archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Los Angeles, tachtig jaar later Hans Knegtmans

1320VG Chinatown1Chinatown, van regisseur Roman Polanski, speelt zich af in Los Angeles, in de late jaren dertig. De film dateert van 1974. Ik zag hem op 18 september 2016. Een historische film die ik ook nog eens veertig jaar na dato gezien heb: het enige excuus dat ik kan aanvoeren voor dit stukje is dat we te maken hebben met een digitaal gerestaureerde versie.

Chinatown is niet zomaar een film. Bij de Oscarverkiezingen van 1975 was hij prominent in de race met 11 nominaties. Daarvan werd slechts één verzilverd, namelijk het briljante scenario van Robert Towne. Dit lijkt misschien een smadelijke nederlaag, zoals de tweede plaatsen van Joop Zoetemelk in de Tour de France bij velen eerder tot leedvermaak stemden dan tot oprechte bewondering. Alerte filmrecensenten memoreren echter de onverbiddelijke Oscarwinnaar van dat jaar, The Godfather, Part II. Als je die moet laten voorgaan is dat geen schande, betogen zij. En inderdaad, Chinatown is zo goed dat hij Polanski’s andere meesterwerk, Rosemary’s Baby, in herinnering roept.

De intrige – althans de buitenkant van de intrige – gaat over zwendel met water. Schurkachtige types hebben een handeltje opgezet waarbij ze het boerenland rond LA opkochten en eerst drooglegden, waarna ze het – inmiddels geïrrigeerde – gebied tegen woekerprijzen aan vermogende klanten verkochten. Wanneer topambtenaar Hollis Mulwray die activiteiten dwarsboomt, ruimen de daders hem uit de weg. Zijn mooie echtgenote Evelyne (Faye Dunaway) neemt, hoe kan het ook anders, een privédetective in de arm (Jack Nicholson).

Zoals dat gaat in het PI-genre stuit deze Jake Gittes op tal van zaken waarover zijn cliënte hem niet (of niet juist) geïnformeerd heeft. En – ook overeenkomstig de spelregels – tegen het eind is al het gedoe met watergesjoemel geheel naar de achtergrond verschoven en wordt de kijker meegesleept door relationele thematiek in soorten en maten.

Het meest opvallende aan de film is de onnadrukkelijkheid waarmee de regisseur ons het tijdbeeld toont. Natuurlijk, de auto’s die het straatbeeld bepalen zijn een dagje ouder. En de pakken van de mannelijke personages voldoen niet aan de laatste mode, niet die1320VG Chinatown2 van 1975 en zeker niet die van 2016. Maar, hoe vreemd dat ook moge klinken, dat valt nauwelijks op. Het verhaal lijkt gesitueerd in het hier en nu en de kijker wordt niet afgeleid door details die de suggestie van historisch bedoelde beelden moeten benadrukken. Bijzaken worden geen hoofdzaken.

Er is een scène waarin Jack Nicholson de kapper bezoekt om zich te laten scheren. Scheren? O ja, daarvoor gingen sommige mensen naar de kapper. Vreemd eigenlijk. Maar dit historische detail verdwijnt in het niets wanneer de detective in een twistgesprek verzeild raakt met de klant in de stoel naast hem. Zou het matten worden tussen die twee?

De hoofdrollen overtreffen alles wat men redelijkerwijs van een drama in het noir-genre mag verwachten. De piepjonge en opmerkelijk onschuldig ogende Jack Nicholson is een openbaring voor met name de jeugdige kijkers die hem slechts kennen uit zijn nadagen, toen hij steeds meer leek op een wat verlopen acteur die met de nodige overacting voor Jack Nicholson speelde. De man die we hier zien, lijkt een iets lossere uitgave van Humphrey Bogart in zijn gloriedagen (The Big Sleep, The Maltese Falcon). Zijn tegenspelers, die hem aanvankelijk menen te kunnen dollen, komen van een koude kermis thuis.

John Huston heeft een bijrol als de vader van Evelyne. Met ‘bijrol’ bedoel ik het aantal minuten dat hij in beeld is. In die korte tijd is hij echter zo dominant aanwezig dat je je maar al te goed kunt voorstellen dat hij een van de meest vooraanstaande regisseurs was van de Amerikaanse speelfilm, met klassiekers op zijn naam als The Maltese Falcon, Treasure of the Sierra Madre, Key Largo, The Asphalt Jungle, The African Queen, Moby Dick en The Man Who Would Be King.

Mocht u tijdens een cafédiscussie de titel van de film even kwijt zijn, dan is de kans groot dat u hem beschrijft als ‘de film waarin Jack Nicholson die pleister op zijn neus heeft’. Jawel. Bijna een halve film lang speelt de held met een onbeholpen aangelegd verband om zijn gehavende neus, zonder dat dit zijn geloofwaardigheid ook maar in het minst aantast. Wát een film.

------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver.


