archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Een vermoeiend werkbezoek aan Vlissingen Hans Knegtmans

0113 Hoe vertel ik ...
Een bezoek aan een filmfestival, of dat nu IFFR (Rotterdam) is of Film by the Sea (Vlissingen), is een uitputtende aangelegenheid. Naast slaapgebrek en overmatig drankgebruik is de grootste boosdoener een ongezond eetpatroon. Aan het ontbijt ligt het natuurlijk niet, en tussen twee voorstellingen snel een broodje opschrokken lukt vaak ook nog wel. Maar voor een volwaardige avondmaaltijd, hoe bescheiden ook, ontbreekt de tijd.

In Vlissingen bedraagt de tijd tussen het einde van de late middagvoorstelling en het begin van de vroege avondvoorstelling in het beste geval vijf kwartier. Met pijn en moeite kun je in die periode in het filmrestaurant een warme maaltijd naar binnen stouwen. Mits je tijdig een tafel hebt gereserveerd, een niet-bewerkelijk gerecht bestelt en het bedienend personeel – dat met een bewonderenswaardig gelijkmatig humeur zich het leplazarus loopt – niet met onvoorziene calamiteiten te kampen krijgt.

Maar vaak zit er nauwelijks een kwartier tussen de voorstellingen. In die tijd moet je de ene zaal uit, na een – enigszins belachelijk – blokje buitenom weer langs de kaartjesscheurder, snel nog even naar het toilet en op naar de volgende voorstelling. Eten is er niet bij, tenzij je ’s ochtends de tegenwoordigheid van geest hebt gehad, in het hotel een paar extra boterhammetjes te smeren of bij Albert Heijn wat fruit te kopen.

“Dan sla je toch gewoon een voorstelling over” zult u zeggen. In theorie kan dat, en gezien de geanimeerde drukte in het restaurant en in de wandelgangen volgen veel bezoekers deze strategie. Maar de hardcore festivalgast ziet dit als tijdverspilling. Je gaat naar een festival om films te zien, niet om naar etende filmliefhebbers te kijken. Dag in dag uit verbaasde ik me er over dat ik zelfs bij de avondvoorstellingen scherp bleef. De terugslag kwam pas na afloop. Net als, stel ik me voor, bij jongeren die zich een week lang in Salou met overtuiging klem hebben gezopen en in Nederland weer op adem moeten komen.

En dan te bedenken dat de dagen bij Film by the Sea niet eens volgepland zijn. Sommige festivalsponsors stellen als voorwaarde van hun bijdrage dat tijdens het festival een aantal schoolvoorstellingen wordt georganiseerd. Een mooie gedachte natuurlijk, maar wel een die van invloed is op het filmaanbod voor het betalende publiek. De enige festivaldagen waarop de kijkers – zoals in Rotterdam – van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat films kunnen zien, zijn het openings- en slotweekend. Op de vijf tussenliggende werkdagen begint het programma pas in de middag, een enkele vroege voorstelling daargelaten. (De ware festivaljunk moet daardoor zijn programma zorgvuldig plannen, en zelfs dan is hij soms aangewezen op een film waarvoor hij in het normale leven de deur niet zou uitgaan.) Deze stand van zaken is ook festivaldirecteur Leo Hannewijk een doorn in het oog en hij zal zijn uiterste best doen, de zaalcapaciteit voor volgende edities te vergroten.

Het filmaanbod in Vlissingen lijkt op het eerste gezicht sterk op dat van Rotterdam. Veel arthouse-producties, afgewisseld met de ‘betere’ bioscoopfilm. Pas na een tijdje begint op te vallen dat het arthouse-programma over het geheel genomen wat meer mainstream is dan op IFFR. In Vlissingen zul je niet snel een film uit Kazachstan aantreffen, die in plaats van een verhaal met een intrige te vertellen, het dagelijks leven van twee schoolvrienden belicht. Daar heb je Rotterdam voor. Op Film by the Sea zijn de meeste films – dus ook die van het arthouse-genre – ofwel afkomstig uit Angelsaksische landen (Groot-Brittannië, VS, Canada, Australië), ofwel uit Europa (Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Tsjechië, Nederland). De films uit Azië en Afrika zijn letterlijk op de vingers van één hand te tellen. Daar is op zichniets op tegen: niet elk festival hoeft een artistieke voortrekkersrol te vervullen.

