archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Allerhande tijgers Hans Knegtmans

0113 Hoe vertel ik ...
Het is een goede gewoonte dat de drie films die op het Rotterdams filmfestival IFFR een zogenaamde Tiger Award hebben bemachtigd, een rondreis door het land maken. Tigers on Tour, heet dit mini-evenement, waarbij naast grote steden ook filmtheaters in bijvoorbeeld Hoogeveen, Bussum en Wageningen worden aangedaan. Leuk: op zaterdagmiddag naar het vertrouwde filmhuis en toch een beetje IFFR.

Films die in Rotterdam meedingen naar de Tiger Awards zijn debuten van aankomende regisseurs. Een bijna-debuut mag ook nog, maar de derde film van een regisseur komt niet in aanmerking. Daardoor is de selectie voor de Tigercompetitie min of meer het uithangbord van het festival. Dit zijn de regisseurs van de toekomst, wil festivaldirecteur Sandra den Hamer ons duidelijk maken. Van dat soort films zouden er meer moeten zijn.

Met aanmoedigingsprijzen – of een nominatie daarvoor – is natuurlijk niets mis. Talent moet gestimuleerd worden. Misschien breekt de regisseur wel door in de grote mensenwereld, zoals de Braziliaan Fernando Meirelles. In 2001 viel zijn Domesticas niet in de prijzen, maar onverdroten vervolgde hij zijn weg naar de top, resulterend in Cidade de deus en The Constant Gardener. Nog stormachtiger verliep de carrière van Chistopher Nolan. In 1999 een Tiger voor het bescheiden Following, en vervolgens wereldfaam met het achterstevoren gemonteerde Memento. Jammer dat hij na Insomnia zich liet verlokken door het grote geld, en zich voor de pretentieuze onzinfilm Batman Begins liet strikken. (Wanneer de special effects het onmogelijk maken het verhaal te volgen, is er iets niet in orde.)

Helaas zijn dit uitzonderingen. Veruit de meeste Tigergenomineerden verdwenen in de anonimiteit. Voor een deel kwam dat simpel doordat ze vanaf het begin al niet goed genoeg waren. Van de in totaal twaalf genomineerde films die ik tijdens de festivaledities van 2004 en 2005 heb gezien, zou ik er maar een paar van harte aanbevelen. Uit Taiwan The Missing (winnaar in 2004), de Maleisische film Sanctuary (in 2005 geen Tiger, maar wel een speciale vermelding van de vakjury) en de Italiaanse winnaar van 2005 Nemmeno il destino. Verder is de eerste helft van de bizarre Russische film 4 (winnaar in 2005) interessant, voordat de regisseur zijn bedenksel laat ontaarden in een lange aaneenschakeling van onsmakelijke beelden, waarvan de functie duister blijft. (Zie de eerdere bespreking*)

Ik krijg wel eens de indruk dat de programmaleiding bij de aanwijzing van de Tigers te nadrukkelijk wil bewijzen dat ze een voorkeur heeft voor zuivere, oprechte producties die het volle leven belichten, niet zelden in een achterbuurt van een metropool of in een gat op het platteland. Films met een hoog artsy fartsy gehalte, waarin disproportioneel vaak het dagelijkse doen en laten van adolescente jongetjes wordt uitgemeten: zittend op een muurtje, of gewikkeld in straatvoetbal, of scheurend op een afgeragde brommer. Die films zijn meestal nogal wezenloos, ondanks de poëtische kleuren en het onthaaste camerawerk.

Opvallend genoeg werden in 2004 en 2005 genoeg films vertoond die zeker aan de randvoorwaarden voor een Tigernominatie voldeden en daarenboven filmisch wel degelijk interessant waren. Save the Green Planet (Zuid Korea), Memories of Murder (idem), The Green Hat (China), Vaterland: A Hunting Logbook (Tsjechië), Calvaire (België), Primer (VS) en We Don’t Live Here Anymore (idem) behoorden tot de beste films van die festivals, maar Tigernominaties, ho maar.

In 2006 was het al niet anders. Aan slimme, uitdagende films die in Rotterdam buiten de boot vielen was geen gebrek: Citizen Dog (Thailand), Viva Zapatero! (Italië), Nuit noire, 17 octobre 1961 (Frankrijk), 13 (Tzameti) (Rusland), en The Dead of Mister Lazarescu (Roemenië). Maar wel was er een nominatie voor Langer licht (Nederland) en zelfs een Tiger Award voor La Perrera (Uruguay), beide ruim voorzien van adolescentenproblematiek.