© 2016 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Los Angeles, tachtig jaar later Hans Knegtmans
1320VG Chinatown1Chinatown, van regisseur Roman Polanski, speelt zich af in Los Angeles, in de late jaren dertig. De film dateert van 1974. Ik zag hem op 18 september 2016. Een historische film die ik ook nog eens veertig jaar na dato gezien heb: het enige excuus dat ik kan aanvoeren voor dit stukje is dat we te maken hebben met een digitaal gerestaureerde versie.

Chinatown is niet zomaar een film. Bij de Oscarverkiezingen van 1975 was hij prominent in de race met 11 nominaties. Daarvan werd slechts één verzilverd, namelijk het briljante scenario van Robert Towne. Dit lijkt misschien een smadelijke nederlaag, zoals de tweede plaatsen van Joop Zoetemelk in de Tour de France bij velen eerder tot leedvermaak stemden dan tot oprechte bewondering. Alerte filmrecensenten memoreren echter de onverbiddelijke Oscarwinnaar van dat jaar, The Godfather, Part II. Als je die moet laten voorgaan is dat geen schande, betogen zij. En inderdaad, Chinatown is zo goed dat hij Polanski’s andere meesterwerk, Rosemary’s Baby, in herinnering roept.

De intrige – althans de buitenkant van de intrige – gaat over zwendel met water. Schurkachtige types hebben een handeltje opgezet waarbij ze het boerenland rond LA opkochten en eerst drooglegden, waarna ze het – inmiddels geïrrigeerde – gebied tegen woekerprijzen aan vermogende klanten verkochten. Wanneer topambtenaar Hollis Mulwray die activiteiten dwarsboomt, ruimen de daders hem uit de weg. Zijn mooie echtgenote Evelyne (Faye Dunaway) neemt, hoe kan het ook anders, een privédetective in de arm (Jack Nicholson).

Zoals dat gaat in het PI-genre stuit deze Jake Gittes op tal van zaken waarover zijn cliënte hem niet (of niet juist) geïnformeerd heeft. En – ook overeenkomstig de spelregels – tegen het eind is al het gedoe met watergesjoemel geheel naar de achtergrond verschoven en wordt de kijker meegesleept door relationele thematiek in soorten en maten.

Het meest opvallende aan de film is de onnadrukkelijkheid waarmee de regisseur ons het tijdbeeld toont. Natuurlijk, de auto’s die het straatbeeld bepalen zijn een dagje ouder. En de pakken van de mannelijke personages voldoen niet aan de laatste mode, niet die1320VG Chinatown2 van 1975 en zeker niet die van 2016. Maar, hoe vreemd dat ook moge klinken, dat valt nauwelijks op. Het verhaal lijkt gesitueerd in het hier en nu en de kijker wordt niet afgeleid door details die de suggestie van historisch bedoelde beelden moeten benadrukken. Bijzaken worden geen hoofdzaken.

Er is een scène waarin Jack Nicholson de kapper bezoekt om zich te laten scheren. Scheren? O ja, daarvoor gingen sommige mensen naar de kapper. Vreemd eigenlijk. Maar dit historische detail verdwijnt in het niets wanneer de detective in een twistgesprek verzeild raakt met de klant in de stoel naast hem. Zou het matten worden tussen die twee?

De hoofdrollen overtreffen alles wat men redelijkerwijs van een drama in het noir-genre mag verwachten. De piepjonge en opmerkelijk onschuldig ogende Jack Nicholson is een openbaring voor met name de jeugdige kijkers die hem slechts kennen uit zijn nadagen, toen hij steeds meer leek op een wat verlopen acteur die met de nodige overacting voor Jack Nicholson speelde. De man die we hier zien, lijkt een iets lossere uitgave van Humphrey Bogart in zijn gloriedagen (The Big Sleep, The Maltese Falcon). Zijn tegenspelers, die hem aanvankelijk menen te kunnen dollen, komen van een koude kermis thuis.

John Huston heeft een bijrol als de vader van Evelyne. Met ‘bijrol’ bedoel ik het aantal minuten dat hij in beeld is. In die korte tijd is hij echter zo dominant aanwezig dat je je maar al te goed kunt voorstellen dat hij een van de meest vooraanstaande regisseurs was van de Amerikaanse speelfilm, met klassiekers op zijn naam als The Maltese Falcon, Treasure of the Sierra Madre, Key Largo, The Asphalt Jungle, The African Queen, Moby Dick en The Man Who Would Be King.

Mocht u tijdens een cafédiscussie de titel van de film even kwijt zijn, dan is de kans groot dat u hem beschrijft als ‘de film waarin Jack Nicholson die pleister op zijn neus heeft’. Jawel. Bijna een halve film lang speelt de held met een onbeholpen aangelegd verband om zijn gehavende neus, zonder dat dit zijn geloofwaardigheid ook maar in het minst aantast. Wát een film.

------
De plaatjes zijn geselecteerd door de schrijver.
© 2016 Hans Knegtmans
powered by CJ2