archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
De gebroeders Dardenne Hans Knegtmans

Kan de hoofdpersoon even een stapje opzij doen?
 
In mijn lijstje van prominente Europese filmers van dit moment nemen de Waalse gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne de derde plaats in. Achter de Oostenrijker Michael Haneke en de Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan, al zal die zijn plaats pas echt verdiend hebben als zijn volgende film even prachtig is als het wondermooie Uzak uit 2002.

Na het zien van de vierde ‘serieuze’ speelfilm van de Dardennes – hun eerste producties blijven, ondanks de latere successen, in nevelen gehuld– begin ik me af te vragen, hoe lang ze hun podiumplaats nog zullen vasthouden. De Gouden Palm winnaar L‘enfant is zonder twijfel een sterke film, maar voegt weinig toe aan hun eerdere artistieke successen. Nu is ‘meer van hetzelfde’ niet op voorhand een negatieve kwalificatie. Laatst hoorde ik een stuk van Antonin Dvořák op de radio. Nooit eerder gehoord, maar ik herkende de componist binnen enkele maten. Net zo zijn echte jazzkenners moeiteloos in staat, tijdens een zogeheten blindfold test een obscure opname van topmusici als Dexter Gordon en Sonny Rollins te determineren. Meer van hetzelfde.

Herkenbaarheid is geen probleem, zolang de muzikant – of schrijver, of filmer – binnen het door hem ontwikkelde stramien maar voldoende interessante variaties op het thema weet te bedenken. Bij de Dardennes denk ik soms ‘dat ik het nu wel gezien heb’, terwijl Haneke’s variaties op het menselijk tekort voldoende reikwijdte en diepgang hebben om een hele carrière mee te kunnen.

Sinds 1996 brengen de Waalse broers om de drie jaar een film uit. Dat geeft een beetje regelmaat. La promesse zette de toon die we inmiddels gewend zijn. In de desolate Luikse regio buit Roger (gespeeld door Dardenne-favoriet Olivier Gourmet) illegale buitenlanders uit. Hij regelt valse verblijfsvergunningen, huisvest de allochtonen tegen woekerprijzen, en laat hen levensgevaarlijke klussen in zijn bouwbedrijf verrichten. Zijn vijftienjarige zoon Igor (Jérémie Renier) assisteert zijn vader zonder veel scrupules. Dat verandert wanneer een van de werknemers een fatale val maakt. De broers brengen het deprimerende thema recht toe recht aan in beeld, zonder mooifilmerij, en zeker ook zonder vals sentiment op te wekken.

In Rosetta (1999) gingen ze een stap verder. Minstens de helft van de tijd volgt de camera van nabij elke beweging van het meisje (een Gouden Palm winnende rol van de toen achttienjarige Emilie Dequenne). Letterlijk. De hoofdpersoon loopt van hot naar haar, en de cameraman moet flink aan zijn conditie gewerkt hebben om haar bij te kunnen houden. Rosetta is op zoek werk. In haar vorige baan is ze ontslagen en ze wil koste wat kost niet in de voetsporen treden van haar moeder, een verloederde zwerfster. Zo ver gaat haar obsessie dat ze een jongen die – als enige lijkt het – echt om haar geeft, bijna laat verzuipen. Hij werkt namelijk als wafelbakker, en als hij verdrinkt, kan zij de kraam overnemen.

In 2002 was Olivier Gourmet aan de beurt om een Gouden Palm in ontvangst te nemen, voor zijn rol van Olivier (jawel) in Le fils. Als baas van een timmerbedrijf krijgt hij regelmatig leerlingen op zijn dak die, in het kader van een reclasseringsproject, een eerzaam vak moeten leren. Op het moment dat de reclasseringsambtenaar hem een nieuweling in de maag wil splitsen, is er eigenlijk geen plaats in het bedrijf. Maar wanneer Olivier de jonge Francis ongemerkt observeert, draait hij om als een blad aan boom. Kennelijk is er iets aan de jongen dat zwaarder weegt dan Olivier’s zakelijke overwegingen. Het duurt even voordat de regisseurs het raadsel ophelderen, maar wanneer het zover is, leeft de kijker met angst en beven naar de ontknoping toe.