Van de rondtoerende festivalfilms waarop ik me in het Filmhuis Den Haag liet trakteren, ontvingen twee (Old Joy en Walking on the Wild Side) een Tiger Award. De derde winnende Tiger – La perrera – spaart IFFR op tot aanstaand najaar. In plaats daarvan kregen we Look Both Ways te zien. In de verste verte geen Tiger, maar wel festivalwinnaar van de jaarlijkse prijs van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF). Uiteraard was ik benieuwd of ik mijn vooroordelen bevestigd zou zien.

Aanvankelijk leek het daar wel op: het Amerikaanse drama op de vierkante millimeter Old Joy van Kelly Reichardt leunt zwaar op het camerawerk dat de ongerepte natuur van de staat Oregon in beeld brengt. Het verhaaltje is nogal dun. Mark (Daniel London) heeft een goede baan, een aardig huis en een zwangere vrouw. Dan stelt zijn jarenlange vriend Kurt (zanger en liedjesschrijver Will Oldham) hem voor, een paar dagen in de bergen te gaan kamperen. Marks hond heeft er wel zin in, zijn vrouw niet.

We leren Kurt kennen als een loser van het zuiverste water. Een overjarige hippie die vreemde theorieën over het wezen van de kosmos aanhangt, hoewel hij ruiterlijk toegeeft dat hij ze slechts op een ‘very basic level’ begrijpt. Tja, wat moeten we met deze niet-commerciële variant op Brokeback Mountain, inclusief het opduiken van homo-erotische gevoelens? ‘Sfeervol’ is nog het aardigste dat ik erover kan zeggen, maar kwalificeert dat een film voor een Tiger Award?

De Chinees/Franse coproductie Walking on the Wild Side komt akelig dicht in de buurt van de prototypische Tiger stuff. Drie gefrustreerde adolescenten hangen rond in een foeilelijk Chinees mijndorp dat als strafkolonie geen slecht figuur zou slaan, laat staan dat het geschikt is voor reguliere bewoning. Moreel besef hebben de drie nauwelijks. Een van hen heeft seks met een jonge moeder, terwijl haar echtgenoot zich afbeult in de kolenmijn. Een ander bendelid verkracht een schoolmeisje op de voorbank van zijn vrachtauto. Nadat ze een scholier levensgevaarlijk verwond hebben, neemt het drietal de wijk en verandert de film in een road movie. Dat soort films heb ik in Rotterdam te vaak gezien om er nog enthousiast over te kunnen worden.

Maar kijk: dankzij het onvolprezen KNF kreeg mijn werkbezoek toch nog een positieve ontknoping. Look Both Ways van de Australische regisseuse Sarah Watt is een inventieve, geestige en ontroerende komedie. Over de dood, dat wel. De belangrijkste personages in de ensemblefilm - vergelijkbaar met de formule van een andere festivalfavoriet Me and You and Everyone We Know, maar minder vrijblijvend – zijn de fotojournalist Nick (William McInnis) en de tekenares Meryl (Justine Clark). Nick hoort van de radioloog dat hij teelbalkanker heeft, maar moet tot na het weekend wachten op de mening van de specialist. Meryl is net terug van de begrafenis van haar vader. Beiden krijgen ze te maken met een dodelijk ongeluk waarbij een man wordt overreden door een goederentrein: zij is er getuige van, hij neemt foto’s waarvan die van de ontredderde echtgenote van het slachtoffer de voorpagina van de krant haalt. Dat klinkt niet vrolijk en dat is het ook niet. Evenmin als de drama’s waardoor de overige personages worden bezocht, zoals echtscheiding en ongewenste zwangerschap. Het is een huzarenstukje van Watt dat zij al deze tragiek moeiteloos kan afwisselen met de spreekwoordelijke ‘bevrijdende humor’, zonder dat dit als geforceerd of smakeloos overkomt. Ik was me er terdege van bewust dat ik me tegen het einde van de film volledig door Watts vakkundig gedoseerde sentiment liet inpakken. Maar dat geeft niks: mooie manipulatie is niet lelijk.

* Hans Knegtmans (2005). Rotterdamse tijgers bij u in de buurt. De Leunstoel, 2, 12 (21 April).

