archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Een uitstekende actrice, maar niet voor hitsige pubers Hans Knegtmans

0218 Jeanne Moreau
In de maanden juli en augustus hield het Filmmuseum in Amsterdam een retrospectief over de actrice Jeanne Moreau. De organisatie had met 23 films flink uitgepakt. Ook het Filmhuis Den Haag, Lantaren/Venster Rotterdam en Lux Nijmegen deden mee, in bescheiden mate. Al tijdens het retrospectief begonnen vier films uit het programma aan een rondgang langs de Nederlandse filmhuizen: Ascenseur pour l’échafaud, Jules et Jim, Les amants en Mademoiselle. Omdat van die laatste twee slechts één kopie beschikbaar is, kan het nog wel een tijdje duren voor ze een filmtheater bij u in de buurt aandoen.

Maar geen nood, bij ‘de betere videotheek’ (en dat moet u in dit geval heel letterlijk nemen) zijn ze volop te huur. Moviecenter Amsterdam bijvoorbeeld heeft meer dan 20 titels in voorraad. Op VHS wel te verstaan: op DVD zijn uit haar glorietijd alleen Jules et Jim (1962) en Les valseuses (1974) verkrijgbaar. Het is dus te hopen dat u uw antieke VHS-bak niet bij het grofvuil heeft gezet.

Mijn generatie had vroeger niet zo veel op met de gevierde actrice. Bij veel van mijn leeftijdgenoten stond Moreau bekend als ‘dat mens met die chagrijnige bek’. De reden dat wij zoveel strenger waren dan de huidige lichting critici, die zich uitput in superlatieven, is weinig verheffend. In mijn schooltijd werden de bioscoopschermen onveilig gemaakt door Franse actrices die met elkaar wedijverden in sensualiteit. Brigitte Bardot beheerste als geen ander het spel van seksuele toespelingen en uitdaging, maar ook haar tijdgenoten konden er wat van: Mylène Demongeot, Françoise Arnoul, Magali Noël en Estella Blain (hier alleen bekend door haar rol in Des femmes disparaissent, maar daarmee maakte ze wel een onuitwisbare indruk) joegen de pubers die zich bij de kassa ouder voordeden dan ze waren, het hoofd op hol.

Jeanne Moreau hoorde in een andere categorie. Van haar werden we allerminst opgewonden, wat trouwens ook niet de bedoeling leek te zijn. Tegenwoordig gaan mensen niet meer naar de bioscoop om zich te vergapen aan uitdagende meisjes. Welnee. Je huurt een pornofilm, en als het alleen gaat om de kick van de suggestie kun je de hele dag door bij MTV of TMF terecht. Dit alles maakt dat mijn hernieuwde kennismaking met de actrice een stuk aangenamer was dan ik had verwacht.

Bij haar doorbraak in 1958 had Moreau er – naast een veelbelovende carrière op de planken – al een twintigtal films opzitten. Niemand kent die oude troep, met titels als L’homme de ma vie en Il est minuit, Docteur Schweitzer. Alleen de misdaadfilm Touchez pas au Grisbi verwierf internationale bekendheid. In 1958 zorgde Louis Malle – Nouvelle Vague regisseur avant la lettre en haar eerste beroemde echtgenoot – er met Ascenseur pour l’échafaud voor dat Moreau bekend werd bij het serieuze publiek. De film is helemaal niet zo geweldig. Hoewel ik hem minstens vier maal heb gezien, vergeet ik altijd weer de intrige, en – begrijp ik uit gesprekken met vrienden – ik ben niet de enige..

Na de laatste keer zien heb ik door waar de schoen wringt. De compositie is weinig dwingend en de dramatische hoogtepunten verdrinken in omringende scènes die voor de intrige minder relevant zijn. Het verhaal in een paar woorden: Florence (Moreau) zet haar minnaar Julien (Maurice Ronet) er toe aan, haar man te vermoorden. Zo gezegd zo gedaan. Julien komt vervolgens vast te zitten in een lift, zodat hij Florence niet op de afgesproken plaats kan ontmoeten. Wel ziet ze op een caféterras zijn auto langsrijden. Die is namelijk gejat door een baldadige jongeman en zijn vriendin. Later belandt het ondernemende stel in een motel, waar ze een moord begaan. De arme Julien krijgt de schuld en heeft een alibi dat hij tegenover de politie beter kan verzwijgen.

