archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Nederland als vervlogen droom Ewout Klei

1011VG Kleinpaste
Thijs Kleinpaste heeft een indrukwekkend boek geschreven. Zijn debuutboek Nederland als vervlogen droom is een feest der eruditie. De jonge D66-politicus verwijst in zijn essays naar beroemde Europese filosofen en schrijvers, de dissidente Chinese kunstenaar Ai Wei Wei en – heel žižekiaans – ook naar Batman en zijn nemesis Bane.
 
Kleinpastes betoog zelf doet er eigenlijk wat minder toe. Volgens Kleinpaste hebben nationale staten hun beste tijd gehad, maar al lezende over Isaiah Berlin, John Locke, Vladimir Nabokov, José Ortega y Gasset, Ayn Rand, Jean-Jacques Rousseau, Alexis de Tocqueville en vele anderen raakte ik ergens de draad kwijt. Die draadjes zijn er trouwens wel en komen uiteindelijk ook allemaal weer bij elkaar, maar doordat de schrijver vele zijpaden bewandelt raakt ook een belezen lezer verstrikt in het door Kleinpaste zo mooi gesponnen web. Het is an sich niet verkeerd dat Kleinpaste zijn eruditie zo etaleert, maar vanwege al deze intellectuele uitstapjes draait hij te veel om de kern van de zaak heen. Het boek bevat een grove weeffout.
 
Kern van Kleinpastes betoog is dus dat de natiestaat zijn beste tijd heeft gehad. Als gevolg van de Europese integratie enerzijds en de toenemende individualisering anderzijds hebben we volgens Kleinpaste een minder sterk natiebesef. We hebben nu meer ontplooiingskansen, dat is positief, maar minder solidariteit en minder het gevoel dat onze belangen wel goed worden vertegenwoordigd in de politiek, dat is negatief. Kleinpaste spreekt in dit verband over een vloeibare Verlichting en een vloeibare moderniteit, die door hun onoverzichtelijkheid de oude wereld ondermijnen.
Kleinpaste sluit verder aan bij de pessimistische analyse van de Franse diplomaat Jean-Marie Guéhenno, die in zijn boek Het einde van de democratie (1993) stelt dat we nu een ‘keizerlijk tijdperk’ zijn binnengegaan:
‘Het keizerlijk tijdperk heeft geen keizer noch centraal gezag, maar is simpelweg de geschiktste beeldspraak voor de richting waarin de wereld zich beweegt. In het keizerrijk zal macht hybride zijn, als een verschuivende kantlijn tussen elkaar beïnvloedende netwerken en sferen, waarbinnen men een balans moet zien te vinden en steeds opnieuw de vraag moet beantwoorden wie waar iets over te zeggen heeft, en wie daar dan weer invloed op mag uitoefenen.’
Met andere woorden, de Europese Unie met al haar verschillende bestuurslagen is een onoverzichtelijke bende. Burgers voelen zich daardoor niet door Europa vertegenwoordigd.
 
Kleinpaste heeft begrip voor het conservatieve onbehagen van mensen die de nieuwe tijd maar niks vinden en terugwillen naar vroeger. Thierry Baudet komt echter met onrealistische oplossingen en wil niet begrijpen dat de geschiedenis niet kan worden teruggedraaid. God is dood. De natiestaat is ook dood. Waar Baudet een discipel is van Joseph de Maistre, de reactionair die de realiteit van de moderniteit weigerde te erkennen, daar is Kleinpaste een discipel van De Tocqueville, de conservatieve denker die begreep dat verandering niet altijd vooruitgang betekent en tegelijkertijd besefte dat de wereld van vroeger een voorgoed verloren paradijs is. De overzichtelijke natiestaat zoals wij die kenden heeft enorm aan betekenis ingeboet en verdere Europese integratie is onvermijdelijk. Deal with it.
Om toch een beetje hoopvol te blijven pleit Kleinpaste voor een herwaardering van het lokale. Op lokaal niveau kan men de solidariteit en gemeenschapszin, het verloren paradijs, weer een beetje terugvinden dat men op nationaal niveau heeft verloren.
 
Nederland als verloren droom is een indrukkend boek. Toch valt het tegen. Ik had gehoopt op een nuchtere politieke analyse over de vertrouwenscrisis in Europa, waarom de nationalisten enerzijds en al te doorgedraaide Eurofielen anderzijds het bij het verkeerde eind hebben, en hoe we nu wel naar Europa moeten kijken. In plaats daarvan krijgt de lezer een tsunami van intellectuele parafernalia over zich heen gegoten, die bovendien dikwijls niet echt ter zake doet. Doordat Kleinpaste overal een boompje over wil opzetten is het bos veranderd in een doolhof. Met veel moeite kun je de uitgang vinden.
 
Ten slotte doet Nederland als vervlogen droom mij een beetje denken aan De ontdekking van de hemel, het veelgeprezen meesterwerk van Harry Mulisch. In De ontdekking van de hemel wil het verhaal ook maar niet opschieten, terwijl we een heleboel irrelevante informatie over ons heen gestort krijgen, van Karl Ludwig Sand die de conservatieve toneelschrijver August von Kotzebue vermoordde (ze komen in het boek van Kleinpaste niet voor, by the way) tot aan ome Koos die natuurlijk ome Joop den Uyl was. Wat De ontdekking van de hemel echter tot een waar leesgenot maakte voor mij, was dat er bij tijd en wijle stevig in geneukt werd. Misschien kan Kleinpaste dit meenemen voor zijn volgende boek.
 
