archiefvorig nr.lopend nr.

Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Een doodziek gezin Hans Knegtmans

1310VG Réfur1In het eerste beeld van de Belgische film Préjudice (de eerste lange film van Antoine Cuypers) kijken we aan tegen de achterkant van een joggende man, wiens lichaam grotendeels schuilgaat achter opgehangen wasgoed. Dit gaat abrupt over in een overzicht van een rommelige jongenskamer waarin een kamerbreed Alpenlandschap de muur opsiert. Even belangrijk als het beeld is de Oostenrijkse dameszang uit de speakerboxen. Ook al heb je het lied nog nooit gehoord, je weet 100% zeker dat in het refrein de zang zal overgaan in onvervalst gejodel. Pas veel later ontdekken we dat de twee-en-dertig jarige Cédric in het ouderlijk washok aan zijn conditie werkt met het oog op zijn voorgenomen vakantie in Oostenrijk.

Het is zondagmiddag en Cédrics ouders verwelkomen hun nakroost plus aanhang voor een etentje in hun riante tuin. Dochter Caroline en haar wat sullige man Gaetan en schoonzus Cyrielle plus peuter. Haar man Laurent komt later vanwege zijn drukke baan. Bij aanvang gaat het precies zoals je zou verwachten in een film over familiebezoek. Luchtzoenen, dooddoeners en loze complimentjes. Alleen de achterdochtige of professioneel gedeformeerde kijker valt op hoe vaak met name moeder en Caroline tussen de regels door hun beleefdheidsfrases zo verpakken dat die een ondertoon van kritiek krijgen. Je hebt mensen die daar heel goed in zijn: de vrucht van decennialang polijsten van een zuur of kwaadaardig karakter.

Maar die kleine boosaardigheidjes zinken in het niet bij het expliciete ongemak dat Cédric ten deel valt. Alleen al zijn aanblik zet de familie op scherp, hoewel vader Alain hem zojuist nog liefdevol geknipt heeft om toonbaar voor de dag te komen. Het gaat pas goed mis als hij zijn mond opendoet. Neem het moment dat Caroline de anderen – lees: haar moeder – het ‘geheim’ onthult dat ze zwanger is. Uiteraard veel gezoen, geknuffel en leuterkoek. Ja, geeft Caroline toe, het leven zal nu wel druk worden met die kleine handenbinder. Cédric is oprecht bezorgd. ‘Kunnen jullie dat wel aan? Zou je het nog kunnen laten weghalen?’

Toegegeven, dit soort bezorgdheid getuigt niet van een overmaat aan sociale intelligentie. Maar moeder geeft hem voor minder op zijn sodemieter. Tijdens de maaltijd maant ze hem – als was hij een zesjarige – ‘zijn handen boven de tafel te houden’.  De ene keer moet hij zich dus volwassen gedragen,1310VG Réfur2 de andere keer worden hem op kleuterniveau tafelmanieren bijgebracht. Wat zou dit doen met zijn zelfbeeld?

Nog een staaltje van pathogene communicatie. Moeder vraagt haar zoon doodonschuldig: weet jij waar de jus d’orange staat? Nee, antwoordt hij naar waarheid. Dat valt verkeerd. ‘Zou je dan niet even gaan kijken of hij al op tafel staat?’ Pardon, maar dat was de vraag niet, denken wij met Cédric.

Niet alleen communicatief haalt moeder malle fratsen uit. Met het oog op zijn voorgenomen reis naar Oostenrijk geeft Caroline haar broer het boekje Autriche cadeau. Cédric reageert apathisch. Wat een botte lul, denkt Caroline en u misschien ook. Maar niet als u beseft dat hij ditzelfde boek al heeft, en met behulp van tientallen post-its de meest memorabele passages heeft gemarkeerd. Zijn zusje wist dat kennelijk niet, maar moeder had die vergissing kunnen voorkomen. De regisseur geeft nog enkele voorbeelden van ogenschijnlijke kwaadaardigheid, ook al is de vouw zich mogelijk van geen kwaad bewust.

Uiteindelijk blijkt de trip naar Oostenrijk van cruciaal belang te zijn in Cédrics verhouding tot zijn ouders. In een zeldzaam moment van openhartigheid heeft zijn vader hem ingefluisterd dat hij die vakantie vooral moet doorzetten, maar daarbij behoedzaam moet opereren. Moeder gaat waarschijnlijk wel overstag als ze weet dat vader meegaat om een oogje in het zeil te houden. Ongelukkigerwijs echter komt het onderwerp uitgerekend aan bod tijdens het plenaire tafelgesprek, op een moment dat moeder emotioneel en pedagogisch aan het eind van haar latijn is. Wanneer Cédric wanhopig vraagt wie van de aanwezigen hem op vakantie wil vergezellen, heeft zijn vader niet de moed zijn eerdere voorstel gestand te doen.

Voor wie daar nog aan mocht twijfelen: uit de slotscène blijkt dat het familiediner geen randvoorwaarde is voor de miscommunicatie tussen moeder (een angstaanjagende Nathalie Baye) en zoon (de Belgische theateracteur Thomas Blanchard op zijn best). De manier waarop de moeder haar zoon de volgende dag ontbijt op bed serveert maakt duidelijk dat, zoals zij hem al voorspeld had, de huiselijke hel voor alle betrokkenen een fulltime job is.

-------
De plaatjes zijn uitgezocht door de schrijver
-------------
Bestel uw boeken en wat al niet
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!