Anderzijds liet de festivalkeus van bioscoopfilms-zonder-veel-pretentie wel wat te wensen over. De Hollywoodproducties Snakes on a Plane (psychopaat smokkelt duizenden giftige slangen een passagiersvliegtuig in) en World Trade Center (politieman Nicolas Cage en zijn collega liggen een film lang bedolven onder het puin van een ingestorte Twin Tower) halen ternauwernood het niveau van de gemiddelde uitgaansfilm. Een nog grotere zeperd is de Nederlandse première Five Fingers van de Amerikaanse regisseur Laurence Malkin. De jeugdige Zeeuwse pianist Martijn wordt in Marokko waar hij een voedselprogramma wil starten, gekidnapt door een gevaarlijke terrorist. De film hangt aan elkaar van krankzinnige dialogen tussen de twee personages: Martijn (Ryan Phillippe) spreekt Engels met een phoney Nederlands accent dat pijn aan de oren doet, de terrorist (Laurence Fisburne) spreekt Engels met een phoney terroristenaccent dat minstens even akelig is. Tussendoor spelen ze twee partijtjes schaak, waarbij eerst Martijn en daarna de terrorist zijn tegenstander mat zet. (Voor wie niet zo thuis is in het schaakspel: in een partij tussen hoogbegaafde schakers wordt nooit iemand matgezet. De tegenstander ziet minstens vijf zetten eerder de bui al hangen en geeft op.) Een regisseur die dit toch laat gebeuren weet 1) niets van schaken en is 2) te bedonderd om aan een deskundige te vragen hoe een schaakpartij in de praktijk verloopt. Hè, dat moest ik even kwijt.

Gelukkig waren deze missers verre in de minderheid en heb ik zo’n zes, zeven films kunnen zien die ik tegen de tijd dat ze in de bioscoop draaien minstens aan al mijn kennissen warm zal aanbevelen en waarvan ik een paar nog uitvoerig zal bespreken. Noteer in ieder geval in uw agenda de titel Requiem, die hier op 5 oktober in première gaat. Regisseur Hans-Christian Schmid toonde eerder al in Lichter zijn betrokkenheid bij maatschappelijke problematiek. Die film verhaalt de lotgevallen van een aantal Russen die illegaal proberen de Pool-Duitse grens over te steken. In Requiem trekt hij alle registers open. Het verhaal speelt zich af in het West-Duitsland van de vroege jaren zeventig.

Michaela Klingler (een sublieme rol van Sandra Hüller, waarmee ze op het festival van Berlijn de prijs voor beste actrice won) lijdt sinds haar prille jeugd aan epilepsie en allerhande psychische klachten. Desondanks besluit ze om na haar schooltijd voor docente te studeren en op kamers te gaan wonen. Haar moeder is hier mordicus op tegen. Ook vader is er niet gerust op, maar wil de toekomst van zijn dochter niet in de weg staan. Aan de universiteit bloeit Michaela aanvankelijk helemaal op. Ze komt een vriendin van vroeger tegen, en raakt zelfs verliefd op een medestudent. Desondanks steken de epileptische aanvallen weer de kop op, terwijl ze daarenboven ook regelmatig paniekaanvallen heeft. Haar vrienden weten er niet echt raad mee. De moderne vormen van psychotherapie waren in die tijd nog lang geen gemeengoed, en de arts die ze voor haar paniekaanvallen raadpleegt doet maar wat. Wanneer ze zich tot een priester wendt met wie ze vroeger op goede voet stond, oppert deze de mogelijkheid dat ze door de duivel is bezeten. Gedurende de rest van de film wordt steeds vaker en nadrukkelijk de mogelijkheid van exorcisme besproken. Door haar streng katholieke moeder bijvoorbeeld die, net als andere ouders in films die in de jaren zeventig spelen, in de verste verte niet doorheeft dat ze haar dochter onder het mom van ouderliefde voortdurend kleineert. Requiem is zonder twijfel een eye opener voor jongere kijkers. En oudere toeschouwers worden er aan herinnerd, hoe funest rol van de kerk en haar godsvruchtige parochianen is geweest – en ongetwijfeld in sommige streken nog steeds is – bij het verklaren en bestrijden van geestelijke problemen.

Een vermoeiend maar bevredigend festival is het, daar in Vlissingen. En als Leo Hannewijk zijn wens tot capaciteitsvergroting verwezenlijkt, kunnen we nog meer films zien. Of, wel zo verstandig, tijd inruimen voor een ontspannen avondmaaltijd.
 
 
********************************************************
Wilt u meer weten over hyperventilatie? Ga naar www.hyperventilatie.org .