Moreau krijgt van Malle alle gelegenheid zich uit te leven in stil spel. Ze slentert doelloos door de Parijse nacht en informeert in elke kroeg met groeiende wanhoop of haar vriend gesignaleerd is. Niet spannend of meeslepend, maar ze laat zien dat ze kan acteren. Het was de tijd van de bebop en menig Frans filmdrama werd muzikaal opgeluisterd door Amerikaanse jazzmusici. In dit geval zorgde Miles Davis, geassisteerd door drummer Kenny Clarke en drie Franse muzikanten, voor een soundtrack die gegrift staat in het geheugen van elke jazzliefhebber.

De andere film waarin Malle zijn echtgenote liet schitteren – Les amants, eveneens uit 1958 – heeft lang niet de bekendheid gekregen van zijn voorganger. Jeanne Tournier (Moreau) verkommert in haar landhuis bij Dijon. Echtgenoot Henri (Alain Cuny) heeft alleen oog voor de krant die hij runt. Met grote regelmaat laat ze man en dochtertje in de steek om bij haar Parijse vriendin Maggy te logeren. Via haar komt ze in contact met playboy Raoul. Dat is in ieder geval beter dan thuis rondhangen, maar Jeanne – hoewel nadenken niet haar fort is – twijfelt aan de echtheid van haar gevoelens voor Raoul. In een vlaag van jaloezie verzint Henri het heilloze plan een etentje te beleggen voor de mondaine vrienden van Jeanne. Op weg naar huis begeeft de auto van Jeanne het en krijgt ze een lift van de jonge archeoloog Bernard (Jean-Marc Bory). Ook die mag aanzitten aan het diner en het laat zich raden, dat de sfeer om te snijden is. Juist wanneer de toeschouwer zich afvraagt waar dit scenario in godsnaam op afstevent, worden Jeanne en Bernard plotsklaps verliefd op elkaar. Aan de scène waarin ze ad nauseam elkaar hun eeuwige liefde betuigen komt maar geen einde. Uiteindelijk laat Jeanne zonder blikken of blozen man en kind alleen en vertrekt met haar kersverse minnaar naar een onzekere toekomst. Bang, maar vastbesloten, zoals de hinderlijk aanwezige voice-over ons verzekert.

Vergeleken met Ascenseur doet Les amants gedateerd aan. Deels komt dat doordat het verhaal zich grotendeels op het Franse platteland afspeelt. Een 2CV op een provincieweg oogt antieker dan dezelfde auto op de Boulevard Hausmann. Verder is Les amants gebaseerd op het gelijknamige korte verhaal van Dominique Vivant, uit de achttiende eeuw. Hoewel Malle de verfilming naar het ‘heden’ (dus 1958) heeft verplaatst, verschilt het kalme, gedragen camerawerk hemelsbreed van de nerveuze, jachtig gesneden beelden van Ascenseur. Het belangrijkste lichtpunt in de film is Moreau zelf. Hoewel haar personage allerminst de schoonheidsprijs verdient voor empathie en verantwoordelijkheidsgevoel, demonstreert de actrice een jeugdige naïviteit die ze in het vervolg van haar carrière al snel zou verliezen. De minutenlange aanval van de slappe lach die een grapje van Bernard haar bezorgt, wekt onverdeelde sympathie op bij zelfs bij de meest sceptische toeschouwer.

Aangevuld met de cultfilm Jules et Jim (1962, geregisseerd door François Truffaut) en het minder bekende Mademoiselle (1966) vormen de twee films een mooi lespakket Moreau-voor-beginners.
 
