archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Hardop lezen Maeve van der Steen

0610VG Gesproken boek
Ik lees voor. Niet voor één persoon maar voor tientallen, misschien wel duizenden mensen. Ik lees in een microfoon en het geluid wordt digitaal opgenomen en later op een cd-rom gezet die kan worden afgespeeld op een zogenaamde Daisy-speler.
Ik lees boeken in voor mensen die ‘niet op de gebruikelijke manier kunnen lezen’ zoals het officieel heet. Daaronder vallen blinden, slechtzienden, mensen die dyslectisch zijn – vroeger heette dat woordblind of leesblind – of zieken.

Lezen is fijn en voorlezen ook maar soms is hardop lezen hard werken.
Alles hangt af van de kwaliteit van de schrijver en de eventuele vertaler; wat mij is opgevallen in al die jaren dat ik dit werk doe is dat er verdomd weinig goed geschreven romans zijn.
Heb je een goed boek te pakken (je moet afwachten wat je krijgt en zelfs als je denkt: hoera, deze had een goede recensie, valt het vaak tegen) dan hoef je het alleen maar op je plankje te zetten en de zinnen uit je mond te laten rollen. Heerlijk!
Je moet wel even kijken of er veel vreemde woorden in voorkomen en de uitspraakregels van de betreffende taal (als je die niet toevallig al kent) erbij pakken. En dan beslissen hoe je de buitenlandse namen gaat uitspreken, helemaal zoals het hoort; dus bijvoorbeeld Kábul of gewoon zoals de meeste mensen de naam kennen: Kabúl. En dan natuurlijk consequent blijven en niet halverwege het laatste hoofdstuk denken: verrek welke uitspraak had ik nou ook weer gekozen, nou ik gok maar wat. Gelukkig is alles weer op te zoeken en af te luisteren, dankzij het Daisy opnamesysteem kan je heel makkelijk editen en met replace gewoon één zinnetje vervangen.

Een enkele keer moet je na een vergissing een list verzinnen. In de roman ‘Een braaf meisje’ van Saskia Profijt heet het broertje van de hoofdpersoon Robert. Argeloos sprak ik het talloze malen uit als Robbert. Zo wordt Robert meestal uitgesproken toch? Zegt de ik-figuur een paar bladzijden voor het eind van het boek: ‘De onderwijzer noemde hem weer Robbert terwijl mijn broer het zo belangrijk vindt dat je zijn naam goed uitspreekt: RObert! Ja wat doe je dan?
Heb de boel maar omgedraaid en in die zin van Robert Robbert gemaakt en van Robbert Robert. Sorry, Saskia Profijt!
Jammer als in die Amerikaanse detective aan het eind van het boek blijkt dat David een Fransman is. Laten we er maar vanuit gaan dat ze daar in Amerika de naam op zijn Amerikaans hebben uitgesproken.
Moest wel van mezelf het eerste stukje uit het boek met de hoofdpersoon Carol, wat ik op zijn Engels had uitgesproken, even overdoen toen in hoofdstuk twee grootvader het had over het bolletje van Carolletje.
Moet je zo’n boek dan niet van tevoren lezen? Nee dat doe ik niet meer, je bekijkt het natuurlijk wel van tevoren. Versprekingen maak je toch wel, voorbereid of niet, en je kan versprekingen eenvoudig herstellen. Ook geeft ‘a vue’ lezen een bijzondere frisheid aan de voordracht. Bovendien zou mijn uurloon, als ik het boek ook nog zou moeten voorbereiden, ver onder dat van een werkster dalen.

Heb je een matig of slecht boek te pakken, dan is het uit met de pret. Je struikelt over zinnen die niet lopen of ergert je groen en geel aan saaie passages en onwaarschijnlijke wendingen. Of een boek begint aardig en verzandt halverwege zodanig dat je denkt: zeg schrijver, had je van tevoren niet even kunnen bedenken hoe het verder moest met die figuur? ‘Dagboek van Lo’ bijvoorbeeld van Pia Pera, goed vertaald door Rosita Steenbeek, heeft een verrassend begin. Lolita vertelt vanuit het perspectief van Lolita zelf in plaats van dat van Humbert Humbert. Maar na 100 bladzijden is het klaar en had het boek uit moeten zijn.

