archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Sing Street Hans Knegtmans

1404VG Sing1Een van de aardigste bioscoopfilms van dit moment, Sing Street, is helaas niet voor heel Nederland te zien. Althans niet makkelijk. Amsterdamse kijkers kunnen terecht in Pathé City en Rotterdammers kunnen zich naar het gloednieuwe Kino theater begeven. Wie dit te ver vindt moet maar hopen dat de distributiemaatschappij meer kopieën aan de theaters zal kunnen slijten. In het slechtste geval is men aangewezen op de DVD en dat kan wel even duren.

In Dublin wordt anno 1985 (jawel, het is een retrofilm) de vijftienjarige Conor vanwege ouderlijk geldgebrek overgeplaatst naar een minder prijzige school op Christelijke grondslag. Daar is het niet leuk voor nieuwkomers en vanaf de eerste dag heeft de (naar later zal blijken pedofiele) directeur het op hem gemunt. Als om het leed te verzachten ontmoet hij op straat de solitair rokende Raphine, die hij ogenblikkelijk herkent als het meisje uit zijn dromen. Zij is fotomodel, zegt ze, en ze hoopt binnenkort in Londen haar nog bescheiden carrière te kunnen uitbouwen. Voordat hij goed en wel beseft waar hij aan begonnen is, speldt Conor haar op de mouw dat hij een popband heeft. Als ze dat leuk vindt, kan ze optreden in een muziekvideo die ze gaan maken. Raphine gaat onverwacht gretig op het aanbod in.

Godallemachtig, waar haalt hij zo één twee drie een band vandaan? En liedjes? Gelukkig is zijn nieuwe klasgenoot Eamon hypermuzikaal en diens jongenskamer puilt uit van allerhande instrumenten die een band goed kan gebruiken. Conor (die zich later in de film Cosmo gaat noemen, maar dit terzijde) heeft geen muzikale achtergrond, maar beschikt over een dichterlijke geest. Eamon bedenkt een melodietje voor Conors tekstflarden en de eerste song van de band – Sing Street, noemen ze zich – is een feit. Het behoeft geen betoog dat ze zonder al te veel tegenslag nog drie jongens bereid vinden om het gezelschap te completeren.

Zou Raphina de videoafspraak nakomen? Anders is de investering – waaronder het gebruiksklaar maken van een VHS-recorder, het is nog steeds 1985 – verspilde energie. Gelukkig, daar is ze! Ze spreekt haar verbazing uit over de bijeengeraapte artiestenkledij die haar – en ons – aan de Village People doet denken (dus aan een stelletje nichten, beseffen de muzikanten), maar de opname loopt als een trein.

De eerste muzikale scènes stellen de goedgelovigheid van de kijker behoorlijk op de proef. John Lennon en Paul McCartney hadden al flink wat uurtjes geoefend voordat ze publiek gingen, al denkt menigeen dat ze uit het niets de studio in stapten om daar Love Me Do te zingen. Maar zelfs de hardcore scepticus1404VG Sing2 zal zich al snel laten inpakken door het ontwapenende optreden van de jongens. En geen wonder. Scenarist/regisseur John Carney is bezeten van muziek. Hij was bassist bij de professionele groep The Frames. Voor het componeren van de ‘eigen’ songs van het bandje schakelde hij componist en beroepsmuzikant Gary Clark in (bekend van de band Danny Wilson, die zelfs een paar erkende hits op zijn naam heeft staan).

Hierdoor klinken de liedjes als een klok. Na afloop had ik de aanvechting om meteen de soundtrack aan te schaffen. Net als in 2007 het geval was bij Carney’s eerste muziekfilm Once. Die bevatte het prachtige snotterlied Falling Slowly, een duet van Glen Hansard en Marketa Irglova. Tot mijn genoegen ging die song aan de haal met de Oscar voor beste originele filmsong. Vanzelfsprekend loopt Sing Street, afgezien van de nieuwe songs, ook nog over van authentieke hits uit de jaren tachtig. Er is ruim aandacht voor Duran Duran en The Cure, naast het stilistische buitenbeentje Joe Jackson.

