archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Moezla, Moezla, zorg goed ... Fokke Zwaan

1312VG ZoniDoor een vriend werd ik geattendeerd op een lezing in boekhandel Wagner in Sassenheim, door Zoni Weisz. Ik had nog nooit van de man gehoord. Er was een flinke belangstelling, ik schat een kleine honderd man. Zoni Weisz (1938) vertelde over zijn achtergrond en de vervolging door de nazi’s. Over zijn leven en idealen na de oorlog.

Hij is een Sinto, behoort dus tot de Sinti, een nomadisch volk oorspronkelijk afkomstig uit de regio India-Pakistan. Samen met de Roma worden ze ook aangeduid als ‘zigeuners’, wat zij als denigrerend ervaren.

Zoni (ik zeg maar Zoni) vertelde over zijn volk en zijn jeugd. Met het gezin (vader, moeder, vier kinderen) en paard en wagen trekkend van stad naar stad. Een andere tijd dan nu. De kost verdienen met muziek en handel in spullen. De herinnering dat hij als vijfjarige jongen voor het eerst van zijn vader, voor ‘op de plank’, alleen de teugels van het paard mocht vasthouden. Tijdens de bezetting door de Duitsers leek het er aanvankelijk op dat de Sinti en Roma min of meer met rust gelaten zouden worden, hoewel zij in de persoonsbewijzen ter onderscheid wel een Z hadden staan. Zoni’s vader vertrouwde het niet en besloot dat het gezin in 1942 maar in een huis moest gaan wonen, in Zutphen. En Zoni kon vanaf dat moment naar school, in die tijd voor Sinti nog ongebruikelijk.

Op 15 mei 1944 kreeg het gezin bezoek van een tante, die met haar gezin en wagen in Vorden stond, een paar kilometer verderop. Aan het eind van de dag werd besloten dat Zoni een paar dagen bij zijn tante zou logeren.

De volgende dag, op 16 mei 1944, begon in alle vroegte een landelijke razzia, waarmee de Duitsers in één keer alle ‘zigeuners en zigeuner-achtigen’ in het hele land wilden oppakken en afvoeren naar Westerbork. Overigens werd deze razzia uitgevoerd door Nederlandse politieagenten, er kwam geen Duitser aan te pas.
De tante van Zoni kreeg al vroeg in de ochtend te horen dat ook Zoni’s ouders en zijn broer en zusjes waren opgepakt. Er was geen tijd te verliezen, en met slechts een paar meegegriste spullen vluchtten ze, de velden en bossen in, waar ze een paar dagen rondzwierven. Tot ze inzagen dat er geen uitweg was en ze zich overgaven aan de politie. Er was geen gelegenheid meer ze naar Westerbork te brengen, op het station Assen zouden ze op de zigeunertrein naar Auschwitz gezet worden. Juist dit transport, deze trein van 19 mei 1944, is in Westerbork gefilmd bij het vertrek, door Rudolf Breslauer. Bekend geworden is het Sinti-meisje met de hoofddoek in de deur van de treinwagon, Settela Steinbach.

Zoni en zijn tante Moezla plus haar kinderen werden door Nederlandse agenten naar het station Assen gebracht. Terwijl ze op het perron wachtten zei een van de agenten voorzichtig dat als hij zijn pet even zou oplichten, ze moesten rennen voor hun leven. Maar waar naartoe? De trein kwam het station binnen. Zoni zag meteen waar zijn ouders in de trein zaten, een blauw jasje van zijn zusje hing voor de getraliede bovenvensters. Een drukte van jewelste op het perron. Agenten en militairen liepen af en aan, en aan de andere kant van het perron stond ook nog de gewone trein Groningen – Zwolle. De agent nam even zijn pet af. Tussen de mensen door zigzaggend rende Zoni met zijn tante over het perron en ze sprongen in de trein naar Zwolle, aan de andere kant van het perron. Het laatste dat hij hoorde was zijn vader, die uit de trein aan de andere kant riep: ‘Moezla, Moezla, zorg goed voor mijn jongen!’
De treinen zetten zich in tegenovergestelde richtingen in beweging.

Zoni heeft de oorlog overleefd. Hij is de confrontatie met het verleden aangegaan en ging naar Westerbork, naar Auschwitz waar zijn moeder, broer en zusjes werden vermoord, naar Mittelbau-Dora, waar zijn vader werd vermoord.
Met vallen en opstaan vond hij zijn weg en ontwikkelde zich tot topbloemist en ontwerper. Over de hele wereld en zelfs voor het Koninklijk Huis. Zijn laatste opdracht was de decoratie van de Beurs van Berlage en de Nieuwe Kerk bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima, in 2002.

Voor en na zijn pensionering zette Zoni zich meer en meer in voor de belangen van Sinti en Roma en voor de erkenning van het leed dat zij ondervonden door de nazi-vervolging. Zoni zit in het nationale en internationale Auschwitz-Comité en houdt lezingen over de Holocaust en hedendaags racisme. In binnen- en buitenland, in een boekhandel in Sassenheim, voor de Verenigde Naties; en op 27 januari 2011, bij de herdenking van de Holocaust, voor de Duitse Bondsdag, in het Rijksdaggebouw in Berlijn.
Een bijzonder verhaal: aangrijpend, ontroerend en inspirerend.

Zoni Weisz, De vergeten Holocaust

------
Bestel uw boeken en wat al niet
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!


