archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Rotterdamse tijgers bij u in de buurt Hans Knegtmans

0212  Film
Drie van de vele onderscheidingen die op de laatste draaidag van het IFFR worden vergeven, zijn de zogenaamde Tiger Awards. Alle deelnemers aan de Tiger Award Competition (veertien dit keer) zijn of een debuut of de tweede film van een cineast. (Er zit ongetwijfeld een gedachte achter die uitbreiding, maar ik heb me daar niet in verdiept.) Een deskundige en in ieder geval internationale jury kiest de drie winnaars. Die gaan in de periode april-juni rond door het land. Ze doen zowel grote steden aan (Haarlem, Zwolle) als filmhuizen in de provincie (Hoogeveen, Bussum). Op het festival zelf had ik op één na alle Tigers gemist. Een mooie gelegenheid dus om nu mijn horizon te verbreden en het Delftse filmtheater Lumen te bezoeken.

Een van de drie films die men toonde, had helemaal geen Tiger Award in de wacht gesleept, maar deze ogenschijnlijke misgreep had een goede reden. De eigenlijke winnaar Nemmeno il destino van regisseur Daniele Gaglianonen komt in mei in de reguliere vertoning en, redeneerde de organisatie, dan is het publiek meer gebaat bij een anderszins onderscheiden Tiger. Dat werd de Zuid-Koreaanse film Spying Cam, die in Rotterdam de FIPRESCI Award van de buitenlandse pers kreeg.
De film 4 die ik ook zag, werd op het festival niet alleen door de Tigerjury bejubeld, ook recensenten gaven hoog op van de film. Regisseur Ilya Khrzhanovsky holde van het ene interview naar het andere. Het begin is veelbelovend. We zien achtereenvolgens een man die in de vleesindustrie werkt, een hoertje dat in het holst van de nacht haar klant verlaat (de man ligt voor lijk en neemt niet de moeite haar uit te laten) en een pianostemmer die een lichtelijk absurdistisch gesprek voert met een collega. Vervolgens zien we hoe deze mensen die elkaar niet kennen, in het holst van de nacht in gesprek raken in een bouwvallig café, met een barman die alleen in actie komt als een klant hem wakker heeft geschud. Er wordt onnoemelijk veel gedronken en nog meer gerookt, zoals dat gaat in die voormalige Oostbloklanden waar het zich afspeelt.
De personages vertellen elkaar schaamteloze leugens over hun identiteit en dagelijkse werkzaamheden. Het bontst maakt de pianostemmer het. Als ‘biochemicus’ is hij een van Ruslands experts op het gebied van klonen, een activiteit die daar al een jaar of zestig aan de orde van de dag is, al wordt daar geen onnodige ruchtbaarheid aan gegeven. Zelfs mensen klonen is daar een fluitje van een cent. De geleerden zijn er nog niet uit hoe het komt, maar gekloonde vierlingen zijn in de regel de gezondste exemplaren.