© 2006 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Een vermoeiend werkbezoek aan Vlissingen Hans Knegtmans
0113 Hoe vertel ik ...
Een bezoek aan een filmfestival, of dat nu IFFR (Rotterdam) is of Film by the Sea (Vlissingen), is een uitputtende aangelegenheid. Naast slaapgebrek en overmatig drankgebruik is de grootste boosdoener een ongezond eetpatroon. Aan het ontbijt ligt het natuurlijk niet, en tussen twee voorstellingen snel een broodje opschrokken lukt vaak ook nog wel. Maar voor een volwaardige avondmaaltijd, hoe bescheiden ook, ontbreekt de tijd.

In Vlissingen bedraagt de tijd tussen het einde van de late middagvoorstelling en het begin van de vroege avondvoorstelling in het beste geval vijf kwartier. Met pijn en moeite kun je in die periode in het filmrestaurant een warme maaltijd naar binnen stouwen. Mits je tijdig een tafel hebt gereserveerd, een niet-bewerkelijk gerecht bestelt en het bedienend personeel – dat met een bewonderenswaardig gelijkmatig humeur zich het leplazarus loopt – niet met onvoorziene calamiteiten te kampen krijgt.

Maar vaak zit er nauwelijks een kwartier tussen de voorstellingen. In die tijd moet je de ene zaal uit, na een – enigszins belachelijk – blokje buitenom weer langs de kaartjesscheurder, snel nog even naar het toilet en op naar de volgende voorstelling. Eten is er niet bij, tenzij je ’s ochtends de tegenwoordigheid van geest hebt gehad, in het hotel een paar extra boterhammetjes te smeren of bij Albert Heijn wat fruit te kopen.

“Dan sla je toch gewoon een voorstelling over” zult u zeggen. In theorie kan dat, en gezien de geanimeerde drukte in het restaurant en in de wandelgangen volgen veel bezoekers deze strategie. Maar de hardcore festivalgast ziet dit als tijdverspilling. Je gaat naar een festival om films te zien, niet om naar etende filmliefhebbers te kijken. Dag in dag uit verbaasde ik me er over dat ik zelfs bij de avondvoorstellingen scherp bleef. De terugslag kwam pas na afloop. Net als, stel ik me voor, bij jongeren die zich een week lang in Salou met overtuiging klem hebben gezopen en in Nederland weer op adem moeten komen.

En dan te bedenken dat de dagen bij Film by the Sea niet eens volgepland zijn. Sommige festivalsponsors stellen als voorwaarde van hun bijdrage dat tijdens het festival een aantal schoolvoorstellingen wordt georganiseerd. Een mooie gedachte natuurlijk, maar wel een die van invloed is op het filmaanbod voor het betalende publiek. De enige festivaldagen waarop de kijkers – zoals in Rotterdam – van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat films kunnen zien, zijn het openings- en slotweekend. Op de vijf tussenliggende werkdagen begint het programma pas in de middag, een enkele vroege voorstelling daargelaten. (De ware festivaljunk moet daardoor zijn programma zorgvuldig plannen, en zelfs dan is hij soms aangewezen op een film waarvoor hij in het normale leven de deur niet zou uitgaan.) Deze stand van zaken is ook festivaldirecteur Leo Hannewijk een doorn in het oog en hij zal zijn uiterste best doen, de zaalcapaciteit voor volgende edities te vergroten.

Het filmaanbod in Vlissingen lijkt op het eerste gezicht sterk op dat van Rotterdam. Veel arthouse-producties, afgewisseld met de ‘betere’ bioscoopfilm. Pas na een tijdje begint op te vallen dat het arthouse-programma over het geheel genomen wat meer mainstream is dan op IFFR. In Vlissingen zul je niet snel een film uit Kazachstan aantreffen, die in plaats van een verhaal met een intrige te vertellen, het dagelijks leven van twee schoolvrienden belicht. Daar heb je Rotterdam voor. Op Film by the Sea zijn de meeste films – dus ook die van het arthouse-genre – ofwel afkomstig uit Angelsaksische landen (Groot-Brittannië, VS, Canada, Australië), ofwel uit Europa (Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Tsjechië, Nederland). De films uit Azië en Afrika zijn letterlijk op de vingers van één hand te tellen. Daar is op zichniets op tegen: niet elk festival hoeft een artistieke voortrekkersrol te vervullen.