© 2016 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film"
Vermaak en Genot > Naar de film
Een doodziek gezin Hans Knegtmans
1310VG Réfur1In het eerste beeld van de Belgische film Préjudice (de eerste lange film van Antoine Cuypers) kijken we aan tegen de achterkant van een joggende man, wiens lichaam grotendeels schuilgaat achter opgehangen wasgoed. Dit gaat abrupt over in een overzicht van een rommelige jongenskamer waarin een kamerbreed Alpenlandschap de muur opsiert. Even belangrijk als het beeld is de Oostenrijkse dameszang uit de speakerboxen. Ook al heb je het lied nog nooit gehoord, je weet 100% zeker dat in het refrein de zang zal overgaan in onvervalst gejodel. Pas veel later ontdekken we dat de twee-en-dertig jarige Cédric in het ouderlijk washok aan zijn conditie werkt met het oog op zijn voorgenomen vakantie in Oostenrijk.

Het is zondagmiddag en Cédrics ouders verwelkomen hun nakroost plus aanhang voor een etentje in hun riante tuin. Dochter Caroline en haar wat sullige man Gaetan en schoonzus Cyrielle plus peuter. Haar man Laurent komt later vanwege zijn drukke baan. Bij aanvang gaat het precies zoals je zou verwachten in een film over familiebezoek. Luchtzoenen, dooddoeners en loze complimentjes. Alleen de achterdochtige of professioneel gedeformeerde kijker valt op hoe vaak met name moeder en Caroline tussen de regels door hun beleefdheidsfrases zo verpakken dat die een ondertoon van kritiek krijgen. Je hebt mensen die daar heel goed in zijn: de vrucht van decennialang polijsten van een zuur of kwaadaardig karakter.

Maar die kleine boosaardigheidjes zinken in het niet bij het expliciete ongemak dat Cédric ten deel valt. Alleen al zijn aanblik zet de familie op scherp, hoewel vader Alain hem zojuist nog liefdevol geknipt heeft om toonbaar voor de dag te komen. Het gaat pas goed mis als hij zijn mond opendoet. Neem het moment dat Caroline de anderen – lees: haar moeder – het ‘geheim’ onthult dat ze zwanger is. Uiteraard veel gezoen, geknuffel en leuterkoek. Ja, geeft Caroline toe, het leven zal nu wel druk worden met die kleine handenbinder. Cédric is oprecht bezorgd. ‘Kunnen jullie dat wel aan? Zou je het nog kunnen laten weghalen?’

Toegegeven, dit soort bezorgdheid getuigt niet van een overmaat aan sociale intelligentie. Maar moeder geeft hem voor minder op zijn sodemieter. Tijdens de maaltijd maant ze hem – als was hij een zesjarige – ‘zijn handen boven de tafel te houden’.  De ene keer moet hij zich dus volwassen gedragen,1310VG Réfur2 de andere keer worden hem op kleuterniveau tafelmanieren bijgebracht. Wat zou dit doen met zijn zelfbeeld?

Nog een staaltje van pathogene communicatie. Moeder vraagt haar zoon doodonschuldig: weet jij waar de jus d’orange staat? Nee, antwoordt hij naar waarheid. Dat valt verkeerd. ‘Zou je dan niet even gaan kijken of hij al op tafel staat?’ Pardon, maar dat was de vraag niet, denken wij met Cédric.

Niet alleen communicatief haalt moeder malle fratsen uit. Met het oog op zijn voorgenomen reis naar Oostenrijk geeft Caroline haar broer het boekje Autriche cadeau. Cédric reageert apathisch. Wat een botte lul, denkt Caroline en u misschien ook. Maar niet als u beseft dat hij ditzelfde boek al heeft, en met behulp van tientallen post-its de meest memorabele passages heeft gemarkeerd. Zijn zusje wist dat kennelijk niet, maar moeder had die vergissing kunnen voorkomen. De regisseur geeft nog enkele voorbeelden van ogenschijnlijke kwaadaardigheid, ook al is de vouw zich mogelijk van geen kwaad bewust.

Uiteindelijk blijkt de trip naar Oostenrijk van cruciaal belang te zijn in Cédrics verhouding tot zijn ouders. In een zeldzaam moment van openhartigheid heeft zijn vader hem ingefluisterd dat hij die vakantie vooral moet doorzetten, maar daarbij behoedzaam moet opereren. Moeder gaat waarschijnlijk wel overstag als ze weet dat vader meegaat om een oogje in het zeil te houden. Ongelukkigerwijs echter komt het onderwerp uitgerekend aan bod tijdens het plenaire tafelgesprek, op een moment dat moeder emotioneel en pedagogisch aan het eind van haar latijn is. Wanneer Cédric wanhopig vraagt wie van de aanwezigen hem op vakantie wil vergezellen, heeft zijn vader niet de moed zijn eerdere voorstel gestand te doen.

Voor wie daar nog aan mocht twijfelen: uit de slotscène blijkt dat het familiediner geen randvoorwaarde is voor de miscommunicatie tussen moeder (een angstaanjagende Nathalie Baye) en zoon (de Belgische theateracteur Thomas Blanchard op zijn best). De manier waarop de moeder haar zoon de volgende dag ontbijt op bed serveert maakt duidelijk dat, zoals zij hem al voorspeld had, de huiselijke hel voor alle betrokkenen een fulltime job is.

-------
De plaatjes zijn uitgezocht door de schrijver
-------------
Bestel uw boeken en wat al niet
bij bolcom, via de banner rechts.
Dan steunt u De Leunstoel!
© 2016 Hans Knegtmans
powered by CJ2