Ook zie je steeds dezelfde dingen voorbijkomen.
IJverige jonge Amerkaanse schrijfsters die dol zijn op opsommingen en gedetailleerde beschrijvingen van interieurs waarbij de research-werkzaamheden er te duidelijk doorheen schemeren, vrouwelijke Amerikaanse detectives die de hele dag (als ze niet joggen) aan de koffie en de donuts zitten. Engelse chicklit waarin voortdurend met de ogen wordt gerold en met het voorhoofd gefronst.
Zuid-Amerikaanse romans met zinnen zo lang als een halve bladzijde, waarin je verstrikt raakt omdat de schrijver waarschijnlijk ook niet meer wist waar hij heen wilde en de vertaler al helemaal niet!
Boeken met juist korte zinnetjes met veel dialoog die lekker weglezen, bijvoorbeeld
‘Vrouwen van Hollywood’ van Jackie Collins. Boven verwachting vermakelijk ware het niet dat ik horendol werd van de volgende toevoegingen: ‘zei hij teleurgesteld’, ‘sprak zij verbaasd’, ‘vroeg ze uitdagend’, ‘voegde ze er vinnig aan toe’. Ik had namelijk de voorafgaande zinnen al respectievelijk teleurgesteld, verbaasd, uitdagend en vinnig uitgesproken! Kreeg de neiging stiekem die overbodige zinnetjes over te slaan, maar dat is niet de opdracht.
Omdat ik een vrouw ben moet ik bijna altijd romans met een vrouw in de hoofdrol lezen en die zijn meestal geschreven door een vrouw. Hierdoor krijg ik toch een wat eenzijdig beeld van de wereldliteratuur Ik was dan ook erg blij dat ik ‘De Opstandigen’ van Sándor Maraí mocht voorlezen. Geen topboek maar erg mooi van sfeer en uitstekend vertaald door Henry Kammer.
 
Slechte vertalingen zijn voor ons voorlezers wel de grootste bron van ergernis en wat komen ze veel voor. De vertaling van ‘Revolutionary Road’ kreeg een prijs maar liep voor geen meter.
Dat vertalen een kunst is wordt bij het voorlezen nog veel duidelijker dan als je een boek gewoon leest. Ik heb eens een vertaalster horen zeggen dat je eigenlijk iedere vertaalde zin voor jezelf moet oplezen, om te horen of het goed loopt. Ja, lieve vertalers, doe dat, en als je vreselijk struikelt weet je dat het resultaat niet deugt.
Wij voorlezers zullen dankbaar zijn en de luisteraars dus ook.
Want die luisteraars, dat anonieme publiek, daar gaat het uiteindelijk om. Dat mag niet merken dat ik soms met tegenzin een passage lees. De ‘gebruiker’ heeft recht op een neutrale en toch betrokken vertolking van het boek dat hij of zij heeft uitgekozen.
Ik doe mijn uiterste best en ben heel gelukkig met ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ van Paolo Giordano dat ik nu aan het lezen ben.

Wie wil weten hoe ik lees kan een fragmentje beluisteren door OBA in te tikken, zoeken in catalogus, Sándor Márai De Opstandigen en dan het boekje met ‘loket aangepast lezen’ aanklikken.