Nadat het samenzijn is opgebroken, verdwijnen de vleeshandelaar en de pianostemmer naar het tweede plan, en richt de cameraman zich op het hoertje Marina. Ik zal hem niet kwalijk nemen, want actrice Mariia Vovchenko is een lust voor het oog. Daags na het cafébezoek neemt ze de trein. Nadat ze is uitgestapt, blijkt het nog een flinke tippel naar haar reisdoel. De wandeling neemt zo’n tien minuten in beslag, maar de gevoelsduur is een veelvoud daarvan door het vernuftige camerawerk en de afwisseling van locaties: langs bergen en door dalen, onder het prikkeldraad door om een stuk af te snijden, nu eens langs een fabriek die zo te zien in 1928 zijn poorten heeft gesloten, dan weer door een somber ondoordringbaar woud. Er komt geen eind aan, en je krijgt de indruk dat de regisseur alle denkbare uithoeken van Rusland heeft bezocht om dit ene fragment precies te krijgen zoals hij wilde.
Het doel van de reis blijkt de begrafenis van een van Marina’s zusjes. Haar twee andere zusters – ook in het echt zusjes van de actrice, met de overledene erbij vier stuks, gaat dit misschien over het klonen van vierlingen? – zijn er al. De andere aanwezigen zijn oude vrouwtjes van ruim boven de zeventig, die een ongeschoold werk verrichten in een poppenmakerij. Vanaf dat moment maakt de film een vrije val. De regisseur besluit dat nu de bejaarden aan de beurt zijn, en de kijker zal het weten ook. De onooglijke wijfjes zingen, schreeuwen, vloeken, drinken, lallen en roken en verspelen al snel de sympathie van de toeschouwers. Een anarchistisch bejaardentehuis lijkt het, waar niemand zijn oude moeder heen zou willen sturen, nog voor geen geld toe. In enkele scènes die expliciet bedoeld lijken om het publiek lekker te maken zien we de drie mooie zusjes. Bloot in de sauna bijvoorbeeld. Helaas duurt dat maar even, en onbarmhartig zwenkt de camera terug naar de verschrompelde omaatjes. Een hybride film die eerst intrigeert en daarna intense ergernis opwekt.
El cielo gira van de Spaanse Mercedes Alvarez is een documentaire. Alvarez vertrok op driejarige leeftijd uit het gehucht La Aldea. In de film keert ze terug naar haar geboorteplaats die inmiddels met zijn 14 inwoners bijna tot een spookstad verworden is. De camera (een videocamera, en dat is te zien) registreert gesprekken tussen de laatste bewoners en neemt ruimschoots de tijd om het dorp en zijn rustieke omgeving te verkennen. Sommige filmers kunnen een betoverende compositie destilleren uit een besneeuwde straathoek, met als enige bewegende elementen de vallende sneeuw en een hond die een ommetje maakt. (Dit fragment is letterlijk afkomstig uit de film Kasaba van de Turkse wondercineast Nuri Bilge Ceylan.) Alvarez is helaas van een ander kaliber en ik dutte meermalen in bij de verstilde, o zo authentieke beelden. Het is veelzeggend dat de gesprekken tussen enkele bejaarde, maar nog krasse dorpsbewoners stukken interessanter zijn dan al die wolken, bomen en schapen (of waren het geiten? Ik weet het verdomd niet meer). Mijn bioscoopburen typeerden na afloop hun filmische beleving als ‘een martelgang’, en daarmee sloegen ze de spijker op de kop.

Gelukkig had de operateur het lekkerste voor het laatst bewaard. Ook Spying Cam van regisseur Whang Cheol-Mean is opgenomen op video, maar door de thematiek is dat veel minder bezwaarlijk dan bij El cielo gira. In een onaangenaam warme hotelkamer zitten twee mannen. De jongste oogt als midden twintig, zijn metgezel is een jaar of vijf ouder. Een dienstdoende werkster typeert ze tegenover haar collega als respectievelijk ‘een student’ en ‘een gangstertype’, en zo zien ze er inderdaad uit. Ze wachten ergens op, maar het duurt meer dan een uur voordat we ontdekken waarop precies. De ‘student’ heeft een videocamera en het boek Schuld en boete van Dostojevski, zijn kamergenoot moet het stellen met een pistool en een mobieltje. De een leest, de ander houdt zijn conditie op pijl met krachtoefeningen en voert telefoongesprekken met een onbekende opdrachtgever. Ik weet het, deze beschrijving heeft een laag wervend gehalte. Het wordt heel anders als u weet dat de twee na enige tijd passages uit Schuld en boete naspelen met het boek in de hand, waarbij de macho geheel opgaat in zijn rol vertolking van Sonja, terwijl de intellectueel hoofdpersoon Raskolnikov speelt. De voordrachtskunstenaars nemen hun eigen acteren op met de videocamera. Dostojevski als metafoor voor het morele en politieke klimaat in Zuid-Korea? Je zou het bijna denken, temeer omdat tegen het thrillerachtige slot van de film de hoofdpersonen, buiten de beslotenheid van de hotelkamer, een heel andere kant van hun persoonlijkheid laten zien.
De enige van deze Tijgers die de Award verdient, heeft hem dus niet gekregen. Maar gelukkig wel een andere onderscheiding, die internationaal een stuk hoger wordt aangeslagen.
 


