archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Het Zuid-Hollands volkslied (2) Carlo van Praag

1220VG OmmenWij verbleven in het Overijsselse Vechtdal tussen ongetemde rivieren, eindeloze wouden en diepe meren. Onze gehuurde blokhut lag aan een van deze meren en op het erf bevond zich een nietig scheepje. De ’Potemkin’, was weliswaar in slechte staat, maar toch begon mijn zeemanshart sneller te kloppen. Ten derde dag voer ik met haar uit, nadat ik de bodem van het vaartuig met de schaarse mij ter beschikking staande middelen had gedicht. Ik ging scheep zonder mijn bemanning, want die wilde ik niet blootstellen aan het gevaar van een schipbreuk. Tot mijn voldoening maakte het schip vrijwel geen water. Overmoedig geworden gaf ik mij over aan een, gezien de toestand van het schip, onbezonnen manoeuvre. Het maakte slagzij, schepte water en kapseisde.

Ik geraakte uiteraard te water, maar behield mijn tegenwoordigheid van geest. Met de ene hand redde ik mijn bril met zijn extra dun geslepen, ontspiegelde, van cilinders voorziene, in ragfijn montuur gevatte glazen en met de andere hand greep ik de boot en begon die in de richting van de oever te duwen, dit nadat ik nog snel de coördinaten van de plaats des onheils in het hoofd prentte: 52°  29’ 16” N.B. en 6° 53’14” W.L. Ik slaagde er evenwel niet in om het vaartuig boven water te houden. Mijn taak werd zwaarder en zwaarder en ten slotte ontglipte het schip mijn verkrampte vingers en zonk naar een peilloze diepte. Uitgeput en onderkoeld wist ik zelf het land te bereiken. Het duister viel al en wij moesten afzien van een zoektocht met het door ons voor de vakantie aangeschafte opblaasbootje uit de speelgoedwinkel.

Verslagen zaten wij die avond bijeen. Zou de ‘Potemkin’ voorgoed verloren zijn?

De volgende dag begonnen wij alsnog een zoektocht met de opblaasboot en ander drijfmateriaal. Na uren rondvaren en herhaaldelijk peilen meende een onzer het wrak in de diepte te bespeuren, maar dan nog bezaten wij niet de middelen om het te bergen. Bovendien miste de opblaasboot een anker en konden wij de vermoedelijke plaats van het gezonken schip niet markeren. Terwijl de anderen verder dobberden, keerde ik terug naar de wal om mij te beraden op verdere stappen. Moest ik in contact treden met de kustwacht? Scheepswerven bezoeken voor de aanschaf van een ‘Potemkin II’?

Toen ontwaarde ik enkele personen aan de overzijde van het meer. Zonder bedenken stortte ik mij wederom in het ijskoude water en zwom met krachtige slagen derwaarts. Ik begroette de aanwezigen in de volkstaal en zette mijn probleem uiteen.
‘Voorwaar, heer recreant, U treft het’, zei één hunner in voortreffelijk Nederlands ‘ik ben duiker. Waar zou uw schip ongeveer liggen?’ Ik gaf hem een schatting van1220VG Potemkin de coördinaten en luttele minuten later was hij ter plaatse. Hij verdween onder de waterspiegel en kwam pas na geruime tijd boven met … in zijn hand de oranje landvast van de  ‘Potemkin’. Ik schoot te hulp en samen wisten wij het vaartuig te bergen.

Die avond ontvingen wij onze redder in ons schamele onderkomen. Hij had zijn vrouw meegebracht, een Tubantische, nog jeugdig, maar haar trekken toch al getuigend van het harde leven daar in het oosten des lands. Wij serveerden een maaltijd op basis van regionale producten, waarbij de Sallandse wijn rijkelijk vloeide. Aldus geanimeerd hief onze redder een Twents zeemanslied aan, waarbij wij natuurlijk niet konden achterblijven. Wij zongen uit volle borst het Zuid-Hollandse volkslied.

Zuid-Holland met je weiden en 't grazende vee,
Je molens, je duinen, je strand en je zee,
Je plassen en meren, aan schoonheid zo rijk,
Je grote rivieren, betoomd door de dijk,
Je akkers met graan, waar de wind overgaat,
Je bloembollenvelden in kleurig gewaad!
Aan jou o, Zuid-Holland, mijn heerlijk land, mijn heerlijk land,
Aan jou o, Zuid-Holland, heb ik mijn hart verpand!


Zuid-Holland, je hoofdstad zo mooi en zo oud,
Je weids 's-Gravenhage, met Plein en Voorhout,
Daar vindt men 't bestuur van Provincie en Land,
Daar wonen ook ambassadeur en gezant.
Daar gingen de graven van Holland op jacht,
Daar zetelt Oranjes doorluchtig geslacht!
Aan jou, o Zuid-Holland, historisch land, historisch land
Aan jou, o Zuid-Holland, heb ik mijn hart verpand!


Nog vele liederen volgden. Het werd een avond om nooit te vergeten.

Voor verdere toeristische informatie verwijs ik naar de VVV in Ommen.
vvv-informatiepunten-ommen-en-omgeving

-------------------------------------------------
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren
--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!