Op de twee geweldige hoofdrollen na (Ferdia Walsh Peelo als Conor/Cosmo en Lucy Boynton als Raphina) is veruit het meest interessante filmpersonage Conors oudere broer Bendan, volstrekt geloofwaardig vertolkt door Jack Reynor. Op het eerste gezicht een nihilistische drop-out, ontpopt hij zich tot deskundig adviseur van zijn broertje. De eerste probeersels van de band brandt hij af met een bijna bezeten oprechtheid. Niemand op de wereld zit te wachten op het zoveelste coverbandje. Luister liever naar de Sex Pistols: ‘die hadden eerst geleerd hoe je NIET moet spelen, en dat vergde veel oefening.’ En hij heeft een heldere kijk op een oudere jongeman die naar de gunsten van Raphina hengelt. ‘Geen meisje valt op een man die naar Phil Collins luistert.’ Zo’n broer gun je elke tiener die verliefd is, muzikaal aan de weg wil timmeren en met zijn ouders-in-scheiding in de knoop ligt.

Uit de waarderingscijfers, die de filmsite IMDB de liefhebbers standaard toelevert, blijkt dat de film het populairst is bij kijkers van nog geen achttien (8,5, maar de verschillen met andere leeftijdsklassen zijn klein. Zelfs bij respondenten van 45+ scoort hij heel behoorlijk (7,9). Man-vrouw verschillen zijn er nauwelijks. In Amerika zijn de kijkers net iets enthousiaster dan in de rest van de wereld (8,2 om 7,9). Al met al zult u zich bij deze film niet gauw een buil vallen met de keuze van uw bioscooppartner. Tenzij hij/zij een fan is van The Village People, natuurlijk.        

-----
De plaatjes zijn geselecteerd door Hans Knegtmans


© 2016 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Sing Street Hans Knegtmans
1404VG Sing1Een van de aardigste bioscoopfilms van dit moment, Sing Street, is helaas niet voor heel Nederland te zien. Althans niet makkelijk. Amsterdamse kijkers kunnen terecht in Pathé City en Rotterdammers kunnen zich naar het gloednieuwe Kino theater begeven. Wie dit te ver vindt moet maar hopen dat de distributiemaatschappij meer kopieën aan de theaters zal kunnen slijten. In het slechtste geval is men aangewezen op de DVD en dat kan wel even duren.

In Dublin wordt anno 1985 (jawel, het is een retrofilm) de vijftienjarige Conor vanwege ouderlijk geldgebrek overgeplaatst naar een minder prijzige school op Christelijke grondslag. Daar is het niet leuk voor nieuwkomers en vanaf de eerste dag heeft de (naar later zal blijken pedofiele) directeur het op hem gemunt. Als om het leed te verzachten ontmoet hij op straat de solitair rokende Raphine, die hij ogenblikkelijk herkent als het meisje uit zijn dromen. Zij is fotomodel, zegt ze, en ze hoopt binnenkort in Londen haar nog bescheiden carrière te kunnen uitbouwen. Voordat hij goed en wel beseft waar hij aan begonnen is, speldt Conor haar op de mouw dat hij een popband heeft. Als ze dat leuk vindt, kan ze optreden in een muziekvideo die ze gaan maken. Raphine gaat onverwacht gretig op het aanbod in.

Godallemachtig, waar haalt hij zo één twee drie een band vandaan? En liedjes? Gelukkig is zijn nieuwe klasgenoot Eamon hypermuzikaal en diens jongenskamer puilt uit van allerhande instrumenten die een band goed kan gebruiken. Conor (die zich later in de film Cosmo gaat noemen, maar dit terzijde) heeft geen muzikale achtergrond, maar beschikt over een dichterlijke geest. Eamon bedenkt een melodietje voor Conors tekstflarden en de eerste song van de band – Sing Street, noemen ze zich – is een feit. Het behoeft geen betoog dat ze zonder al te veel tegenslag nog drie jongens bereid vinden om het gezelschap te completeren.

