archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Mag het een grotere ramp zijn? Hans Knegtmans

0115 Mag het een grotere ramp zijn?Soms weet je dat een vakkundig gemaakte Amerikaanse film het hier toch niet gaat redden. Bij Out of Time voelde ik meteen nattigheid. De titel alleen al is in 2003 voor wel drie films gebruikt, en is in zijn wezenloosheid nauwelijks te onthouden. In mijn locale bioscoop Lido – het is en blijft behelpen, maar een uitstapje in het pinksterweekeinde naar Den Haag leek me nog minder aanlokkelijk – werd de film na één week al verbannen naar een kleinere zaal, en werd er nog slechts één voorstelling per avond gegeven. Het aantal bezoekers op eerste pinksterdag bedroeg 16. Het is dan niet moeilijk te voorspellen dat hij binnen de kortste keren verdwenen zal zijn uit de huidige theaters, met uitzondering van Amsterdam waar hij in drie kopieèn is uitgezet.

Met kwaliteit heeft dat weinig te maken: Out of Time behoort tot de betere producties in de toptien van 2 juni, maar de film heeft te weinig hitpotentieel. Neem een paar box office-successen van dit moment. In Troy belegert Brad Pitt Troje, gehuld in klassiek Griekse vechtjurk en sandalen. In de film Van Helsing neemt de gelijknamige arts – in vroegere films een wat saaie maar o zo competente wetenschapper die, meestal tevergeefs, de held van het verhaalde uitlegde hoe je vampiers moet bestrijden – het zelf tegen vampiers op. En, alsof dat niet genoeg is, ook tegen de Wolfman en het Monster van Frankenstein. Het schijnt dat horen en zien je vergaat, en daar gaat het immers om. Starsky & Hutch staat hoog genoteerd omdat elke verfilming van een antieke tv-serie hoog genoteerd staat, ondanks de jeugdige leeftijd van de bezoekers. Out of Time heeft helaas geen evidente eigenschap die met filmvermaak geassocieerd wordt.

De hoofdrol wordt gespeeld door Denzel Washington. Een van de beste hedendaagse acteurs, maar wel zwart. En niet eens leuk zwart zoals Eddie Murphy, Samuel L. Jackson of eventueel Wesley Snipes. Eerder een beetje sloom zwart, net als de karakteracteur Morgan Freedman. Washington mag dan een Oscar hebben gewonnen voor zijn hoofdrol in Training Day (2001), hier deed die film maar weinig, net als Remember the Titans (2000). Alleen The Bone Collector (1999) was in Nederland een onvervalste hit, ongetwijfeld door toedoen van de toen veelbesproken Angelina Jolie.

Matt Whitlock is in Out of Time politiechef van het nietige Banyan Key in Florida. Hij is verwikkeld in een echtscheiding van zijn collega Alex (Eva Mendes), en anticiperend op zijn status van vrije jongen doet hij het met de sensuele – maar getrouwde – Ann Merai (Sanaa Lathan; ik las ergens dat je Sanaa uitspreekt als Sinatra maar dan zonder ‘tra’). Al snel voltrekt zich de ene ramp na de andere. Bij Ann Merai wordt kanker geconstateerd – ze heeft nog maar zes maanden te leven, tenzij ze voor veel geld een therapie in Zwitserland ondergaat. Matt bekostigt de reis door drugsgelden te ‘lenen’. Maar voordat zijn liefje kan afreizen brandt haar huis af, waarbij zij en haar tirannieke man het leven laten. Uitgerekend echtgenote Alex leidt het onderzoek, waarbij het niet lang kan duren voordat ze – al dan niet terecht – vermoedt dat Matt de dader is.

Hoewel Hollywood in het algemeen geen hoge pet op heeft van het denkvermogen van de kijkers, voltrekt het genre thriller waartoe Out of Time behoort zich in een razend tempo. Om zeker te weten wat er gebeurt zou je de film nog eens moeten zien, net als indertijd Traffic, Insomnia of – iets langer geleden – The Usual Suspects. Washington rent, rijdt, praat en computert zich een rotje om te voorkomen dat hij in zijn eigen politiecel belandt. Out of Time is geen meesterwerk, maar wel liefdevol, vakkundig en intelligent gemaakt. Om me heen werd meermalen gediscussieerd over – ook voor mij – duistere plotwendingen en gevreesd moet worden dat de de film door het grote publiek als ‘te moeilijk’ wordt afgeschreven.