**************************
Kijk eens op www.meermanno.nl .


© 2006 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Allerhande tijgers Hans Knegtmans
0113 Hoe vertel ik ...
Het is een goede gewoonte dat de drie films die op het Rotterdams filmfestival IFFR een zogenaamde Tiger Award hebben bemachtigd, een rondreis door het land maken. Tigers on Tour, heet dit mini-evenement, waarbij naast grote steden ook filmtheaters in bijvoorbeeld Hoogeveen, Bussum en Wageningen worden aangedaan. Leuk: op zaterdagmiddag naar het vertrouwde filmhuis en toch een beetje IFFR.

Films die in Rotterdam meedingen naar de Tiger Awards zijn debuten van aankomende regisseurs. Een bijna-debuut mag ook nog, maar de derde film van een regisseur komt niet in aanmerking. Daardoor is de selectie voor de Tigercompetitie min of meer het uithangbord van het festival. Dit zijn de regisseurs van de toekomst, wil festivaldirecteur Sandra den Hamer ons duidelijk maken. Van dat soort films zouden er meer moeten zijn.

Met aanmoedigingsprijzen – of een nominatie daarvoor – is natuurlijk niets mis. Talent moet gestimuleerd worden. Misschien breekt de regisseur wel door in de grote mensenwereld, zoals de Braziliaan Fernando Meirelles. In 2001 viel zijn Domesticas niet in de prijzen, maar onverdroten vervolgde hij zijn weg naar de top, resulterend in Cidade de deus en The Constant Gardener. Nog stormachtiger verliep de carrière van Chistopher Nolan. In 1999 een Tiger voor het bescheiden Following, en vervolgens wereldfaam met het achterstevoren gemonteerde Memento. Jammer dat hij na Insomnia zich liet verlokken door het grote geld, en zich voor de pretentieuze onzinfilm Batman Begins liet strikken. (Wanneer de special effects het onmogelijk maken het verhaal te volgen, is er iets niet in orde.)

Helaas zijn dit uitzonderingen. Veruit de meeste Tigergenomineerden verdwenen in de anonimiteit. Voor een deel kwam dat simpel doordat ze vanaf het begin al niet goed genoeg waren. Van de in totaal twaalf genomineerde films die ik tijdens de festivaledities van 2004 en 2005 heb gezien, zou ik er maar een paar van harte aanbevelen. Uit Taiwan The Missing (winnaar in 2004), de Maleisische film Sanctuary (in 2005 geen Tiger, maar wel een speciale vermelding van de vakjury) en de Italiaanse winnaar van 2005 Nemmeno il destino. Verder is de eerste helft van de bizarre Russische film 4 (winnaar in 2005) interessant, voordat de regisseur zijn bedenksel laat ontaarden in een lange aaneenschakeling van onsmakelijke beelden, waarvan de functie duister blijft. (Zie de eerdere bespreking*)

Ik krijg wel eens de indruk dat de programmaleiding bij de aanwijzing van de Tigers te nadrukkelijk wil bewijzen dat ze een voorkeur heeft voor zuivere, oprechte producties die het volle leven belichten, niet zelden in een achterbuurt van een metropool of in een gat op het platteland. Films met een hoog artsy fartsy gehalte, waarin disproportioneel vaak het dagelijkse doen en laten van adolescente jongetjes wordt uitgemeten: zittend op een muurtje, of gewikkeld in straatvoetbal, of scheurend op een afgeragde brommer. Die films zijn meestal nogal wezenloos, ondanks de poëtische kleuren en het onthaaste camerawerk.

Opvallend genoeg werden in 2004 en 2005 genoeg films vertoond die zeker aan de randvoorwaarden voor een Tigernominatie voldeden en daarenboven filmisch wel degelijk interessant waren. Save the Green Planet (Zuid Korea), Memories of Murder (idem), The Green Hat (China), Vaterland: A Hunting Logbook (Tsjechië), Calvaire (België), Primer (VS) en We Don’t Live Here Anymore (idem) behoorden tot de beste films van die festivals, maar Tigernominaties, ho maar.

In 2006 was het al niet anders. Aan slimme, uitdagende films die in Rotterdam buiten de boot vielen was geen gebrek: Citizen Dog (Thailand), Viva Zapatero! (Italië), Nuit noire, 17 octobre 1961 (Frankrijk), 13 (Tzameti) (Rusland), en The Dead of Mister Lazarescu (Roemenië). Maar wel was er een nominatie voor Langer licht (Nederland) en zelfs een Tiger Award voor La Perrera (Uruguay), beide ruim voorzien van adolescentenproblematiek.