© 2015 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "De wereldliteratuur roept"
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Het Zuid-Hollands volkslied (2) Carlo van Praag
1220VG OmmenWij verbleven in het Overijsselse Vechtdal tussen ongetemde rivieren, eindeloze wouden en diepe meren. Onze gehuurde blokhut lag aan een van deze meren en op het erf bevond zich een nietig scheepje. De ’Potemkin’, was weliswaar in slechte staat, maar toch begon mijn zeemanshart sneller te kloppen. Ten derde dag voer ik met haar uit, nadat ik de bodem van het vaartuig met de schaarse mij ter beschikking staande middelen had gedicht. Ik ging scheep zonder mijn bemanning, want die wilde ik niet blootstellen aan het gevaar van een schipbreuk. Tot mijn voldoening maakte het schip vrijwel geen water. Overmoedig geworden gaf ik mij over aan een, gezien de toestand van het schip, onbezonnen manoeuvre. Het maakte slagzij, schepte water en kapseisde.

Ik geraakte uiteraard te water, maar behield mijn tegenwoordigheid van geest. Met de ene hand redde ik mijn bril met zijn extra dun geslepen, ontspiegelde, van cilinders voorziene, in ragfijn montuur gevatte glazen en met de andere hand greep ik de boot en begon die in de richting van de oever te duwen, dit nadat ik nog snel de coördinaten van de plaats des onheils in het hoofd prentte: 52°  29’ 16” N.B. en 6° 53’14” W.L. Ik slaagde er evenwel niet in om het vaartuig boven water te houden. Mijn taak werd zwaarder en zwaarder en ten slotte ontglipte het schip mijn verkrampte vingers en zonk naar een peilloze diepte. Uitgeput en onderkoeld wist ik zelf het land te bereiken. Het duister viel al en wij moesten afzien van een zoektocht met het door ons voor de vakantie aangeschafte opblaasbootje uit de speelgoedwinkel.

Verslagen zaten wij die avond bijeen. Zou de ‘Potemkin’ voorgoed verloren zijn?

De volgende dag begonnen wij alsnog een zoektocht met de opblaasboot en ander drijfmateriaal. Na uren rondvaren en herhaaldelijk peilen meende een onzer het wrak in de diepte te bespeuren, maar dan nog bezaten wij niet de middelen om het te bergen. Bovendien miste de opblaasboot een anker en konden wij de vermoedelijke plaats van het gezonken schip niet markeren. Terwijl de anderen verder dobberden, keerde ik terug naar de wal om mij te beraden op verdere stappen. Moest ik in contact treden met de kustwacht? Scheepswerven bezoeken voor de aanschaf van een ‘Potemkin II’?

Toen ontwaarde ik enkele personen aan de overzijde van het meer. Zonder bedenken stortte ik mij wederom in het ijskoude water en zwom met krachtige slagen derwaarts. Ik begroette de aanwezigen in de volkstaal en zette mijn probleem uiteen.
‘Voorwaar, heer recreant, U treft het’, zei één hunner in voortreffelijk Nederlands ‘ik ben duiker. Waar zou uw schip ongeveer liggen?’ Ik gaf hem een schatting van1220VG Potemkin de coördinaten en luttele minuten later was hij ter plaatse. Hij verdween onder de waterspiegel en kwam pas na geruime tijd boven met … in zijn hand de oranje landvast van de  ‘Potemkin’. Ik schoot te hulp en samen wisten wij het vaartuig te bergen.

Die avond ontvingen wij onze redder in ons schamele onderkomen. Hij had zijn vrouw meegebracht, een Tubantische, nog jeugdig, maar haar trekken toch al getuigend van het harde leven daar in het oosten des lands. Wij serveerden een maaltijd op basis van regionale producten, waarbij de Sallandse wijn rijkelijk vloeide. Aldus geanimeerd hief onze redder een Twents zeemanslied aan, waarbij wij natuurlijk niet konden achterblijven. Wij zongen uit volle borst het Zuid-Hollandse volkslied.

Zuid-Holland met je weiden en 't grazende vee,
Je molens, je duinen, je strand en je zee,
Je plassen en meren, aan schoonheid zo rijk,
Je grote rivieren, betoomd door de dijk,
Je akkers met graan, waar de wind overgaat,
Je bloembollenvelden in kleurig gewaad!
Aan jou o, Zuid-Holland, mijn heerlijk land, mijn heerlijk land,
Aan jou o, Zuid-Holland, heb ik mijn hart verpand!


Zuid-Holland, je hoofdstad zo mooi en zo oud,
Je weids 's-Gravenhage, met Plein en Voorhout,
Daar vindt men 't bestuur van Provincie en Land,
Daar wonen ook ambassadeur en gezant.
Daar gingen de graven van Holland op jacht,
Daar zetelt Oranjes doorluchtig geslacht!
Aan jou, o Zuid-Holland, historisch land, historisch land
Aan jou, o Zuid-Holland, heb ik mijn hart verpand!


Nog vele liederen volgden. Het werd een avond om nooit te vergeten.

Voor verdere toeristische informatie verwijs ik naar de VVV in Ommen.
vvv-informatiepunten-ommen-en-omgeving

-------------------------------------------------
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren
--------------------------------------------------
Bestel uw boeken, CD's en nog veel meer
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2015 Carlo van Praag
powered by CJ2