************************************
De 'betere' videotheken vindt u op www.FILMstation.com.


© 2005 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Een uitstekende actrice, maar niet voor hitsige pubers Hans Knegtmans
0218 Jeanne Moreau
In de maanden juli en augustus hield het Filmmuseum in Amsterdam een retrospectief over de actrice Jeanne Moreau. De organisatie had met 23 films flink uitgepakt. Ook het Filmhuis Den Haag, Lantaren/Venster Rotterdam en Lux Nijmegen deden mee, in bescheiden mate. Al tijdens het retrospectief begonnen vier films uit het programma aan een rondgang langs de Nederlandse filmhuizen: Ascenseur pour l’échafaud, Jules et Jim, Les amants en Mademoiselle. Omdat van die laatste twee slechts één kopie beschikbaar is, kan het nog wel een tijdje duren voor ze een filmtheater bij u in de buurt aandoen.

Maar geen nood, bij ‘de betere videotheek’ (en dat moet u in dit geval heel letterlijk nemen) zijn ze volop te huur. Moviecenter Amsterdam bijvoorbeeld heeft meer dan 20 titels in voorraad. Op VHS wel te verstaan: op DVD zijn uit haar glorietijd alleen Jules et Jim (1962) en Les valseuses (1974) verkrijgbaar. Het is dus te hopen dat u uw antieke VHS-bak niet bij het grofvuil heeft gezet.

Mijn generatie had vroeger niet zo veel op met de gevierde actrice. Bij veel van mijn leeftijdgenoten stond Moreau bekend als ‘dat mens met die chagrijnige bek’. De reden dat wij zoveel strenger waren dan de huidige lichting critici, die zich uitput in superlatieven, is weinig verheffend. In mijn schooltijd werden de bioscoopschermen onveilig gemaakt door Franse actrices die met elkaar wedijverden in sensualiteit. Brigitte Bardot beheerste als geen ander het spel van seksuele toespelingen en uitdaging, maar ook haar tijdgenoten konden er wat van: Mylène Demongeot, Françoise Arnoul, Magali Noël en Estella Blain (hier alleen bekend door haar rol in Des femmes disparaissent, maar daarmee maakte ze wel een onuitwisbare indruk) joegen de pubers die zich bij de kassa ouder voordeden dan ze waren, het hoofd op hol.

Jeanne Moreau hoorde in een andere categorie. Van haar werden we allerminst opgewonden, wat trouwens ook niet de bedoeling leek te zijn. Tegenwoordig gaan mensen niet meer naar de bioscoop om zich te vergapen aan uitdagende meisjes. Welnee. Je huurt een pornofilm, en als het alleen gaat om de kick van de suggestie kun je de hele dag door bij MTV of TMF terecht. Dit alles maakt dat mijn hernieuwde kennismaking met de actrice een stuk aangenamer was dan ik had verwacht.

Bij haar doorbraak in 1958 had Moreau er – naast een veelbelovende carrière op de planken – al een twintigtal films opzitten. Niemand kent die oude troep, met titels als L’homme de ma vie en Il est minuit, Docteur Schweitzer. Alleen de misdaadfilm Touchez pas au Grisbi verwierf internationale bekendheid. In 1958 zorgde Louis Malle – Nouvelle Vague regisseur avant la lettre en haar eerste beroemde echtgenoot – er met Ascenseur pour l’échafaud voor dat Moreau bekend werd bij het serieuze publiek. De film is helemaal niet zo geweldig. Hoewel ik hem minstens vier maal heb gezien, vergeet ik altijd weer de intrige, en – begrijp ik uit gesprekken met vrienden – ik ben niet de enige..

Na de laatste keer zien heb ik door waar de schoen wringt. De compositie is weinig dwingend en de dramatische hoogtepunten verdrinken in omringende scènes die voor de intrige minder relevant zijn. Het verhaal in een paar woorden: Florence (Moreau) zet haar minnaar Julien (Maurice Ronet) er toe aan, haar man te vermoorden. Zo gezegd zo gedaan. Julien komt vervolgens vast te zitten in een lift, zodat hij Florence niet op de afgesproken plaats kan ontmoeten. Wel ziet ze op een caféterras zijn auto langsrijden. Die is namelijk gejat door een baldadige jongeman en zijn vriendin. Later belandt het ondernemende stel in een motel, waar ze een moord begaan. De arme Julien krijgt de schuld en heeft een alibi dat hij tegenover de politie beter kan verzwijgen.