 
**************************************************
De Leunstoel zoekt twee mensen die het leuk vinden om te tekenen
en die bereid zijn om 2 à 3 illustraties per aflevering te maken.
Neem contact met ons op via www.deleunstoel.nl/nieuwsbrief.php
 
*********************************************************
Meer illustraties van Pascalle Karthaus op:


© 2009 Maeve van der Steen meer Maeve van der Steen - meer "De wereldliteratuur roept"
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Hardop lezen Maeve van der Steen
0610VG Gesproken boek
Ik lees voor. Niet voor één persoon maar voor tientallen, misschien wel duizenden mensen. Ik lees in een microfoon en het geluid wordt digitaal opgenomen en later op een cd-rom gezet die kan worden afgespeeld op een zogenaamde Daisy-speler.
Ik lees boeken in voor mensen die ‘niet op de gebruikelijke manier kunnen lezen’ zoals het officieel heet. Daaronder vallen blinden, slechtzienden, mensen die dyslectisch zijn – vroeger heette dat woordblind of leesblind – of zieken.

Lezen is fijn en voorlezen ook maar soms is hardop lezen hard werken.
Alles hangt af van de kwaliteit van de schrijver en de eventuele vertaler; wat mij is opgevallen in al die jaren dat ik dit werk doe is dat er verdomd weinig goed geschreven romans zijn.
Heb je een goed boek te pakken (je moet afwachten wat je krijgt en zelfs als je denkt: hoera, deze had een goede recensie, valt het vaak tegen) dan hoef je het alleen maar op je plankje te zetten en de zinnen uit je mond te laten rollen. Heerlijk!
Je moet wel even kijken of er veel vreemde woorden in voorkomen en de uitspraakregels van de betreffende taal (als je die niet toevallig al kent) erbij pakken. En dan beslissen hoe je de buitenlandse namen gaat uitspreken, helemaal zoals het hoort; dus bijvoorbeeld Kábul of gewoon zoals de meeste mensen de naam kennen: Kabúl. En dan natuurlijk consequent blijven en niet halverwege het laatste hoofdstuk denken: verrek welke uitspraak had ik nou ook weer gekozen, nou ik gok maar wat. Gelukkig is alles weer op te zoeken en af te luisteren, dankzij het Daisy opnamesysteem kan je heel makkelijk editen en met replace gewoon één zinnetje vervangen.

Een enkele keer moet je na een vergissing een list verzinnen. In de roman ‘Een braaf meisje’ van Saskia Profijt heet het broertje van de hoofdpersoon Robert. Argeloos sprak ik het talloze malen uit als Robbert. Zo wordt Robert meestal uitgesproken toch? Zegt de ik-figuur een paar bladzijden voor het eind van het boek: ‘De onderwijzer noemde hem weer Robbert terwijl mijn broer het zo belangrijk vindt dat je zijn naam goed uitspreekt: RObert! Ja wat doe je dan?
Heb de boel maar omgedraaid en in die zin van Robert Robbert gemaakt en van Robbert Robert. Sorry, Saskia Profijt!
Jammer als in die Amerikaanse detective aan het eind van het boek blijkt dat David een Fransman is. Laten we er maar vanuit gaan dat ze daar in Amerika de naam op zijn Amerikaans hebben uitgesproken.
Moest wel van mezelf het eerste stukje uit het boek met de hoofdpersoon Carol, wat ik op zijn Engels had uitgesproken, even overdoen toen in hoofdstuk twee grootvader het had over het bolletje van Carolletje.
Moet je zo’n boek dan niet van tevoren lezen? Nee dat doe ik niet meer, je bekijkt het natuurlijk wel van tevoren. Versprekingen maak je toch wel, voorbereid of niet, en je kan versprekingen eenvoudig herstellen. Ook geeft ‘a vue’ lezen een bijzondere frisheid aan de voordracht. Bovendien zou mijn uurloon, als ik het boek ook nog zou moeten voorbereiden, ver onder dat van een werkster dalen.

Heb je een matig of slecht boek te pakken, dan is het uit met de pret. Je struikelt over zinnen die niet lopen of ergert je groen en geel aan saaie passages en onwaarschijnlijke wendingen. Of een boek begint aardig en verzandt halverwege zodanig dat je denkt: zeg schrijver, had je van tevoren niet even kunnen bedenken hoe het verder moest met die figuur? ‘Dagboek van Lo’ bijvoorbeeld van Pia Pera, goed vertaald door Rosita Steenbeek, heeft een verrassend begin. Lolita vertelt vanuit het perspectief van Lolita zelf in plaats van dat van Humbert Humbert. Maar na 100 bladzijden is het klaar en had het boek uit moeten zijn.