Gebrek aan publieke belangstelling is wel het allerlaatste waar de makers van The Day after Tomorrow zich zorgen over hoeven te maken. In Nederland kwam de film uit in 106 kopieèn. In Lido – het was nog steeds Pinksteren, dus voor de tweede keer moest ik naar dat ellendige theater – draaide de film zelfs in twee zalen. In de grote stad is zoiets heel normaal, maar niet in Leiden. In de trailer had ik al vele malen downtown New York onder water zien lopen, en ik was benieuwd naar de rest van het verhaal. Lido 2 was volgens verwachting matig gevuld, zodat ik een rustige plaats aan de zijkant kon scoren, ver van het geknisper en geroezemoes.

The Day after Tomorrow is de meest bezopen Hollywoodkraker van het jaar, en dat wil wat zeggen. Regisseur en scenarist Ronald Emmerich (Independence Day, Godzilla) heeft een naam op te houden als kampioen van de slechte smaak, en ook in The Day after Tomorrow slaagt hij met glans. Zoals dat hoort in een rampenfilm begint het verhaal bescheiden. Een paar deskundigen verrichten op het ijs van Antarctica metingen van het een of ander. Ik was net op tijd terug van mijn sprintje naar de operateur – de projectie was niet scherp, maar ik ben de enige die daar werk van maakt – om te zien dat de ijskorst pardoes over een lengte van vele kilometers in tweeèn scheurt zodat de hoofdpersoon, klimatoloog Jack Hall (een ondankbare rol van Dennis Quaid, maar alle rollen in deze film zijn ondankbaar), ternauwernood het vege lijf kan redden. Even later zijn we op een congres in India waar dezelfde Hall ten overstaan van een sceptisch gehoor waarschuwt voor het broeikasaffect. Zijn opmerking dat het afremmen daarvan geld gaat kosten, stuit op tegenwerpingen van het kortzichtige publiek. (Het zal de laatste keer niet zijn dat Hall tegen de stroom in moet roeien.) Hall en zijn collega-wetenschapper Terry Rapson (de oude, wijze Ian Holm) zijn nauwelijks terug op hun respectieve werkplekken Washington DC en een gehucht in Schotland, of daar heb je poppen aan het dansen. Rapson constateert op meetpunt 4311 een temperatuurdaling van liefst dertien graden (misschien Celsius, misschien Fahrenheit, maar de geleerden schrikken zich in ieder geval een hoedje). Even later vindt hij op meetpunt 4317 dezelfde daling, en het gaat van kwaad tot erger.

Binnen de kortste keren vallen in Japan hagelstenen ter grootte van forse keien, en niet veel later breekt in Los Angeles gelijktijdig een hele reeks orkanen uit. Eerst denken de inwoners nog “Wat waait het hard”, maar als ze op de tv zien dat alle letters van het bekende HOLLYWOOD-teken worden losgerukt, en als vervolgens de Capitol-toren instort als in een Twin Tower imitatie, dan piepen ze wel anders. Luttele uren later is het centrum van L.A. herschapen in één grote ruïne. Sommige wolkenkrabbers staan nog overeind, andere liggen in puin, maar het is duidelijk dat de hele binnenstad verwoest is. Desondanks reist Jacks zoon Sam (Jake Gyllenhaal) van Washington naar New York om daar met zijn klas aan een kennisquiz mee te doen. (Eigenlijk omdat hij verliefd is op zijn klasgenote Laura, blijkt later.) Ongelukkig genoeg wordt, terwijl de quiz nog in volle gang is, die stad getroffen door de vloedgolf die we allemaal gezien hebben in de trailer. Vader spreekt inmiddels de vice-president (een dubbelganger van Dick Cheney, zowel in uiterlijk als in onbenul) toe. Het gaat mis, legt hij uit. De onderste helft van de VS moet minimaal naar Florida of Texas uitwijken, en liever nog meteen naar Mexico. En de bovenste helft dan, vraagt de nep-Cheney. Die moet maar thuisblijven en bidden, zegt Jack. Hij trekt uit de losse pols met viltstift een oost-westlijn over de kaart van de VS en we zien dat de bevolking van onder meer de staten New York, Pennsylvania en Michigan vermoedelijk ten dode is opgeschreven.