© 2005 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Rotterdamse tijgers bij u in de buurt Hans Knegtmans
0212  Film
Drie van de vele onderscheidingen die op de laatste draaidag van het IFFR worden vergeven, zijn de zogenaamde Tiger Awards. Alle deelnemers aan de Tiger Award Competition (veertien dit keer) zijn of een debuut of de tweede film van een cineast. (Er zit ongetwijfeld een gedachte achter die uitbreiding, maar ik heb me daar niet in verdiept.) Een deskundige en in ieder geval internationale jury kiest de drie winnaars. Die gaan in de periode april-juni rond door het land. Ze doen zowel grote steden aan (Haarlem, Zwolle) als filmhuizen in de provincie (Hoogeveen, Bussum). Op het festival zelf had ik op één na alle Tigers gemist. Een mooie gelegenheid dus om nu mijn horizon te verbreden en het Delftse filmtheater Lumen te bezoeken.

Een van de drie films die men toonde, had helemaal geen Tiger Award in de wacht gesleept, maar deze ogenschijnlijke misgreep had een goede reden. De eigenlijke winnaar Nemmeno il destino van regisseur Daniele Gaglianonen komt in mei in de reguliere vertoning en, redeneerde de organisatie, dan is het publiek meer gebaat bij een anderszins onderscheiden Tiger. Dat werd de Zuid-Koreaanse film Spying Cam, die in Rotterdam de FIPRESCI Award van de buitenlandse pers kreeg.
De film 4 die ik ook zag, werd op het festival niet alleen door de Tigerjury bejubeld, ook recensenten gaven hoog op van de film. Regisseur Ilya Khrzhanovsky holde van het ene interview naar het andere. Het begin is veelbelovend. We zien achtereenvolgens een man die in de vleesindustrie werkt, een hoertje dat in het holst van de nacht haar klant verlaat (de man ligt voor lijk en neemt niet de moeite haar uit te laten) en een pianostemmer die een lichtelijk absurdistisch gesprek voert met een collega. Vervolgens zien we hoe deze mensen die elkaar niet kennen, in het holst van de nacht in gesprek raken in een bouwvallig café, met een barman die alleen in actie komt als een klant hem wakker heeft geschud. Er wordt onnoemelijk veel gedronken en nog meer gerookt, zoals dat gaat in die voormalige Oostbloklanden waar het zich afspeelt.
De personages vertellen elkaar schaamteloze leugens over hun identiteit en dagelijkse werkzaamheden. Het bontst maakt de pianostemmer het. Als ‘biochemicus’ is hij een van Ruslands experts op het gebied van klonen, een activiteit die daar al een jaar of zestig aan de orde van de dag is, al wordt daar geen onnodige ruchtbaarheid aan gegeven. Zelfs mensen klonen is daar een fluitje van een cent. De geleerden zijn er nog niet uit hoe het komt, maar gekloonde vierlingen zijn in de regel de gezondste exemplaren.