*******************************
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren


© 2013 Ewout Klei meer Ewout Klei - meer "De wereldliteratuur roept"
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Nederland als vervlogen droom Ewout Klei
1011VG Kleinpaste
Thijs Kleinpaste heeft een indrukwekkend boek geschreven. Zijn debuutboek Nederland als vervlogen droom is een feest der eruditie. De jonge D66-politicus verwijst in zijn essays naar beroemde Europese filosofen en schrijvers, de dissidente Chinese kunstenaar Ai Wei Wei en – heel žižekiaans – ook naar Batman en zijn nemesis Bane.
 
Kleinpastes betoog zelf doet er eigenlijk wat minder toe. Volgens Kleinpaste hebben nationale staten hun beste tijd gehad, maar al lezende over Isaiah Berlin, John Locke, Vladimir Nabokov, José Ortega y Gasset, Ayn Rand, Jean-Jacques Rousseau, Alexis de Tocqueville en vele anderen raakte ik ergens de draad kwijt. Die draadjes zijn er trouwens wel en komen uiteindelijk ook allemaal weer bij elkaar, maar doordat de schrijver vele zijpaden bewandelt raakt ook een belezen lezer verstrikt in het door Kleinpaste zo mooi gesponnen web. Het is an sich niet verkeerd dat Kleinpaste zijn eruditie zo etaleert, maar vanwege al deze intellectuele uitstapjes draait hij te veel om de kern van de zaak heen. Het boek bevat een grove weeffout.
 
Kern van Kleinpastes betoog is dus dat de natiestaat zijn beste tijd heeft gehad. Als gevolg van de Europese integratie enerzijds en de toenemende individualisering anderzijds hebben we volgens Kleinpaste een minder sterk natiebesef. We hebben nu meer ontplooiingskansen, dat is positief, maar minder solidariteit en minder het gevoel dat onze belangen wel goed worden vertegenwoordigd in de politiek, dat is negatief. Kleinpaste spreekt in dit verband over een vloeibare Verlichting en een vloeibare moderniteit, die door hun onoverzichtelijkheid de oude wereld ondermijnen.
Kleinpaste sluit verder aan bij de pessimistische analyse van de Franse diplomaat Jean-Marie Guéhenno, die in zijn boek Het einde van de democratie (1993) stelt dat we nu een ‘keizerlijk tijdperk’ zijn binnengegaan:
‘Het keizerlijk tijdperk heeft geen keizer noch centraal gezag, maar is simpelweg de geschiktste beeldspraak voor de richting waarin de wereld zich beweegt. In het keizerrijk zal macht hybride zijn, als een verschuivende kantlijn tussen elkaar beïnvloedende netwerken en sferen, waarbinnen men een balans moet zien te vinden en steeds opnieuw de vraag moet beantwoorden wie waar iets over te zeggen heeft, en wie daar dan weer invloed op mag uitoefenen.’
Met andere woorden, de Europese Unie met al haar verschillende bestuurslagen is een onoverzichtelijke bende. Burgers voelen zich daardoor niet door Europa vertegenwoordigd.
 
Kleinpaste heeft begrip voor het conservatieve onbehagen van mensen die de nieuwe tijd maar niks vinden en terugwillen naar vroeger. Thierry Baudet komt echter met onrealistische oplossingen en wil niet begrijpen dat de geschiedenis niet kan worden teruggedraaid. God is dood. De natiestaat is ook dood. Waar Baudet een discipel is van Joseph de Maistre, de reactionair die de realiteit van de moderniteit weigerde te erkennen, daar is Kleinpaste een discipel van De Tocqueville, de conservatieve denker die begreep dat verandering niet altijd vooruitgang betekent en tegelijkertijd besefte dat de wereld van vroeger een voorgoed verloren paradijs is. De overzichtelijke natiestaat zoals wij die kenden heeft enorm aan betekenis ingeboet en verdere Europese integratie is onvermijdelijk. Deal with it.
Om toch een beetje hoopvol te blijven pleit Kleinpaste voor een herwaardering van het lokale. Op lokaal niveau kan men de solidariteit en gemeenschapszin, het verloren paradijs, weer een beetje terugvinden dat men op nationaal niveau heeft verloren.
 
Nederland als verloren droom is een indrukkend boek. Toch valt het tegen. Ik had gehoopt op een nuchtere politieke analyse over de vertrouwenscrisis in Europa, waarom de nationalisten enerzijds en al te doorgedraaide Eurofielen anderzijds het bij het verkeerde eind hebben, en hoe we nu wel naar Europa moeten kijken. In plaats daarvan krijgt de lezer een tsunami van intellectuele parafernalia over zich heen gegoten, die bovendien dikwijls niet echt ter zake doet. Doordat Kleinpaste overal een boompje over wil opzetten is het bos veranderd in een doolhof. Met veel moeite kun je de uitgang vinden.
 
Ten slotte doet Nederland als vervlogen droom mij een beetje denken aan De ontdekking van de hemel, het veelgeprezen meesterwerk van Harry Mulisch. In De ontdekking van de hemel wil het verhaal ook maar niet opschieten, terwijl we een heleboel irrelevante informatie over ons heen gestort krijgen, van Karl Ludwig Sand die de conservatieve toneelschrijver August von Kotzebue vermoordde (ze komen in het boek van Kleinpaste niet voor, by the way) tot aan ome Koos die natuurlijk ome Joop den Uyl was. Wat De ontdekking van de hemel echter tot een waar leesgenot maakte voor mij, was dat er bij tijd en wijle stevig in geneukt werd. Misschien kan Kleinpaste dit meenemen voor zijn volgende boek.
 
*******************************
Het plaatje is gemaakt door Henk Klaren
© 2013 Ewout Klei
powered by CJ2