Ook de thematiek van hun nieuwe film, L’enfant, is niet alledaags. De achttienjarige Sonia (Déborah François) is zojuist bevallen van een zoon. Haar vriend Bruno (daar hebben we Jérémie Renier weer, negen jaar ouder maar nog geen steek veranderd met zijn vlasblonde haar) steelt alles wat los en vast zit. Hij bedenkt de klusjes, twee ondernemende jongetjes voeren ze uit. Tijdens een gesprek met een heler wordt Bruno geattendeerd op de mogelijkheid, een kind voor goed geld te laten adopteren. Hij staat daar niet uitvoerig bij stil – lange termijnplanning is niet zijn fort – maar tijdens een wandeling met de kinderwagen, terwijl Sonia voor haar uitkering in de rij staat, schiet het gesprek hem weer te binnen. Hij pakt zijn mobieltje en wanneer hij een half uurtje later zijn vriendin weer ontmoet, is dat met een lege kinderwagen. Bruno draait er niet omheen: Jimmy is verkocht, en als Sonja per se een kind wil, dan moet ze nog maar eens zwanger raken. Problemen zijn er om opgelost te worden. Sonia is in alle staten. De rest van de film probeert Bruno de aangerichte schade te herstellen, maar in de adoptie-industrie blijken keiharde spelregels te gelden. De kijker wacht gelaten op de ongetwijfeld gruwelijke afloop van het verhaal.

Na Le fils betekent de intrige van L’enfant een stap terug. In veel opzichten is de film een variatie op de thematiek van Rosetta. Rosetta is bezeten door het verlangen naar een baantje, Bruno is bezeten door het verlangen naar geld. Het gaat hem niet om bevrediging van primaire levensbehoeften, en het is ook niet de kick van de diefstal die hem drijft. Nee, hij wil geld zien, en een baby verkopen aan een criminele organisatie is geen principieel andere handel dan een vrouw van haar tasje beroven.

Filmisch gaan de Dardennes stug door op de ingeslagen weg. De camera volgt Bruno op zijn heilloze Odyssee, meestal te voet, soms op een opgevoerde brommer. (Over herhaling gesproken: ik zou zweren dat een van de opnames van Bruno en zijn knetterende voertuig op exact hetzelfde traject is geschoten als een brommerrit in La promesse.) Voor de eerste keer stoorde het me dat de doekvullende personages van de broers de toeschouwer soms het zicht ontnemen op de rest van wereld. Alsof we hun handel en wandel beter leren kennen door hen van nabij te observeren – en dan nog vaak van achteren gefilmd – dan wanneer we onbelemmerd hun omgeving te zien krijgen. Daarbij is Bruno zo’n onvoorstelbare brokkenpiloot dat de kijker zich moeilijk kan voorstellen, hoe Sonia haar zwangerschapsperiode tot een goed einde kon brengen.

Maar herhaling of niet, de broers zijn veel te getalenteerd en gedreven om ze nu al af te schrijven. Over drie jaar weten we meer.
 
******************************************************
De betere videotheken vindt u op: www.FILMstation.com .


© 2005 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
De gebroeders Dardenne Hans Knegtmans
Kan de hoofdpersoon even een stapje opzij doen?
 
In mijn lijstje van prominente Europese filmers van dit moment nemen de Waalse gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne de derde plaats in. Achter de Oostenrijker Michael Haneke en de Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan, al zal die zijn plaats pas echt verdiend hebben als zijn volgende film even prachtig is als het wondermooie Uzak uit 2002.

Na het zien van de vierde ‘serieuze’ speelfilm van de Dardennes – hun eerste producties blijven, ondanks de latere successen, in nevelen gehuld– begin ik me af te vragen, hoe lang ze hun podiumplaats nog zullen vasthouden. De Gouden Palm winnaar L‘enfant is zonder twijfel een sterke film, maar voegt weinig toe aan hun eerdere artistieke successen. Nu is ‘meer van hetzelfde’ niet op voorhand een negatieve kwalificatie. Laatst hoorde ik een stuk van Antonin Dvořák op de radio. Nooit eerder gehoord, maar ik herkende de componist binnen enkele maten. Net zo zijn echte jazzkenners moeiteloos in staat, tijdens een zogeheten blindfold test een obscure opname van topmusici als Dexter Gordon en Sonny Rollins te determineren. Meer van hetzelfde.

Herkenbaarheid is geen probleem, zolang de muzikant – of schrijver, of filmer – binnen het door hem ontwikkelde stramien maar voldoende interessante variaties op het thema weet te bedenken. Bij de Dardennes denk ik soms ‘dat ik het nu wel gezien heb’, terwijl Haneke’s variaties op het menselijk tekort voldoende reikwijdte en diepgang hebben om een hele carrière mee te kunnen.

Sinds 1996 brengen de Waalse broers om de drie jaar een film uit. Dat geeft een beetje regelmaat. La promesse zette de toon die we inmiddels gewend zijn. In de desolate Luikse regio buit Roger (gespeeld door Dardenne-favoriet Olivier Gourmet) illegale buitenlanders uit. Hij regelt valse verblijfsvergunningen, huisvest de allochtonen tegen woekerprijzen, en laat hen levensgevaarlijke klussen in zijn bouwbedrijf verrichten. Zijn vijftienjarige zoon Igor (Jérémie Renier) assisteert zijn vader zonder veel scrupules. Dat verandert wanneer een van de werknemers een fatale val maakt. De broers brengen het deprimerende thema recht toe recht aan in beeld, zonder mooifilmerij, en zeker ook zonder vals sentiment op te wekken.