De schoolklas van Sam heeft in allerijl de bovenverdieping van de centrale bibliotheek in Manhattan opgezocht. Een goed idee: even later zien we hoe een uit de koers geraakt Russisch vrachtschip over Fifth Avenue vaart voordat het aan de grond loopt. In een nogal koddige scène waarin het water hem letterlijk tot aan de lippen staat belt Sam in wanhoop zijn vader. Die vertrekt met enkele collega’s stante pede – niet naar Mexico, zoals de rest van het land, maar naar New York om zijn zoon te redden. De kans op eigen overleving, laat staan een succesvolle reddingspoging is nihil, hebben we eerder begrepen uit zijn gloedvolle betoog, maar hij heeft maar één zoon en die gaat nu eenmaal voor alles.

En zo gaat de onzin maar door. Hoewel het intussen toch al gauw een graad of honderd vriest, hebben Jack en zijn reispartners aan een dertien-in-een-dozijn sheltertje en winterjack meer dan genoeg. Ook in de bibliotheek is het – ondanks een gebrekkige isolatie, zien we aan het licht dat onder de deur doorschijnt – best te harden. Als Laura bloedvergiftiging blijkt te hebben, maken Sam en zijn vrienden een korte excursie naar het vrachtschip om uit de ziekenboeg het gewenste antibioticum mee te nemen, niet wetend dat een stel ontsnapte wolven het dek onveilig maakt. De eerste helft van de film was in ieder geval visueel overdonderend, de tweede helft is alleen maar grenzeloos stupide. Het schijnt dat in persvoorstellingen met de name de scène waarin de vluchtelingen massaal de Rio Grande oversteken, op weg naar hun vluchtelingenkamp, tot lachsalvo’s leidde. Ik beleefde het meeste plezier aan de toespraak van de vice-president (de president zelf is doodgevroren), aan het einde van de film. Hij geeft toe dat hij ernstige fouten heeft gemaakt, maar de toekomst ziet er niet zo beroerd uit. “Al die landen,” zegt hij met nadruk tot de tv-kijkers, “die we tot voor kort met ‘derde wereldlanden’ aanduidden, verdienen onze immense dank en bewondering”. Hij vertelt niet of ook Irak en Afghanistan hebben meegewerkt aan de hulpverlening. Ik hoop van wel.

Toen het publiek de zaal verliet hoorde ik een jongen tegen zijn vriendin zeggen: “het viel me toch een beetje tegen, na alles wat ik erover gehoord had”. Een kritische kijker, dat zie ik altijd graag.

© 2004 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Mag het een grotere ramp zijn? Hans Knegtmans
0115 Mag het een grotere ramp zijn?Soms weet je dat een vakkundig gemaakte Amerikaanse film het hier toch niet gaat redden. Bij Out of Time voelde ik meteen nattigheid. De titel alleen al is in 2003 voor wel drie films gebruikt, en is in zijn wezenloosheid nauwelijks te onthouden. In mijn locale bioscoop Lido – het is en blijft behelpen, maar een uitstapje in het pinksterweekeinde naar Den Haag leek me nog minder aanlokkelijk – werd de film na één week al verbannen naar een kleinere zaal, en werd er nog slechts één voorstelling per avond gegeven. Het aantal bezoekers op eerste pinksterdag bedroeg 16. Het is dan niet moeilijk te voorspellen dat hij binnen de kortste keren verdwenen zal zijn uit de huidige theaters, met uitzondering van Amsterdam waar hij in drie kopieèn is uitgezet.

Met kwaliteit heeft dat weinig te maken: Out of Time behoort tot de betere producties in de toptien van 2 juni, maar de film heeft te weinig hitpotentieel. Neem een paar box office-successen van dit moment. In Troy belegert Brad Pitt Troje, gehuld in klassiek Griekse vechtjurk en sandalen. In de film Van Helsing neemt de gelijknamige arts – in vroegere films een wat saaie maar o zo competente wetenschapper die, meestal tevergeefs, de held van het verhaalde uitlegde hoe je vampiers moet bestrijden – het zelf tegen vampiers op. En, alsof dat niet genoeg is, ook tegen de Wolfman en het Monster van Frankenstein. Het schijnt dat horen en zien je vergaat, en daar gaat het immers om. Starsky & Hutch staat hoog genoteerd omdat elke verfilming van een antieke tv-serie hoog genoteerd staat, ondanks de jeugdige leeftijd van de bezoekers. Out of Time heeft helaas geen evidente eigenschap die met filmvermaak geassocieerd wordt.