© 2016 Fokke Zwaan meer Fokke Zwaan - meer "De wereldliteratuur roept"
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Moezla, Moezla, zorg goed ... Fokke Zwaan
1312VG ZoniDoor een vriend werd ik geattendeerd op een lezing in boekhandel Wagner in Sassenheim, door Zoni Weisz. Ik had nog nooit van de man gehoord. Er was een flinke belangstelling, ik schat een kleine honderd man. Zoni Weisz (1938) vertelde over zijn achtergrond en de vervolging door de nazi’s. Over zijn leven en idealen na de oorlog.

Hij is een Sinto, behoort dus tot de Sinti, een nomadisch volk oorspronkelijk afkomstig uit de regio India-Pakistan. Samen met de Roma worden ze ook aangeduid als ‘zigeuners’, wat zij als denigrerend ervaren.

Zoni (ik zeg maar Zoni) vertelde over zijn volk en zijn jeugd. Met het gezin (vader, moeder, vier kinderen) en paard en wagen trekkend van stad naar stad. Een andere tijd dan nu. De kost verdienen met muziek en handel in spullen. De herinnering dat hij als vijfjarige jongen voor het eerst van zijn vader, voor ‘op de plank’, alleen de teugels van het paard mocht vasthouden. Tijdens de bezetting door de Duitsers leek het er aanvankelijk op dat de Sinti en Roma min of meer met rust gelaten zouden worden, hoewel zij in de persoonsbewijzen ter onderscheid wel een Z hadden staan. Zoni’s vader vertrouwde het niet en besloot dat het gezin in 1942 maar in een huis moest gaan wonen, in Zutphen. En Zoni kon vanaf dat moment naar school, in die tijd voor Sinti nog ongebruikelijk.

Op 15 mei 1944 kreeg het gezin bezoek van een tante, die met haar gezin en wagen in Vorden stond, een paar kilometer verderop. Aan het eind van de dag werd besloten dat Zoni een paar dagen bij zijn tante zou logeren.

De volgende dag, op 16 mei 1944, begon in alle vroegte een landelijke razzia, waarmee de Duitsers in één keer alle ‘zigeuners en zigeuner-achtigen’ in het hele land wilden oppakken en afvoeren naar Westerbork. Overigens werd deze razzia uitgevoerd door Nederlandse politieagenten, er kwam geen Duitser aan te pas.
De tante van Zoni kreeg al vroeg in de ochtend te horen dat ook Zoni’s ouders en zijn broer en zusjes waren opgepakt. Er was geen tijd te verliezen, en met slechts een paar meegegriste spullen vluchtten ze, de velden en bossen in, waar ze een paar dagen rondzwierven. Tot ze inzagen dat er geen uitweg was en ze zich overgaven aan de politie. Er was geen gelegenheid meer ze naar Westerbork te brengen, op het station Assen zouden ze op de zigeunertrein naar Auschwitz gezet worden. Juist dit transport, deze trein van 19 mei 1944, is in Westerbork gefilmd bij het vertrek, door Rudolf Breslauer. Bekend geworden is het Sinti-meisje met de hoofddoek in de deur van de treinwagon, Settela Steinbach.

Zoni en zijn tante Moezla plus haar kinderen werden door Nederlandse agenten naar het station Assen gebracht. Terwijl ze op het perron wachtten zei een van de agenten voorzichtig dat als hij zijn pet even zou oplichten, ze moesten rennen voor hun leven. Maar waar naartoe? De trein kwam het station binnen. Zoni zag meteen waar zijn ouders in de trein zaten, een blauw jasje van zijn zusje hing voor de getraliede bovenvensters. Een drukte van jewelste op het perron. Agenten en militairen liepen af en aan, en aan de andere kant van het perron stond ook nog de gewone trein Groningen – Zwolle. De agent nam even zijn pet af. Tussen de mensen door zigzaggend rende Zoni met zijn tante over het perron en ze sprongen in de trein naar Zwolle, aan de andere kant van het perron. Het laatste dat hij hoorde was zijn vader, die uit de trein aan de andere kant riep: ‘Moezla, Moezla, zorg goed voor mijn jongen!’
De treinen zetten zich in tegenovergestelde richtingen in beweging.

Zoni heeft de oorlog overleefd. Hij is de confrontatie met het verleden aangegaan en ging naar Westerbork, naar Auschwitz waar zijn moeder, broer en zusjes werden vermoord, naar Mittelbau-Dora, waar zijn vader werd vermoord.
Met vallen en opstaan vond hij zijn weg en ontwikkelde zich tot topbloemist en ontwerper. Over de hele wereld en zelfs voor het Koninklijk Huis. Zijn laatste opdracht was de decoratie van de Beurs van Berlage en de Nieuwe Kerk bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima, in 2002.

Voor en na zijn pensionering zette Zoni zich meer en meer in voor de belangen van Sinti en Roma en voor de erkenning van het leed dat zij ondervonden door de nazi-vervolging. Zoni zit in het nationale en internationale Auschwitz-Comité en houdt lezingen over de Holocaust en hedendaags racisme. In binnen- en buitenland, in een boekhandel in Sassenheim, voor de Verenigde Naties; en op 27 januari 2011, bij de herdenking van de Holocaust, voor de Duitse Bondsdag, in het Rijksdaggebouw in Berlijn.
Een bijzonder verhaal: aangrijpend, ontroerend en inspirerend.

Zoni Weisz, De vergeten Holocaust

------
Bestel uw boeken en wat al niet
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2016 Fokke Zwaan
powered by CJ2