In Rosetta (1999) gingen ze een stap verder. Minstens de helft van de tijd volgt de camera van nabij elke beweging van het meisje (een Gouden Palm winnende rol van de toen achttienjarige Emilie Dequenne). Letterlijk. De hoofdpersoon loopt van hot naar haar, en de cameraman moet flink aan zijn conditie gewerkt hebben om haar bij te kunnen houden. Rosetta is op zoek werk. In haar vorige baan is ze ontslagen en ze wil koste wat kost niet in de voetsporen treden van haar moeder, een verloederde zwerfster. Zo ver gaat haar obsessie dat ze een jongen die – als enige lijkt het – echt om haar geeft, bijna laat verzuipen. Hij werkt namelijk als wafelbakker, en als hij verdrinkt, kan zij de kraam overnemen.

In 2002 was Olivier Gourmet aan de beurt om een Gouden Palm in ontvangst te nemen, voor zijn rol van Olivier (jawel) in Le fils. Als baas van een timmerbedrijf krijgt hij regelmatig leerlingen op zijn dak die, in het kader van een reclasseringsproject, een eerzaam vak moeten leren. Op het moment dat de reclasseringsambtenaar hem een nieuweling in de maag wil splitsen, is er eigenlijk geen plaats in het bedrijf. Maar wanneer Olivier de jonge Francis ongemerkt observeert, draait hij om als een blad aan boom. Kennelijk is er iets aan de jongen dat zwaarder weegt dan Olivier’s zakelijke overwegingen. Het duurt even voordat de regisseurs het raadsel ophelderen, maar wanneer het zover is, leeft de kijker met angst en beven naar de ontknoping toe.

Ook de thematiek van hun nieuwe film, L’enfant, is niet alledaags. De achttienjarige Sonia (Déborah François) is zojuist bevallen van een zoon. Haar vriend Bruno (daar hebben we Jérémie Renier weer, negen jaar ouder maar nog geen steek veranderd met zijn vlasblonde haar) steelt alles wat los en vast zit. Hij bedenkt de klusjes, twee ondernemende jongetjes voeren ze uit. Tijdens een gesprek met een heler wordt Bruno geattendeerd op de mogelijkheid, een kind voor goed geld te laten adopteren. Hij staat daar niet uitvoerig bij stil – lange termijnplanning is niet zijn fort – maar tijdens een wandeling met de kinderwagen, terwijl Sonia voor haar uitkering in de rij staat, schiet het gesprek hem weer te binnen. Hij pakt zijn mobieltje en wanneer hij een half uurtje later zijn vriendin weer ontmoet, is dat met een lege kinderwagen. Bruno draait er niet omheen: Jimmy is verkocht, en als Sonja per se een kind wil, dan moet ze nog maar eens zwanger raken. Problemen zijn er om opgelost te worden. Sonia is in alle staten. De rest van de film probeert Bruno de aangerichte schade te herstellen, maar in de adoptie-industrie blijken keiharde spelregels te gelden. De kijker wacht gelaten op de ongetwijfeld gruwelijke afloop van het verhaal.

Na Le fils betekent de intrige van L’enfant een stap terug. In veel opzichten is de film een variatie op de thematiek van Rosetta. Rosetta is bezeten door het verlangen naar een baantje, Bruno is bezeten door het verlangen naar geld. Het gaat hem niet om bevrediging van primaire levensbehoeften, en het is ook niet de kick van de diefstal die hem drijft. Nee, hij wil geld zien, en een baby verkopen aan een criminele organisatie is geen principieel andere handel dan een vrouw van haar tasje beroven.

Filmisch gaan de Dardennes stug door op de ingeslagen weg. De camera volgt Bruno op zijn heilloze Odyssee, meestal te voet, soms op een opgevoerde brommer. (Over herhaling gesproken: ik zou zweren dat een van de opnames van Bruno en zijn knetterende voertuig op exact hetzelfde traject is geschoten als een brommerrit in La promesse.) Voor de eerste keer stoorde het me dat de doekvullende personages van de broers de toeschouwer soms het zicht ontnemen op de rest van wereld. Alsof we hun handel en wandel beter leren kennen door hen van nabij te observeren – en dan nog vaak van achteren gefilmd – dan wanneer we onbelemmerd hun omgeving te zien krijgen. Daarbij is Bruno zo’n onvoorstelbare brokkenpiloot dat de kijker zich moeilijk kan voorstellen, hoe Sonia haar zwangerschapsperiode tot een goed einde kon brengen.

Maar herhaling of niet, de broers zijn veel te getalenteerd en gedreven om ze nu al af te schrijven. Over drie jaar weten we meer.
 
******************************************************
De betere videotheken vindt u op: www.FILMstation.com .
© 2005 Hans Knegtmans
powered by CJ2