Moreau krijgt van Malle alle gelegenheid zich uit te leven in stil spel. Ze slentert doelloos door de Parijse nacht en informeert in elke kroeg met groeiende wanhoop of haar vriend gesignaleerd is. Niet spannend of meeslepend, maar ze laat zien dat ze kan acteren. Het was de tijd van de bebop en menig Frans filmdrama werd muzikaal opgeluisterd door Amerikaanse jazzmusici. In dit geval zorgde Miles Davis, geassisteerd door drummer Kenny Clarke en drie Franse muzikanten, voor een soundtrack die gegrift staat in het geheugen van elke jazzliefhebber.

De andere film waarin Malle zijn echtgenote liet schitteren – Les amants, eveneens uit 1958 – heeft lang niet de bekendheid gekregen van zijn voorganger. Jeanne Tournier (Moreau) verkommert in haar landhuis bij Dijon. Echtgenoot Henri (Alain Cuny) heeft alleen oog voor de krant die hij runt. Met grote regelmaat laat ze man en dochtertje in de steek om bij haar Parijse vriendin Maggy te logeren. Via haar komt ze in contact met playboy Raoul. Dat is in ieder geval beter dan thuis rondhangen, maar Jeanne – hoewel nadenken niet haar fort is – twijfelt aan de echtheid van haar gevoelens voor Raoul. In een vlaag van jaloezie verzint Henri het heilloze plan een etentje te beleggen voor de mondaine vrienden van Jeanne. Op weg naar huis begeeft de auto van Jeanne het en krijgt ze een lift van de jonge archeoloog Bernard (Jean-Marc Bory). Ook die mag aanzitten aan het diner en het laat zich raden, dat de sfeer om te snijden is. Juist wanneer de toeschouwer zich afvraagt waar dit scenario in godsnaam op afstevent, worden Jeanne en Bernard plotsklaps verliefd op elkaar. Aan de scène waarin ze ad nauseam elkaar hun eeuwige liefde betuigen komt maar geen einde. Uiteindelijk laat Jeanne zonder blikken of blozen man en kind alleen en vertrekt met haar kersverse minnaar naar een onzekere toekomst. Bang, maar vastbesloten, zoals de hinderlijk aanwezige voice-over ons verzekert.

Vergeleken met Ascenseur doet Les amants gedateerd aan. Deels komt dat doordat het verhaal zich grotendeels op het Franse platteland afspeelt. Een 2CV op een provincieweg oogt antieker dan dezelfde auto op de Boulevard Hausmann. Verder is Les amants gebaseerd op het gelijknamige korte verhaal van Dominique Vivant, uit de achttiende eeuw. Hoewel Malle de verfilming naar het ‘heden’ (dus 1958) heeft verplaatst, verschilt het kalme, gedragen camerawerk hemelsbreed van de nerveuze, jachtig gesneden beelden van Ascenseur. Het belangrijkste lichtpunt in de film is Moreau zelf. Hoewel haar personage allerminst de schoonheidsprijs verdient voor empathie en verantwoordelijkheidsgevoel, demonstreert de actrice een jeugdige naïviteit die ze in het vervolg van haar carrière al snel zou verliezen. De minutenlange aanval van de slappe lach die een grapje van Bernard haar bezorgt, wekt onverdeelde sympathie op bij zelfs bij de meest sceptische toeschouwer.

Aangevuld met de cultfilm Jules et Jim (1962, geregisseerd door François Truffaut) en het minder bekende Mademoiselle (1966) vormen de twee films een mooi lespakket Moreau-voor-beginners.
 
************************************
De 'betere' videotheken vindt u op www.FILMstation.com.
© 2005 Hans Knegtmans
powered by CJ2