Zou Raphina de videoafspraak nakomen? Anders is de investering – waaronder het gebruiksklaar maken van een VHS-recorder, het is nog steeds 1985 – verspilde energie. Gelukkig, daar is ze! Ze spreekt haar verbazing uit over de bijeengeraapte artiestenkledij die haar – en ons – aan de Village People doet denken (dus aan een stelletje nichten, beseffen de muzikanten), maar de opname loopt als een trein.

De eerste muzikale scènes stellen de goedgelovigheid van de kijker behoorlijk op de proef. John Lennon en Paul McCartney hadden al flink wat uurtjes geoefend voordat ze publiek gingen, al denkt menigeen dat ze uit het niets de studio in stapten om daar Love Me Do te zingen. Maar zelfs de hardcore scepticus1404VG Sing2 zal zich al snel laten inpakken door het ontwapenende optreden van de jongens. En geen wonder. Scenarist/regisseur John Carney is bezeten van muziek. Hij was bassist bij de professionele groep The Frames. Voor het componeren van de ‘eigen’ songs van het bandje schakelde hij componist en beroepsmuzikant Gary Clark in (bekend van de band Danny Wilson, die zelfs een paar erkende hits op zijn naam heeft staan).

Hierdoor klinken de liedjes als een klok. Na afloop had ik de aanvechting om meteen de soundtrack aan te schaffen. Net als in 2007 het geval was bij Carney’s eerste muziekfilm Once. Die bevatte het prachtige snotterlied Falling Slowly, een duet van Glen Hansard en Marketa Irglova. Tot mijn genoegen ging die song aan de haal met de Oscar voor beste originele filmsong. Vanzelfsprekend loopt Sing Street, afgezien van de nieuwe songs, ook nog over van authentieke hits uit de jaren tachtig. Er is ruim aandacht voor Duran Duran en The Cure, naast het stilistische buitenbeentje Joe Jackson.

Op de twee geweldige hoofdrollen na (Ferdia Walsh Peelo als Conor/Cosmo en Lucy Boynton als Raphina) is veruit het meest interessante filmpersonage Conors oudere broer Bendan, volstrekt geloofwaardig vertolkt door Jack Reynor. Op het eerste gezicht een nihilistische drop-out, ontpopt hij zich tot deskundig adviseur van zijn broertje. De eerste probeersels van de band brandt hij af met een bijna bezeten oprechtheid. Niemand op de wereld zit te wachten op het zoveelste coverbandje. Luister liever naar de Sex Pistols: ‘die hadden eerst geleerd hoe je NIET moet spelen, en dat vergde veel oefening.’ En hij heeft een heldere kijk op een oudere jongeman die naar de gunsten van Raphina hengelt. ‘Geen meisje valt op een man die naar Phil Collins luistert.’ Zo’n broer gun je elke tiener die verliefd is, muzikaal aan de weg wil timmeren en met zijn ouders-in-scheiding in de knoop ligt.

Uit de waarderingscijfers, die de filmsite IMDB de liefhebbers standaard toelevert, blijkt dat de film het populairst is bij kijkers van nog geen achttien (8,5, maar de verschillen met andere leeftijdsklassen zijn klein. Zelfs bij respondenten van 45+ scoort hij heel behoorlijk (7,9). Man-vrouw verschillen zijn er nauwelijks. In Amerika zijn de kijkers net iets enthousiaster dan in de rest van de wereld (8,2 om 7,9). Al met al zult u zich bij deze film niet gauw een buil vallen met de keuze van uw bioscooppartner. Tenzij hij/zij een fan is van The Village People, natuurlijk.        

-----
De plaatjes zijn geselecteerd door Hans Knegtmans
© 2016 Hans Knegtmans
powered by CJ2