eigentijdse conservatieven vormen nog een bont gezelschap. Er is zoveel sociale dynamiek op zoveel fronten dat je handen tekort komt om het bestaande te beschermen. Er is dus thematische specialisatie. En er zijn verschillen in temperament. Je hebt reactionaire conservatieven die de Verenigde Staten willen terugbrengen tot een Christelijke heilstaat, om te beginnen door abortus en euthanasie af te schaffen. Je hebt liberale conservatieven die het marktbeginsel omhelzen en de rol van de staat willen terugdringen: minder belastingen, minder sociale zekerheid, meer overlaten aan de burgers! En je hebt nationalistische conservatieven die vaak niet gecharmeerd zijn van de markt en zeker niet van de globalisering, maar die de nationale identiteit, met de daarbij behorende symbolen, willen handhaven.

Op deze punten begint mijn loyaliteit te wankelen. Ik ben niet tegen abortus en vind dat euthanasie gefaciliteerd moet worden. Ik heb het niet op godsdienstig conservatisme en eigenlijk niet op godsdienst in het algemeen, terwijl veel conservatieven godsdienst een goed ding vinden, zo niet voor zichzelf, dan toch voor anderen. Ik spring, met de conservatieven, wel op de bres voor de westerse beschaving en ik verwerp het multiculturalisme, maar niet op de stramme manier van Verdonk en Wilders. In het manifest van de Edmund Burke Stichting uit 2004 lees ik dat internationale verdragen die een uiterst restrictief toelatingsbeleid in de weg staan zonder aarzelen opgezegd moeten worden. ‘Een soevereine staat hoeft zich niets gelegen te laten liggen aan regels van internationaal recht die tegen het nationale belang indruisen.’ * Dat gaat mij net iets te ver. En ik vind het niet erg als de Nederlandse identiteit gaandeweg verloren gaat (als het maar niet via een geforceerde integratie in een slecht functionerende EU hoeft). Ik verkies de markt boven een socialistische planeconomie (wie niet!), maar ik geloof niet dat alle dienstverlening via de markt moet verlopen. Vanaf nu eerder wat minder dan wat meer, wat mij betreft. En ik geloof ook al niet in een verlegging van de staatsmacht naar de burgers en hun organisaties of naar de lagere overheden. Ik ben voor het behoud van een goede sociale zekerheid, ook als daarvan misbruik wordt gemaakt. Een welvarend land moet wat ballast kunnen dragen. Laten we de Amerikaanse sociale onbarmhartigheid niet in Nederland invoeren, zoals Spruyt graag zou zien.

Met mijn kijk op de wereld val ik dus alsnog uit de conservatieve boot, maar door mijn weerstand tegen radicalisme bungel ik toch nog aan de verschansing. De conservatieven, behoudens die van het inktzwarte soort, prefereren geleidelijke veranderingen en pragmatisch bestuur boven grote, ideologisch gemotiveerde ingrepen en in die voorkeur kan ik mij vinden.
Er zijn hier geen misstanden die een revolutie rechtvaardigen.
Schoon schip? De bezem erdoor? Liever niet!
Degenen die zich zo graag van deze slogans bedienen zijn altijd erger dan wat zij bestrijden. Vastgeroeste structuren? Stroperigheid? Haagse achterkamertjespolitiek? Houwen zo!
* De crisis in Nederland en het conservatieve antwoord. Edmund Burke Stichting, Den Haag 2004, p.17
 
*********************************************
De Leunstoel is gebouwd door Peppered.
Ga voor informatie over dat bureau naar www.peppered.nl
 
© 2007 Carlo van Praag
powered by CJ2