Ook zie je steeds dezelfde dingen voorbijkomen.
IJverige jonge Amerkaanse schrijfsters die dol zijn op opsommingen en gedetailleerde beschrijvingen van interieurs waarbij de research-werkzaamheden er te duidelijk doorheen schemeren, vrouwelijke Amerikaanse detectives die de hele dag (als ze niet joggen) aan de koffie en de donuts zitten. Engelse chicklit waarin voortdurend met de ogen wordt gerold en met het voorhoofd gefronst.
Zuid-Amerikaanse romans met zinnen zo lang als een halve bladzijde, waarin je verstrikt raakt omdat de schrijver waarschijnlijk ook niet meer wist waar hij heen wilde en de vertaler al helemaal niet!
Boeken met juist korte zinnetjes met veel dialoog die lekker weglezen, bijvoorbeeld
‘Vrouwen van Hollywood’ van Jackie Collins. Boven verwachting vermakelijk ware het niet dat ik horendol werd van de volgende toevoegingen: ‘zei hij teleurgesteld’, ‘sprak zij verbaasd’, ‘vroeg ze uitdagend’, ‘voegde ze er vinnig aan toe’. Ik had namelijk de voorafgaande zinnen al respectievelijk teleurgesteld, verbaasd, uitdagend en vinnig uitgesproken! Kreeg de neiging stiekem die overbodige zinnetjes over te slaan, maar dat is niet de opdracht.
Omdat ik een vrouw ben moet ik bijna altijd romans met een vrouw in de hoofdrol lezen en die zijn meestal geschreven door een vrouw. Hierdoor krijg ik toch een wat eenzijdig beeld van de wereldliteratuur Ik was dan ook erg blij dat ik ‘De Opstandigen’ van Sándor Maraí mocht voorlezen. Geen topboek maar erg mooi van sfeer en uitstekend vertaald door Henry Kammer.
 
Slechte vertalingen zijn voor ons voorlezers wel de grootste bron van ergernis en wat komen ze veel voor. De vertaling van ‘Revolutionary Road’ kreeg een prijs maar liep voor geen meter.
Dat vertalen een kunst is wordt bij het voorlezen nog veel duidelijker dan als je een boek gewoon leest. Ik heb eens een vertaalster horen zeggen dat je eigenlijk iedere vertaalde zin voor jezelf moet oplezen, om te horen of het goed loopt. Ja, lieve vertalers, doe dat, en als je vreselijk struikelt weet je dat het resultaat niet deugt.
Wij voorlezers zullen dankbaar zijn en de luisteraars dus ook.
Want die luisteraars, dat anonieme publiek, daar gaat het uiteindelijk om. Dat mag niet merken dat ik soms met tegenzin een passage lees. De ‘gebruiker’ heeft recht op een neutrale en toch betrokken vertolking van het boek dat hij of zij heeft uitgekozen.
Ik doe mijn uiterste best en ben heel gelukkig met ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ van Paolo Giordano dat ik nu aan het lezen ben.

Wie wil weten hoe ik lees kan een fragmentje beluisteren door OBA in te tikken, zoeken in catalogus, Sándor Márai De Opstandigen en dan het boekje met ‘loket aangepast lezen’ aanklikken.

 
**************************************************
De Leunstoel zoekt twee mensen die het leuk vinden om te tekenen
en die bereid zijn om 2 à 3 illustraties per aflevering te maken.
Neem contact met ons op via www.deleunstoel.nl/nieuwsbrief.php
 
*********************************************************
Meer illustraties van Pascalle Karthaus op:
© 2009 Maeve van der Steen
powered by CJ2