De hoofdrol wordt gespeeld door Denzel Washington. Een van de beste hedendaagse acteurs, maar wel zwart. En niet eens leuk zwart zoals Eddie Murphy, Samuel L. Jackson of eventueel Wesley Snipes. Eerder een beetje sloom zwart, net als de karakteracteur Morgan Freedman. Washington mag dan een Oscar hebben gewonnen voor zijn hoofdrol in Training Day (2001), hier deed die film maar weinig, net als Remember the Titans (2000). Alleen The Bone Collector (1999) was in Nederland een onvervalste hit, ongetwijfeld door toedoen van de toen veelbesproken Angelina Jolie.

Matt Whitlock is in Out of Time politiechef van het nietige Banyan Key in Florida. Hij is verwikkeld in een echtscheiding van zijn collega Alex (Eva Mendes), en anticiperend op zijn status van vrije jongen doet hij het met de sensuele – maar getrouwde – Ann Merai (Sanaa Lathan; ik las ergens dat je Sanaa uitspreekt als Sinatra maar dan zonder ‘tra’). Al snel voltrekt zich de ene ramp na de andere. Bij Ann Merai wordt kanker geconstateerd – ze heeft nog maar zes maanden te leven, tenzij ze voor veel geld een therapie in Zwitserland ondergaat. Matt bekostigt de reis door drugsgelden te ‘lenen’. Maar voordat zijn liefje kan afreizen brandt haar huis af, waarbij zij en haar tirannieke man het leven laten. Uitgerekend echtgenote Alex leidt het onderzoek, waarbij het niet lang kan duren voordat ze – al dan niet terecht – vermoedt dat Matt de dader is.

Hoewel Hollywood in het algemeen geen hoge pet op heeft van het denkvermogen van de kijkers, voltrekt het genre thriller waartoe Out of Time behoort zich in een razend tempo. Om zeker te weten wat er gebeurt zou je de film nog eens moeten zien, net als indertijd Traffic, Insomnia of – iets langer geleden – The Usual Suspects. Washington rent, rijdt, praat en computert zich een rotje om te voorkomen dat hij in zijn eigen politiecel belandt. Out of Time is geen meesterwerk, maar wel liefdevol, vakkundig en intelligent gemaakt. Om me heen werd meermalen gediscussieerd over – ook voor mij – duistere plotwendingen en gevreesd moet worden dat de de film door het grote publiek als ‘te moeilijk’ wordt afgeschreven.

Gebrek aan publieke belangstelling is wel het allerlaatste waar de makers van The Day after Tomorrow zich zorgen over hoeven te maken. In Nederland kwam de film uit in 106 kopieèn. In Lido – het was nog steeds Pinksteren, dus voor de tweede keer moest ik naar dat ellendige theater – draaide de film zelfs in twee zalen. In de grote stad is zoiets heel normaal, maar niet in Leiden. In de trailer had ik al vele malen downtown New York onder water zien lopen, en ik was benieuwd naar de rest van het verhaal. Lido 2 was volgens verwachting matig gevuld, zodat ik een rustige plaats aan de zijkant kon scoren, ver van het geknisper en geroezemoes.

The Day after Tomorrow is de meest bezopen Hollywoodkraker van het jaar, en dat wil wat zeggen. Regisseur en scenarist Ronald Emmerich (Independence Day, Godzilla) heeft een naam op te houden als kampioen van de slechte smaak, en ook in The Day after Tomorrow slaagt hij met glans. Zoals dat hoort in een rampenfilm begint het verhaal bescheiden. Een paar deskundigen verrichten op het ijs van Antarctica metingen van het een of ander. Ik was net op tijd terug van mijn sprintje naar de operateur – de projectie was niet scherp, maar ik ben de enige die daar werk van maakt – om te zien dat de ijskorst pardoes over een lengte van vele kilometers in tweeèn scheurt zodat de hoofdpersoon, klimatoloog Jack Hall (een ondankbare rol van Dennis Quaid, maar alle rollen in deze film zijn ondankbaar), ternauwernood het vege lijf kan redden. Even later zijn we op een congres in India waar dezelfde Hall ten overstaan van een sceptisch gehoor waarschuwt voor het broeikasaffect. Zijn opmerking dat het afremmen daarvan geld gaat kosten, stuit op tegenwerpingen van het kortzichtige publiek. (Het zal de laatste keer niet zijn dat Hall tegen de stroom in moet roeien.) Hall en zijn collega-wetenschapper Terry Rapson (de oude, wijze Ian Holm) zijn nauwelijks terug op hun respectieve werkplekken Washington DC en een gehucht in Schotland, of daar heb je poppen aan het dansen. Rapson constateert op meetpunt 4311 een temperatuurdaling van liefst dertien graden (misschien Celsius, misschien Fahrenheit, maar de geleerden schrikken zich in ieder geval een hoedje). Even later vindt hij op meetpunt 4317 dezelfde daling, en het gaat van kwaad tot erger.