Nadat het samenzijn is opgebroken, verdwijnen de vleeshandelaar en de pianostemmer naar het tweede plan, en richt de cameraman zich op het hoertje Marina. Ik zal hem niet kwalijk nemen, want actrice Mariia Vovchenko is een lust voor het oog. Daags na het cafébezoek neemt ze de trein. Nadat ze is uitgestapt, blijkt het nog een flinke tippel naar haar reisdoel. De wandeling neemt zo’n tien minuten in beslag, maar de gevoelsduur is een veelvoud daarvan door het vernuftige camerawerk en de afwisseling van locaties: langs bergen en door dalen, onder het prikkeldraad door om een stuk af te snijden, nu eens langs een fabriek die zo te zien in 1928 zijn poorten heeft gesloten, dan weer door een somber ondoordringbaar woud. Er komt geen eind aan, en je krijgt de indruk dat de regisseur alle denkbare uithoeken van Rusland heeft bezocht om dit ene fragment precies te krijgen zoals hij wilde.
Het doel van de reis blijkt de begrafenis van een van Marina’s zusjes. Haar twee andere zusters – ook in het echt zusjes van de actrice, met de overledene erbij vier stuks, gaat dit misschien over het klonen van vierlingen? – zijn er al. De andere aanwezigen zijn oude vrouwtjes van ruim boven de zeventig, die een ongeschoold werk verrichten in een poppenmakerij. Vanaf dat moment maakt de film een vrije val. De regisseur besluit dat nu de bejaarden aan de beurt zijn, en de kijker zal het weten ook. De onooglijke wijfjes zingen, schreeuwen, vloeken, drinken, lallen en roken en verspelen al snel de sympathie van de toeschouwers. Een anarchistisch bejaardentehuis lijkt het, waar niemand zijn oude moeder heen zou willen sturen, nog voor geen geld toe. In enkele scènes die expliciet bedoeld lijken om het publiek lekker te maken zien we de drie mooie zusjes. Bloot in de sauna bijvoorbeeld. Helaas duurt dat maar even, en onbarmhartig zwenkt de camera terug naar de verschrompelde omaatjes. Een hybride film die eerst intrigeert en daarna intense ergernis opwekt.
El cielo gira van de Spaanse Mercedes Alvarez is een documentaire. Alvarez vertrok op driejarige leeftijd uit het gehucht La Aldea. In de film keert ze terug naar haar geboorteplaats die inmiddels met zijn 14 inwoners bijna tot een spookstad verworden is. De camera (een videocamera, en dat is te zien) registreert gesprekken tussen de laatste bewoners en neemt ruimschoots de tijd om het dorp en zijn rustieke omgeving te verkennen. Sommige filmers kunnen een betoverende compositie destilleren uit een besneeuwde straathoek, met als enige bewegende elementen de vallende sneeuw en een hond die een ommetje maakt. (Dit fragment is letterlijk afkomstig uit de film Kasaba van de Turkse wondercineast Nuri Bilge Ceylan.) Alvarez is helaas van een ander kaliber en ik dutte meermalen in bij de verstilde, o zo authentieke beelden. Het is veelzeggend dat de gesprekken tussen enkele bejaarde, maar nog krasse dorpsbewoners stukken interessanter zijn dan al die wolken, bomen en schapen (of waren het geiten? Ik weet het verdomd niet meer). Mijn bioscoopburen typeerden na afloop hun filmische beleving als ‘een martelgang’, en daarmee sloegen ze de spijker op de kop.

Gelukkig had de operateur het lekkerste voor het laatst bewaard. Ook Spying Cam van regisseur Whang Cheol-Mean is opgenomen op video, maar door de thematiek is dat veel minder bezwaarlijk dan bij El cielo gira. In een onaangenaam warme hotelkamer zitten twee mannen. De jongste oogt als midden twintig, zijn metgezel is een jaar of vijf ouder. Een dienstdoende werkster typeert ze tegenover haar collega als respectievelijk ‘een student’ en ‘een gangstertype’, en zo zien ze er inderdaad uit. Ze wachten ergens op, maar het duurt meer dan een uur voordat we ontdekken waarop precies. De ‘student’ heeft een videocamera en het boek Schuld en boete van Dostojevski, zijn kamergenoot moet het stellen met een pistool en een mobieltje. De een leest, de ander houdt zijn conditie op pijl met krachtoefeningen en voert telefoongesprekken met een onbekende opdrachtgever. Ik weet het, deze beschrijving heeft een laag wervend gehalte. Het wordt heel anders als u weet dat de twee na enige tijd passages uit Schuld en boete naspelen met het boek in de hand, waarbij de macho geheel opgaat in zijn rol vertolking van Sonja, terwijl de intellectueel hoofdpersoon Raskolnikov speelt. De voordrachtskunstenaars nemen hun eigen acteren op met de videocamera. Dostojevski als metafoor voor het morele en politieke klimaat in Zuid-Korea? Je zou het bijna denken, temeer omdat tegen het thrillerachtige slot van de film de hoofdpersonen, buiten de beslotenheid van de hotelkamer, een heel andere kant van hun persoonlijkheid laten zien.
De enige van deze Tijgers die de Award verdient, heeft hem dus niet gekregen. Maar gelukkig wel een andere onderscheiding, die internationaal een stuk hoger wordt aangeslagen.
 
© 2005 Hans Knegtmans
powered by CJ2