Anderzijds liet de festivalkeus van bioscoopfilms-zonder-veel-pretentie wel wat te wensen over. De Hollywoodproducties Snakes on a Plane (psychopaat smokkelt duizenden giftige slangen een passagiersvliegtuig in) en World Trade Center (politieman Nicolas Cage en zijn collega liggen een film lang bedolven onder het puin van een ingestorte Twin Tower) halen ternauwernood het niveau van de gemiddelde uitgaansfilm. Een nog grotere zeperd is de Nederlandse première Five Fingers van de Amerikaanse regisseur Laurence Malkin. De jeugdige Zeeuwse pianist Martijn wordt in Marokko waar hij een voedselprogramma wil starten, gekidnapt door een gevaarlijke terrorist. De film hangt aan elkaar van krankzinnige dialogen tussen de twee personages: Martijn (Ryan Phillippe) spreekt Engels met een phoney Nederlands accent dat pijn aan de oren doet, de terrorist (Laurence Fisburne) spreekt Engels met een phoney terroristenaccent dat minstens even akelig is. Tussendoor spelen ze twee partijtjes schaak, waarbij eerst Martijn en daarna de terrorist zijn tegenstander mat zet. (Voor wie niet zo thuis is in het schaakspel: in een partij tussen hoogbegaafde schakers wordt nooit iemand matgezet. De tegenstander ziet minstens vijf zetten eerder de bui al hangen en geeft op.) Een regisseur die dit toch laat gebeuren weet 1) niets van schaken en is 2) te bedonderd om aan een deskundige te vragen hoe een schaakpartij in de praktijk verloopt. Hè, dat moest ik even kwijt.

Gelukkig waren deze missers verre in de minderheid en heb ik zo’n zes, zeven films kunnen zien die ik tegen de tijd dat ze in de bioscoop draaien minstens aan al mijn kennissen warm zal aanbevelen en waarvan ik een paar nog uitvoerig zal bespreken. Noteer in ieder geval in uw agenda de titel Requiem, die hier op 5 oktober in première gaat. Regisseur Hans-Christian Schmid toonde eerder al in Lichter zijn betrokkenheid bij maatschappelijke problematiek. Die film verhaalt de lotgevallen van een aantal Russen die illegaal proberen de Pool-Duitse grens over te steken. In Requiem trekt hij alle registers open. Het verhaal speelt zich af in het West-Duitsland van de vroege jaren zeventig.

Michaela Klingler (een sublieme rol van Sandra Hüller, waarmee ze op het festival van Berlijn de prijs voor beste actrice won) lijdt sinds haar prille jeugd aan epilepsie en allerhande psychische klachten. Desondanks besluit ze om na haar schooltijd voor docente te studeren en op kamers te gaan wonen. Haar moeder is hier mordicus op tegen. Ook vader is er niet gerust op, maar wil de toekomst van zijn dochter niet in de weg staan. Aan de universiteit bloeit Michaela aanvankelijk helemaal op. Ze komt een vriendin van vroeger tegen, en raakt zelfs verliefd op een medestudent. Desondanks steken de epileptische aanvallen weer de kop op, terwijl ze daarenboven ook regelmatig paniekaanvallen heeft. Haar vrienden weten er niet echt raad mee. De moderne vormen van psychotherapie waren in die tijd nog lang geen gemeengoed, en de arts die ze voor haar paniekaanvallen raadpleegt doet maar wat. Wanneer ze zich tot een priester wendt met wie ze vroeger op goede voet stond, oppert deze de mogelijkheid dat ze door de duivel is bezeten. Gedurende de rest van de film wordt steeds vaker en nadrukkelijk de mogelijkheid van exorcisme besproken. Door haar streng katholieke moeder bijvoorbeeld die, net als andere ouders in films die in de jaren zeventig spelen, in de verste verte niet doorheeft dat ze haar dochter onder het mom van ouderliefde voortdurend kleineert. Requiem is zonder twijfel een eye opener voor jongere kijkers. En oudere toeschouwers worden er aan herinnerd, hoe funest rol van de kerk en haar godsvruchtige parochianen is geweest – en ongetwijfeld in sommige streken nog steeds is – bij het verklaren en bestrijden van geestelijke problemen.

Een vermoeiend maar bevredigend festival is het, daar in Vlissingen. En als Leo Hannewijk zijn wens tot capaciteitsvergroting verwezenlijkt, kunnen we nog meer films zien. Of, wel zo verstandig, tijd inruimen voor een ontspannen avondmaaltijd.
 
 
********************************************************
Wilt u meer weten over hyperventilatie? Ga naar www.hyperventilatie.org .

© 2006 Hans Knegtmans
powered by CJ2