Van de rondtoerende festivalfilms waarop ik me in het Filmhuis Den Haag liet trakteren, ontvingen twee (Old Joy en Walking on the Wild Side) een Tiger Award. De derde winnende Tiger – La perrera – spaart IFFR op tot aanstaand najaar. In plaats daarvan kregen we Look Both Ways te zien. In de verste verte geen Tiger, maar wel festivalwinnaar van de jaarlijkse prijs van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF). Uiteraard was ik benieuwd of ik mijn vooroordelen bevestigd zou zien.

Aanvankelijk leek het daar wel op: het Amerikaanse drama op de vierkante millimeter Old Joy van Kelly Reichardt leunt zwaar op het camerawerk dat de ongerepte natuur van de staat Oregon in beeld brengt. Het verhaaltje is nogal dun. Mark (Daniel London) heeft een goede baan, een aardig huis en een zwangere vrouw. Dan stelt zijn jarenlange vriend Kurt (zanger en liedjesschrijver Will Oldham) hem voor, een paar dagen in de bergen te gaan kamperen. Marks hond heeft er wel zin in, zijn vrouw niet.

We leren Kurt kennen als een loser van het zuiverste water. Een overjarige hippie die vreemde theorieën over het wezen van de kosmos aanhangt, hoewel hij ruiterlijk toegeeft dat hij ze slechts op een ‘very basic level’ begrijpt. Tja, wat moeten we met deze niet-commerciële variant op Brokeback Mountain, inclusief het opduiken van homo-erotische gevoelens? ‘Sfeervol’ is nog het aardigste dat ik erover kan zeggen, maar kwalificeert dat een film voor een Tiger Award?

De Chinees/Franse coproductie Walking on the Wild Side komt akelig dicht in de buurt van de prototypische Tiger stuff. Drie gefrustreerde adolescenten hangen rond in een foeilelijk Chinees mijndorp dat als strafkolonie geen slecht figuur zou slaan, laat staan dat het geschikt is voor reguliere bewoning. Moreel besef hebben de drie nauwelijks. Een van hen heeft seks met een jonge moeder, terwijl haar echtgenoot zich afbeult in de kolenmijn. Een ander bendelid verkracht een schoolmeisje op de voorbank van zijn vrachtauto. Nadat ze een scholier levensgevaarlijk verwond hebben, neemt het drietal de wijk en verandert de film in een road movie. Dat soort films heb ik in Rotterdam te vaak gezien om er nog enthousiast over te kunnen worden.

Maar kijk: dankzij het onvolprezen KNF kreeg mijn werkbezoek toch nog een positieve ontknoping. Look Both Ways van de Australische regisseuse Sarah Watt is een inventieve, geestige en ontroerende komedie. Over de dood, dat wel. De belangrijkste personages in de ensemblefilm - vergelijkbaar met de formule van een andere festivalfavoriet Me and You and Everyone We Know, maar minder vrijblijvend – zijn de fotojournalist Nick (William McInnis) en de tekenares Meryl (Justine Clark). Nick hoort van de radioloog dat hij teelbalkanker heeft, maar moet tot na het weekend wachten op de mening van de specialist. Meryl is net terug van de begrafenis van haar vader. Beiden krijgen ze te maken met een dodelijk ongeluk waarbij een man wordt overreden door een goederentrein: zij is er getuige van, hij neemt foto’s waarvan die van de ontredderde echtgenote van het slachtoffer de voorpagina van de krant haalt. Dat klinkt niet vrolijk en dat is het ook niet. Evenmin als de drama’s waardoor de overige personages worden bezocht, zoals echtscheiding en ongewenste zwangerschap. Het is een huzarenstukje van Watt dat zij al deze tragiek moeiteloos kan afwisselen met de spreekwoordelijke ‘bevrijdende humor’, zonder dat dit als geforceerd of smakeloos overkomt. Ik was me er terdege van bewust dat ik me tegen het einde van de film volledig door Watts vakkundig gedoseerde sentiment liet inpakken. Maar dat geeft niks: mooie manipulatie is niet lelijk.

* Hans Knegtmans (2005). Rotterdamse tijgers bij u in de buurt. De Leunstoel, 2, 12 (21 April).

**************************
Kijk eens op www.meermanno.nl .
© 2006 Hans Knegtmans
powered by CJ2