Binnen de kortste keren vallen in Japan hagelstenen ter grootte van forse keien, en niet veel later breekt in Los Angeles gelijktijdig een hele reeks orkanen uit. Eerst denken de inwoners nog “Wat waait het hard”, maar als ze op de tv zien dat alle letters van het bekende HOLLYWOOD-teken worden losgerukt, en als vervolgens de Capitol-toren instort als in een Twin Tower imitatie, dan piepen ze wel anders. Luttele uren later is het centrum van L.A. herschapen in één grote ruïne. Sommige wolkenkrabbers staan nog overeind, andere liggen in puin, maar het is duidelijk dat de hele binnenstad verwoest is. Desondanks reist Jacks zoon Sam (Jake Gyllenhaal) van Washington naar New York om daar met zijn klas aan een kennisquiz mee te doen. (Eigenlijk omdat hij verliefd is op zijn klasgenote Laura, blijkt later.) Ongelukkig genoeg wordt, terwijl de quiz nog in volle gang is, die stad getroffen door de vloedgolf die we allemaal gezien hebben in de trailer. Vader spreekt inmiddels de vice-president (een dubbelganger van Dick Cheney, zowel in uiterlijk als in onbenul) toe. Het gaat mis, legt hij uit. De onderste helft van de VS moet minimaal naar Florida of Texas uitwijken, en liever nog meteen naar Mexico. En de bovenste helft dan, vraagt de nep-Cheney. Die moet maar thuisblijven en bidden, zegt Jack. Hij trekt uit de losse pols met viltstift een oost-westlijn over de kaart van de VS en we zien dat de bevolking van onder meer de staten New York, Pennsylvania en Michigan vermoedelijk ten dode is opgeschreven.

De schoolklas van Sam heeft in allerijl de bovenverdieping van de centrale bibliotheek in Manhattan opgezocht. Een goed idee: even later zien we hoe een uit de koers geraakt Russisch vrachtschip over Fifth Avenue vaart voordat het aan de grond loopt. In een nogal koddige scène waarin het water hem letterlijk tot aan de lippen staat belt Sam in wanhoop zijn vader. Die vertrekt met enkele collega’s stante pede – niet naar Mexico, zoals de rest van het land, maar naar New York om zijn zoon te redden. De kans op eigen overleving, laat staan een succesvolle reddingspoging is nihil, hebben we eerder begrepen uit zijn gloedvolle betoog, maar hij heeft maar één zoon en die gaat nu eenmaal voor alles.

En zo gaat de onzin maar door. Hoewel het intussen toch al gauw een graad of honderd vriest, hebben Jack en zijn reispartners aan een dertien-in-een-dozijn sheltertje en winterjack meer dan genoeg. Ook in de bibliotheek is het – ondanks een gebrekkige isolatie, zien we aan het licht dat onder de deur doorschijnt – best te harden. Als Laura bloedvergiftiging blijkt te hebben, maken Sam en zijn vrienden een korte excursie naar het vrachtschip om uit de ziekenboeg het gewenste antibioticum mee te nemen, niet wetend dat een stel ontsnapte wolven het dek onveilig maakt. De eerste helft van de film was in ieder geval visueel overdonderend, de tweede helft is alleen maar grenzeloos stupide. Het schijnt dat in persvoorstellingen met de name de scène waarin de vluchtelingen massaal de Rio Grande oversteken, op weg naar hun vluchtelingenkamp, tot lachsalvo’s leidde. Ik beleefde het meeste plezier aan de toespraak van de vice-president (de president zelf is doodgevroren), aan het einde van de film. Hij geeft toe dat hij ernstige fouten heeft gemaakt, maar de toekomst ziet er niet zo beroerd uit. “Al die landen,” zegt hij met nadruk tot de tv-kijkers, “die we tot voor kort met ‘derde wereldlanden’ aanduidden, verdienen onze immense dank en bewondering”. Hij vertelt niet of ook Irak en Afghanistan hebben meegewerkt aan de hulpverlening. Ik hoop van wel.

Toen het publiek de zaal verliet hoorde ik een jongen tegen zijn vriendin zeggen: “het viel me toch een beetje tegen, na alles wat ik erover gehoord had”. Een kritische kijker, dat zie ik altijd graag.
© 2004 Hans Knegtmans
powered by CJ2